PDF

Comments

Transcription

PDF
nrc.next
NRC.NL/CARRIERE
carrière
WOENSDAG 19 FEBRUARI 2014
■ Verboden: na zessen e-mailen 10 en 11 ■ Nieuwe serie! Elke week gaat nrc.next mee met een bedrijfsuitje 12 en 13
Weet je wat jij zou moeten doen?
Opzouten!
Een onredelijke baas zou best kunnen zeggen dat je
moet oprotten. Nu zegt een acteur het tegen je, om je te
trainen. Acteurs worden door talloze bedrijven ingezet.
PAGINA 4 EN 5
FOTO MIEKE MEESEN
•
•
nrc next WOENSDAG 19 FEBRUARI 2014
next carrière
4
5
1.500
mensen in Nederland verdienen
hun brood als trainingsacteur.
15
bedrijfsacteursbureaus zijn er ongeveer in Nederland. Daarnaast zijn er
nog vele losse gezelschappen.
35
jaar bestaat het vak trainingsacteren. Sinds 1999 is er een branchevereniging die de kwaliteit van trainingsacteurs bewaakt, de Boact, en
een vereniging die de belangen van
trainingsacteurs behartigt, de NVvT.
50 %
van de bedrijven zou, volgens een
ruwe schatting van branchevereniging Boact, gebruik maken van
acteurs bij trainingen of assessments. Grootafnemers zijn politie,
Defensie, UWV en de NS. Ook banken, verzekeraars, zorg en de zakelijke dienstverlening scoren hoog.
Een typisch
Nederlands fenomeen
■ In bijna elke sector wordt in Nederland met acteurs gewerkt. Trainingsacteren vindt zijn oorsprong in de jaren 70, schrijven Paul Devilee en Karianne Henkel in het boekje 35 jaar trainingsacteren in Nederland (2013). In
het buitenland is het veel minder gebruikelijk om in het bedrijfsleven te
werken met acteurs, zegt Devilee.
„Maar ik zie wel dat het er in opkomst
is, met name in België en Engeland.”
■ Zonder de politie was het vak
waarschijnlijk nooit ontstaan. Na aanhoudende klachten over de omgang
tussen politie en burgers, werd in de
jaren 70 besloten dat agenten voortaan op acteurs moesten oefenen. In
1980 werd het eerste acteerbureau
opgericht: Buro Wittenburg, met de
politie nog als enige opdrachtgever.
■ Al snel raakte het werken met
acteurs wijdverbreid in andere sectoren. Dat werd tot de jaren negentig
vooral gedaan door acteurs als
bijbaantje, maar in de jaren negentig
professionaliseerde het vak. Toen
ontstonden ook de eerste opleidingen, onder meer op de NHL Hogeschool in Leeuwarden.
De bedrijfsacteurs van Buro Acting, van Rinco van
der Baan (in pak). FOTO’S MIEKE MEESEN
Acteurs op het werk //
Wie solliciteert voor een functie of zijn vaardigheden oefent, doet dat in een
rollenspel // Degene voor je, is een acteur // Die moet goed kunnen
improviseren // „Als je een te groot ego hebt, is trainingsacteren niet voor jou”
Ik ben vandaag:
a) de blije baas
b) bange werknemer
c) zielige collega
THOMAS RUEB
D
it is Anne. Een man met plannen, hij barst bijna uit zijn
voegen van ambitie. Maar het
leven zit hem een beetje tegen
de laatste tijd. Zijn werkgever,
een waterschap, reorganiseert
rap en Anne Cremer is niet zo goed met verandering. Zijn vrouw Marjan is startend zzp’er,
dat legt druk op het gezin. En dan is er nog
collega Hans, nieuw op de zaak en een doorn in
Annes oog. Zijn werk lijdt eronder. Tijd dus
voor een hartig gesprek met de baas.
„Anne, goed dat je er bent. Ga lekker zitten.”
(Oh, en nog goed om te weten: Anne bestaat
niet.)
„Dank je”, zegt Anne. Hij schuift zijn stoel
aan, en kijkt afwachtend naar Marcia, vandaag
directeur. „Zo”, zegt zij, „we moeten het eens
over je vorderingen hebben.” Anne vouwt zijn
armen defensief over elkaar en leunt achterover,
duidelijk op zijn hoede. „Ik ben benieuwd.”
‘Anne’ is een personage. Hij wordt vandaag
gespeeld door acteur Rinco van der Baan (50).
Marcia, veertiger, is een echte sollicitant, voor
een echte directeursfunctie (geen waterschap).
Locatie: werving- en selectiebureau Ebbinge &
Company. Dit rollenspel, onderdeel van een
assessment, is cruciaal voor Marcia’s kansen.
Het gesprek verloopt stroef. Anne wil elke
vrijdag thuiswerken, maar dat wil Marcia niet
toezeggen. „Je moet begrijpen dat ík hier de
baas ben. Ik beslis.” Anne rolt met zijn ogen.
Acteurs zoals Van der Baan (Anne dus)
worden door de hele bedrijfswereld gebruikt.
Voor assessments, sollicitaties, trainingen,
teambuildingsessies, workshops. Zogeheten
trainingsacteurs bootsen situaties uit de werkelijkheid na, zijn de boksballen waarop werknemers kunnen oefenen voor de echte wereld.
Er zijn ongeveer vijftien bureaus met
bedrijfsacteurs in Nederland. Buro Acting, het
bedrijf van Van der Baan, is daar één van. Enkele
andere bureaus zijn verenigd in brancheorgani-
satie Boact. „Het is een serieuze beroepsgroep”,
zegt voorzitter Jos van der Steen. „Er zijn zeker
1.500 acteurs die dit als voornaamste werk
doen, en nog veel meer die het erbij doen.”
Wie zijn zij? En hoe moet je je inleven in een
zakelijke rol als je zelf nooit in de bedrijfswereld hebt gewerkt?
„Je bent in de eerste plaats acteur”, zegt Peter
Timmers (51), directeur van Buro Wittenburg in
Doetinchem en zelf trainingsacteur. „Bij ons
moeten ze een toneelopleiding hebben gedaan.
We selecteren op cv en kijken of ze écht goed
kunnen spelen.” Het belangrijkste criterium:
„Improvisatietalent.” Er is geen script, er zijn
geen takes, en elke keer zit er iemand anders
tegenover je die anders reageert. „Niet alle
acteurs kunnen dat”, zegt Timmers. „Als je een
te groot ego hebt, jezelf niet weg kunt cijferen,
dan is trainingsacteren niet voor jou.”
Echte emoties
Trainingsacteren is een kunst, maar wel functionele kunst. In plaats van dat de acteurs dialogen uit een script instuderen, moeten ze zich
verdiepen in de bedrijfscultuur. „Elk bedrijf
heeft zijn eigen mores, taalgebruik en bijzonderheden”, zegt Timmers. „De kunst is dat de
kandidaat vergeet dat er een acteur tegenover
hem zit, dat hij gelooft dat het echt de baas is, of
die ene lastige klant.”
Maar hoe doe je dat als je zelf een acteursopleiding hebt gevolgd? „Je moet het zakelijke
jargon in de vingers zien te krijgen”, zegt Van
der Steen. „Bedrijfsfilmpjes kijken, managementboeken lezen. Door bij bedrijven ervaring
op te doen leer je het wereldje rap kennen.”
Huiswerk is deel van het werk van de acteurs: afhankelijk van de klus zullen zij zich moeten bekwamen in ondernemingsstructuren, verdienmodellen, beursbewegingen, wetsartikelen.
Terug naar Ebbinge. De spanning is al wat uit
de lucht. Marcia en Anne hebben een verstandhouding weten te creëren. „Ik begrijp je situatie
wel, Anne”, knikt de potentiële directeur, „daar
moeten we inderdaad iets aan doen.”
Als je het gesprek tussen de twee volgt, vergeet
je dat dit slechts een gespeelde werkelijkheid is.
De emoties voelen echt, en deze Anne lijkt in de
verste verte niet op de aimabele acteur die zich
vóór het gesprek voorstelde. Eigenlijk herinnert alleen Oscar de Lint, consultant bij Ebbinge, aan de fictie: die zit erbij en pent mee, af en
toe op zijn horloge kijkend.
Na een half uur is het voorbij. Een seconde
nadat de kandidaat de kamer heeft verlaten is
Van der Baan weer terug. Je ziet het direct. Hij
draagt dezelfde kleren (maatpak, das, schoenen
van glanzend leer), zijn stem klinkt niet anders,
en toch: er is een verschil. Anne is verdwenen.
Er wordt overlegd. Het oordeel van de acteur
over de kandidaat is zeer belangrijk, zegt
consultant De Lint. „Die kijkt iemand diep in de
ogen, die ziet of gezichtsuitdrukking en
lichaamstaal stroken met wat hij zegt.”
Trainingsacteren schuurt op die manier dicht
tegen coaching aan. De acteurs moeten zich
bekwamen in psychologische theorie en
DE KANDIDAAT MOET
VERGETEN DAT ER EEN
ACTEUR TEGENOVER HEM ZIT
communicatiemodellen, zegt Jos van der Steen.
„Elk assessment en elke training kent een eigen
doel. Als acteur moet je ervoor zorgen dat je het
juiste bij de kandidaten naar boven haalt, dat je
de eigenschappen op de proef stelt die belangrijk zijn voor deze specifieke opdracht.”
Personages zoals Anne Cremer zijn dan ook
tot in de puntjes uitgedacht. Zelfs de naam is
niet toevallig gekozen: Anne kan door een
mannelijke én een vrouwelijke acteur vertolkt
worden. Zo zijn er bijvoorbeeld ook:
Wil Termaat.
Ger Stalens.
Sanne Griffier.
Chris Houtman.
Allemaal andere karakters met een andere
achtergrond en andere ambities. Welk personage wordt gebruikt, hangt af van de kandidaat en
de vacature. Veelzijdigheid is dan ook enorm
belangrijk voor de acteurs. Bij de politie – die
zo’n 250 trainingsacteurs per jaar verslijt –
wordt heel wat anders verwacht dan strak in
pak bij, zeg, een bank.
De nieuwe Al Pacino
Buro Wittenburg, één van de grotere van Nederland, heeft zo’n honderd trainingsacteurs in het
bestand: pas afgestudeerden – die soms die
avond nog bij een voorstelling op de planken
staan – maar bijvoorbeeld ook een dame van in
de zeventig. Directeur Timmers: „Al zou dat
eigenlijk niet uit moeten maken: een goed
acteur van vijfentwintig kan ook een oma
spelen, en een man of een vrouw.”
Vroeger werd er in de toneelwereld nog een
beetje gelachen om trainingsacteerwerk, vertelt
Timmers, „maar dat is inmiddels al lang niet
meer zo”. Veel theateropleidingen bieden
inmiddels vakken of zelfs hele minors trainingsacteren aan. „Elke jonge acteur droomt er
natuurlijk van om de nieuwe Al Pacino te worden”, zegt Van der Baan. „maar ik zal je vertellen: ik ken trainingsacteurs, die zijn briljant.”
Van der Baan speelt net zo gemakkelijk een
professional als Anne Cremer, als dat hij de rol
van junk vertolkt, of van overvaller, boze baas,
gevangene, lastige klant, patiënt.
Wat ze bij Ebbinge van Marcia vonden? Niet
slecht, zegt Van der Baan, maar ze was wel wat
verkrampt. De Lint knikt. „Niet opgewassen
tegen Anne. Als hij een probleem heeft, dan belt
hij haar en dan lost zij dat voor hem op.”
Naast Marcia gaan er nog twee directeuren de
confrontatie met Anne aan. Eén bakt er helemaal niets van (Hij: „Anne, nu moet je je mond
houden.” Anne: „Daar reageer ik helemáál niet
goed op.”). De ander, een man met veel ervaring
en een donderende basstem, doet het lang zo
gek nog niet. Na dat gesprek zijn De Lint en Van
der Baan tevreden. „Hè hè, eindelijk iemand die
je gewoon thuis laat werken.”