interviews - Defence for Children

Transcription

interviews - Defence for Children
Right!
26 e jaargang, nummer 1, januari 2016
Tijdschrift voor de Rechten van het Kind
Aanpak
mensenhandel
Nieuw
asielbeleid
Nederland
voorzitter van Europa
Lobby voor
kinderrechten
Jeugdhulp:
Onterecht achter
gesloten deuren
Keita volgt Malala op
ACTIE!
VOORWOORD
‘ERKEN RECHT OP SOCIALE ZEKERHEID KINDEREN’
Als het aan de Tweede Kamer ligt krijgen kinderen vooralsnog geen
zelfstandig recht op sociale zekerheid. Een voorstel van GroenLinks
en SP daartoe is in december verworpen. Staatssecretaris
Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zei een dag
eerder bij de overhandiging van een petitie van Defence for Children
en Save the Children ook al dat een zelfstandig recht op sociale
zekerheid haar te snel gaat.
In Nederland groeien bijna 400.000 kinderen op in gezinnen met een laag inkomen.
Zij hebben vaker dan gemiddeld
­gezondheidsproblemen en een lager
opleidingsniveau. Ook lopen deze kinderen een twee keer zo hoog risico om
op latere leeftijd weer in de armoede
terecht te komen. Daarom riepen Defence
for Children, Save the Children, SP en
GroenLinks het kabinet gezamenlijk op
om kinderen een zelfstandig recht op
sociale zekerheid te geven. Dat kan door
het voorbehoud op artikel 26 van het
VN-Kinderrechtenverdrag in te trekken.
Nederland heeft het verdrag geratificeerd,
maar heeft daarbij als enige land in de
wereld een uitzondering gemaakt voor het
bewuste artikel over toegang tot sociale
zekerheid. Het VN-Kinderrechtencomité
heeft Nederland om die reden meermaals een rode kaart gegeven en de
Nederlandse regering verzocht het voorbehoud in te trekken.
VN-Kinderrechtenverdrag
Maartje Berger van Defence for Children
is teleurgesteld dat de Tweede Kamer
het voorbehoud in stand wil houden.
“Het gaat ons erom dat kinderen worden
erkend als zelfstandig rechtssubject en
dat zij een beroep kunnen doen op sociale
zekerheid. Desondanks zijn wij tevreden
dat armoedebestrijding weer in de belangstelling staat, want in essentie is het doel
dat kinderen niet in extreme armoede
hoeven te leven en een bestaansminimum
hebben.”
Staatssecretaris Klijnsma wil nog wel het
gesprek aangaan met de organisaties over
het voorbehoud, maar wijst daarbij op
de juridische en politieke consequenties
van het intrekken van het voorbehoud.
Berger ziet het zonniger in, ondanks het
verworpen voorstel. “De consequenties
zijn niet zwart-wit. Net als bij volwassenen
zullen er voorwaarden moeten worden
gesteld aan het verstrekken van sociale
uitkeringen aan minderjarigen. Denk aan
kinderen die niet thuis wonen of aan
kinderen met ouders zonder inkomen.
Die nadere invulling is natuurlijk aan de
politiek”, aldus Berger. “Het respecteren
van het Kinderrechtenverdrag, zodat het
recht op sociale zekerheid ten gunste
komt van kinderen zelf, zou een mooie
eerste stap zijn.”
Inhoud
Actie!2
Right! Now4
Opmerkelijk7
EU-voorzitterschap: ‘Investeer in
de kinderen van Europa’
8
EU-voorzitterschap: Nederland
wil nieuwe koers asielbeleid
12
Gastcolumn
13
EU-voorzitterschap: “Je kunt
belastinggeld voor jeugd­instellingen
beter anders besteden” 20
Jeugdhulp: Onterecht achter
gesloten deuren
22
Kind in Rechtspraak25
Abraham Keita wint Internationale
Kindervredesprijs
Liberiaan Abraham Keita:
‘Ik zie een rol voor mijzelf’
26
Directeur Defence for Children:
‘Keita werkt solistisch en rust nooit’ 28
Cultuur31
All Right!32
Colofon
Right! is een uitgave van Defence for Children.
Januari 2016. Alle rechten voorbehouden.
Redactieadviesraad
Mariëlle Bruning (voorzitter), Goos Cardol,
Majorie Kaandorp, Jeannette Kok en
Adrianne van Rheenen.
Aan dit nummer werkten mee
Ivo Rodermans (coördinator), Alexandra
Barendsen (recht), Mirjam Blaak (tekst), Pien
Klieverik (tekst), Carrie van der Kroon (tekst)
Aloys van Rest (tekst), Celine Verheijen (tekst),
Ronny van de Water (tekst), Nulduizend
(opmaak), Stenco (druk)
Abonnementen (gratis) en adreswijzigingen
[email protected]
Postbus 11103, 2301 EC Leiden
ISSN: 0927-1333
© 2016
Europees feestje
Nederland is het komende half jaar voorzitter van de Europese Unie. Gaat dat iets
veranderen voor kinderen? Dat is afwachten. Europa heeft een langjarige lopende
agenda met prioriteiten. Die zijn in beton gegoten en laten zich samenvatten tot
banengroei, veiligheid, migratie en energie. De trend in Brussel en Straatsburg is
bovendien: we focussen op hoofdzaken, nationaal wat kan en Europees wat moet.
Of kinderen nog in dat plaatje passen is zeer de vraag.
De Europese Unie heeft het VN-Kinderrechtenverdrag niet getekend. Alleen
­soevereine landen kunnen dat verdrag ratificeren. Toch doen kinderrechten ertoe
in Europa. Zo is er een speciale functionaris aangesteld die in de gaten houdt of
EU-besluiten in lijn zijn met de rechten van het kind. Nieuwe initiatieven van
Nederland op gebied van kinderen zijn echter niet te verwachten. De macht van
de roulerende voorzitter is bovendien beperkt, omdat de dagelijkse leiding van
Europa in handen is van de Europese Commissie en de overleggen tussen regeringsleiders en staatshoofden onder leiding staan van EU-president Donald Tusk.
Als de Europese machinerie goed functioneert en de trein zonder oponthoud
doorrijdt, is het Nederlandse voorzitterschap in de ogen van velen een succes.
Weinig speelruimte dus.
Toch heeft het Nederlandse voorzitterschap voordelen. De Nederlandse regering kan achter de schermen accenten leggen en is dat ook van plan. Ten eerste
springt het asieldossier in het oog. Het komende half jaar zal Nederland het
proces begeleiden richting één Europees asielbeleid. Dat moet wat mij betreft een
race worden naar de absolute top, met goede opvangfaciliteiten voor kinderen
in héél Europa en garanties dat het belang van het kind voorop staat in de asiel­
procedure. In dit nummer van Right! besteden we aandacht aan die plannen.
Wat kunnen we verder verwachten? Welnu, spectaculair is het niet, maar
Nederland wil dat de Europese lidstaten goede praktijkvoorbeelden en data
uitwisselen over armoedebestrijding. Dat doen ze al, maar het kan volgens het
kabinet nog iets beter. Mogelijk goed nieuws voor kinderen die in armoede leven
dus. Tot slot wil het kabinet de Europese bestrijding van mensenhandel een extra
impuls geven. Hoe, dat staat in dit nummer van Right. We staan daarnaast stil
bij de Europese ambitie om het aantal kinderen dat in instellingen woont, terug
te dringen. Ook in Nederland is die discussie actueler dan ooit, omdat kinderen
soms zonder tussenkomst van de rechter worden opgesloten in behandelcentra.
Dat is strijd met het recht. U leest er alles over.
Hoe het Nederlandse voorzitterschap zal uitpakken voor kinderen wachten we af.
Gelukkig hebben we alvast een internationaal feest te vieren. Abraham Keita, een
17-jarige jongen uit Liberia, is uitgeroepen tot winnaar van de Kindervredesprijs
2015. Hij is vrijwilliger bij Defence for Children. Dat laten we niet onbesproken!
Keita, van harte!
Mariëlle Bruning,
Voorzitter redactieadviesraad Right! en
hoogleraar jeugdrecht aan de Universiteit Leiden
2 Right!
3 Right!
Right! Now
‘MINDERJARIGEN WACHTEN TE LANG OP UITSPRAAK RECHTER’
Uithuisplaatsing: kinderen niets te zeggen
Dat het Openbaar Ministerie (OM) overbelast is, is bekend. Maar soms duurt het
wel héél lang voordat een minderjarige
verdachte voor de rechter verschijnt.
Een winkeldief uit Amsterdam moest bijna
drie jaar wachten. Onwenselijk, vindt
Defence for Children. De organisatie wil
daarom dat verdachten vrijuit kunnen
gaan als het OM de vastgestelde ‘redelijke
termijn’ van zestien maanden overschrijdt.
Kinderen op hun vijftiende straffen voor
iets dat zij op hun twaalfde hebben
gedaan is voor hen onbegrijpelijk,
vindt Maartje Berger van Defence for
Children. “In het leven van een 12-jarige
winkeldief verandert in drie jaar tijd
veel. Om pedagogisch effect te hebben
op de minderjarige, is volgens het
VN-Kinderrechtencomité daarom een
snelle uitspraak noodzakelijk, binnen zes
maanden.”
De Hoge Raad is het oneens met Defence
for Children. Met het oog op de slacht­
offers kan ‘dadenloosheid van de justitiële
autoriteiten’ geen niet-ontvankelijkheid tot
gevolg hebben, vindt de Raad. Berger is
het daarmee in principe eens als het gaat
om zeer zware delicten. “Maar een groot
deel van de jeugdzaken is licht en heeft
te maken met pubergedrag. Minderjarige
verdachten mogen dan niet te lang in
onzekerheid blijven over mogelijke strafvervolging. Ook het slachtoffer heeft er
weinig voordeel bij als een zaak lang blijft
liggen”, zegt Berger. “Daar komt bij dat
een strafblad van de minderjarige pas telt
op de dag van de uitspraak. Dat heeft dan
zeer nadelige gevolgen bij het aanvragen
Vooral jonge kinderen hebben niets te
zeggen als zij uit huis worden geplaatst.
In rechtszaken wordt niet naar hun mening
gevraagd. Dat blijkt uit onderzoek van de
Universiteit Leiden.
De Universiteit Leiden analyseerde
322 rechtszaken. In 57 zaken waren
kinderen jonger dan 12 jaar betrokken,
waarvan slechts twee kinderen participeerden in de procedure. Dat was op
4 Right!
de kinder­rechter duren gemiddeld
8,5 minuut. Mede door de korte duur van
het gesprek en de onduidelijkheid van het
doel, worden ­relevante vragen soms niet
gesteld, concluderen de onderzoekers.
Of de mening van het kind meetelt in de
beslissing van de rechter blijft meestal
in het midden. De onderzoekers pleiten
daarom voor transparantie in de beschikking en voor een betere terugkoppeling
naar het kind.
Illustratie: Wim Stevenhagen
GEZINSLOCATIE ONGESCHIKT VOOR GEHANDICAPTE AMIR
van een Verklaring Omtrent Gedrag.”
Berger wil dat rechters het OM veel vaker
niet-ontvankelijk verklaren indien de
termijn van zestien maanden wordt overschreden bij minderjarigen die verdacht
worden van lichte strafbare feiten, zodat
er een stok achter de deur is om deze
zaken sneller voor te leggen.
Om lange wachttijden terug te dringen is
Defence for Children daarnaast voorstander van alternatieve interventies, zoals
bemiddelings- en herstelrechtinterventies.
Berger licht toe: “Je kunt dingen soms
ook buiten de rechter om rechttrekken.
Dat is niet alleen sneller, maar vaak ook
efficiënter.”
MASSALE OPROEP VOOR KINDVRIENDELIJKE OPVANG
Ruim 150 organisaties hebben de Neder­
landse regering op 20 ­november opge­
roepen tot betere opvang voor minderjarige
vluchtelingen. De organisaties pleiten
voor kleinschalige opvang­locaties, geen
ver­huizingen, ondersteuning van ouders bij
de zorg voor hun kinderen, goed geregeld
onderwijs, kinderactiviteiten en psycho-­
eigen verzoek of via de advocaat. Jongere
kinderen kunnen ook op verzoek van de
rechter om hun mening worden gevraagd,
maar dat laatste gebeurt dus niet of
nauwelijks.
Kinderen die uit huis worden geplaatst
en ouder zijn dan twaalf jaar, worden
in Nederland altijd uitgenodigd bij de
kinderrechter om hun kant van het
verhaal te vertellen. Maar ook zij komen
er bekaaid vanaf. De gesprekken met
sociale hulp voor kinderen met trauma’s.
Momenteel wonen ruim 10.000 gevluchte
kinderen in de asielopvang in Nederland.
De huidige opvang van deze kinderen is in
meerdere opzichten niet toereikend, vinden
de organisaties. “Op dit moment lopen
kinderen schade op door tekortschietende
opvang”, zegt kinderrechtendeskundige
Karin Kloosterboer, voorzitter van de
Werkgroep Kind in azc, die het initiatief
nam voor de oproep. “Het gaat vaak om
kinderen die al veel hebben meegemaakt
en soms getraumatiseerd zijn door oorlog
en de gevaarlijke reis die ze achter de rug
hebben. Zij verdienen het om hier tot rust te
komen, stabiliteit te vinden en kind te zijn.”
De 8-jarige Amir heeft een zware handicap, maar krijgt op de gezinslocatie in
Emmen, waar asielzoekersgezinnen
worden opgevangen, niet de zorg die
hij nodig heeft. Dat moet anders, vindt
Defence for Children.
Amir kwam vier jaar geleden met zijn
familie uit Afghanistan naar Nederland.
Hij heeft een zeldzame en progressieve
stofwisselingsziekte, zit in een rolstoel
en kan niet zelfstandig eten. Amir heeft
ook epilepsie en een groeiachterstand.
De gezinslocatie in Emmen is echter niet
geschikt voor het leveren van zorg aan
Amir. De thuiszorg kan hem bijvoorbeeld
niet helpen met douchen, omdat dit door
het gebrek aan voorzieningen onverantwoord is voor de medewerkers.
Martine Goeman van Defence for Children
maakt zich grote zorgen. “Aan de belangen van gehandicapten kinderen wordt
onvoldoende gewicht toegekend bij het
regelen van geschikte opvang. Voor Amir
dreigt een inhumane en gevaarlijke situatie. Nederland moet aan hem – en aan alle
andere asielkinderen met een handicap –
de veilige opvang bieden waarop hij op
grond van het VN-Kinderrechtenverdrag
recht heeft”, aldus Goeman.
Defence for Children steunt Amir bij zijn
verblijfs­rechtelijke procedure en bij de
procedure over speciale voorzieningen in
de opvang.
MINDERJARIGE ZEDENSLACHTOFFERS
te veel BEHANDELD ALS VOLWASSENEN
Slachtoffers van seksueel misbruik die
ouder zijn dan 12 jaar, worden door politie
en justitie te veel behandeld als volwassenen. Zo hoeven zedenrechercheurs,
officieren van justitie en rechters niet
gespecialiseerd te zijn in het horen van
minderjarigen, kunnen ­slachtoffers direct
worden ondervraagd door de advocaat
van de verdachte, worden rechtszaken niet
standaard achter ­gesloten deuren gehouden en wordt het aantal verhoren niet tot
een minimum beperkt. Dat schrijft Defence
for Children in het rapport ‘Minderjarige
slachtoffers van seksueel misbruik in het
strafproces’.
De benadering van minderjarige slacht­-
offers kan ertoe leiden dat zij ­overdonderd
worden, zich niet serieus genomen voelen
en ontmoedigd raken over het doen van
aangifte. De organisatie baseert haar
oordeel op een zorgvuldige analyse van
internationale en nationale regelingen en
op interviews met minderjarige ervaringsdeskundigen, ouders en professionals.
De onderzoekers komen tot de slotsom dat
de praktijk voor minder­jarige slachtoffers
vanaf 12 jaar niet voldoet aan het interna­
tionaal recht.
Minister Ard van der Steur van Veiligheid
en Justitie heeft toegezegd het rapport
grondig te ­bestuderen. Hij noemt het
belang van de kwestie ‘evident’.
5 Right!
Right! Now
Platform: ‘Geef lessen over mensenrechten’
Het Platform Onderwijs 2032 wil dat
mensenrechten een prominente plek
krijgen in het lesprogramma op scholen.
Dat schrijft het platform deze maand in
een advies aan staatssecretaris Dekker
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Het Platform schrijft in haar advies dat
Nederlandse scholen op dit moment
relatief weinig doen aan ‘burgerschap’ in
hun lessen. Die stellingname is gebaseerd
op gesprekken met leraren, leerlingen,
ouders, ondernemers, wetenschappers
en andere belangstellenden. Scholen zijn
al wel verplicht om aandacht te geven
aan burgerschap, maar het Platform vindt
dat de overheid de kern daarvan beter
moet omschrijven en dat mensenrechten
expliciet moeten worden benoemd als
onderdeel van het curriculum. ‘In een
cultureel diverse samenleving, waarin
het belang van traditionele verbanden
is teruggedrongen, is het nodig dat
het onderwijs daar meer aandacht aan
besteedt’, aldus het advies. Het Platform
Mensenrechteneducatie, een ander platform waar Defence for Children deel van
uitmaakt, lobbyt al langer voor lessen over
mensen- en kinderrechten op alle scholen.
Pien Klieverik van Defence for Children is
dan ook blij dat het Platform Onderwijs
2032 nu ook een prominente plek voorstelt voor mensenrechten in het onderwijs.
“Dit advies geeft goede moed.”
‘BESTRIJD RADICALISERING door JONGEREN te leren vECHTEN’
Ouders, leraren en sociaalwerkers moeten
jongeren leren om vreedzaam te vechten
voor hun idealen. Door actief naar hun
ideeën te vragen en jongeren te leren met
tegenstellingen om te gaan, kan radicali­
sering en geweld worden beteugeld.
Dat zei pedagoog Micha de Winter op
19 november in zijn Mulock Houwerlezing.
De Winter vindt dat jongeren in de hedendaagse samenleving te weinig ruimte
krijgen om zich te verzetten. “Hoe voeden
wij kinderen op en met welk doel? Zijn
we bezig om jongeren op een slimme
manier onmondig te maken of menen
we serieus dat we hen een stem willen
geven? Naar mijn idee is opvoeding nu
vooral gericht op rust en orde brengen
en veel minder op echte participatie.
Niemand durft naar de idealen van jongeren te vragen, bang als we zijn voor het
antwoord. Juist dat leidt tot radicalisering.
Wie daarentegen als kind leert om vreedzaam te vechten, hoeft niet te pesten,
te radicaliseren of andersdenkenden te
vernederen of te doden.”
Micha de Winter is naast hoogleraar
­pedagogiek aan de Universiteit Utrecht
ook voorzitter van de commissie Geweld
Jeugdzorg, die momenteel onderzoek
doet naar geweld in tehuizen en pleeggezinnen vanaf de bevrijding tot nu. Zijn
lezing met als titel ‘Mulock Houwer en
het Maagdenhuis: over de opvoeding
van competente rebellen’ verschijnt in
het voorjaar als boekje.
6 Right!
Laat vluchtelingenkinderen niet zo lang in spanning zitten en laat
hen onderwijs volgen op een normale school. Deze en veertien
andere adviezen van asielkinderen zijn opgetekend door de
Werkgroep Kind in azc. Tweede Kamerleden en opvangcentra
voor vluchtelingen ontvangen deze maand een poster met alle
adviezen erop.
Heet hangijzer voor de kinderen zijn de vele verhuizingen van
opvangcentrum naar opvangcentrum en het soms jarenlange
wachten op een besluit over de verblijfsvergunning. Daarnaast
willen de kinderen liever naar een gewone school in plaats van
lessen te volgen op een azc-school. Andere adviezen gaan
bijvoorbeeld over meer privacy, betere wifi, huiswerkruimten,
het verstrekken van identiteitsbewijzen aan minderjarigen en het
instellen van een vertrouwenspersoon. De kinderen vinden het
verder heel belangrijk dat medewerkers van het opvangcentrum
vragen hoe het met hen gaat. Ze willen ook kunnen meepraten
en hun mening geven over belangrijke dingen.
Op de poster is de 16-jarige Akhrat Selevani behangen met postit-briefjes, waar de adviezen van kinderen op zijn geschreven.
Selevani komt oorspronkelijk uit Irak en heeft in tien verschillende
opvangcentra gewoond. Zij maakt zich al jarenlang sterk voor
betere opvangfaciliteiten voor kinderen.
Blader naar bladzijde 11 om de poster te bekijken.
Gestraft voor betaalde seks
Sinds 2000 zijn 61 mensen veroordeeld voor betaalde seks met
een 16- of 17-jarige. In totaal waren bij het OM 177 verdachten
bekend. Dat blijkt uit het rapport ‘De klant erbij’ van de Nationaal
Rapporteur Mensenhandel. Hoeveel mensen zich schuldig
maken aan betaalde seks met een 16- of 17-jarige, is onbekend.
TEN KATE WINT JAAP DOEK KINDERRECHTENSCRIPTIEPRIJS
Yvonne ten Kate heeft in december de
Jaap Doek Kinderrechtenscriptieprijs
gewonnen voor haar scriptie ‘Oost west,
thuis best? Een analyse van de ­herijking
van het beleid voor alleenstaande
minderjarige vreemdelingen’. De prijs
wordt jaarlijks uitgereikt door Defence for
Children en de Afdeling Jeugdrecht van
ASIELKINDEREN GEVEN ZELF
ADVIES VOOR BETERE OPVANG
de Universiteit Leiden en bestaat uit een
bedrag van 1.000 euro en een bezoek aan
het VN-Kinderrechtencomité in Genève.
De scriptie van Ten Kate gaat over één van
de weinige regeling in het Nederlandse
vreemdelingenrecht die specifiek is gericht
op minderjarigen. Het in 2013 ‘herijkte’
beleid ten aanzien van deze groep heeft
veel onduidelijkheid veroorzaakt. Ten Kate
doet aanbevelingen om de regeling in
overeenstemming te brengen met het
internationaal en Europees juridisch kader.
Juryvoorzitter Jaap Doek roemt de goed
onderbouwde eigen visie van Ten Kate.
De Universiteit Leiden beloonde de
masterscriptie eerder al met een 8,5.
opmerkelijk
haarvaten
Kinderen voor Kinderen zit in de haarvaten van onze samenleving. Het liedjesfestijn laat zien wat kinderen door de jaren
heen bezighoudt. Dit jaar zijn dat Márcia en Gláucio. Deze
tieners dreigden eind augustus uitgezet te worden naar
Angola, een land dat zij niet kennen. Het liedje ‘Waarom moet
ze gaan’ is op hen geïnspireerd en gaat over kinderen die
zich hier als een vis in het water voelen. In de videoclip is een
rolletje weggelegd voor Johnny de Mol. Tijdens de uitreiking
van de Televizierring riep de presentator op tot verdraagzaamheid, meer respect en meer liefde voor vergeten kinderen in de opvang. Vandaar.
Het refrein zegt alles over de kinderpardonregeling: ‘Waarom
moet ze weg, hier is toch haar thuis, ze woont in Nederland.’
Met andere woorden: Kinderen voor Kinderen voelt haarfijn aan dat de regeling niet deugt. Van alle aanvragen van
gewortelde kinderen is maar liefst 98 procent afgewezen.
De criteria zijn zó streng en tegelijk zó algemeen, dat de
staatssecretaris met gemak de ene na de andere afwijzing
kan produceren. We zijn dus terug bij af. Daarom heeft
Defence for Children een meldpunt geopend. Wij willen alle
afgewezen kinderen samenbrengen en hen één stem geven
voor een echte oplossing.
Hopelijk kan het kinderkoor dan
volgend jaar zingen: ‘Ik mag hier
bestaan, dit is nu mijn thuis, het
fijne Nederland’.
Aloys van Rest
directeur Defence for Children
[email protected]
‘IRAANSE VN-KINDERRECHTENACTIVISTEN MOETEN VRIJ’
Defence for Children is samen met negen
andere kinderrechtenorganisaties een
internationale campagne gestart om
Atena Daemi en Saeed Shirzad uit de
gevangenis te krijgen. Deze twee Iraniërs
zitten een gevangenisstraf uit van veertien
respectievelijk vijf jaar vanwege het vreedzaam verdedigen van kinderrechten.
Aloys van Rest, directeur van Defence
for Children, noemt de veroordelingen
van de activisten ‘absurd’. “Iran heeft het
VN-Kinderrechtenverdrag geratificeerd
en erkent dus de rechten van kinderen.
Als Iraniërs vervolgens opkomen voor
kinderen in benarde situaties, dan belanden zij achter de tralies. Dat is volstrekt
­onnavolgbaar en ontoelaatbaar.”
De campagne bestaat onder meer uit een
online petitie die op avaaz.org kan worden
getekend.
7 Right!
EU-voorzitterschap
Europese lobby voor kinderen in armoede
‘INVESTEER IN
DE KINDEREN VAN EUROPA’
Een op de vier kinderen in de Europese Unie loopt het risico op
te groeien in armoede. Eurochild, het netwerk van Europese kinder­
rechtenorganisaties zet zich al jarenlang in voor bestrijding van
armoede onder kinderen in Europa. Right! sprak met de secretarisgeneraal van Eurochild, Jana Hainsworth, over het aankomend
EU-voorzitterschap van Nederland.
O
ngeveer een vijfde van de bevolking van de EU-lidstaten
is jonger dan 18 jaar. Een op de vier kinderen in de
Europese Unie loopt het risico op te groeien in armoede.
Dat zijn 26 miljoen kinderen met verminderde ontwikkelingskansen. Kinderen die in armoede opgroeien, doen het
minder goed op school, hebben een minder goede gezondheid
en zullen als ze volwassen zijn vaak niet hun volledige potentieel kunnen benutten. Dit vraagt om speciale aandacht voor
kinderen in de armoedebestrijding op nationaal en Europees
niveau. Eurochild, een netwerk van bijna 130 kinderrechtenorganisaties pleit al jaren op Europees niveau voor een kinderrechtenbenadering van het armoedevraagstuk.
Vanaf 1 januari 2016 is Nederland voor een half jaar voorzitter
van de Raad van de Europese Unie. De prioriteiten in Europa
liggen vast. Die staan in de Strategische Agenda die in juni 2014
is vastgesteld. De prioriteiten zijn: werkgelegenheid, groei van
de economie, klimaatverandering, energieopwekking, vluchtelingen, veiligheid, recht én Europa als sterke mondiale speler.
Tijdens het voorzitterschap wil Nederland de Europese Unie op
alle prioriteiten een stap verder brengen. Het kabinet ziet zichzelf daarbij als een efficiënte bemiddelaar die compromissen
kan smeden tussen de 28 lidstaten. “Die positie van spil in het
proces geeft Nederland uiteindelijk ook meer invloed”, schrijft
het kabinet in haar visiestuk over het voorzitterschap. “Het half
jaar dat Nederland het roulerend voorzitterschap bekleedt, biedt
8 Right!
Door Mirjam Blaak en Pien Klieverik
kansen om te werken aan een Unie die zich richt op hoofdzaken,
die door innovatie groei en banen schept en die verbinding
aangaat met samenlevingen.” De manier waarop Nederland het
voorzitterschap invult, past bij het groeiend aantal Europeanen
dat vindt dat de Europese instituties een stap terug moeten
doen. Voor meer regels of nieuw beleid is weinig ruimte. In die
werkelijkheid opereert Jana Hainsworth.
Ziet u toch mogelijkheden om in Europa iets te bereiken
voor kinderrechten?
“Kinderrechten zijn geen geïsoleerd onderwerp, maar een
beleidsaspect op meerdere terreinen, net zoals genderbeleid
of de rechten van mensen met een beperking. Voor belangengroepen die werken met dit soort thema’s is het daarom
moeilijk om hun onderwerp tot prioriteit van beleid te maken
bij de Europese Commissie. Op het gebied van kinderrechten
is er desondanks al veel werk gedaan dat nog altijd als leidraad
dient, bijvoorbeeld als het gaat om preventie van geweld tegen
kinderen, kindvriendelijke rechtssystemen of participatie van
jongeren. Nederland vindt als aanstaand voorzitter net als de
Europese Commissie dat Europa moet werken met wat ze al
heeft, in plaats van nieuwe strategieën voor te stellen. Ze willen
de agenda versmallen en focussen op de essentie. Doordat
Nederland subsidiariteit – dat is het principe dat Europa geen
dingen doet die lidstaten zelf kunnen – zeer serieus neemt,
denk ik dat kinderrechten buiten de scope van Europa kunnen
Paspoort
Naam: Jana Hainsworth Opleiding: Milieu en beleidsontwikkeling aan de Sussex
University en een academische graad Natuurwetenschap aan
de Universiteit van Durham. Werk: Secretaris-generaal bij Eurochild (vanaf 2006).
Daarvoor onder meer onderzoeker bij Ecorys, coördinator
bij AVSO en redacteur bij communicatiebureau GOPA.
vallen. Dat gezegd hebbende is armoedebestrijding bijvoorbeeld
wel één van de sub-prioriteiten tijdens het voorzitterschap van
Nederland.”
De grootste uitdaging voor Nederland zal migratie en
de vluchtelingenkwestie zijn. Dat staat bovenaan de agenda.
Krijgt Nederland als voorzitter eigenlijk genoeg ruimte om
de asielagenda te bepalen?
“Het zal niet meevallen om in een periode van zes maanden
grote impact te hebben, maar de voorzitter kan wel invloed
hebben op de toon en de manier waarop specifieke onderwerpen worden aangepakt. Ik hoop dat Nederland wat dat
betreft onze bondgenoot wil zijn bij het beschermen van kinderrechten en het voorop stellen van het belang van het kind.
We zouden graag zien dat Nederland als voorzitter benadrukt
dat elke minderjarige die als vluchteling Europa binnenkomt
voor alles kind is met dezelfde rechten als ieder ander kind en
dan pas een vluchteling. We moeten ervoor zorgen dat vluchtelingenkinderen goed worden opgevangen en een goed leven
kunnen opbouwen, anders zijn de consequenties voor de
Europese Unie niet te overzien.”
Heeft het VN-Kinderrechtenverdrag daarbij enige betekenis,
aangezien Europa geen verdragspartner is?
“Indirect zeker. Ten eerste hebben alle 28 EU-Lidstaten het
VN-Kinderrechtenverdrag geratificeerd. Ten tweede heeft
Europa in het Verdrag van Lissabon de bescherming van de
rechten van kinderen tot een wettelijke doelstelling gemaakt.
Daarmee erkent Europa dat het beleid en de wetgevingskaders die Europa produceert, coherent moeten zijn met
het VN-Kinderrechtenverdrag. Ook in het Handvest van de
Grondrechten van de EU staat dat het belang van het kind een
eerste overweging moet zijn in EU-beleid dat kinderen aangaat.
Kinderrechten mogen dan ook geen marginaal onderwerp zijn
in Europa. Daar zijn ook sterke economische argumenten voor.”
Wat is er tot nu toe bereikt voor kinderen die in Europa
in armoede op moeten groeien?
“Het was ons al eerder gelukt om armoede onder kinderen hoog
op de agenda van de Europese Commissie te krijgen. In 2013 is
een ‘aanbeveling’ aangenomen over het investeren in kinderen
in achtergestelde posities. Deze aanbeveling erkent kinderen als
zelfstandige rechtssubjecten. Ook onderstreept de aanbeveling
het cruciale belang voor de toekomst van Europa om achterstand van gezinnen die van generatie op generatie doorgaat, te
doorbreken. Zo’n aanbeveling is geen wet, maar is wel het meest
krachtige niet-wettelijke instrument dat Europa in huis heeft.
De bedoeling is dat lidstaten de aanbeveling implementeren
en dat zij geld uit het Europees Sociaal Fonds gebruiken voor
armoedebestrijding. Het aannemen van de aanbeveling was een
succes, maar tegelijk slechts het begin. We zien dat het nog niet
het gewenste effect heeft. Er is nog veel meer nodig. Toch helpt
9 Right!
de aanbeveling nationale kinderrechtenorganisaties om hun
regeringen te beïnvloeden. En dat is hard nodig, vooral nu we zien
dat sommige regeringen bezuinigen op zaken als onderwijs en
opvoedingsondersteuning.”
Begin december 2015 ondertekenden 428 Europarlemen­
tariërs een verklaring waarin ze de Europese Unie en alle
lidstaten oproepen om te investeren in kinderen. Dat een
ruime meerderheid van de Europese parlements­leden
de verklaring heeft ondertekend is een historische mijlpaal.
Wat betekent dit?
“Het Europees Parlement laat luid en duidelijk horen dat we
moeten investeren in kinderen. Met de verklaring voelen wij
ons gesteund in de pleitbezorging richting de lidstaten en de
Europese Commissie. Zij moeten de boodschap op gaan pakken
en daadwerkelijk stappen gaan zetten om armoede onder
­kinderen in Europa te stoppen. De massale ondertekening van
de verklaring betekent ook een enorme steun voor alle organi­
saties in Europa die zich inzetten voor het welzijn van kinderen
en die willen dat armoede effectief bestreden wordt.”
Welke rol kan Nederland als EU-voorzitter hierbij spelen?
“Nederland wil tijdens het voorzitterschap kennisuitwisseling
over armoedebeleid tussen lidstaten stimuleren en zo van elkaar
leren. Ze zijn dus niet voor een top-down-aanpak, maar willen
wel graag de doelstellingen voor armoedebestrijding halen.
We kunnen samenwerken in de bestrijding van armoede onder
kinderen door het maximale te halen uit het onderlinge leerproces tussen lidstaten.”
Uitwisseling van ideeën is toch iets anders dan Europees
beleid maken?
“Zeker. Het Nederlandse voorzitterschap ziet voor zichzelf een
beperkte rol om overeenstemming te bereiken over het terugdringen van armoede, maar dat maakt het wel bereikbaar.
In die zin is er een extra opening om gedurende het voorzitter­
schap armoede bij kinderen te agenderen bij de Europese
Commissie en bij alle lidstaten. En ook om te benadrukken hoe
belangrijk het is kinderen centraal te stellen in het Europese en
­nationale armoedebeleid. Het gaat zoals gezegd om uitwisseling
van goede voorbeelden. Daartoe kan de Nederlandse regering
het komende half jaar de hulp van Eurochild en Nederlandse
­maatschappelijke organisaties inzetten. Het opzetten van
­structurele activiteiten voor het delen van ervaringen tussen
­lidstaten ten aanzien van armoedebestrijding onder kinderen,
zou een positieve eerste stap zijn.”
Dit is
kindvriendelijke
opvang!
VERKLARING VAN 428 LEDEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT
De verklaring die 428 leden van het Europees Parlement
(totaal: 751 leden) ondertekenden, luidt als volgt:
0042/2015
Schriftelijke verklaring, overeenkomstig artikel 136 van het
Reglement van het
Parlement, over investeren in kinderen
10 Right!
Fotografie: Hans Moolenaar | Ontwerp: Designink.nl
1Een vijfde van de bevolking van de EU is jonger dan 18.
2Kinderen en jongeren worden disproportioneel getroffen door
armoede. Zelfs al voor de financiële crisis waren de armoedeniveaus onder kinderen onaanvaardbaar hoog. Ondanks
toezeggingen om hier iets aan te zullen doen, wordt nu meer
dan een op de vier kinderen (27,7%) in de EU bedreigd met
armoede of sociale uitsluiting.
3Het macro-economisch beleid moet vooral tot doel hebben
kinderen en de gezinnen waarin zij leven te beschermen en
te vrijwaren tegen de gevolgen van maatregelen gericht op
het reduceren van de tekorten.
4De Commissie wordt in dit verband verzocht te overwegen in
de sociale dimensie van de Economische en Monetaire Unie
een specifieke en bindende indicator op te nemen betreffende
het aantal kinderen dat met armoede of sociale uitsluiting
wordt bedreigd.
5De Commissie zou er daarnaast bij de lidstaten op moeten
aandringen specifieke nationale (onder)doelstellingen vast te
stellen voor het terugdringen van armoede en sociale uitsluiting
bij kinderen, teneinde bij te dragen aan de verwezenlijking van
de doelstelling voor armoedereductie van Europa 2020.
6De Raad wordt verzocht de lidstaten ertoe aan te zetten alle
EU-financieringen en alle andere beschikbare instrumenten
te gebruiken voor het ten uitvoer leggen van de aanbeveling
van de Commissie “Investeren in kinderen: de vicieuze cirkel
van achterstand doorbreken”; verder zou de Commissie een
routekaart moeten opstellen en indicatoren betreffende het
welzijn van kinderen moeten ontwikkelen, in overeenstemming
met de aanbevelingen.
7Deze verklaring, met de namen van de ondertekenaars, wordt
toegezonden aan de Raad en de Commissie.
De verklaring is een initiatief van elf leden van het Europees
Parlement en wordt ondersteund door Eurochild in samen­
werking met de EU Alliance for Investing in Children, een
samenwerkingsverband van meer dan 20 Europese netwerken
die zich inzetten voor het welzijn van kinderen en het stoppen
van armoede. Het moet een impuls geven aan de implementatie
van de Aanbeveling van de Europese Commissie: “Investeren
in kinderen: de vicieuze cirkel van achterstand doorbreken”
De aanbeveling is gericht op een holistische aanpak en onderscheidt drie beleidsdomeinen die fundamenteel zijn om armoede
onder kinderen te bestrijden: (1) toegang tot toereikende middelen, (2) toegang tot voorzieningen van goede kwaliteit en (3)
kansen en participatie van kinderen.
Zie voor meer informatie over de verklaring: http://www.eurochild.org
Tell me!
Voor en over kinderen
in asielzoekerscentra
www.kind-in-azc.nl
www.tell-me.nl
EU-VOORZITTERSCHAP
Nederland wil nieuwe koers
‘BILLIJKE VERDELING VAN
ALLE ASIELAANVRAGEN’
De situatie van vluchtelingen is nijpender dan ooit. Nederland wil
daarom als voorzitter van de Europese Unie toe naar herverdeling
van alle vluchtelingen over de lidstaten. Ook moet er meer geld
naar opvanglocaties buiten Europa en wil Nederland één Europese
asielprocedure. Een ingrijpend voorstel. O
ngeveer één op de vier vluchtelingen in Europa is minderjarig.
Zij komen vaak via gevaarlijke en
illegale routes. Soms alleen, soms
met hun ouders. De komst van vluchte­
lingen leidt aan de Europese buitengrenzen tot chaotische situaties. Kinderen
slapen soms letterlijk in de modder en
ook de gammele bootjes blijven varen
én slachtoffers eisen. Het aangespoelde
lichaam van de 3-jarige Aylan Kurdi staat
bij iedereen nog vers op het netvlies.
Om de ergste nood aan de buitengrenzen
te lenigen, besliste een aantal Europese
lidstaten afgelopen september bij meerderheid tot herverdeling van 160.000
vluchtelingen uit Italië en Griekenland,
de landen die de meeste vluchtelingen
te verwerken krijgen. Het hervestigings­
programma is al in werking getreden,
maar sommige landen verzetten zich
ertegen. Zo is Slowakije naar het Europees
Hof van Justitie gestapt om de verdeelsleutel aan te vechten. Het land heeft de
opdracht gekregen om 802 mensen over
te nemen. Ter vergelijking: Nederland zal
7.214 overnemen en Duitsland 31.443.
Het Nederlandse kabinet schrijft aan de
12 Right!
Tweede Kamer dat tijdens het Europese
voorzitterschap ‘moet worden doorgezet met de tenuitvoerlegging van de
maatregelen’. Nog los van het verzet van
voornamelijk Oost-Europese lidstaten
tegen de verdeling, is dat nog geen sinecure. Het maken van de eerste schifting
in de nieuwe Europese aanmeldcentra
verloopt vooralsnog moeizaam. Om in
aanmerking te komen voor het hervestigingsprogramma moeten migranten in de
centra een soort ‘Europese asielaanvraag’
indienen. Behandeling duurt ongeveer
twintig dagen. De toegewezen vluchtelingen mogen vervolgens niet zelf bepalen
naar welk land zij gaan. In de praktijk
besluiten mensen daarom veelal om
direct naar een populair land te reizen en
daar via de gangbare methode asiel aan
te vragen. De Dublinverordening, waarin
twaalf Europese landen in 1990 hebben
afgesproken dat het eerste land waar een
vluchteling een asielaanvraag indient dat
verzoekt in behandeling moet nemen,
is op sterven na dood sinds het aantal
vluchtelingen in Europa flink is gestegen.
Mensen worden nu minder vaak teruggestuurd als zij verder reizen. De historische
Door Ivo Rodermans
woorden ‘Wir schaffen das’ van de Duitse
bondskanselier Angela Merkel doen de rest.
DISPROPORTIONEEL
Of in Europa draagvlak bestaat om de
herverdeelmaatregel beter uit te voeren
of zelfs uit te breiden in 2016, is de
vraag. Niet de aankomstlanden, maar
de bestemmingslanden krijgen immers
de meeste asielaanvragen te verwerken.
Duitsland heeft zodoende straks niet
alleen de meeste ‘doorreizers’, maar ook
de meeste ‘herverdelers’ binnen haar
landsgrenzen. Volgens Martin Schultz,
voorzitter van het Europees Parlement,
moet het mogelijk zijn om één miljoen
mensen te herverdelen over de lidstaten.
Premier Mark Rutte benadrukt daarentegen dat in eerste instantie ‘de stroom
zeer, zeer, zeer naar beneden moet’. Hij
heeft andere voorstellen in zijn achterzak.
Wie dacht dat het blijft bij de herverdeling
van 160.000 vluchtelingen over de lidstaten én bij de afspraken met Turkije over
opvang in de regio, heeft het dus behoorlijk mis. De grootste hervorming ligt nog
in het verschiet. Het idee van Nederland is
niet om de bestaande noodmaatregel uit
te breiden, maar om een nieuwe verdeelsleutel te introduceren voor álle vluchtelingen over álle lidstaten.
“De huidige situatie, waarin een handvol
lidstaten disproportionele lasten draagt,
terwijl anderen uit de wind blijven, kan
niet gehandhaafd worden”, schrijft het
kabinet in het brief over de Europese
asielproblematiek. “De enige oplossing
is dan ook een billijke verdeling van álle
asielaanvragen die worden ingediend
in de EU volgens een bindende bijdrage
per lidstaat, rekening houdend met
de absorptiecapaciteit van een land.
Dat betekent dat waar een aanvraag in
Griekenland kan leiden tot opvang in
Duitsland of Nederland, dit omgekeerd
ook het geval moet zijn. De lidstaat waar
de aanvraag voor Europese bescherming
wordt gedaan moet irrelevant zijn voor
de beslissing in welke lidstaat de uiteindelijke opvang vorm zal krijgen.”
Het kabinet Rutte staat niet alleen in
haar wens tot een drastische hervorming.
In het werkprogramma van de Europese
Commissie staat klip en klaar dat in 2016
de Dublinverordening wordt herzien. “Het
aanpakken van de vluchtelingencrisis
en het beheren van de migratiedruk aan
onze buitengrenzen is op dit moment
de belangrijkste prioriteit voor de Unie”,
schrijft de Commissie. “De crisis heeft
uitgewezen dat we naast de onmiddellijke
maatregelen het Europees asielstelsel en
de wijze waarop we onze gemeenschappelijke buitengrenzen beheren, grondig
tegen het licht moeten houden. We zullen
voorstellen presenteren voor een gestructureerd hervestigingsstelsel.”
BUITEN EUROPA
Het is aan Nederland om de discussie over
een Europees asielbeleid op te starten
en in goede banen te leiden. In een brief
aan de Tweede Kamer over de Europese
asielproblematiek neemt het kabinet
alvast een schot voor de boeg hoe ze zich
dat voorstelt. Nederland wil allereerst het
aantal vluchtelingen reduceren door hen
opvang te bieden in veilige derde landen
buiten Europa. “Een uitzichtloos verblijf
in opvangkampen en geïmproviseerde
verblijven moet worden vervangen door
opvang in belangrijke transitlanden in
veilig en adequaat toegeruste gastgemeenshappen van meer structurele aard”,
aldus de brief. Het kabinet wil derde
landen overhalen om mee te werken door
lokaal te investeren in infrastructuur en
bedrijven, gecombineerd met de mogelijkheid tot hervestiging van vluchtelingen
naar Europa ‘als overdrukventiel op de
regionale veilige opvang’. De UNHCR,
de vluchtelingenorganisatie van de
Verenigde Naties, moet na registratie
van de vluchtelingen de voordrachten
voor haar rekening gaan nemen. “Dat
­programma kan uitgaan van een vast­
gesteld quotum per jaar voor de gehele
EU, waarbij elke lidstaat een bindend
aantal plaatsen toegewezen krijgt op
grond van een geschikte verdeelsleutel.”
Vluchtelingen die toch op eigen houtje
naar Europa reizen, worden volgens het
kabinetsplan teruggestuurd. Dat is mogelijk op basis van de huidige internationale
en Europeesrechtelijke kaders, meent
het kabinet. De maatregel klinkt hardvochtig, maar heeft volgens het kabinet
een menslievende achtergrond. “Gebruik
van illegale manieren om via mensensmokkelaars de EU te bereiken heeft op
deze wijze niet tot gevolg dat dit leidt tot
opvang binnen de EU, wat ontmoedigend
13 Right!
Column
KINDERRECHTEN
zal werken. Op deze manier kunnen we
het cynische bedrijfsmodel van mensensmokkelaars ontmantelen, op termijn
migratiestromen naar Europa verminderen en beter beheersbaar maken,
vluchtelingen bescherming bieden en
onze verplichtingen voortkomend uit
internationaal en Europees recht blijven
nakomen”, schrijft het kabinet.
EINDPUNT
Het kabinet noemt het terugsturen van
niet uitgenodigde vluchtelingen naar
veilige derde landen een ‘essentieel
eindpunt waar de EU naartoe moet
werken’. Gaat het Vluchtelingenverdrag
daarmee feitelijk op de helling? Niet voor
iedereen. Aanvragen van vluchtelingen
uit delen van de wereld waar geen veilige
opvang beschikbaar is, worden volgens
het voorstel wel inhoudelijk in behandeling genomen binnen Europa. Daartoe
moeten er aanmeldcentra komen buiten
de Europese grenzen, moet er één geharmoniseerde Europese asielprocedure
komen, één identiek opvangsysteem en
een verdeelsleutel om vluchtelingen over
de lidstaten te spreiden.
Hoe de asielprocedure eruit gaat zien
en op grond van welke criteria mensen
worden ‘verdeeld’ over lidstaten is nog
niet uitgekristalliseerd en zal ongetwijfeld
leiden tot veel discussie. In ieder geval
moet er een Europese lijst komen van
veilige landen. Verder vindt het kabinet
dat bij de verdeling over de landen
‘binnen het haalbare rekening moet
worden gehouden met voorkeur, eigenschappen, achtergrond en kwalificaties’
van personen.
Een gezamenlijk asielbeleid betekent óók
een Europees terugkeerbeleid. Nederland
schrijft in de voorzitterseditie van de
‘Staat van de Europese Unie 2015’ dat ze
zich daarom tijdens het voorzitterschap
‘op gebied van ontwikkelingssamenwerking in de eerste plaats wil richten op de
migratiecrisis’. Indien het land van herkomst van een afgewezen asielzoeker niet
meewerkt aan terugkeer, kan dat derhalve
financiële consequenties hebben voor
het land: “Waar het ‘more for more’ in de
EU al breed gedragen wordt, moet de EU
voorts niet terugdeinzen om ook een ‘less
for less’ aanpak te kiezen wanneer samenwerking onbevredigend blijft”, aldus het
kabinet.
STEUN VOOR VEILIGE LEGALE ROUTES
Elf Nederlandse vluchtelingenorganisaties scharen zich in grote
lijnen achter de kabinetsvoorstellen voor gecoördineerde migratie naar Europa en investeringen in gezondheidszorg, onderwijs
en werkgelegenheid in de regio. De coalitie spreekt over ‘een
noodzakelijke, zelfs onvermijdelijke stap’, omdat op deze manier
veilige legale routes ontstaan voor vluchtelingen. “Dat kan juist
bijdragen aan de beheersbaarheid van de opvang in Nederland
en het herstel van het gevoel van zekerheid waar zoveel
Nederlanders nu behoefte aan hebben.”
De pogingen van Europa tot nu toe, om juridische, technologische en fysieke barrières op te werpen tegen de komst van
vluchtelingen leidt tot een vicieuze cirkel die irreguliere migratie
via gevaarlijke routes verder aanmoedigt, vinden de organisaties.
Daarom moet het roer om door samen met de UNHCR een humanitair toelatingsprogramma op te zetten. “Doordat een ­dergelijk
programma voor vooraf aan te wijzen, specifieke groepen
­vluchtelingen geldt, zal het veel sneller werken dan ­hervestiging.
Het maakt niet alleen de levensgevaarlijke oversteek voor
14 Right!
vluchtelingen overbodig, maar geeft ook Europeanen meer veiligheid doordat al een screening plaatsvindt voordat vluchtelingen
naar Europa vertrekken. Dit kan aan de buitengrenzen lucht geven
en de situatie weer meer beheersbaar maken.”
De elf organisaties willen het Europese visum inzetten als humanitair instrument voor mensen die extra kwetsbaar zijn in de
regio, zoals alleenstaande vrouwen met kinderen, leden van
minderheidsgroeperingen, homoseksuelen en mensenrechtenactivisten. Daarnaast zouden Europese studievisa afgegeven
kunnen worden aan jongeren uit de regionale opvang en zou
de mogelijkheid tot gezinshereniging uitgebreid moeten worden.
“Nederland zal leidend zijn in de onderhandelingen over het voorstel voor een gezamenlijk Europees hervestigingsprogramma.
Het is niet de bedoeling dat Nederland, noch de EU, alles alleen
oplost. We roepen Nederland daarom op om ook internationaal
een voortrekkersrol te vervullen,” schrijven de organisaties.
De brief is onder meer ondertekend door VluchtelingenWerk,
Oxfam Novib, Artsen zonder Grenzen en Amnesty International.
Naar aanleiding van de kabinetsplannen
hebben negen kinderrechtenorganisaties,
waaronder Defence for Children, in een
brief aan staatssecretaris Klaas Dijkhoff
de gezamenlijke Europese aanpak onderschreven. De kinderrechtenorganisaties
pleiten tegelijk voor een ruimhartig
Europees toelatingsbeleid voor kinderen
en gezinnen en voor welwillende inwilliging van verzoeken tot gezinshereniging.
Ook moet de opvang kleinschalig en
kindvriendelijk worden ingericht, met de
mogelijkheid om trauma’s te behandelen.
“We roepen u op om vooral de kinderen
voor ogen te houden bij uw gesprekken
in Europa en bij de beleidsmaatregelen
die u neemt. Het is voor kinderen essentieel dat zij zich kunnen ontwikkelen
in een veilige en stabiele omgeving”,
schrijven de organisaties.
In hoeverre en op welke manier de
rechten van kinderen gerespecteerd
zullen worden in het voorstel voor het
toekomstige systeem, is afwachten.
Aloys van Rest, directeur van Defence
for Children, hoopt en verwacht dat
Nederland bij de uitwerking van de voorstellen kindvriendelijkheid voorop stelt.
“Een hervorming brengt risico’s met zich
mee, maar is ook een kans. Uit rapportages van Human Rights Watch blijkt bijvoorbeeld dat aan de grens van Hongarije
kinderen en zwangere vrouwen onder
slechte omstandigheden in detentie
worden gezet. Dat moet stoppen. Als er
draagvlak bestaat voor harmonisatie van
het asielbeleid, dan moeten er absoluut
óók Europese normen komen voor kindvriendelijke opvang, evenals procedurele
waarborgen voor behandeling van asielaanvragen én uniforme regels voor het
toepassen van detentie om situaties zoals
in Hongarije te voorkomen. Het standpunt van Defence for Children luidt dat
kinderen niet op migratierechtelijke
gronden gedetineerd mogen worden.
Hoewel de Europese Unie geen verdragspartij is bij het Kinderrechtenverdrag
van de Verenigde Naties, worden kinderrechten wel erkend in het Handvest van
de Grondrechten van de EU. Dat schept
een verplichting om de rechten van
­kinderen voluit onderdeel te maken van
het Europees asielbeleid.”
HET LAATSTE WOORD
Jeugdrechter: “Ik ga straks beslissen. Je mag nog wat tegen mij zeggen als je
dat wilt.”
Verdachte: “Mijn advocaat heeft zojuist gezegd dat er regels zijn voor de officier
van justitie, die erop neerkomen dat ik binnen zes maanden na mijn aanhouding
moet weten wat uw beslissing is. Mijn advocaat baseert dat op artikel 40 lid 2
van het VN-Kinderrechtenverdrag en op de Kalsbeeknormen.”
Jeugdrechter: “Dat heb ik gehoord ja.”
Verdachte: “Gaat u nu ook een straf uitdelen aan de officier van justitie?
Het is nu achttien maanden geleden dat ik ben aangehouden.
Officier van justitie: “Ik vind niet dat ik straf verdien. Ik kan niet goed uitleggen
waarom het zo lang heeft geduurd.”
Verdachte: “Maar dat is toch oneerlijk. Ik krijg wel straf omdat ik mij niet aan
de regels houd en u niet.”
Jeugdrechter: “Zal ik dan maar uitspraak gaan doen?”
Verdachte: “Ja, dat is goed.”
Jeugdrechter: “Je hebt achttien maanden geleden iemand een paar keer hard
tegen zijn hoofd geslagen. Als ik kijk naar onze richtlijnen zou ik je nu een werkstraf moeten geven van 40 uur. Je advocaat heeft aangevoerd dat ik de officier
van justitie niet ontvankelijk moet verklaren in jouw vervolging, omdat het veel te
lang heeft geduurd voordat je voor de rechter bent gekomen. Je advocaat heeft
groot gelijk, maar de hoogste rechter in Nederland, de Hoge Raad, zegt dat ik jou
hetzelfde moet behandelen als een volwassene. Dat betekent dat pas na zestien
maanden sprake is van vertraging. De Hoge Raad heeft ook gezegd dat ik geen
niet-ontvankelijkheid mag uitspreken als straf voor de officier van justitie. Ik mag
de officier van justitie weliswaar geen straf geven, maar ik moet toch rekening
houden met artikel 40 en artikel 3 van het VN-Kinderrechtenverdrag. Die regels
zijn nog belangrijker dan wat de Hoge Raad zegt. Omdat ik achttien maanden
wachten echt veel te lang vind, kies ik ervoor om jou geen straf te geven. Ik pas
artikel 9a Sr toe. Eigenlijk ben ik daar helemaal niet blij mee, want als je iemand
slaat dan hoort daar een straf bij. Anders denk jij misschien dat het helemaal niet
erg is wat je hebt gedaan. Ik vind het als rechter echter nog
erger dat het Openbaar Ministerie niet zijn best doet om
zaken snel op zitting te zetten.”
Stilte.
Jeugdrechter: “Heb je mijn uitspraak begrepen”.
Verdachte: “Nee, maar ik ben wel blij dat ik geen straf krijg.”
Ronny van de Water
Jeugdrechter in Rotterdam en Amsterdam van 2003 tot
en met 2013. Nu: rechter-commissaris in Amsterdam
MARGARITA MAG BLIJVEN
Staatssecretaris Dijkhoff heeft op 16 december besloten om Margarita Alexandrova
en haar moeder alsnog een verblijfsvergunning te geven. Margarita komt uit
Oezbekistan en dreigde na zeven jaar uitgezet te worden. Ruim 12.000 mensen
tekenden een petitie voor het 17-jarige meisje uit Kampen.
15 Right!
De 12-jarige Mayssa uit de Gazastrook mist haar
bed. Mayssa was net een half jaar verhuisd naar haar
nieuwe huis, voordat het door een Israëlische aanval
vernield werd. Daarvoor woonde zij drie jaar in een
tent, omdat haar voormalige huis regelmatig onder
vuur lag. Mayssa heeft in 2010 haar moeder verloren
door een beschieting. Ze poseert op de foto hieronder,
op de puinhopen van haar nieuwe huis.
Het verhaal van Mayssa staat niet op zichzelf. Ook de 12-jarige
Saber, op de grote foto hiernaast, is zijn huis kwijtgeraakt.
Hij mist zijn spelcomputer het meest. Behalve Mayssa en Saber
zijn veel meer Palestijnse kinderen hun veilige omgeving kwijt­
geraakt. Al meer dan 108.000 inwoners zijn hun huis verloren.
In de meeste huizen woonden gezinnen met kinderen. Hun veilige
plek en eigen universum is voorgoed weg. In de tentoonstelling
‘Dit was mijn slaapkamer’ laten kinderen zien wat zij het meest
missen uit hun slaapkamer. De tentoonstelling reist momenteel
door Europa en was in november in Leiden te zien.
De fotoserie is gemaakt door de Franse fotograaf Anne Paq
(1976). In de zomer van 2014 bracht zij de Israëlische militaire
operatie ‘Protective Edge’ in beeld, waarbij de kinderen op de
foto’s hun huizen zijn kwijtgeraakt.
‘DIT WAS
MIJN
SLAAPKAMER’
17 Right!
EU-voorzitterschap
Europese aanpak mensenhandel
‘MEER AANDACHT VOOR
ARBEIDSUITBUITING’
Minister Bert Koenders wil tijdens het EU-voorzitterschap
voort­varend inzetten op de bestrijding van mensenhandel.
Maar hoe? Right! sprak met het ministerie van Veiligheid
en Justitie over de strategie van Nederland om kinderen te
beschermen tegen mensenhandelaren.
I
n een brief van het kabinet aan de Tweede Kamer staat het
klip en klaar: ‘Tijdens het voorzitterschap zal Nederland
voortvarend inzetten op bestrijding van georganiseerde
­criminaliteit, waaronder mensenhandel, mensensmokkel
en de ontwikkeling van terugkeer- en slachtofferbeleid’. De vraag
is echter wat Nederland precies wil veranderen. Bestrijding van
mensenhandel is immers al zeker vijftien jaar een prioriteit van
de Europese Unie. De lidstaten werken bijvoorbeeld samen bij
de opsporing van handelaren. Voor de omgang met slachtoffers bestaat zelfs een Europese richtlijn die voorschrijft dat
zij a
­ anspraak kunnen maken op een speciale verblijfsvergunning, in ruil voor samenwerking met de opsporingsinstanties.
Kortom, Nederland stapt op een rijdende trein.
Met welk resultaat wil Nederland aan het einde van
het voorzitterschap thuiskomen?
“Als het gaat om de aanpak van mensenhandel in Europa is de
focus altijd sterk gericht op seksuele uitbuiting. De aanpak van
arbeidsuitbuiting, in bijvoorbeeld de land- en tuinbouw en de
horeca, blijft onderbelicht. Nederland heeft zich daarom ten
doel gesteld om tijdens het voorzitterschap deze achterstand in
te halen. Nederland ontwikkelt hiervoor een handleiding over
mensenhandel en arbeidsuitbuiting, die is gericht op signaleren,
bestrijden en voorkomen. Het is een boek met suggesties voor
EU-lidstaten voor een multidisciplinaire aanpak. De handleiding
wordt gelanceerd op de Themaconferentie Mensenhandel.”
18 Right!
Door Celine Verheijen
Is er geen speciale aandacht voor de bestrijding van
kinderhandel voor seksuele doeleinden?
“Jawel. Tijdens het Nederlandse voorzitterschap organiseren
de Eerste en Tweede Kamer een conferentie over mensen­
handel en internet. Daarbij zal naar verwachting ook
aandacht zijn voor minderjarige slachtoffers van seksuele
uitbuiting.”
Hoe wil Nederland de opsporing van mensenhandelaren
in Europa verbeteren?
“Nederland is een van de koplopers als het gaat om fi
­ nancieel
rechercheren. We ontwikkelen een ‘instrument financieel
rechercheren’ dat voor alle vormen van criminaliteit te gebrui­ken is. We zorgen ook dat opleidingen zoals de Europese
Politieacademie kennis over het gebruik van het nieuwe
­instrument opnemen in het curriculum.”
Wat is dat instrument precies en hoe kun je het gebruiken
voor de bestrijding van mensenhandel?
“Bij financieel rechercheren werken politie-instanties samen
met financiële instellingen, zoals banken. Ook wordt er over
de landsgrenzen heen gewerkt. Zo kan Nederland bijvoorbeeld
bezittingen in beslag nemen in het land van herkomst van de
mensenhandelaar. Het instrument moet ervoor zorgen dat de
verschillende lidstaten niet opnieuw het wiel gaan uitvinden,
maar van elkaar leren.”
Minister Koenders noemt het ontwikkelen van terugkeeren slachtofferbeleid een speerpunt. Wat gaat er veranderen
voor minderjarigen?
“Voor het beter herkennen, doorverwijzen, beschermen en bijstaan van slachtoffers zijn de taken en verantwoordelijkheden
van verschillende organisaties beschreven. Deze nationale
verwijzingsmechanismen zijn met elkaar verbonden in een
grensoverschrijdend mechanisme. Omdat er voor minderjarige slachtoffers andere instanties bestaan dan voor volwassen slachtoffers, is er speciale aandacht voor kinderen in
het Nederlandse verwijzingsmechanisme. Verder organiseren
we tijdens de Themaconferentie Mensenhandel een workshop over grensoverschrijdende verwijzingsmechanismen,
met speciale aandacht voor verwijzing van slachtoffers van
arbeidsuitbuiting. Ook worden in januari op een conferentie
in Boedapest de resultaten gepresenteerd van het door de
EU-gesubsidieerde RAVOT-project, dat tot doel heeft om de
verwijzing tussen Nederland, België en Hongarije te regelen.
Dat is belangrijk, omdat er regelmatig Hongaarse slachtoffers
in Nederland en België worden aangetroffen.”
Hoe wil Nederland de internationale opsporing verbeteren
tijdens het EU-voorzitterschap?
“Wij volgen de Europese Veiligheidsagenda en de EU-strategie
voor de uitroeiing van mensenhandel 2012–2016. Die richten
zich op betere samenwerking in de bestrijding van grensover-
s­ chrijdende georganiseerde criminaliteit, waaronder mensenhandel. Dit moet leiden tot gezamenlijke multidisciplinaire actieplannen en opsporingsactiviteiten met belangrijke derde landen.
Voor deze plannen of projecten wordt Europees geld vrijgemaakt,
om zo internationale criminaliteit
te bestrijden.”
Hoe is de bestrijding van kinderhandel ingebed in die multidisciplinaire actieplannen?
“Dat is afhankelijk van de zaken die lopen. De EU heeft projecten
opgezet om grensoverschrijdende samenwerking bij opsporings­
activiteiten te verbeteren. De deelnemers aan die projecten
weten elkaar te vinden als er informatie over een nieuwe zaak
binnenkomt. Europol heeft in dit kader drie prioriteiten: kinderpornografie en kindersekstoerisme, fraude met bankpassen
en cybercrime. Kinderhandel zit daar niet specifiek in, maar dat
betekent niet dat er geen multilaterale opsporingsactiviteiten
worden uitgevoerd. Wanneer een zaak bekend is bij Europol,
wordt dat met de betreffende lidstaten opgepakt.”
Werkt Nederland tijdens het voorzitterschap aan een vervolg
op de EU-strategie voor de uitroeiing van mensenhandel
2012–2016?
“Jazeker. En ook daarin willen we meer aandacht voor mensenhandel met als doel arbeidsuitbuiting. Dat kan een extra impuls
gebruiken.”
19 Right!
EU-VOORZITTERSCHAP
Kinderen in instellingen
‘JE KUNT BELASTINGGELD
BETER ANDERS BESTEDEN’
Ruim een half miljoen kinderen in de Europese Unie
wonen in instellingen. Dat is aantoonbaar schadelijk
voor hun ontwikkeling. Kinderrechtenorganisaties
pleiten daarom samen met Europa voor alternatieven.
Het gaat mondjesmaat de goede kant op. Door Ivo Rodermans
G
eorgi woonde vanaf zijn geboorte
een jaar lang in een opvanghuis
in Bulgarije. Zijn ouders waren
overgehaald om hun zoon af te
geven, omdat het gezin al vier kinderen
heeft en onvoldoende inkomen verdient
om iedereen te onderhouden. Een lokale
hulporganisatie greep in en bood het
gezin financiële ondersteuning, zodat
Georgi na twaalf maanden alsnog thuis
kon gaan wonen. De ervaring in de
instelling is de dreumes niet in de koude
kleren gaan zitten. Hij bracht de meeste
tijd alleen door in een bedje, zonder
liefde, aandacht en gevoel van veiligheid,
waardoor hij nu een angstig en terneer­
geslagen jongetje is.
Het verhaal van Georgi staat niet op zichzelf. Vooral grote kindertehuizen met een
krappe bezetting bieden een klinische
leefomgeving die draait op routine en
waar nauwelijks ruimte is voor persoonlijke aandacht. Uit verschillende onderzoeken in de afgelopen vijftig jaar naar
de effecten van opgroeien in een tehuis,
20 Right!
blijkt dat de gevolgschade immens is.
Kinderen kunnen een scala aan sociaalemotionele problemen ontwikkelen, zoals
verlatingsangst, hechtingsproblemen en
een laag zelfbeeld. Daarnaast hebben zij
gemiddeld een lager IQ en blijven zowel
hun lengte als gewicht achter bij dat van
kinderen die opgroeien in een gezin. Een
studie naar kinderen in een kinderhuis
in Rusland wees uit dat zij op latere leeftijd grotere kans hebben om dakloos te
worden, in de criminaliteit te belanden, te
worden uitgebuit of zelfmoord te plegen. gezins­begeleiding of pleegzorg. Het programma is succesvol. In Roemenië is het
aantal kinderen in instellingen gedaald
van ongeveer 100.000 naar minder dan
9.000. De Roemeense regering wil op
termijn zelfs alle instellingen sluiten. Een
groot aantal andere Europese landen
heeft bij wet verboden dat kinderen onder
de twee jaar in instellingen verblijven. Dat
voorkomt dat kinderen als Georgi direct
na de geboorte uit armoede in een instelling terechtkomen en daar ernstig worden
beschadigd in hun vroege ontwikkeling. KOSTEN
RICHTLIJNEN
De Europese Unie wil het aantal kinderen
in tehuizen drastisch terugbrengen.
Daarvoor bestaat voor de lidstaten ook
een financieel argument. De kosten
voor instellingen verschillen per land,
maar zijn over het algemeen zes tot tien
keer hoger dan gezinshulp of alternatieve opvang in pleeggezinnen. Daar
komt bij dat lidstaten geld uit Europese
fondsen mogen inzetten om institutionele zorg te vervangen door individuele
De Internationale Richtlijnen voor alternatieve zorg voor kinderen, die in 2009
door de Verenigde Naties zijn omarmd,
stellen dat kinderen het meest gebaat
zijn bij opvang binnen de eigen familie
of gemeenschap en dat zij recht hebben
om te worden verzorgd door hun eigen
ouders. Landen moeten alternatieve zorg
aanbieden om dat mogelijk te maken.
In veel landen wordt dat beginsel in de
praktijk al behoorlijk nageleefd. Studies
FEITEN EN FABELS
OVER WEESHUIZEN
Verreweg de meeste kinderen in weeshuizen zijn geen
wees. In het boekje ‘Kinderen
zonder thuis’ waarschuwt het
Better Care Network Nederland
voor de nadelen van weeshuizen. De organisatie hoopt
dat Nederlanders zich, na het
lezen van het boekje, bedenken
voordat ze naar een ontwikkelingsland reizen om kinderen in
een weeshuis te helpen.
“De belangrijkste reden waarom
kinderen in een tehuis wonen is
armoede”, schrijft auteur Mirjam
Vossen. “Ouders brengen hun
kind naar een weeshuis, omdat
het tehuis zal zorgen voor eten,
kleren en onderwijs. Het is
daarbij eenvoudiger om geld in
te zamelen voor een weeshuis
dan voor alternatieve vormen van
zorg en voor de steun aan gezinnen. Dat heeft een wrange dynamiek tot gevolg. Wanneer het
aantal plaatsen in kinderhuizen
stijgt, motiveert dit meer arme
families om hun kinderen naar
een weeshuis te brengen.”
uit Zimbabwe en Malawi tonen bijvoorbeeld aan dat respectievelijk 98 en
99 procent van de wezen in een gezin
woont, vaak bij grootouders, tantes of
neven en nichten. Volgens cijfers van
Unicef is dat wereldwijd 90 procent. EUROPA
Op zich is dat een hoog cijfer, maar in
Europa blijkt dat het vervangen van
instellingen door alternatieve vormen
van jeugdhulp nog niet overal zo snel
gaat. Vaak worden de meest kwetsbare
kinderen, zoals kinderen met gedrags­
problemen en kinderen met een
­beperking, nog standaard opgevangen
in tehuizen. Dat geldt niet alleen voor
landen in Oost-Europa, maar óók voor
West-Europese landen en niet in de
laatste plaats voor Nederland.
Onderzoek wijst echter uit dat geld voor
institutionele zorg slecht besteed geld
is. Het is volgens Defence for Children
daarom hard nodig om beleidsmakers
en politici gevoelig te maken om belastinggeld voor kwetsbare mensen anders
te besteden. “Het is beter om die euro’s
te investeren in laagdrempelige ambulante hulpverlening of in ondersteuning
aan gezinnen met kinderen met een
beperking, zodat je kunt voorkomen dat
kinderen buitenshuis zorg nodig hebben”,
zegt Aloys van Rest, directeur van Defence
for Children. “Zelfs als het gaat om
­kinderen die binnen hun gezin mogelijk
niet veilig zijn, kun je het beste de familie
ondersteunen bij het overwinnen van hun
problemen, zoals het aanpakken van drugs­verslaving. Er moet dus een ­veelheid aan
hulpaanbod bestaan om te voorkomen
dat kinderen in residentiële instellingen
worden geplaatst. Voor Nederland ligt
tijdens het EU-voorzitterschap dan ook
een mooie taak weggelegd om het werk
van de Europese Unie krachtig voort
te zetten én te verbreden van Oost- en
Centraal Europa tot de hele Unie.”
21 Right!
EU-VOORZITTERSCHAP
Jongeren met gedragsproblemen
ONTERECHT ACHTER
GESLOTEN DEUREN
Jongeren met gedragsproblemen worden soms zonder tus­
senkomst van de rechter achter slot en grendel opgesloten
in jeugdinstellingen. Dat is bij wet verboden. De Inspectie
Jeugdzorg, jeugdadvocaten en Defence for Children luiden
de noodklok. J
ongerenzorgcentrum Schaken­
bosch in Leidschendam oogt
vriendelijk. Het nieuwe gebouw
van deze gesloten instelling is
transparant en licht, met uitzicht op de
groene omgeving. “Het belangrijkste was
dat we er geen gevangenis van zouden
maken”, zegt Bernard van Houwelingen
van bouwbedrijf De Vries en Verburg
in het tijdschrift Bouwen aan de zorg.
“Als je langs het complex loopt, dan moet
Door Ivo Rodermans
je geen naar gevoel krijgen. Dat is gelukt.”
Schakenbosch is een behandelinstelling voor jongeren met opvoedings- en
gedragsproblemen. Hoewel het gebouw
transparant oogt, laat het niets en
niemand door. Binnenin het gebouw
leven bewoners in afgesloten vleugels
binnen hun eigen leefgroep. De toegangs­
deur naar de groep zit op slot en alleen
de groepsleiding heeft de sleutel. Binnen
het domein van de leefgroep heeft elke
RECHTERLIJKE MACHTIGING
In 2014 verbleven 1.413 kinderen in een
instelling voor gesloten jeugdhulp. Hoeveel
van hen zijn geplaatst zonder rechterlijke
machtiging is onbekend. Kinderen opsluiten in een gesloten jeugdhulpinstelling
kan alleen als uiterste maatregel en als de
rechter dat heeft beslist. Er moet namelijk
sprake zijn van een noodzaak tot gesloten
plaatsing, passend bij het uitgangspunt
dat gesloten jeugdzorg terughoudend
moet worden toe­gepast. Er geldt dat een
minder ingrijpend middel waar mogelijk
de voorkeur heeft (subsidiariteitsbeginsel)
22 Right!
en de plaatsing in de gesloten jeugdzorg moet in verhouding staan tot de
proble­matiek (proportionali­teitsbeginsel).
Bovendien geldt dat een opname in een
gesloten jeugdhulp­instelling alleen mag
plaatsvinden wanneer er geen andere
oplossing is. Er moet worden gekeken
naar andere mogelijkheden voordat, maar
ook wanneer, de gesloten jeugdhulp in
beeld komt. De Staat is verantwoordelijk voor het bieden van passende zorg
en moet ervoor zorgen dat die andere
mogelijk­heden er zijn.
jongere een eigen kamer met toilet,
maar in de nacht gaat de deur op slot.
De ­jongeren kunnen bovendien te allen
tijde worden onderworpen aan kamercontrole, urinetesten en onderzoek aan
lichaam en kleding. Zij mogen beperkt
bellen en bezoek ontvangen en hun post
wordt door medewerkers opengemaakt
en gecontroleerd.
ZWAAR middel
Het plaatsen van jongeren in een gesloten
instelling is een zwaar middel. Daarom
worden daar strenge voorwaarden aan
gesteld. Die staan in de Jeugdwet en
in internationale verdragen, zoals het
Europees Verdrag voor de Rechten van de
Mens en het VN-Kinderrechtenverdrag.
Kinderen opsluiten in een gesloten jeugdhulpinstelling kan alleen als uiterste
maatregel en als de rechter dat heeft
beslist. Juist op dat laatste punt wringt de
schoen. Dat bevestigt de kinderrechter in
Rotterdam afgelopen oktober nog eens,
toen hij een oordeel moest vellen over het
verlengen van de ondertoezichtstelling
van een 17-jarig meisje en hij daarbij bij
toeval ontdekte dat zij zonder rechterlijke
toetsing is geplaatst in Schakenbosch.
De rechter oordeelt met terug­werkende
kracht dat de gezinsvoogd ‘heel onzorgvuldig heeft gehandeld’ door het meisje
zonder machtiging van de rechter in een
gesloten jeugdhulpinstelling te plaatsen.
GEEN UITZONDERING
De zaak Schakenbosch staat niet op
zichzelf. Volgens jeugdadvocaat Reinier
Feiner, die jongeren bijstaat die in
gesloten jeugdhulpinstellingen worden
geplaatst, gebeurt het vaker dat jongeren
zonder tussenkomst van de rechter
worden opgesloten voor een behandeling. “Ik schat dat het om honderden
kinderen gaat”, zegt hij. “Hoe dat mogelijk is? Gesloten instellingen hebben de
afgelopen jaren te maken gehad met een
terugloop van het aantal plaatsingen.
Als oplossing gaan ze kinderen door
elkaar plaatsen of creëren ze groepen
die zwaar of juist iets minder zwaar zijn.
Sommige gesloten instellingen creëren
zelfs open groepen om meer jongeren in
zorg te kunnen nemen.”
De hamvraag is echter waarom gezinsvoogden kinderen zonder machtiging
voor gesloten uithuisplaatsing toch
aanmelden bij instellingen waar alleen
gesloten groepen zijn. Volgens Feiner
willen gezinsvoogden kinderen best in
open instellingen plaatsen, maar hebben
sommige gemeenten simpelweg te weinig
plekken ingekocht. Daardoor zijn er lange
wachtlijsten. “De gemeente Rotterdam
heeft, om een voorbeeld te noemen, naast
de open behandelplekken ook verspreid
door het land gesloten instellingen gecontracteerd, die op hun beurt te maken
hebben met lege plekken. Die plekken
zijn duur en al ingekocht. Die wil je niet
onbenut laten”, verklaart Feiner de praktijk van onwettige plaatsingen. “Feitelijk
is er sprake van een conflict tussen financiële belangen van de instellingen en
gemeenten aan de ene kant en het belang
van kinderen aan de andere kant.”
TOESTEMMING
Schakenbosch, waar het meisje zit dat
volgens de rechtbank in Rotterdam
niet opgesloten mag worden, heeft een
andere lezing. De instelling zegt dat het
23 Right!
Kind in rechtspraak
Het is onjuist dat jongeren zonder rechter­
lijke toets in gesloten jeugdzorginstel­
lingen terecht komen. Dat zegt Jeugdzorg
Nederland in reactie op de bevindingen
van de Inspectie Jeugdzorg. Volgens
de brancheorganisatie verblijven jongeren soms in dezelfde instelling terwijl zij
onder verschillende regimes vallen. “Maar
dan wordt maatwerk geleverd”, schrijft
Jeugdzorg Nederland in een persbericht.
“Jongeren komen alleen in het gesloten
jeugdzorgregime terecht via de kinderrechter. Voor de zorgaanbieders staat het
belang van het kind altijd voorop.”
toestemming heeft om kinderen gesloten
te plaatsen zonder machtiging van de
rechter. De minderjarige en de ouders
moeten dan wel instemmen. Feiner verwijst dat argument direct naar het land
der fabelen. “Ouders en kinderen kunnen
een dergelijke beslissing niet overzien.
In gesloten instellingen zitten uitgerekend
kinderen voor wie het moeilijk is om vrije
keuzes te maken. Zij zijn gemakkelijk
door een hulpverlener te beïnvloeden
en ze weten niet wat de keuzeopties
zijn. Daar komt bij dat ze geen bezwaar
kunnen maken tegen de plaatsing, omdat
de rechter er niet aan te pas komt en ze
dus geen gebruik kunnen maken van juridisch advies en bijstand. De rechten van
minder­jarigen worden hiermee fundamenteel geschonden.’’
Feiner maakt zich ernstige zorgen over de
redenering van gesloten jeugdzorginstellingen. “Als instellingen als Schakenbosch
bij het standpunt blijven dat een gesloten
plaatsing zonder rechterlijke machtiging
is toegestaan, ga ik mogelijk aangifte
doen. Dit is namelijk geen uitzondering.
Er moet iets tegen gedaan worden.”
investeren in plaats van lege plekken in
gesloten instellingen vullen met jongeren
die daar niet thuishoren”, zegt Berger.
“Vrijheidsbeneming is een heel ingrijpend en zwaar middel. Dat mag wettelijk
gezien alleen als uiterste middel worden
toegepast indien sprake is van ernstige
opgroei- en opvoedingsproblemen die
de ontwikkeling naar volwassenheid
ernstig belemmeren. Dat in combinatie
met het risico dat de minderjarige zich
onttrekt aan hulp of bijvoorbeeld door
een loverboy kan worden meegenomen.
Het is aan de rechter om daar objectief
over te oordelen. Als instellingen met
een financieel belang die toetsing zelf
denken te kunnen doen is dat schadelijk
voor jongeren en worden hun rechten
geschonden.”
De Inspectie Jeugdzorg komt tot dezelfde
conclusie als Berger en noemt het ‘onaanvaardbaar’ dat jongeren zonder rechterlijke machtiging worden opgesloten:
“Gesloten jeugdhulp is een zeer zware
en intensieve vorm van gespecialiseerde
jeugdhulp, waarbij de vrijheden van jongeren worden ingeperkt. Gesloten jeugdhulp is daarom met de nodige juridische
waarborgen omkleed”, schrijft de inspectie
afgelopen augustus in een zogenoemd
‘signalement’ over onwettige plaatsingen.
“De sector geeft in alle openheid toe dat
deze plaatsingen in aantal toenemen.
De genoemde redenen zijn voor een
belangrijk deel bedrijfseconomisch van
aard. Door een daling van de vraag naar
gesloten plaatsen dreigt leegstand, waardoor de continuïteit van instellingen in
gevaar kan komen. Met het opnemen van
jongeren zonder machtiging gesloten
jeugdhulp kan deze leegstand volgens
de sector voor een deel gecompenseerd
worden”, aldus de Inspectie Jeugdzorg.
onaanvaardbaar
Ook Maartje Berger van Defence for
Children maakt zich grote zorgen en
vindt dat er een einde gemaakt moet
worden aan de onwettige plaatsingen.
“Minderjarigen mogen nooit in een
gesloten instelling geplaatst worden als de
rechter niet heeft gekeken of een minder
ingrijpende maatregel mogelijk is. Er zijn
alternatieven genoeg, zoals plaatsing in
gespecialiseerde pleeggezinnen, plaatsing
in open instellingen of door gedrags­
interventies, begeleiding en ambulante
hulp. In regio’s waar dat aanbod nu
ontoereikend is, moeten we ánders
24 Right!
België schiet tekort in zorgplicht
asielzoekersgezin
Een Servisch gezin van Roma-afkomst
met vier minderjarige kinderen vraagt
in 2010 asiel aan in Frankrijk. Na defini­
tieve afwijzing door Frankrijk, dient het
gezin in maart 2011 een asielaanvraag
in België in. Op grond van een Dublinclaim mocht België het gezin weer overdragen aan Frankrijk. Omdat de moeder
op het punt stond te bevallen werd dit
bevel opgeschort tot 25 september
2011. Op 26 september is het gezin
uit de opvang gezet en heeft het gezin
een week op een plein geleefd en drie
weken op station Brussel-Noord. De
oudste dochter van het gezin, geboren
in 2001, was geestelijk en lichamelijk
gehandicapt en is in 2011 overleden
toen het gezin tijdelijk was teruggekeerd naar Servië. Het gezin klaagt
bij het Europese Hof voor de Rechten
van de Mens dat België in strijd heeft
gehandeld met artikel 3 EVRM door het
gezin uit het opvangcentrum te zetten.
Het gezin stelt dat sprake is geweest
van onmenselijke behandeling. Het
De inspectie trekt niet alleen aan de
alarmbel, maar wil vanaf januari ook gaan
handhaven. Dat betekent dat instellingen
boetes kunnen verwachten als zij de wet
blijven omzeilen, want “het uitgangspunt
van nationaal en internationaal recht is
dat niemand zonder wettelijke titel en
zonder tussenkomst van een rechter in
zijn vrijheden mag worden beperkt of
van zijn vrijheid mag worden beroofd”,
aldus het signalement.
OPEN ÉN GESLOTEN
Staatssecretaris Martin van Rijn erkent
dat een machtiging van de rechter
nodig is voor het benemen van iemands
­vrijheid. “Als er vanuit bezettingsoverwegingen plekken worden gevuld met jongeren die daar niet thuishoren, is dat niet
gewenst,” zegt hij. Tegelijk vindt Van Rijn
dat gesloten instellingen de mogelijkheid moeten krijgen om ook open
behandelplekken aan te bieden. “Dat kan
­misschien wel in hetzelfde gebouw, maar
niet binnen hetzelfde regime”, vindt hij.
Maartje Berger van Defence for Children
is er niet gerust op. “Ik kan me voorstellen
dat instellingen uit bedrijfseconomisch
oogpunt flexibeler willen zijn door
zowel open als gesloten plekken aan
te bieden. Zo kunnen ze beter inspelen
op de ­afnemende vraag naar gesloten
jeugdhulp en op eventuele schommelingen in de vraag vanuit gemeenten.
Maar een gesloten instelling is wel iets
heel anders dan een open instelling.
Vrijheidsbeneming is echt heftig en
het regime is pittig. Je kunt een jongere
die open behandeld moet worden
niet zomaar in een gesloten instelling
plaatsen en hem dan een sleutel van de
voordeur geven. Het is vanzelfsprekend
goed dat er meer open plekken komen,
maar dat betekent dat gebouwen moeten
worden aangepast voor de verschillende
regimes en dat geïnvesteerd moet worden
in bijscholing van medewerkers. Het is
natuurlijk veel beter als staatssecretaris
Van Rijn en de gemeenten zorgen voor
voldoende aanbod van alternatieven
buiten de instellingen. Financiële
belangen van instellingen mogen niet de
doorslag geven. Het gaat erom wat het
beste is voor een kind.”
Illustratie: Josee Tesser
JEUGDZORG NEDERLAND: ‘DIT IS ONJUIST’
Hof verklaart deze klacht gegrond.
Het Hof bepaalt dat België op grond
van artikel 3 EVRM de plicht heeft om
­asielzoekers opvang te blijven bieden,
ook als de Dublin-claim al is geaccepteerd. De klacht dat de slechte opvangomstandigheden in België de reden
zijn geweest voor het overlijden van
hun oudste dochter wordt ongegrond
verklaard door het Hof.
Europees Hof voor de Rechten van
de Mens, 7 juli 2015. Nr. 60125/11
Gesloten plaatsing in een open
behandelcentrum toegestaan
De rechtbank in Assen oordeelt dat een
minderjarig meisje met een auditieve
beperking bij hoge uitzondering ‘gesloten’ mag worden behandeld in een open
jeugdhulpinstelling. Voogdijinstelling
Nidos heeft de machtiging gesloten
jeugdhulp voor de minderjarige aangevraagd om haar te kunnen plaatsen in
Hoeve Boschoord, een psychiatrisch
behandelcentrum met gehandicaptenzorg. Hoeve Boschoord is echter
niet geregistreerd als hulpaanbieder in
het kader van de gesloten jeugdhulp.
Toch wil de kinderrechter op grond
van artikel 6.2.2 lid 2 Jeugdwet de
gevraagde machtiging afgeven, omdat
alleen Hoeve Boschoord in deze uitzonderlijke situatie de passende zorg kan
bieden die nodig is. De rechter vindt
dat op deze manier recht wordt gedaan
aan het streven naar een behoorlijk en
volwaardig leven voor de minderjarige,
zoals verwoord in artikel 23 IVRK. Het
afgeven van de machtiging vloeit voort
uit het recht op bijzondere zorg door de
Nederlandse overheid. Ook de minderjarige zelf stemt in met het verzoek.
Rechtbank Noord-Nederland, 15 juli 2015.
ECLI:NL:RBNNE:2015:3860
Meer doen om pleegkinderen bij
oom te kunnen plaatsen
Een vader wil dat zijn twee kinderen
worden geplaatst bij zijn broer en
niet bij een onbekend pleeggezin. Hij
gaat in hoger beroep. Volgens het
gerechtshof heeft de rechter eerder
een onderzoek gelast naar de pedagogische vaardigheden van de broer. Uit
de uitgebrachte rapportage blijkt dat
de broer en zijn echtgenote beschikken over de benodigde capaciteiten
om de kinderen te bieden wat zij nodig
hebben, gelet op hun problematiek.
Maar omdat de woonruimte te klein is,
is toch gekozen om de kinderen ergens
anders te p
­ laatsen. Het gerechtshof
merkt op dat het in de eerste plaats
aan de gecertifi­ceerde instelling is
om te bepalen waar de kinderen uit
huis worden geplaatst. Toch vindt het
gerechtshof dat onvoldoende is onderzocht of het praktische probleem in
deze zaak kon worden opgelost, gelet
op artikel 30 IVRK over het belang
van kinderen om hun eigen cultuur te
beleven. De eerdere uitspraak van de
rechtbank is op dit punt onvoldoende
gemotiveerd. Omdat de termijn van de
machtiging tot uithuisplaatsing inmiddels is verstreken, kan het gerechtshof
desondanks niet anders dan de bestreden beschikking bekrachtigen.
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch,
24 september 2015.
ECLI:NL:GHSHE:2015:3764
25 Right!
KINDERVREDESPRIJS
Liberiaan Abraham Keita:
‘IK ZIE EEN ROL VOOR MIJZELF’
Abraham Keita is de elfde winnaar van de Internationale
Kindervredes­prijs. Hij woont in de grootste sloppenwijk
van de Liberiaanse hoofdstad Monrovia en strijdt samen
met Defence for Children tegen seksueel misbruik van
minderjarigen.
L
iberia is één van de armste landen
ter wereld. Meer dan tachtig
procent van de bevolking leeft
onder de armoedegrens. Het land
is getekend door het gewelddadige regime
van Charles Taylor en is verscheurd
geraakt door twee burgeroorlogen, die
aan zeker 250.000 mensen het leven
hebben gekost.
Tussen de eerste en tweede burgeroorlog
kwam de nu 17-jarige Abraham Keita
ter wereld, in Westpoint, de grootste
sloppenwijk van Liberia. Hier wonen
ruim 70.000 mensen onder erbarmelijke
DE KINDERVREDESPRIJS
De Internationale Kindervredesprijs
(Children’s Peace Prize) is een initiatief
van de Nederlandse organisatie Kids
Rights. De prijs wordt jaarlijks uitgereikt
aan een minderjarige die zich inzet voor
kinderrechten. Twee jaar geleden ontving
het wereldberoemde Pakistaanse meisje
Malala Yousafzai de Kindervredesprijs.
De winnaars vormen samen een
netwerk en komen regelmatig bij elkaar.
Abraham Keita is nummer elf.
26 Right!
Door Carrie van der Kroon en Ivo Rodermans
omstandigheden. De wijk heeft slechts
vier toiletten. Mensen doen hun
behoeften op straat. “Je directe buren
zijn geen mensen, maar kakkerlakken
en muggen”, schetst Keita de situatie.
“In onze wijk wonen ex-soldaten, maar
ook veel vrouwen en meisjes die slachtoffer zijn van verkrachting. De meeste
mensen leiden een totaal gemarginaliseerd bestaan, ook wij. Mijn moeder heeft
geen opleiding en verkoopt spullen op
straat, zoals snoepjes en koekjes.”
Toch ontworstelt Keita zich aan zijn
achter­gestelde positie. Het lukt hem om
een beurs te krijgen, zodat hij nu naar een
goede school gaat. Volgend jaar wil hij
naar de universiteit in Costa Rica. Keita
woont nog altijd in zijn geboortehuis in
Westpoint. “Ik leef daar met mijn moeder,
want mijn vader is overleden in de tweede
Liberiaanse burgeroorlog. Hij werkte als
chauffeur voor de Adventist Development
and Relief Agency en is tijdens een missie
gedood. In ons huis woont ook mijn stiefvader. Hij heeft acht kinderen en mijn
moeder heeft er drie. Dus totaal zijn we
met dertien gezinsleden”, vertelt Keita.
“De situatie waarin ik leef en waarin ook
vele andere kinderen in de wereld leven,
is een grote inspiratiebron voor mij. Ik zie
dat als een mandaat om me uit te spreken
voor kinderenrechten.”
KEERPUNT
Keita heeft de prestigieuze Children’s
Peace Prize gekregen voor zijn onvermoeide strijd tegen seksueel misbruik
van meisjes en vóór gerechtigheid.
Uitgerekend het noodlot van een 13-jarig
meisje uit zijn wijk zorgde voor het allesbepalende keerpunt in Keita’s leven.
Angel Togba werd door haar pleegouders
verkracht en gewurgd. Keita was toen
9 jaar. “Ik kende dat meisje niet, maar
ik had het gevoel dat zij mijn zus had
kunnen zijn en dat dit geweld mij ook
had kunnen overkomen. Dat was voor mij
de aanleiding om deel te nemen aan een
grote demonstratie voor vervolging van
de daders. Daarvoor moet je in Liberia de
straat op, want in mijn land is geen sprake
van een normaal functionerend rechtssysteem. Dat blijkt, want tot de dag van
vandaag zijn de daders niet gestraft.”
De zeer jonge Keita viel tijdens de
demonstratie op en werd spontaan
door een andere demonstrant gevraagd
om zitting te nemen in het Kinder- en
Jeugdparlement van Liberia. Keita zei
‘ja’ en daarmee was de kinderrechtenactivist uit de fles. “Dat een 9-jarige in
het jeugdparlement zit, is op zichzelf
al uitzonderlijk”, zegt Keita. “Iedereen
vroeg aan mij wat ik daar moest. Welnu,
ik was heel blij dat ik mijn zorgpunten
kon overbrengen aan de regering. Ik las
ook het Kinderrechtenverdrag van de
Verenigde Naties, zodat ik de artikelen
kon benoemen. Die kennis gaf me een
krachtig wapen om me uit te spreken
tegen seksueel geweld en tegen andere
vormen van geweld tegen kinderen.
Op een zeker moment waren er in het
Jeugdparlement verkiezingen voor de
functie van secretaris-generaal en dat
gaf me de gelegenheid om in debatten
onderwerpen als onderwijs en seksueel
misbruik goed op de kaart te zetten en
te focussen op beïnvloeding. Ik werd
gekozen en zodoende kreeg ik een sleutelpositie in het Jeugdparlement en verwierf
ik meer bekendheid.”
QUARANTAINE
Het zit Keita in zijn vezels om te lobbyen
voor kinderrechten en om protestacties
te organiseren als kinderen onrecht wordt
aangedaan. Tijdens de Ebola-epidemie
in 2014 organiseerde hij een mars, nadat
een 15-jarige jongen tijdens een vreedzame demonstratie tegen het in quarantaine stellen van de hele wijk Westpoint,
in koele bloede werd gedood door
­gewapende strijdkrachten. Keita eiste een
onafhankelijk onderzoek, compensatie
voor de familie en excuses van de regering.
De protestmars van Keita mondde uit in
een nationaal debat, met als resultaat dat
de overheid haar rol in de fatale schietpartij erkende.
Voor Keita is zwijgen geen optie. Hij is
ervan overtuigd dat kinderen een hoofdrol
moeten vervullen bij het verbeteren van
hun rechtspositie en bij de strijd voor
het bestraffen van geweld en seksueel
misbruik van kinderen. “We hebben een
eigen verantwoordelijkheid, ook bij het
maken van nieuwe wetgeving”, zegt hij.
“Zo is het gelukt om in Liberia een nationale Kinderwet aangenomen te krijgen, op
grond van het VN-Kinderrechtenverdrag.
Jongeren werkten samen om dat voor
elkaar te krijgen en spraken met één
stem. Dat heeft enorm geholpen. Maar
ook als ik naar mijn eigen rol kijk, heeft
dat bijgedragen. Vanaf 2007 ben ik altijd
Lees verder op pagina 30.
27 Right!
KINDERVREDESPRIJS
Directeur Defence for Children Liberia:
‘KEITA WERKT SOLISTISCH
EN RUST NOOIT’
De carrière van Abraham Keita is bewonderenswaardig. Hij werd op zijn
negende jaar al lid van het Liberiaanse Kinder­parlement en is daarnaast
actief bij de Nationale Kinder- en Jeugdadviesraad, een jongerenorganisatie
die is opgericht door Defence for Children en Plan.
D
e Nationale Kinder- en Jeugdadviesraad is geen praatclubje, al doet de naam dat misschien vermoeden.
De ongeveer veertig actieve leden geven overal in het
land voorlichting over seksueel misbruik, staan kinderen
met raad en daad bij en ze distribueren eten en andere goederen
onder arme gezinnen. Daar voelt Keita zich als een vis in het
water. “De rechten van kinderen worden dagelijks geschonden”,
verklaart hij zijn betrokkenheid bij de Jeugdadviesraad.
“Kinderen worden gedood, meisjes worden verkracht en
jongens worden seksueel misbruikt. Dat blijft vrijwel altijd onbestraft. Gerechtigheid staat in Liberia niet op de agenda en de
omstandigheden waaronder kinderen leven zijn politiek gezien
onbespreekbaar.”
De Jeugdadviesraad is dan ook geen leuke bezigheid voor een
groep vrienden, maar bittere noodzaak. Juist hier maakt Keita
zich sterk voor meisjesrechten “We doen onder meer voorlichtingsprojecten, bijvoorbeeld om sympathie te wekken voor het
idee om geen seks te hebben”, vertelt hij. “We vertellen jonge
meisjes dat zij niet alleen de straat op moeten gaan, niet alleen
moeten fietsen en als een man je benadert, dat je dan niet met
hem moet meegaan. Daarnaast hebben we een campagne gelanceerd om jongens te werven die zich willen uitspreken tegen verkrachting en andere vormen van geweld. Dat is helemaal mijn
onderwerp.”
Het aantal verkrachtingen in Liberia stijgt nog altijd en ongeveer negentig procent van de slachtoffers is jonger dan 16 jaar.
De anti-verkrachtingscampagne van de Jeugdadviesraad
is bedacht en opgezet door Keita, in hoogsteigen persoon.
“We bezochten dertig scholen en vertelden dat wij, als jongens,
verkrachting veroordelen en hoe slecht je als dader bezig bent
voor je eigen samenleving. Omdat ik op scholen en op de radio
altijd maar de problemen van meisjes onder de aandacht breng,
zeggen sommige mensen dat God een meisje van me heeft
gemaakt,” zegt Keita met enige spot én enige trots. “Je hebt de
28 Right!
Door onze redactie
medewerking van jongens en mannen simpelweg nodig om
het geweld te stoppen. Juist zij moeten zich uitspreken.”
Ebola
Hoewel Abraham Keita door de jury van de Kindervredesprijs
wordt geroemd om zijn inzet voor het andere geslacht, doet
hij ook andere dingen bij Defence for Children. Zo heeft hij als
vrijwilliger meegewerkt aan een onderzoek naar de impact van
Ebola-besmetting op geïnfecteerde kinderen. Dat heeft belangrijke informatie opgeleverd over de psychosociale gevolgen
van deze vreselijke ziekte. “Hij was deel van het psychosociale
team”, vertelt Foday Kawah, directeur van Defence for Children
in Liberia. “We wilden weten wat de sociale impact van Ebola
is op geïnfecteerde kinderen. Omdat veel kinderen zich niet
vrij voelen om met volwassenen te praten, gebruikten we onze
jongeren om toegang tot hen te krijgen. We trainden leden van
de jeugdadviesraad om gesprekken te voeren en hulp te bieden,
zo ook Keita. Hij ging voor het onderzoek naar moeilijke en
gevaarlijke gebieden, maar Keita lobbyde bijvoorbeeld ook voor
de terugkeer van geïnfecteerde kinderen naar school en voor
opvang van Ebola-wezen. Dat was nodig, want tijdens de Ebolacrisis was er totaal geen aandacht voor kinderen.”
Kawah is opgetogen over de uitverkiezing van Keita. “We zijn
trots op hem. Ik denk dat hij een natuurlijke leider is,” zegt
hij. Dat laatste is volgens de directeur niet altijd zo geweest.
“Mijn eerste indruk was dat Keita uitgesproken was, maar ik had
niet direct het idee dat hij heel bijzonder was ten opzichte van
andere kinderen”, vertelt Kawah, die benadrukt dat ook andere
kinderen een vooraanstaande rol spelen in het publieke debat
in Liberia. “Binnen een team zijn er altijd mensen die komen
bovendrijven en op een bepaald moment kwam voor hem de
tijd. Het verschil met anderen is vooral dat Keita solistisch werkt
en nooit rust. Hij geeft er de voorkeur aan om alleen te lobbyen,
en dat bedoel ik positief. Elke keer als hij samen met een groep
begon aan een lobby, ging hij dóór en dóór als anderen allang
waren gestopt. Hij mobiliseerde dan bijvoorbeeld in zijn eentje
kranten en radio en stak daar veel extra energie in.”
PUUR
Volgens Foday Kawah is belangenbehartiging door kinderen
en jongeren puur en juist daardoor succesvol. “Zij praten over
onderwerpen die hen direct raken en niet over dingen die
anderen aangaan. In hun standpunt is nooit uit tactische overwegingen op voorhand een argument verwerkt dat is bestemd
voor mensen die de dingen misschien anders zien”, weet Kawah
uit ervaring. Maar juist die onbevangenheid en puurheid maakt
kinderen als Keita volgens hem ook kwetsbaar voor misbruik
door politici. “Dat is mijn grootste zorg. Ik zeg daarom altijd
tegen hem: ‘Keita, politici gebruiken jongeren om hun eigen
agenda te volgen. Het is daarom belangrijk om altijd je eigen
overtuiging te blijven volgen en niet te zeggen wat politici graag
willen horen. Sta niet toe dat iemand anders jouw talent exploiteert’. Dat is altijd mijn advies aan hem geweest. Hij zegt dan
vaak: ‘Niemand misbruikt mij’.”
Volgens Kawah is het erg belangrijk dat Keita met beide benen
op de grond blijft staan en bescheiden blijft, zeker nu hij internationale erkenning heeft gekregen voor zijn strijd. “Ik kan me
herinneren dat we binnen de Jeugdadviesraad kinderen wierven
om naar Londen te gaan voor een internationale conferentie
over seksueel misbruik. Abraham zat net bij de raad en wilde
wel, maar we besloten dat hij niet mocht. Dat zou de andere
leden, die al langer actief zijn, kunnen demotiveren. Ik weet
nog goed dat kinderen in de raad in het begin zelfs een beetje
bang waren voor Keita, omdat hij in het Jeugdparlement zat en
toen al bekend was in Liberia. Terwijl we nota bene veel meer
kinderen hebben die zich enorm inzetten en evenzeer internationale erkenning verdienen”, benadrukt Kawah. Juist daarom
heeft de directeur advies voor Keita: “Nu hij de Kindervredesprijs
heeft gekregen, is Keita niet langer dezelfde persoon die we
gekend hebben. Vanwege zijn capaciteiten en overtuigingen mag
hij nu als rolmodel dienen voor de kinderen van Liberia en heeft
hij een internationaal podium gekregen voor zijn boodschap.
Het zal vanaf nu vaker gebeuren dat niet iedereen wil luisteren,
dat mensen een tegenovergestelde mening hebben of de meerderheid het niet met hem eens is. Daarmee moet hij zien om
te gaan. Tegelijkertijd kan hij zich nu uitspreken over mondiale
onderwerpen zoals migratie, kindersekstoerisme, pornografie of
de situatie in Palestina of Syrië. Dat is een grote uitdaging, die hij
nederig moet uitvoeren.”
Keita zelf heeft de adviezen van Kawah al ter harte genomen.
Hij staat te popelen om het wereldtoneel te beklimmen om zich
sterk te maken voor bijvoorbeeld vluchtelingen en kinderen
in conflictgebieden. Hij verzekert echter dat ook kinderen in
Liberia op hem kunnen blijven rekenen. “Ik wil de scheidsrechter zijn om te verzekeren dat Liberia een land wordt waar
de rechten van kinderen worden gerespecteerd én gepromoot en
waar kansen worden gecreëerd voor kinderen”, zegt hij. “Dat is
de motivatie voor mijn werk en de Kindervredesprijs is een aanmoediging om daarmee door te blijven gaan.”
29 Right!
Cultuur
Dansen in een
prinsessenjurk
Wie feest viert trakteert: 20 boeken!
Het boek ‘Kinderen die de wereld
hebben veranderd’ bevat verhalen
over meer dan twintig kinderen die
de aandacht hebben gevestigd op
ernstige problemen in onze maatschappij. Dikwijls hebben zij ook een
bijdrage geleverd aan de oplossing.
Om de uitverkiezing van Abraham
Keita te vieren geeft Defence for Children
twintig exemplaren van dit schitterende
boek cadeau.
Om in aanmerking te komen stuurt u een
mailtje naar [email protected]
met uw naam en adres.
De eerste twintig inzenders krijgen het
boek thuisgestuurd.
Vervolg van pagina 27.
in de media en communiceer ik richting
kinderen over hun rechten. Ik denk dat
95 procent van de kinderen in Liberia nu
bewust is van zijn rechten, bijvoorbeeld als
het gaat om recht op onderwijs, huisvesting en op vrije menings­uiting. Daardoor is
het moeilijker geworden om de wetten te
negeren.”
Keita wordt niet alleen gelauwerd vanwege
zijn lobby en acties voor kinderrechten.
De jury van de Kindervredesprijs waardeert dat Keita óók voor individuele
kinderen opkomt en zelfs hoogstpersoonlijk een kindhuwelijk heeft voorkomen.
“Dat was een 13-jarig meisje”, vertelt Keita.
“Zij is toevallig een familielid van mij en
stond op het punt om te gaan trouwen met
een ander familielid.
Ze moest heel erg huilen, want haar ouders
wilden het huwelijk om ­economische
redenen en tegen haar zin doordrukken.
Dat is een schending van de rechten van
meisjes. Ik ging met de ouders van het
meisje praten en vertelde hen dat het
huwelijk niet conform hun religieuze overtuiging en traditie is, omdat ze als minderjarige onbewust is en trouwen daarom als
hekserij kan worden bestempeld. Het was
een serieuze discussie tussen mij en de
ouders, maar ze luisterden wel”, zegt Keita
zelf­verzekerd. “Achteraf werd ik wel geïn­
timideerd door naaste familieleden van de
beoogde echtgenoot, maar met het meisje
gaat het gelukkig goed. Zij woont nu weer
bij haar gezin en gaat naar school.”
CONFLICTGEBIEDEN
Met dank aan de Kindervredesprijs was
Keita afgelopen maand voor het eerst
in zijn leven buiten de landsgrenzen
30 Right!
van Liberia. De prijsuitreiking was in
de statige Ridderzaal in Den Haag.
Hij kan zich nu vervoegen bij de eerdere
winnaars, waaronder de beroemde
Nobelprijswinnaar Malala Yousafzai.
“De Kindervredesprijs geeft me een internationaal platform”, zegt Keita. “Ik spreek
me al uit voor kinderen in Liberia en dat
zal niet veranderen, maar ik kan me nu
ook makkelijker uitspreken voor kinderen
in andere landen, bijvoorbeeld in conflictgebieden. Zij verdienen het dat er over
hen wordt gesproken. Ik zie een rol voor
mijzelf om kinderrechten wijder te verspreiden en goed op de agenda te zetten.
Ik hoop dat bijvoorbeeld kinderen in Syrië
en Jemen – maar ook vluchtelingenkinderen – daarvan kunnen profiteren.”
LICHTPUNTJES IN LAND MET de MEESTE TIENERVERKRACHTINGEN
Nergens ter wereld worden meer tienermeisjes verkracht dan in Liberia. Justitie
grijpt nauwelijks in. Dankzij de inzet van
de 17-jarige Abraham Keita is Liberia
tegelijk het allereerste Afrikaanse land
met een speciale wet die kinderen
moet beschermen, gebaseerd op het
VN-Kinderrechtenverdrag. En er zijn meer
lichtpuntjes.
Het lijkt een grote tegenstelling: Liberia
heeft de beste wetgeving van het
Afrikaanse continent op gebied van
kinderrechten en tegelijk is het een van de
armste landen ter wereld met de meeste
tienerverkrachtingen. De Kinderwet is
in 2012 aangenomen, maar wordt nog
nauwelijks nageleefd. Seksueel geweld
is aan de orde van de dag, zo ook in de
stad Tubmanburg in het noordwesten van
Liberia, waar Defence for Children met het
project ‘Girl Power’ actief is. Meisjes en
jonge vrouwen leren daar opkomen voor
hun rechten.
De deelnemers aan ‘Girl Power’ zijn
jong, maar laten duidelijk van zich
horen bij de ongeveer 14.000 inwoners
van Tubmanburg. Ze strijden tegen
uithuwelijking, verkrachting en mishande­
ling en ze investeren in hun eigen
toekomst. Door ‘Girls Clubs’ krijgen
meiden de kans om mee te praten in hun
gezin en gemeenschap over beslissingen
die hen aangaan. Ze leren dat ze waardevol zijn e n dat zij rechten hebben. “We zijn
veel zelfverzekerder geworden en spreken
zelfs in het openbaar,” zegt Christina, één
van de deelnemers.
Inmiddels zijn er twaalf meisjesgroepen
actief in Liberia, met meer dan driehonderd deelnemende meisjes. De afgelopen
jaren is er dankzij het programma veel
veranderd. Meisjes worden meer betrokken bij beslissingen. Zonder de inzet van
jongens en mannen kan dit echter niet
slagen. Daarom zijn in veel gemeenschappen ondertussen ook ‘Boys Groups’ en
‘Men Action Groups’ opgericht die zich
inzetten voor meisjesrechten. Ook de
winnaar van de Kindervredesprijs 2015,
Abraham Keita, zet zich in voor de rechten
van meisjes. Zo voorkwam hij een kindhuwelijk en eist hij gerechtigheid voor
de vele jonge slachtoffers van seksueel
geweld.
Sporen in
de sneeuw
Moonrise Kingdom, de openingsfilm
van het Filmfestival in Cannes uit 2012,
is door Jeugdtheater Hofplein bewerkt
tot een absurdistisch toneelstuk met
sneeuwvlokken en pakken sneeuw op
het podium, om het kerstgevoel bij het
publiek compleet te maken.
De voorstelling gaat over Sam, een
weeskind dat op de vlucht slaat voor
Jeugdzorg en tijdens een scoutingkamp
samen met zijn grote liefde Suus van
de aardbodem verdwijnt. De verliefde
tieners gaan op avontuur om met z’n
tweeën kerst te vieren, achterna gezeten
door volwassenen die in al hun onvolkomenheid worden neergezet.
De film Moonrise Kingdom zet de medewerkster van Jeugdzorg neer als een
bijna buitenaardse en kille vrouw. Of dat
heel anders zal zijn in de toneelbewerking valt te betwijfelen. Wie een subtiel
en genuanceerd verhaal wil zien over
Jeugdzorg kan dit kerstsprookje van
Sophie de Vries en Hanke Sjamsoedin
dus beter aan zich voorbij laten gaan.
De theatermakers wonnen in 2014 de
publieksprijs op het theaterfestival van
de Jeugdtheaterscholen in Nederland.
De voostelling ‘Sporen in de Sneeuw’ is tot en met
3 januari te zien in Theater Hofplein in Rotterdam.
Mildred Zijlstra is gepensioneerd en
weeskind. In haar autobiografie ‘Dansen
in een prinsessenjurk’ beschrijft zij de
zoektocht naar haar wortels. “Ik wil met
mijn verhaal graag álle kinderen die op
zoek zijn naar hun biologische ouders
een hart onder de riem steken en de
boodschap meegeven: zet door. Het is
een elementair recht om te weten wie
je ouders zijn,” zegt ze in Libelle.
Toen Zijlstra 36 jaar was gaf haar
adoptie­vader de adoptiepapieren met
de naam van haar biologische moeder.
Beter laat dan nooit. De naam van haar
vader bleef echter in nevelen gehuld.
Zijlstra zocht door en ging te rade
bij vrienden van haar adoptieouders;
mensen die in nauw contact stonden
met prins Bernard. De inmiddels
overleden burgemeester van Rhenen,
Lodewijk Hendrik Nicolaas Bosch van
Rosenthal, was één van die vrienden en
vertelde Mildred uiteindelijk in 2003 dat
prins Bernhard haar vader is. Een jaar
later overleed Bernard. Mildred heeft
hem nooit ontmoet.
Het boek ‘Dansen in een prinsessenjurk’ ligt vanaf
deze maand in de boekwinkels, 220 pagina’s,
Prijs: 17,50.
Mensjesrechten
Aflevering 8 van de IKON-serie
Mensjesrechten vertelt het verhaal
van Manuela uit Guatemala. Door
haar klompvoetjes kan zij niet lopen
of staan. Haar vader is overleden en
haar moeder woont sinds kort in de
Verenigde Staten om geld te verdienen.
Manuela mist haar moeder enorm.
Vooral nu er iets heel belangrijks gaat
gebeuren: er is een arts die haar zal
opereren. Mensjesrechten is een documentaireprogramma over kinderrechten
en is gestart in december 2008. Aan
de hand van verhalen en belevenissen
belicht de IKON in de nieuwe serie in
totaal acht rechten. De slotaflevering
over Manuela is op 27 december te
zien op NPO Zapp. Op 20 december
komt het verhaal van Tareq aan bod.
Vanwege de oorlog in Syrië vlucht hij
naar Europa, een onzekere toekomst
tegemoet. Tareq moet zijn ouders,
zusje en broertje achterlaten. Het
wordt een gevaarlijke reis en eenmaal
aangekomen in Nederland begint het
wachten. Als hij had geweten dat het
wel een jaar zou gaan duren, was hij
dan ook weggegaan? Wanneer zal hij
zijn ouders weer zien? Had hij eigenlijk
een keuze?
Tot en met zondagmiddag 27 december op Zapp én
terug te kijken op NPO Gemist.
31 Right!
All Right!
HOW TO SURVIVE PLEEGZORG
“Kan ik ’s nachts het toilet wel dootrekken?” Deze en andere
vragen passeren de revue in vijf korte films met als titel
‘How to survive pleegzorg’. Vijf jongeren uit pleeggezinnen
vertellen openhartig over hun ervaringen met huisregels en
gewoonten in het nieuwe gezin. De video’s zijn op stukonline.
com al meer dan 1.500 keer bekeken.
“Het is een soort survivalgids voor kinderen die uit huis
worden geplaatst”, vertelt Rebecca, één van de jongeren.
“We willen laten zien dat pleegkinderen tegen allerlei praktische dingen aanlopen, omdat het anders gaat dan thuis.
Bijvoorbeeld niet mogen roken, terwijl dat thuis wel mag.
Of niets uit de snoeppot durven pakken en niet weten of je
’s nachts de wc mag doortrekken. Een pleeggezin zal nooit je
eigen thuis worden, maar het is wel belangrijk dat je je thuis
kunt voelen en je niet onzeker hoeft te zijn over gezinsregels
en andere gewoonten.”
De pleegouders van Rebecca spelen mee in een filmpje.
“Zij waren erg onder de indruk van het project en wisten
niet waar ik allemaal tegenaan was gelopen,” zegt Rebecca.
Mandy heeft soortgelijke ervaringen. “Ik heb het aan mijn
opa en oma laten zien, waar ik nu woon. Zij vinden het heel
knap dat we dit hebben gemaakt.”