palestina

Transcription

palestina
PALESTINA
EEN LAND IN WORDING?
Een informatiepakket voor een werkstuk of spreekbeurt
COLOFON
Tekst: Harry de Ridder en Olav Jansen
Illustraties: CMO en zijn licentiegevers, Flickr, Vecip, Holocaust History, Palestine
Facts, Electronic Intifada
De inhoud is met zorg samengesteld. Mocht u van mening zijn dat inbreuk is gedaan
op uw auteursrechten of beeldrechten, dan verzoeken wij u vriendelijk contact met
ons op te nemen via [email protected].
Centrum voor Mondiaal Onderwijs
Postbus 9108
6500 HK Nijmegen
tel. 024-3613074
e-mail: [email protected]
http://www.cmo.nl
De Scriptieservice Nieuwe Stijl is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van Kerk en
Wereld en door een solidariteitsbijdrage van de gezamenlijke religieuzen in Nederland via de
commissie PIN.
© Centrum voor Mondiaal Onderwijs, Nijmegen, 2009
II
INHOUD
Palestina en de Palestijnen
pag. 1
Geschiedenis
Twee buurvolken
Anti-semitisme en zionisme
Twee tegenstrijdige beloften
De moord op zes miljoen joden in de Tweede Wereldoorlog
Het verdelingsplan van de Verenigde Naties
‘Bezette gebieden’
Op de vlucht: de geschiedenis van de Palestijnse vluchtelingen
Uiteenlopende leef– en woonomstandigheden
pag. 2
pag. 2
pag. 3
pag. 3
pag. 5
pag. 6
pag. 6
pag. 7
pag. 8
Georganiseerd verzet
Palestijnse Nationale Autoriteit (PNA)
pag. 9
pag. 10
Obstakels voor het vredesproces
De nederzettingen
Tegenstanders van het vredesproces
Jeruzalem
Water
pag. 13
pag. 13
pag. 14
pag. 15
pag. 16
Actuele ontwikkelingen
De eerste en tweede intifada
Een muur tussen oost en west
Gazastrook
Laatste ontwikkeling
pag. 17
pag. 17
pag. 17
pag. 18
pag. 18
Jongeren van Palestina
Naar school
Nog nooit op vakantie geweest
Toekomstverwachtingen
pag. 19
pag. 21
pag. 23
pag. 24
Aantekeningen
pag. 25
Meer op internet
pag. 27
III
IV
PALESTINA EN DE PALESTIJNEN
Als je Palestina in een atlas opzoekt, zul je die naam op geen enkele kaart vinden. In
oude atlassen, van vóór 1948, kom je die naam wèl tegen. Toch kennen we allemaal
de Palestijnen uit het Midden-Oosten. Ze zijn door de jaren heen veelal in het nieuws
als actievoerders tegen de Israëlische overheersing. Ze schuwen daarbij geweld niet.
Je kunt niet over Palestina en over de Palestijnen praten, zonder het over geschiedenis
en politiek te hebben. Ook in dit pakket kunnen we daar niet om heen. Aandacht is er
ook voor enkele actuele ontwikkelingen die grote invloed hebben op het leven van veel
Palestijnen en Israëli’s in het gebied. Maar een groot deel van dit pakket gaat over het
alledaagse leven van mensen in Israël en Palestina. We laten enkele meisjes en jongens aan het woord. Met vier Palestijnse jongeren hebben we interviews gehouden. Zij
hebben vragen beantwoord over school, vrije tijd, wonen en werken en hoe ze hun
toekomst zien. Hun op– en aanmerkingen zijn zoveel mogelijk verwerkt. Ook hebben
we met een Palestijnse en een joodse jongere in Nederland gepraat over hun visie op
het conflict.
Het verlies van Palestijns grondgebied, 1946-1999
Hierboven vier kaarten van het grondgebied waarover het gaat in dit pakket.
De eerste kaart toont dat het land in 1946 nog overwegend van Palestijnen is, en dat
de joden maar weinig grondgebied in hun bezit hebben.
De tweede kaart toont het plan uit 1947 van de Verenigde Naties om Palestina op te
delen in een Palestijns deel en een joods deel.
De derde kaart toont de verhoudingen sinds de oprichting van de staat Israël in 1948
tot aan de Zesdaagse Oorlog van 1967.
De laatste kaart laat zien hoe de verhouding ligt sinds het ondertekenen van de Osloakkoorden in 1993 en de oprichting van de Palestijnse Autoriteit.
1
GESCHIEDENIS
Los van de vraag of Palestina nu wel of niet een echt land is en hoe groot het precies
is, een eigen vlag hebben de Palestijnen al heel lang.
Rechts een Palestijn zwaaiend met
zijn vlag.
De driehoek is rood. Deze kleur
staat voor het bloed dat vergoten is
en voor dapperheid.
De bovenste baan is zwart, dat
staat voor het donkere verleden en
oude Arabische overwinningen.
De middelste baan is wit. Deze
kleur staat voor een stralende toekomst en edelmoedigheid.
De onderste baan is groen en dat is
de kleur van de islam.
Twee buurvolken
Er zijn verschillende theorieën over de afstamming van de Israëli’s en de Palestijnen.
Volgens veel Palestijnen stammen ze zelf af van de Filistijnen, een volk dat meer dan
3.000 jaar geleden al genoemd werd. Herodotus, een Romein die leefde rond het begin van onze jaartelling, noemt het woongebied van de Filistijnen aan de kust Palaestina. De Palestijnen spreken zelf over al-Filastin als zij Palestina bedoelen. Ook in de
Bijbel worden de Filistijnen genoemd, net als de Judeeërs. De Judeeërs zijn de inwoners van Juda en de buren van de Filistijnen. De Judeeërs worden nu joden genoemd.
Gravures van de Filistijnen
In 1000 v. Chr. worden de Filistijnen in een oorlog door de Judeeërs verslagen. De gebieden Juda, Samaria en Galilea vormen daarna samen het koninkrijk Israël. Zo’n
1000 jaar later trekken de Romeinen het land binnen, en noemen het Palaestina.
2
Na de verwoesting van de belangrijkste joodse tempel door de Romeinen in 70 n. Chr.
moeten de Judeeërs vluchten. Ze zwerven uit over de wereld van destijds.
De Filistijnen worden met rust gelaten en blijven gewoon in Pal(a)estina zitten. De Filistijnen, of Palestijnen zoals we ze nu maar zullen noemen, hebben echter nooit meer
zelf over hun eigen land kunnen regeren.
De Romeinen blijven tot 395 n. Chr. Daarna maakt Palestina meer dan 1000 jaar lang
deel uit van het Byzantijnse Rijk. In 1517 nemen de Ottomanen, de huidige Turken,
de macht over. Palestina blijft een provincie van het Ottomaanse Rijk tot het einde
van de Eerste Wereldoorlog (1918).
Anti-semitisme en zionisme
Sinds de joden zich verspreid hebben over de wereld, hebben ze het dikwijls zwaar te
verduren, met name in Europa. De haat tegen joden wordt anti-semitisme genoemd.
Een aantal joden is aan het eind van de 19e eeuw de anti-semitische vervolgingen in
Europa beu. Zij richten daarom in 1897 de Zionistische Federatie op. De aanhangers
van deze politieke beweging worden zionisten genoemd. Zij willen een eigen joodse
staat. Eerst denken zij aan landen als Argentinië en Oeganda om zich te vestigen. Ze
kiezen uiteindelijk voor Palestina, omdat dit gebied een belangrijke rol speelt in de
joodse godsdienst en omdat ze daar 2000 jaar eerder ook woonden. ‘Palestina is een
land zonder volk voor een volk zonder land’, is de leuze die de zionisten hanteren.
Juist is de leus niet, want er wonen Palestijnen in het gebied, onder bestuur van de
Ottomanen.
Boven: een Palestijnse familie rond 1900
Rechts: Twee foto’s van de strijd om
Palestina gedurende de
Eerste Wereldoorlog
Twee tegenstrijdige beloften
Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) is Engeland in oorlog met het Ottomaanse Rijk (met het huidige Turkije als centrum). Engeland heeft grote belangen in het
Midden-Oosten en wil zijn positie daar verstevigen. In 1915 vragen de Engelsen de
steun van de Arabische bevolking, waaronder de Palestijnen, in hun strijd tegen de
Ottomanen. In ruil daarvoor beloven de Engelsen onafhankelijkheid aan de Arabische
volken. De Arabieren komen hun belofte na, de Engelsen echter niet.
3
In 1917 schrijft Arthur Balfour, de Engelse Minister van Buitenlandse Zaken, aan Lord
Rothschild, een Brits zionist:
Waarde Lord Rothschild,
Zijne Majesteits Regering staat welwillend tegenover de vestiging in Palestina van een
nationaal tehuis voor het Joodse volk, en zal haar best doen om het bereiken van dit
doel mogelijk te maken. Daarbij dient duidelijk begrepen te worden dat niets zal worden gedaan dat de rechten van de bestaande niet-Joodse (lees: Palestijnse) groepen
in Palestina zal aantasten. Ik zou dankbaar zijn, indien u deze verklaring ter kennis
zoudt willen brengen van de Zionistische Federatie,
Met vriendelijke groeten,
Arthur James Balfour
Arthur Balfour
Neerslaan van een opstand
In het midden een kopie van
de brief die geschreven is
door Arthur Balfour
Lord Rothschild
Na de Eerste Wereldoorlog verdelen Engeland en Frankrijk de buit. Palestina komt onder Brits bestuur. De Palestijnen komen in de jaren twintig en dertig van de vorige
eeuw herhaaldelijk in opstand. Zij protesteren tegen de Engelse bezetting en de toenemende invloed van de zionisten. Steeds meer joodse immigranten komen Palestina
binnen en vormen een eigen bestuur. Dit alles met goedkeuring van de Engelsen. De
joodse immigranten kopen ook grote stukken land van Arabische grootgrondbezitters,
die zelf veelal buiten Palestina wonen. De grootgrondbezitters zijn meer geïnteresseerd in een hoge prijs voor het land dan de pacht die ze krijgen van de Palestijnse
boeren.
Omdat veel Palestijnse boeren en landarbeiders van hun grond verdreven worden,
breekt er in 1936 een staking uit. Ze eisen van het Engelse bestuur een beperking van
de joodse immigratie en landaankoop en onafhankelijkheid voor henzelf.
Als deze eisen niet worden ingewilligd, mondt de staking uit in een opstand. Deze
duurt van 1936 tot 1939 en wordt door de Engelsen bloedig neergeslagen.
4
Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog
beloven de Britten aan de Palestijnen een eigen
staat binnen tien jaar. Maar ook die belofte houden de Britten niet. In 1947 besluiten ze het bestuur van Palestina over te dragen aan de Verenigde Naties.
Adolf Hitler
Kristallnacht
Concentratiekamp
Zyklon-B
De moord op zes miljoen joden in de Tweede
Wereldoorlog
In 1933 komt in Duitsland Adolf Hitler aan de
macht. Hitler heeft een hekel aan de joden. Hij zit
de joden op allerlei manieren dwars. Er komen
beroepsverboden voor joden: ze mogen geen
rechter, arts, ambtenaar, notaris, journalist of
advocaat meer zijn. Joodse winkels worden geboycot. Joden mogen niet naar musea, openbare
speeltuinen en zwembaden. Ze mogen niet trouwen met niet-joden.
Als een joodse jongen uit woede over de vernederingen op 7 november 1938 een Duitse diplomaat
doodschiet, worden in de nacht van 9 op 10 november 1938 joden aangevallen, gaan synagogen
in vlammen op, worden joodse winkels, huizen,
scholen, begraafplaatsen en ziekenhuizen geplunderd, beklad en vernield.
Het lijkt een spontane uitbarsting van volkswoede, maar in werkelijkheid zijn de vernielingen
zorgvuldig geregisseerd door de partij van Hitler.
Het resultaat: bijna honderd doden, 7.500 verwoeste winkels en 267 uitgebrande synagogen.
Deze nacht is bekend geworden als de Kristallnacht (vanwege de vele scherven). Niet de daders
worden gearresteerd, maar de slachtoffers:
30.000 joden.
Het gaat van kwaad tot erger. In het geheim bereidt Hitler de vernietiging van alle joden voor.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog (1939-1945)
voert hij zijn geheime plannen uit.
Uit alle landen van Europa die hij is binnengevallen, worden joden weggevoerd naar concentratiekampen. Joodse burgers krijgen een oproep, worden op transport gesteld en na aankomst in een
kamp geselecteerd op geslacht en gezondheid. De
sterken worden eerst nog tewerkgesteld. De
zwakken en de ouderen worden naar de gaskamers gebracht, waar het beruchte zyklon-B-gas
zijn werk doet. De toevoer is zo groot dat de verbrandingsovens deze toevoer nauwelijks kunnen
verwerken. In totaal worden er maar liefst zes
miljoen joden omgebracht.
5
Na de Tweede Wereldoorlog willen veel joden
die de oorlog overleefd hebben, weg uit Europa,
weg uit het gebied waar ze zoveel familieleden
en vrienden hebben verloren. Velen trekken
naar Amerika, maar er gaan ook duizenden joden naar Palestina, naar het land van hun voorouders. Hun komst leidt tot problemen met de
Palestijnen. De Palestijnen moeten met lede
ogen toezien hoe de nieuwkomers steeds meer
grond in beslag nemen en het voor het zeggen
gaan krijgen.
Het verdelingsplan van de Verenigde Naties
Zoals gezegd draagt Engeland in 1947 de
macht over aan de Verenigde Naties. Een speciale commissie met vertegenwoordigers uit elf
landen, waaronder Nederland, komt met het
voorstel om Palestina in tweeën te delen.
Ofschoon de joden slechts éénderde van de bevolking uitmaken en niet meer dan 7% van het
land bezitten, krijgen zij door de VN 56% van
Palestina toegewezen. De Palestijnen wijzen het
voorstel om die reden af.
De joden roepen op 15 mei 1948 de staat Israël
uit. Er breekt een oorlog uit met de Arabische
buurlanden en tussen Israëli’s en Palestijnen.
De Israëli’s verwoesten 350 van de 500 Palestijnse dorpen en verslaan de Arabische buurlanden. De oorlog eindigt in een wapenstilstand
zonder vredesverdrag.
Israël verovert 77% van Palestina. De overige
23% wordt veroverd door Egypte (de Gazastrook) en door Jordanië (de Westelijke Jordaanoever). De naam Palestina verdwijnt uit de
atlassen. Vanaf nu wordt het grondgebied met
de naam Israël aangeduid.
‘Bezette Gebieden’
De spanningen tussen Israël en de Arabische
buren blijven bestaan. In 1967 leiden die spanningen tot de Zesdaagse Oorlog. Israël verovert
de Sinaï-woestijn (op Egypte), de GolanHoogvlakte (op Syrië) en het restant van het
oude Palestina, de Gaza-strook en de Westelijke
Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem. Deze
gebieden worden samen aangeduid als de
‘Bezette Gebieden’. De Palestijnen die er wonen, vallen voortaan onder Israëlisch (militair)
bestuur. In de ogen van de Palestijnen zijn de
Israëli’s bezetters, net zoals de Duitsers in de
Tweede Wereldoorlog door de Nederlanders als
bezetters worden gezien.
6
De Exodus, een schip vol met joden
die naar Palestina willen
Verdelingsplan van de VN
Jeruzalem onder vuur in 1948
De Palestijnen krijgen ook te maken met Israëlische nederzettingen. Op de Westelijke
Jordaanoever gaan duizenden Israëli’s wonen in meer dan honderd nederzettingen.
Nog eens duizenden Israëli’s gaan wonen in joodse wijken in of rondom OostJeruzalem. In de Gaza-strook gaan een paar duizend Israëli’s wonen in meer dan tien
nederzettingen. De Israëli’s krijgen de beste gronden toegewezen. De Palestijnen die
er wonen, worden van hun land verdreven.
Op de vlucht: de geschiedenis van de Palestijnse vluchtelingen
Tijdens de oorlog van 1948 vluchten meer dan 700.000 Palestijnen naar de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever of de omringende Arabische landen.
Als zij na de oorlog weer naar hun huizen willen terugkeren, worden zij door Israëlische soldaten tegengehouden. Deze Palestijnen komen in vluchtelingenkampen terecht. De Verenigde Naties besluiten op 11 december 1948 dat de Palestijnse vluchtelingen niet tegengehouden mogen worden en dat zij het recht op terugkeer hebben.
Dit besluit van de VN wordt Resolutie 194 (III) genoemd. De Israëli’s trekken zich hier
echter niets van aan. Ze weigeren om de vluchtelingen te laten terugkeren.
Palestijnse vluchtelingen
Een minderheid van de Palestijnen, ongeveer 150.000 mensen, blijft in het nieuwe Israël achter.
Sommige Palestijnse vluchtelingen proberen een normaal leven op te bouwen. Velen
komen echter in kampen terecht. Langzamerhand worden de tenten vervangen door
stenen huisjes, maar de omstandigheden blijven zwaar. Er is weinig werkgelegenheid
in de kampen, aanvankelijk ontbreken scholen en andere voorzieningen.
De Verenigde Naties richten voor de Palestijnse vluchtelingen een hulporganisatie op:
United Nations Relief and Work Agency (UNRWA). De UNRWA richt in de kampen lagere scholen en scholen voor beroepsonderwijs op. Van daadwerkelijke hulp bij terugkeer naar hun eigen woningen (zoals de VN willen) komt niets terecht. Sinds die tijd is
het probleem van de vluchtelingen een groot obstakel bij vredesbesprekingen. De Palestijnen eisen dat de vluchtelingen kunnen terugkeren, de Israëli’s weigeren dat.
Een enkeling gaat illegaal terug: Manna, die in 1948 één jaar oud was, zwierf met zijn
ouders rond: Nabloes op de Westelijke Jordaanoever, Jordanië, Syrië en ten slotte Libanon. Zijn vader ging af en toe stiekem de grens over.
7
Hij haalde dan geld bij oma en de zusters die
in Israël waren achtergebleven. Ook hielp hij
hen stiekem met de olijvenpluk en, in de zomer, met het oogsten van de tarwe.
‘Begin 1951 zijn we naar Israël geremigreerd’,
vertelt hij. ‘Illegaal. Met de boot van Sidon
naar Akko, samen met een paar andere gezinnen uit ons dorp. Mijn oom, de broer van mijn
vader, aarzelde of hij mee zou gaan. Hij wilde
uiteraard ook terug naar het dorp, maar hij
was bang voor wat de Israëli’s met hem zouden doen als hij er eenmaal was. Ook was hij
bang omdat veel mensen bij het oversteken
van de grens om het leven kwamen. Hij bleef
dus achter in Ain al-Hilwe’, een vluchtelingenkamp in Zuid-Libanon.
Anderen die blijven, wonen soms al meer dan
zestig jaar in een ‘tijdelijk’ vluchtelingenkamp.
Er zijn duizenden kinderen in de kampen geboren, die niet weten wat een normaal huis is.
Zoals gezegd zijn veel Palestijnse vluchtelingen in 1948 op de vlucht voor de Israëli’s in
de Gaza-strook en op de Westelijke Jordaanoever beland. In 1967 krijgen deze Palestijnse
vluchtelingen alsnog met de Israëli’s te maken
als Israël na de Zesdaagse Oorlog beide gebieden bezet.
Ook nu weer vluchten veel Palestijnen voor
het oorlogsgeweld en ook nu wordt hen de
terugkeer naar hun huizen onmogelijk gemaakt. De Verenigde Naties verzoeken de Israëlische regering nog een keer om vluchtelingen terug te laten keren (Resolutie 237, juni
1967). Tevergeefs.
Palestijnse vluchtelingen
Uiteenlopende leef– en woonomstandigheden
In het buitenland hebben veel Palestijnen geprobeerd een normaal leven op te bouwen.
Het geld dat ze verdienen wordt op een spaarrekening gezet, als spaarpot voor al-Awda, de
vurig gewenste terugkeer.
De Palestijnen die in Israël zijn achtergebleven, krijgen een Israëlisch paspoort, maar
worden door de Israëli’s als tweederangsburgers gezien; zijzelf zien zich vooral als
‘rechtenloos’.
Het zal duidelijk zijn, dat we de situatie van
de Palestijnen niet onder één noemer kunnen
brengen. Het maakt veel uit waar en hoe je
woont.
Palestijnse vrouwen voor een bulldozer
8
GEORGANISEERD VERZET
Als in 1962 Algerije na een bevrijdingsoorlog onafhankelijk wordt, los van Frankrijk,
menen veel Palestijnen dat gewapend verzet lonend kan zijn. Zij richten de verzetsorganisatie PLO op. Een andere aanleiding voor het ontstaan van de PLO is een conflict
om … water!
Israël heeft een groot tekort aan water
voor de landbouw in de joodse nederzettingen. Uit het Meer van Tiberias, op de
grens met de Golanhoogten, tapt Israël
water af en verspreid dat via een uitgebreid netwerk van pijpleidingen over heel
Israël. De andere landen zijn niet aangesloten op dit netwerk; zij zullen op andere
manieren aan water moeten komen.
Het Meer van Tiberias
Links, het embleem
van de PLO
Onder, Yasser Arafat
en de graftombe van
Yasser Arafat
Op een protestconferentie worden de Arabische leiders het niet eens over maatregelen. Ze richten dan wel de PLO, de Palestijnse Bevrijdings Organisatie op, waarin het Palestijns verzet gebundeld wordt.
De eerste aanslag van de PLO van 31 december 1964 is gericht op het netwerk van
pijpleidingen, maar deze mislukt. In 1967
voert de PLO meer dan honderd aanvallen
uit op Israël; in 1968 zijn dat er een kleine
achthonderd en in 1969 maar liefst 2.432!
Na de Juni-Oorlog in 1967 wordt de leiding
van de PLO vervangen door een nieuwe
raad onder leiding van Yasser Arafat. Het
doel van de PLO is de wereld te laten zien
dat de ‘Palestijnse kwestie’ geen vluchtelingenprobleem is, maar een politiek
vraagstuk dat alleen kan worden opgelost
als het Palestijnse volk recht op zelfbeschikking krijgt. Door aanvallen op Israëlische doelen probeert de PLO Palestina te
bevrijden. Bij deze aanslagen vallen er doden en gewonden, onder militairen en politici, maar ook onder onschuldige burgers.
De PLO is nooit een eenheid geweest. Verschillende groepen binnen de PLO hebben
elk hun eigen naam: PFLP (Volksfront voor
de Bevrijding van Palestina), DFLP
(Democratisch Front voor de Bevrijding
van Palestina) en al-Fatah, de organisatie
van Yasser Arafat, zijn de bekendste.
9
De Palestijnse vliegtuigkapingen van de jaren zeventig zijn een voorbeeld hoe de Palestijnse kwestie, na jarenlang vergeten te
zijn, weer de aandacht van de westerse wereld krijgt. Al-Fatah veroordeelt de kapingen,
maar de hele PLO wordt er op aangekeken.
En altijd volgt vergelding van Israël, vaak
tegen Palestijnen in de vluchtelingenkampen; soms werden leden van de PLO door
Israëli’s vermoord.
In 1972 schokt de gijzeling van elf Israëlische sporters door een PLO-groep tijdens de
Olympische Spelen in München de wereld.
De poging tot bevrijding van de gijzelaars
mislukt, en ze komen samen met de gijzelnemers om.
In 1979 willen Israël, Egypte en de Verenigde Staten samen het Palestijnse vraagstuk
oplossen, zonder de Palestijnen erbij te betrekken. De PLO wijst het zogeheten Camp
David-akkoord tussen de drie landen af.
Aanvankelijk gaat de PLO alleen akkoord met
een eigen staat voor Palestijnen in heel Palestina. Deze staat zou democratisch moeten
zijn en joden, moslims en christenen zouden
gelijke rechten hebben. Later gaat de PLO
ook akkoord met Palestijns gezag over een
deel van Palestina. Op 15 november 1988
roept de PLO de Palestijnse staat uit. Deze
bestaat uit de Gazastrook en de Westelijke
Jordaanoever met Oost-Jeruzalem als hoofdstad. Dit zijn dus de gebieden die ‘de bezette
gebieden’ worden genoemd. Ook zweert de
PLO het gewapende verzet af.
In 1991 beginnen in Madrid de eerste onderhandelingen tussen Palestijnse en Israëlische
vertegenwoordigers. Deze verlopen echter
heel moeizaam en dan blijkt in 1993 dat er
geheime onderhandelingen tussen de PLO en
Israël in Oslo plaatsvinden. Deze monden op
13 september 1993 uit in de ondertekening
van een akkoord dat wel het Oslo– of GazaJericho-akkoord wordt genoemd.
Palestijnse Nationale Autoriteit (PNA)
Gevolg van het ondertekenen van het GazaJericho-akkoord is dat Palestijnen in delen
van de Gazastrook en in de stad Jericho beperkt zelfbestuur krijgen. Er komt een tijdelijke regering onder leiding van Arafat, de
Palestijnse Nationale Autoriteit.
10
Gijzelnemer Olympische Spelen 1972
Camp David-besprekingen
De onderhandelingen in Oslo
Yasser Arafat en Mahmoud Abbas
De Palestijnen krijgen volgens het akkoord zelfbestuur over vijf taken, namelijk: onderwijs, gezondheidszorg, belastingen, toerisme en welzijn.
Maar Israël blijft echter de controle houden over
de belangrijkste zaken als het land, de grenzen,
de terugkeer van Palestijnse vluchtelingen, water, nederzettingen en Jeruzalem. Dus van onafhankelijkheid is geen sprake en van echte zeggenschap over hun eigen leven ook niet.
De blijdschap waarmee de wereld het akkoord
tussen Israël en de Palestijnen begroet, is volgens de Palestijnen te voorbarig. In hun ogen is
er nog helemaal geen oplossing en gaat de Israëlische bezetting voorlopig gewoon in alle hevigheid door.
Beeld van de Gazastrook
Uri Avnery
Jericho
Een groot probleem is dat er in het akkoord niets
is vastgelegd over een onafhankelijke Palestijnse
staat. Het is nog onduidelijk waar het akkoord
uiteindelijk in moet uitmonden. Volgens de Israëlische vredesactivist Uri Avnery is het duidelijk
dat de achtereenvolgende Israëlische premiers
geen Palestijnse staat willen. Ook zegt hij dat Israël tot nu toe alleen die delen van het akkoord
heeft uitgevoerd die in het voordeel van Israël
zijn. ‘Het afstoten van Gaza was altijd al een Israëlische wens omdat het gebied alleen maar
problemen voor Israël opleverde’, zegt hij.
Dat het leven van Palestijnse jongeren in de Gazastrook en Jericho is veranderd na de ondertekening van het Gaza-Jericho-akkoord, daar twijfelt niemand aan. De Israëlische soldaten zijn uit
het straatbeeld verdwenen; schoolsluitingen en
uitgaansverboden zijn verleden tijd.
Na Jericho komen ook andere steden onder Palestijns bestuur. De enthousiaste geluiden verstommen echter al snel. De situatie voor de Palestijnen in de bezette gebieden wordt er na de
ondertekening niet beter op. Israël sluit de Palestijnse gebieden regelmatig af, waardoor Palestijnse arbeiders niet naar hun werk kunnen. De beloofde verbindingsweg tussen Gaza en Jericho is
er pas na jarenlang touwtrekken gekomen, omdat Israël haar medewerking lange tijd weigerde.
Uri Avnery is heel duidelijk als hij zegt: ‘De Israëlische regering probeert de situatie in de bezette
gebieden en Jeruzalem naar haar hand te zetten.
Er is in het internationaal recht ook nog zoiets
dat wanneer je laat blijken bereid te zijn om over
iets te onderhandelen, je niet in de tussentijd je
gelijk probeert te halen.’
11
‘Met andere woorden, als jij en ik ruzie krijgen over het eigendom van een bankrekening, dan zeg je niet oké, ik wil er graag over onderhandelen en vervolgens haal je al
het geld van de rekening.’
Dit is echter precies wat de Israëlische regering op dit moment aan het doen is. Hoewel Israël beloofd heeft de bouw van nederzettingen stop te zetten, gaat deze onverminderd voort.
Het akkoord moet als een tijdschema van vijf jaar gezien worden. Binnen deze vijf
jaar moeten er onderhandelingen over onder andere Jeruzalem, nederzettingen, water, en het recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen plaatsvinden. Voor al deze
zaken moet er een oplossing gevonden worden. De vijf jaar zijn inmiddels al lang geleden verstreken, en het lijkt erop alsof de onderhandelingen nog moeten beginnen.
Echte vrede, in vrijheid kunnen leven en eigen beslissingen kunnen nemen, is nog
steeds niet weggelegd voor de Palestijnen. Amira zegt hierover: ‘We willen ons land
terug en ons eigen leven kunnen leiden. Zolang de Israëli’s ons blijven onderdrukken,
zullen we ons blijven verzetten. Israël moet alle Palestijnse gebieden die het in 1967
heeft bezet, aan ons teruggeven’.
Mahmoud Abbas richt samen met Arafat de bevrijdingsbeweging Al Fatah op, die later opgaat in
de PLO. Abbas is eerst minister-president, en
sinds Arafats overlijden president van de Palestijnse Nationale Autoriteit.
Hij is de man achter de Oslo-akkoorden, en heeft
die ook ondertekend.
12
OBSTAKELS VOOR HET VREDESPROCES
We hebben al eerder gezegd, op pagina 7, dat de vluchtelingen een belangrijk obstakel vormen in het vredesproces. In 1948 en 1967 zijn er honderdduizenden Palestijnen op de vlucht gegaan voor het oorlogsgeweld. Bij vredesonderhandelingen eisen de
Palestijnen het recht op terugkeer van deze vluchtelingen; Israël wil dat onder geen
enkele voorwaarde. Het vraagstuk van de vluchtelingen is misschien wel het belangrijkste obstakel op weg naar een duurzame vrede in het Midden-Oosten. Maar er zijn
meer obstakels.
De nederzettingen
Nederzettingen en kolonisten (=
inwoners van nederzettingen) zijn
een belangrijk obstakel voor vrede tussen Palestijnen en Israëli’s.
Onderhandelingen hierover hebben nog niet plaatsgevonden,
hoewel dat gepland was voor
1996, drie jaar na de ondertekening van het akkoord van Oslo. In
plaats van bevriezing van de
bouwactiviteiten, zoals beloofd
was, kwam men er achter dat er
juist geheime bouwplannen zijn
voor de Westelijke Jordaanoever
en Jeruzalem. Deze plannen zijn
voor de Palestijnen niet aanEen joodse nederzetting in bezet gebied
vaardbaar.
De Verenigde Naties roepen Israël sinds 1980 al op de bestaande nederzettingen af te
breken en op te houden met de bouw van nieuwe nederzettingen. Israël gaat hier tot
op de dag van vandaag mee door. De nederzettingen maken de Palestijnse droom van
een onafhankelijke staat bijna onmogelijk. De kaart van Palestina lijkt met alle joodse
nederzettingen wel op een gatenkaas.
Veel Palestijnen dachten dat met het Oslo-akkoord de Israëlische bezetting zou stoppen. Het is voor hen moeilijk te begrijpen dat er steeds meer land voor nederzettingen
in beslag wordt genomen.
Thair, een Palestijnse jongere die op pagina 19 aan je wordt voorgesteld, vindt dat
‘Israëlische kolonisten uit Palestina moeten vertrekken en naar Israël moeten verhuizen zodat de Palestijnse vluchtelingen die in de Arabische landen wonen en geen huis
hebben hier kunnen wonen’.
13
Tegenstanders van het vredesproces
Tegenstanders van het huidige vredesproces zijn zowel bij de Israëli’s als de
Palestijnen te vinden.
Aan Israëlische zijde vormen de kolonisten een groot probleem. Volgens de Israelische vredesactivist Avnery valt met
hen geen enkel compromis te sluiten omdat ze een Groot Israël willen, geen centimeter land willen opgeven en de Palestijnen geen enkel recht gunnen. Ze hebben
gewaarschuwd een ‘oorlog’ tegen de regering van Israël te beginnen als er besloten wordt een bouwstop af te kondigen
voor alle Israëlische nederzettingen.
Aan Palestijnse zijde is er binnen de islamitische Hamas en de Jihad-beweging
een kleine groep die Israël nooit zal erkennen. In hun ogen blijft Palestina tot
de ‘dag des oordeels’ islamitisch eigendom. Zij zijn tegen elk compromis met
Israël en proberen op alle mogelijke manieren het vredesproces te dwarsbomen.
Ze gaan zelfs zover dat ze onder hun leden jongeren rekruteren die bereid zijn
om een zelfmoordaanslag te plegen.
Daarbij is het doel om zoveel mogelijk
slachtoffers onder de joodse bevolking
van Israël te veroorzaken.
Jonge Hamas-strijder
Ook de gewone Palestijnen zijn steeds
meer tegen het vredesproces gekant. Zij
zien geen einde komen aan de bezetting
door de Israëli’s. Onder de Palestijnse
burgers vallen veel doden en gewonden
als Israël reageert op een aanslag met
een tegenaanval. Ook probeert Israël leiders van Hamas en de Jihad, die ze verantwoordelijk houdt voor de zelfmoordaanslagen, te doden. Daarbij vallen
slachtoffers onder de Palestijnse burgers;
het aantal slachtoffers aan Palestijnse
kant is veel groter dan aan Israëlische
kant.
Ravage na een zelfmoordaanslag
Beide partijen komen zo in een vicieuze
cirkel van geweld en tegengeweld terecht, waaraan geen einde lijkt te komen.
De voorspelling van tegenstanders van
het vredesproces dat het Gaza-Jerichoakkoord geen kans van slagen heeft,
dreigt uit te komen.
Hamas-strijder met vlag
14
Jeruzalem
Jeruzalem is een heilige stad en bedevaartsoord voor christenen, moslims en joden.
Volgens het Palestijnse meisje Amira, aan wie we op pagina 19 worden voorgesteld, is
Jeruzalem ‘het centrum van liefde en vrede en daarom moet het een plaats zijn waar
vrede heerst en niet een stad waar allerlei problemen zijn’. Problemen zijn er helaas
wel.
Het voorstel van de Verenigde Naties was om Jeruzalem onder een speciaal internationaal bestuur te laten vallen (Resolutie 181). Maar de joden stichten de staat Israël en
West-Jeruzalem komt in Israëlische handen. Oost-Jeruzalem komt onder Jordaans bestuur. In 1949 willen de VN Jeruzalem weer onder speciaal internationaal toezicht
plaatsen. Dit gebeurt niet.
Tijdens de Juni-Oorlog in 1967 bezet Israël de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever
en Oost-Jeruzalem. De Israëlische regering roept Jeruzalem uit tot de ‘ongedeelde’
hoofdstad van het land.
Voor de Palestijnen wordt het moeilijk Al-Quds, zoals Palestijnen Jeruzalem noemen,
te bereiken. De Israëli’s controleren de Palestijnen streng en vaak wordt hen de toegang geweigerd. Er is een speciale pas nodig die heel moeilijk te verkrijgen is.
In oktober 1994 krijgen de Palestijnen nog een teleurstelling te verwerken. Israël en
Jordanië sluiten een vredesakkoord waarin bepaald is dat koning Hoessein van Jordanië (weer) zeggenschap krijgt over religieuze zaken in Oost-Jeruzalem. De Palestijnen
voelen dat als verraad, verraad van zowel Israël als Jordanië. In 1996 zou er volgens
het Oslo-akkoord gesproken gaan worden over Oost-Jeruzalem. Dit is niet gebeurd.
Integendeel, Israël bouwt joodse wijken in Oost-Jeruzalem, en laat zo het Arabische
karakter verdwijnen.
In 2000 heeft de premier van Israël van dat moment, Barak, gezegd dat Jeruzalem
plaats biedt aan twee hoofdsteden. Omdat beide partijen elkaar niet vertrouwen komt
het niet tot een akkoord. Daarna verliest Barak de verkiezingen, en zijn opvolger Sharon wil niets weten van een dubbele hoofdstad.
15
Water
Water is ook één van de hete hangijzers in de onderhandelingen tussen Israëli’s en
Palestijnen. Het water wordt afgetapt uit het Meer van Tiberias en gezuiverd in een
installatie. Via een systeem van pijpleidingen, het Nationale Water Transport geheten,
krijgen de Israëlische dorpen en steden voldoende water voor het huishouden en voor
de landbouw. Dat water gebruiken ze alleen voor zichzelf. De Palestijnen kunnen alleen maar jaloers toekijken. Zij zijn grotendeels aangewezen op putten en op opvang
van regenwater.
Wel bestaat er handel in water. Een waterhandelaar heeft een tankauto en kan water
inkopen bij de Israëlische waterleidingmaatschappij Mekorot. Palestijnen hebben dan
een cisterne (= ondergrondse opslagplaats)
voor water en kopen dan een voorraad water van de handelaar.
In de Palestijnse steden zijn de waterleidingen vaak ook verouderd. Ze gaan vaak stuk
en geld voor verbeteringen of nieuwe waterleidingen ontbreekt.
In de Gazastrook is de situatie heel anders.
Voorheen was het zo dat het voor Palestijnen verboden was om waterputten te slaan
terwijl de Israëli’s dit wel deden. Nu de Israëli’s daar vertrokken zijn, is het tekort aan
(drink)water nog niet meteen voorbij. In de
Gazastrook moeten veel meer mensen het
met minder water doen dan op de Westelijke Jordaanoever. Het grondwater is sterk
vervuild en verzilt (= zout geworden). Daarom is het dus minder goed drinkbaar.
16
ACTUELE ONTWIKKELINGEN
De eerste en tweede intifada
Intifada is een Arabisch woord dat ‘beving’ of
‘opschudding’ betekent. Met de intifada wordt
de Palestijnse volksopstand aangeduid die op 9
december 1987 spontaan begonnen is. Aanleiding is een ongeluk in Gaza waarbij vier Palestijnen om het leven komen. Een Israëlische
(leger)auto rijdt over vier Palestijnen heen. Dit
gebeurt 8 december, en op 9 december wordt
een demonstrant gedood bij een demonstatie
tegen het Israëlische legeroptreden bij Nabloes
op de Westelijke Jordaanoever. De Palestijnen
gaan massaal de straat op om te demonstreren
tegen beide gebeurtenissen: het begin van de
intifada.
Bezoek Sharon aan Tempelberg
De muur en controlepost
Aanleiding voor de tweede intifada is het bezoek van Ariel Sharon aan de Tempelberg in
Jeruzalem. Dit bezoek wordt door de Palestijnen
als zeer provocerend ervaren. 28 September
2000 breekt er een demonstratie uit die uitloopt
op een veldslag tussen de Israëlische politie en
de Palestijnse demonstranten. Dit is het begin
van de tweede intifada die tot 2 september
2002 voortduurt. Dan roept de Palestijnse minister van binnenlandse zaken Abdel Razzak al
Yahya zijn landgenoten op om alle gewelddadigheden tegen de Israëli’s, inclusief het gooien
van stenen, te staken. Hij beseft dat het voortdurende geweld vredesonderhandelingen in de
weg staat.
Een muur tussen oost en west
Israël heeft dan al besloten een muur te gaan
bouwen langs de grens van de Westelijke Jordaanoever. Dit kondigt Israël in juni 2002 aan.
Doel van de muur is om terroristen tegen te
houden. Er is namelijk gebleken dat het elektronisch beveiligd hek tussen de Gazastrook en
Israël het aantal zelfmoordaanslagen heeft
doen afnemen.
De muur loopt niet exact langs de grenslijn van
1967. Het sluit een aantal nederzettingen van
kolonisten in, maar niet alle nederzettingen
worden beschermd door de afscheidingsbarrière. Er wordt Palestijns grondgebied ingenomen,
met name in de omgeving van Jeruzalem. Zo
wordt het moeilijker voor de Palestijnen om Jeruzalem (Al-Quds) tot hoofdstad van de op te
richten Palestijnse staat te maken.
17
Gazastrook
Onder leiding van Ariel Sharon heeft Israël in augustus 2005 de Gazastrook ontruimd,
dat wil zeggen dat Israël alle kolonisten uit de nederzettingen naar Israël heeft laten
vertrekken. In september 2005 draagt Israël de controle van de Gazastrook over aan
de Palestijnse Autoriteit. Sinds die terugtrekking was er geen enkele Israëlische aanwezigheid meer in de Gazastrook.
Na de dood van Yasser Arafat worden er nieuwe verkiezingen gehouden. Hamas wint
de verkiezingen van Fatah. Dit wordt niet helemaal geaccepteerd. Desondanks neemt
op 14 juni 2007 Hamas met geweld de macht over van de president Mahmoud Abbas
in de Gazastrook. Fatah blijft aan de macht op de Westelijke Jordaanoever.
Israël en Hamas staan niet op zulke
goede voet met elkaar, en blijven elkaar bestoken. Hamas blijft ondanks
een ‘staakt het vuren’ Israël bestoken
met raketbeschietingen. Dit resulteert
in een grote militaire aanval van Israel op de Palestijnse Gazastrook, eind
2008, begin 2009.
Rechts: bominslagen in de Gazastrook
door de Israëli’s
Onder: Vreugde onder Palestijnen in de
Gazastrook
Laatste ontwikkeling
De internationale gemeenschap onder leiding van de Verenigde Naties en de Verenigde Staten hebben er bij Israël op aangedrongen dat er een twee-staten-politiek moet
worden aangehouden. De huidige premier van Israël Netanyahu heeft vervolgens in
een speech in juni 2009 gezegd dat hij wel een Palestijnse staat, weliswaar zonder leger, wil accepteren. De Palestijnen moeten dan de staat Israël erkennen. Het is voor
het eerst dat Israël spreekt van een zelfstandige Palestijnse staat.
18
JONGEREN VAN PALESTINA
‘De jeugd heeft de toekomst’ is een bekend gezegde in Nederland. Dat geldt misschien
nog wel sterker voor de jongeren in Palestina. De politici praten heel voorzichtig over
de inrichting van een Palestina in wording. Maar de jongeren zullen die veranderingen
moeten waarmaken. Wij hebben vier Palestijnse jongeren vragen gesteld over hun dagelijks leven, over hun kijk op de ontwikkelingen en we hebben hen gevraagd wat hun
toekomstverwachtingen zijn. We zullen ze eerst even aan jullie voorstellen:
Amira Munir Odeh
Nanadi Nabil Slasá
Thair Nasri Qumsiyeh
Wissam Michael Musleh
Op het moment dat we ze geïnterviewd hebben zijn ze alle vier 15 jaar. Amira, Hanadi, Thair en Wissam komen uit Beit Sahour, een dorp dat zeven kilometer ten zuidoosten van Jeruzalem ligt, op de Westelijke Jordaanoever. We praten met hen en enkele
dorpgenoten.
‘Ahlan Wasahlan, welkom. Ons huis staat open voor iedereen. Dat is een Arabische
gewoonte.’ Onderwerp van gesprek is de aanwezigheid van de Israëlische militairen en
kolonisten in hun land.
Toen Israël in 1967 de Westelijke Jordaanoever veroverde, veranderde er toen veel
voor hen?
Ze kregen allereerst te maken met enkele
nieuwe joodse nederzettingen bij Beit Sahour. Enkele dorpelingen moesten grond afstaan aan joodse kolonisten. ‘Wij moesten
begrijpen dat zij onze grond nodig hadden’,
zegt een van hen. Met de komst van de Israëli’s kwamen er ook 1200 nieuwe wetten
die de joodse kolonisten bevoordeelden en
de Palestijnen benadeelden. Zo mogen de
kolonisten hun landbouwproducten in heel
Israël verkopen. De Palestijnen is dat vaak
niet toegestaan. Zij zijn aangewezen op
plaatselijke markten, waar ze minder geld
kunnen krijgen voor hun producten. Veel Palestijnse boeren kunnen het niet bolwerken
en moeten als seizoenarbeider gaan werken
voor de kolonisten.
19
‘Voor een goede landbouw zijn land, water en
arbeiders nodig. Israël heeft ze alle drie afgenomen’, zegt een andere dorpeling. De joodse
nederzettingen krijgen financiële steun van de
Israëlische regering. De Palestijnen krijgen die
niet. Het gevolg is dat Palestijnse dorpen en steden geen geld hebben voor onderhoud aan gebouwen en wegen, terwijl de Palestijnen wel gewoon belasting aan de Israëli’s moeten betalen.
Amira, Hanadi, Thair en Wissam hebben elke
dag met Israëlische militairen te maken. Zo is
het hen niet toegestaan om naar Jeruzalem te
gaan.
Amira zegt: ‘Ze denken dat we gevaarlijk zijn en
daarom hebben ze ons verboden om er heen te
gaan.’ ‘Alleen met een speciale pas van de Israëli’s mogen we er heen en deze pas is heel
moeilijk te krijgen. Jeruzalem is maar zeven kilometer van Beit Sahour verwijderd, dus we
kunnen er bij wijze van spreken lopend heen.
Maar door het Israëlisch systeem van pasjes en
vergunningen lijkt het voor ons net alsof we
naar het buitenland gaan. Wat grappig is dat
alle buitenlanders en toeristen wel naar Jeruzalem mogen maar wij, als Palestijnen, mogen
niet naar onze eigen stad toe’, zegt Wissam.
Heel vervelend vinden de dorpelingen de uitgaansverboden. Elke keer als er wat gebeurt
tussen Palestijnen en de Israëlische militairen of
kolonisten, wordt het hele dorp ervoor gestraft.
Zo’n uitgaansverbod houdt in dat je niet langer
dan één uur het huis uit mag om boodschappen
te doen en zelfs dat is niet altijd toegestaan.
Een uitgaansverbod duurt meestal enkele dagen, soms een week of nog langer. Een van de
dorpelingen vertelt: ‘Een keer moesten we acht
dagen thuisblijven. Er was geen melk meer voor
de baby’s. Die kregen water. Toen was ook het
water op. De mensen gingen elkaar helpen, voor
de kleintjes en de oudjes zorgen. Toen er iemand ziek werd, moesten we aan de militaire
autoriteiten toestemming vragen om ons huis te
mogen verlaten om een dokter te kunnen halen.
Als je ondanks het uitgaansverbod toch je huis
verliet, liep je kans om neergeschoten te worden. Je kon ook gearresteerd worden en een
gevangenisstraf van vijf jaar krijgen of een boete van duizenden euro’s.’ De dorpelingen lieten
het wel uit hun hoofd hun huis te verlaten. Thair
vindt het maar niks: ‘Wij leven als slaven omdat
we hun bevelen moeten gehoorzamen.’
20
Zicht op Beit Sahour
Checkpoint
Overschilderen kolonisten-graffiti
Palestijnse woningen Beit Sahour
De dorpelingen winden zich in het gesprek ook op over de vele huiszoekingen en de
nachtelijke arrestaties die de kleine kinderen zo bang maken. Echt boos zijn ze over
het opblazen van huizen door Israëlische soldaten. Ook in Beit Sahour zijn enkele van
die huizen te vinden. Mohammed Ali al-Haleila neemt ons mee naar een lege plek in
het dorp. ‘Hier stond mijn huis’, wijst hij aan. ‘Hier stonden vijgen, hier druiven en
daar olijven.’ De Israëli’s hebben de olijfbomen gekapt, omdat enkele jongeren in de
bomen geklommen waren en vanuit de bomen stenen naar Israëlische auto’s gooiden.
Later hebben ze met dynamiet het huis van Mohammed opgeblazen. De militairen verdachten zijn zoon van een aanslag.
Volgens Mohammed is zijn zoon onschuldig. ‘Ze kwamen elke dag langs, wekenlang.
Ze vroegen: ‘Waar is je zoon?’ Ik zei: ‘Hij heeft een eigen huis in Ramalla, ik weet niet
waar hij is’, maar ze geloofden me niet. Op een ochtend kwamen er soldaten die ons
meedeelden dat we een kwartier de tijd hadden om spullen uit het huis te halen. Wat
kun je in zo’n kwartier nog redden? We namen onze matrassen en dekens mee naar
buiten, borden, een gasstel en een koffer met kleren. Het familiealbum hebben we ook
snel gepakt. De soldaten bliezen het huis op en verspreidden de stenen over de hele
tuin. Nu mag ik geen nieuw huis voor mezelf bouwen. Daarvoor krijgen we geen vergunning. We wonen nu zolang bij mijn broer.’
Een gesloopt huis, met op de voorgrond een tent als nieuwe behuizing
Naar school
Er zijn op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook drie soorten scholen: scholen gesticht door de UNRWA (zie pag. 7), staatsscholen en particuliere scholen. Tot de
Oslo-akkoorden bepaalden de Israëli’s hoe er op deze scholen les werd gegeven.
In 1967, toen de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever in handen van de Israëli’s
kwamen, veranderde er veel op de scholen. Onderwijsbladen en andere tijdschriften
werden door de Israëli’s verboden, evenals veel (studie)boeken.
21
Lesmateriaal waarin de naam of een kaart van Palestina stond, werd eveneens verboden. Het werd verboden om in de klas de Palestijnse vlag te tekenen. Een klasgenoot
van de vier Palestijnse jongeren zegt daarover: ‘De Israëli’s willen niet dat wij onze
geschiedenis kennen.’
Er kwam ook een verbod op het maken van nieuwe leermiddelen, waardoor lesmethoden uit 1965, jaren later nog steeds gebruikt worden, ook al zijn ze vaak sterk verouderd.
Na het uitbreken van de eerste intifada, waarbij jongeren het verzet leidden, straften
de Israëli’s hen door de scholen te sluiten.
‘Ze hebben ook onze school gesloten’, zegt Thair, ‘bijvoorbeeld in de tweede helft van
1988 hebben we helemaal geen les gehad en in 1989 zijn we slechts 55 dagen van het
hele schooljaar naar school geweest.’
Normaal is een school 35 weken, 175 dagen per jaar open. De eerste drie jaar van de
eerste intifada was de school van de jongeren, de Evangelical Lutheran School, tussen
de 100 en 120 dagen per jaar gesloten op bevel van de Israëlische militairen. Daarna
ging het beter en kon de school tussen de 120 en 155 dagen per jaar open zijn.
De Evangelical Lutheran School in Beit Sahour, dicht in de zomer
Toen de school enkele maanden dicht was, vergaten veel jonge kinderen weer wat ze
daarvoor geleerd hadden. Het schoolhoofd: ‘De kinderen uit de eerste tot de derde
klas konden zich met moeite herinneren hoe ze moesten lezen; ze waren bijna terug
bij af.’ Veel oudere kinderen haalden door de schoolsluitingen tentamens niet. Vooral
al tawjihi, het overgangstentamen van de middelbare school naar de universiteit, werd
door veel scholieren niet gehaald. Het was de leraren niet toegestaan om gemiste stof
met hun klas in te halen, al deden sommigen dat stiekem toch.
‘Ofschoon ik privé-lessen heb gehad tijdens de schoolsluitingen, kon ik niet alle stof
leren die voor het examen nodig was. Vooral niet voor natuurkunde en scheikunde;
thuis kon je geen proefjes doen zoals op school wel kan’, zegt een leerling die het examen niet gehaald heeft.
Eén voordeel hebben de schoolsluitingen wel gehad: de leerlingen zijn zéér gemotiveerd om naar school te gaan.
22
Ze hebben gemerkt dat de Israëli’s niet willen dat ze goed opgeleid worden. Juist
daarom doen veel Palestijnse scholieren extra goed hun best op school. Een goede opleiding is voor hen een vorm van verzet geworden, een voorbereiding op de toekomstige Palestijnse staat.
Nog nooit op vakantie geweest
In hun vrije tijd spelen de jongeren vooral kaartspelletjes, luisteren naar de radio en
kijken naar de televisie.
Amira vindt het dagelijks leven eigenlijk vrij saai. Dat komt volgens haar door de aanwezigheid van de Israëli’s: ‘Het enige wat we doen is van huis naar school lopen en
terug. Het is ons niet toegestaan om activiteiten te ontwikkelen, zoals alle andere kinderen in de wereld. De Israëli’s staan niet toe dat we clubs of ontspanningsverenigingen openen.’
Ook voor Wissam is het leven saai: ‘Ons leven onder de bezetting is net een grote gevangenis waar we geen enkele vrijheid hebben.’
Ook Thair heeft veel last gehad van uitgaansverboden: ‘Ik bleef thuis omdat er vaak
uitgaansverboden waren en de Israëli’s ons verboden ons huis uit te gaan. Als je wel
het huis uitging, dan kon je neergeschoten worden of gearresteerd worden en daar
voelde ik niet zoveel voor! Thuis las ik boeken, keek ik naar de tv en luisterde naar
het nieuws om te weten wat zich allemaal buiten de deur afspeelde. Als de Israëli’s
het uitgaansverbod weer ophieven, ging ik de straat op.’
Amira is de enige die wel eens op vakantie gaat: ‘ ‘s Zomers gaan we wel eens naar
zee om te zwemmen.’
De ouders van Hanadi hebben geen geld. De anderen willen wel graag, maar kunnen
of mogen niet. ‘Door de bezetting ben ik nog nooit op vakantie geweest’, vertelt Wissam. Thair legt uit waarom niet: ‘Omdat de Israëli’s overal militaire controleposten
hebben en we niet vrij mogen reizen in ons eigen land, kunnen we nergens heen.’
23
Toekomstverwachtingen
Zoals al eerder is gezegd, de jeugd heeft de toekomst. Maar hoe denkt de jeugd van
Palestina zelf over haar toekomst? Amira, Hanadi, Thair en Wissam doen niet alleen
uitspraken over de toekomst van Palestina, maar ook over hoe zij hun eigen toekomst
zien. Beide zaken hebben natuurlijk veel met elkaar te maken. Er is al het een en ander veranderd in hun leven. Het hijsen van de Palestijnse vlag was vroeger verboden,
nu niet meer. Over de toekomst van Palestina hebben de vier duidelijke meningen: ‘Ik
vind de terugtrekking van de Israëlische militairen uit Gaza en Jericho een goed begin.
Maar ik vind wel dat de soldaten uit àlle bezette gebieden weg moeten’, aldus Hanadi.
Amira is vol goede hoop over de toekomstige Palestijnse staat: ‘We krijgen zeker een
eigen staat en onze rechten als volk zullen erkend worden. Maar zolang dit nog niet
het geval is, zullen we blijven vechten om dit te bereiken.’ ‘Het enige dat wij willen, is
dat wij net als de Israëli’s een eigen leven in vrijheid en zekerheid kunnen leiden’,
zegt Hanadi.
Over hun eigen toekomst zijn ze ook hoopvol gestemd. Wissam: ‘Niemand weet wat
de toekomst zal brengen en niemand kan de toekomst voorspellen. Maar ik hoop dat
ik mijn studie kan afronden, zodat ik een kans heb om mijn volk te helpen en om bij
te dragen aan de ontwikkeling van Palestina.’
Thairs antwoord luidt bijna hetzelfde: ‘Niemand weet wat er in de toekomst gaat gebeuren, maar ik hoop dat ik mijn studie kan afronden en daarna kan gaan werken zodat ik mee kan helpen aan de opbouw van mijn land.’
Amira is hoopvol, maar houdt nog een slag om de arm: ‘Ik hoop dat ik mijn school kan
afmaken en daarna een baan zal vinden. Maar ik weet niet of de Israëli’s mij deze
kans zullen geven.’ Hanadi tenslotte zegt: ‘Ik hoop dat mijn toekomst succesvol is en
dat ik kan leven zoals ieder ander mens in de wereld.’
24
AANTEKENINGEN
25
26
MEER OP INTERNET
Op de website van het Centrum voor Mondiaal Onderwijs vind je nog meer
informatie die je kan helpen bij je werkstuk of spreekbeurt.
Je vindt daar tips over hoe je het beste een werkstuk kunt opzetten of hoe je
het beste je spreekbeurt kunt inkleden.
Ga naar www.cmo.nl of www.maak-een-werkstuk.nl.
27
SCRIPTIESERVICE
De Scriptieservice Mondiaal Onderwijs richt zich op leerlingen vanaf 10 jaar. In de
reeks zijn meer dan 85 onderwerpen opgenomen over Derde Wereld, Vrede, Milieu
en Mensenrechten.
Elk pakket bestaat uit 24 pagina's tekst, foto's, tekeningen, strips en/of cartoons.
Op de website van het CMO staat een handleiding voor het maken van een scriptie/
werkstuk.
De versie op papier is te bestellen bij:
Centrum voor Mondiaal Onderwijs
Postbus 9108
6500 HK Nijmegen
tel. 024-3613074
e-mail: [email protected]
http://www.cmo.nl

Similar documents

Nieuwsbrief 4-2009 - Stichting Propaganda Bureau Breda

Nieuwsbrief 4-2009 - Stichting Propaganda Bureau Breda en voeren op een nationalistische wijze propaganda tegen de 'andere kant'. Hun doel daarbij is om aan populariteit te winnen en daarbij krijgen zij de steun van de media. Dit vind ik een treurig pr...

More information

Dit boek inkijken

Dit boek inkijken 2000 jaar oude vragen zijn vandaag 428 nog brandend actueel. En dat is wat Jeruzalem zo fascinerend maakt. Het heden interesseert haar niet echt. Beit Sahur

More information