id_3131_rapport Zuyd hbo-ba Vertaalacademie

Transcription

id_3131_rapport Zuyd hbo-ba Vertaalacademie
Hogeschool Zuyd, Maastricht
Faculteit Internationale Communicatie
Cluster HBO-Bacheloropleidingen:
International Business and Languages;
Oriëntaalse Talen en Communicatie;
Vertaalacademie;
Croho:
34407 + 34456 + 34098
Variant:
voltijd
Visitatiedatum: 19 en 20 juni 2008
© Netherlands Quality Agency (NQA)
Utrecht, november 2008
2/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
Inhoud
3
Deel A: Onderwerpen
1.1
Voorwoord
1.2
Inleiding
1.3
Werkwijze
1.4
Oordeelsvorming
1.5
Oordelen per facet en onderwerp
5
7
7
9
11
12
Deel B: Facetten
Onderwerp 1
Onderwerp 2
Onderwerp 3
Onderwerp 4
Onderwerp 5
Onderwerp 6
15
17
24
47
51
54
58
Deel C: Bijlagen
Bijlage 1:
Bijlage 2:
Bijlage 3:
Bijlage 4:
Bijlage 5:
Doelstelling van de opleiding
Programma
Inzet van personeel
Voorzieningen
Interne kwaliteitszorg
Resultaten
Onafhankelijkheidsverklaring panelleden
Deskundigheden panelleden
Bezoekprogramma
Overzichtslijst van door de opleiding ter inzage gelegd materiaal
Domeinspecifieke referentiekader en opleidingscompetenties
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
66
75
80
82
85
3/87
4/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
Deel A: Onderwerpen
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
5/87
6/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
1.1
Voorwoord
Dit rapport is het verslag van het panel dat in opdracht van NQA de opleidingen International
Business and Languages, Oriëntaalse Talen en Communicatie en Vertaalacademie van de
Faculteit Internationale Communicatie van Hogeschool Zuyd heeft onderzocht. Het beschrijft
de werkwijze, de bevindingen en de conclusies. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in het
kader van de accreditatie van hogere beroepsopleidingen. Het onderzoek is begonnen in mei
2008, toen de informatiedossiers (zelfevaluatierapporten) bij NQA zijn aangeleverd. Als
onderdeel van het onderzoek heeft het panel de opleiding gevisiteerd op 19 en 20 juni 2008.
Het panel bestond uit:
De heer ing. J.C. (Joep) de Jong (voorzitter, domeinpanellid);
Mevrouw drs. P. (Caroline) Schep (domeinpanellid IBL);
De heer drs. R. (Robert) van Kan (domeinpanellid OTC);
De heer prof. R.L.A.J. (Raoul) Sinjan (domeinpanellid VAC);
De heer M. (Maris) Keijser (studentpanellid);
De heer drs. R.V. (Remco) van der Dussen (NQA-auditor);
Mevrouw M. (Merijn) Snel (NQA-auditor).
Dit panel voldoet aan de eisen zoals gesteld in het document Protocol ter beoordeling van de
werkwijze van visiterende en beoordelende instanties van de NVAO (oktober 2007). Het
panel beschikt over relevante werkvelddeskundigheid en over vakdeskundigheid. Onder
vakdeskundigheid wordt verstaan het vertrouwd zijn met de meest recente ontwikkelingen en
vertrouwd met lesgeven en beoordeling en toetsing minstens op het niveau/de oriëntatie van
de te beoordelen opleidingen. Daarnaast beschikt het panel over onderwijsdeskundigheid,
studentgebonden deskundigheid en visitatiedeskundigheid (zie bijlage 2).
Het rapport bestaat uit drie delen:
• Deel A: een hoofdrapport, het Onderwerprapport, waarin de oordelen van het panel over
de basiskwaliteit van de opleidingen per opleiding op onderwerpniveau worden
uitgesproken met daarbij de overwegingen waarop die oordelen zijn gebaseerd. Het gaat
hier om oordelen in de gradatie positief/negatief. Tevens wordt hier het eindoordeel
geformuleerd.
• Deel B: een Facetrapport waarin op facetniveau door het panel oordelen en argumenten
ter onderbouwing van dat oordeel worden gegeven. De oordelen gaan uit van de
vierpuntsschaal (onvoldoende, voldoende, goed en excellent) conform het voorschrift van
de NVAO. Uitzondering hierop is facet 2.6, als gevolg van aanvullende instructies van de
NVAO wordt hier het oordeel voldaan of niet voldaan gegeven. Dit Facetrapport vormt de
basis van het Onderwerprapport.
• Deel C: hierin zijn alle relevante bijlagen opgenomen.
1.2
Inleiding
De Hogeschool Zuyd is in 2001 ontstaan na een fusie tussen de Hogeschool Limburg en de
Hogeschool Maastricht. De hogeschool heeft ruim 50 bacheloropleidingen en zes
masteropleidingen, verdeeld over zes sectoren: economie, gedrag & maatschappij,
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
7/87
gezondheidszorg, kunsten, onderwijs en techniek. In het studiejaar 2007-2008 waren er ruim
13.000 studenten en bijna 1.500 medewerkers, geclusterd in 21 faculteiten. Het onderwijs
wordt aangeboden op drie locaties: Heerlen, Maastricht en Sittard.
De hogeschool heeft haar ambities beschreven in het Innovatieplan 2005-2008. Het plan
beschrijft zes Programma’s waarop ze zich in de genoemde periode wil richten:
1. Programma Euregionale Kennispoort
2. Programma Grensverleggend onderwijs
3. Programma Zuydgebieden
4. Programma Corporate Governance
5. Programma ICT van de hogeschool
6. Programma Medewerkers van de hogeschool.
De programma’s komen voort uit ontwikkelingen in de omgeving die de hogeschool benoemt
als een groeiende kenniseconomie, globalisering en de toenemende rol van Europa, en
meer behoefte aan transparantie en verantwoording. De zes programma’s hebben invloed
op het beleid en de uitvoering daarvan op faculteits- en opleidingsniveau.
De opleidingen International Business and Languages (IBL), Oriëntaalse Talen en
Communicatie (OTC) en Vertaalacademie (VAC) worden aangeboden in Maastricht en
vormen sinds 2002, samen met de Hogere Europese Beroepen Opleiding (HEBO), de
Faculteit Internationale Communicatie (FIC). De HEBO is in 2007 gevisiteerd. De opleidingen
van de FIC vallen onder de sector Hoger Economisch Onderwijs. De internationale
component, ‘internationale communicatie’, werd als gemeenschappelijke aspect
aangegrepen om de vier opleidingen in één faculteit onder te brengen.
De ambitie van de faculteit is om te groeien tot de kennispoort op het gebied van talen,
culturen, internationale communicatie en bedrijfscommunicatie in de context van
internationaal businessmanagement, beleid en bestuur. De onderwijsvisie van de faculteit is
gebaseerd op het hogeschoolbrede opleidingsconcept vraaggestuurd competentiegericht
maatwerkonderwijs. De onderwijsvisie is beschreven in Onderwijsvisie en onderwijsmodel
Faculteit Internationale Communicatie, versie 2.3 dat is afgeleid van de hogeschoolnotities
Maatwerk: Naar een nieuwe onderwijsarchitectuur (2002), Verbreding: op weg naar brede
bachelors en Maatwerk in uitvoering.
Het managementteam van de faculteit bestaat uit een faculteitsdirecteur, vier
opleidingscoördinatoren en een coördinator operationele zaken. De faculteit telt in 20072008 circa 75 docenten en 1003 studenten, wat een verdubbeling is sinds de start in 2002.
International Business and Languages
IBL leidt mensen op die als schakel fungeren tussen het bedrijf en de (internationale)
omgeving. Het spreken van de talen in de context van het betreffende bedrijfsleven speelt
daarbij een cruciale rol. De opleiding telt 238 studenten en heeft hiermee in Nederland een
marktaandeel van bijna 7%. De capaciteit voor docenten was tijdens de visitatie 9,6 fte’s.
Voor het samengaan met OTC en VAC in 2002 bestond IBL als economisch linguïstische
8/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
opleiding in Sittard welke werd aangeboden vanuit de faculteit HEAO. De clustering van
opleidingen met een internationaal karakter binnen een business omgeving leidde tot de
verhuizing van IBL naar Maastricht. Per september 2008 wordt de opleiding IBMS in
Maastricht aangeboden als gevolg van de toekomstige samenwerking met de opleiding IBL
tot een internationale opleiding die opleidt tot Bachelor of Business Administration. Deze
nieuwe opleiding wordt zowel in het Engels als in het Nederlands aangeboden. Uitgangspunt
voor het samengaan van beide opleidingen is de groeiende vraag vanuit het bedrijfsleven
naar internationaal business georiënteerde afgestudeerden.
Oriëntaalse Talen en Communicatie
OTC leidt studenten op die binnen een internationale businessgerelateerde omgeving een
brug kunnen slaan tussen de Westerse wereld en het betreffende oriëntaalse of Arabische
land waarvan zij de taal beheersen. Een OTC’er brengt bijvoorbeeld voor internationale
bedrijven of overheden contacten tot stand en kan deze onderhouden met relaties. De
opleiding telt 286 studenten en 11,5 fte’s docenten (2007-2008). Vanaf 1985 werden
Arabisch en Chinees al aangeboden bij de vertaalopleiding in Maastricht. In 1989 kwam daar
Japans bij. Vanwege het specifieke karakter van deze talen en de vraag vanuit het werkveld
om naast kennis van de oriëntaalse taal ook over business georiënteerde vaardigheden te
beschikken leidde er onder ander toe dat in 1994 de drie talen in een nieuwe opleiding OTC
werden ondergebracht, hetgeen leidde tot een curriculumvernieuwing. Sindsdien heeft de
opleiding zich doorontwikkeld. OTC biedt een programma dat uniek is in Nederland, waarin
het verwerven en toepassen van een oriëntaalse taal in een internationale
businessgerelateerde omgeving centraal staat.
Vertaalacademie
De VAC leidt vertalers op. Studenten leren vanuit het Nederlands te vertalen naar en vanuit
twee vreemde talen waarbij één van die vreemde talen de hoofdtaal is. Het programma, dat
voltijd wordt aangeboden, richt zich op vertalen in een toepassingsgebied: economie, recht
of techniek/ICT. Daarnaast kunnen studenten specialisaties kiezen, zoals tolken of
ondertitelen. De opleiding telt 238 studenten en 12,5 fte’s docenten (2007-2008). De VAC
bestaat sinds 1981 te Maastricht als voltijd opleiding voor vertalen. Sinds het bestaan van de
opleiding is de VAC qua programma en oriëntatie uniek binnen haar soort. De VAC is
begonnen als zelfstandige vertaalacademie, in de jaren 90 opgenomen in de toenmalige
hogeschool Maastricht die vervolgens opging in de Hogeschool Zuyd. Sinds haar bestaan
worden Duits, Engels, Frans en Spaans als moderne vreemde talen aangeboden.
Vervolgens werden Arabisch, Chinees en Japans hieraan toegevoegd, welke in 1994 werden
ondergebracht in de opleiding OTC. Enige tijd later werden Italiaans, Portugees en Russisch
aangeboden, maar deze opleidingen werden enkele jaren later weer opgeheven.
1.3
Werkwijze
De beoordeling van de opleidingen door het panel verliep volgens de werkwijze zoals die is
neergelegd in het Beoordelingsprotocol van NQA. Deze werkwijze wordt hieronder
beschreven. Het onderzoek vond plaats op basis van de domeinspecifieke referentiekaders
die voor de drie opleidingen gelden (zie facet 1.1).
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
9/87
NQA onderscheidt drie fasen in het visiteren: de voorbereidingsfase, het eigenlijke bezoek
door het panel en de rapportagefase. Hieronder volgt een korte toelichting per fase.
De voorbereidingsfase
Allereerst heeft een NQA-auditor de zelfevaluatierapporten gecontroleerd op kwaliteit en
compleetheid (de validatie) en daarmee op bruikbaarheid voor de visitatie. Vervolgens
bereidden de panelleden zich in de periode mei-juni 2008 inhoudelijk voor op het bezoek
d.d. 19 en 20 juni 2008. Zij bestudeerden de zelfevaluatierapporten (en bijlagen),
formuleerden hun voorlopige oordelen op basis van argumenten en zij formuleerden
vraagpunten. Zij gaven hun bevindingen door aan de NQA-auditor. Op basis van een
overzicht van voorlopige oordelen inventariseerde de NQA-auditor ten slotte kernpunten en
prioriteiten voor materialenonderzoek en gesprekken. Tijdens een vergadering is het bezoek
door het panel voorbereid.
De opleidingen hebben in de zelfevaluatierapporten kenbaar gemaakt voor welke
domeinspecifieke referentiekaders zij kiezen. De NQA-auditor heeft met de
domeindeskundigen in het panel bekeken of sprake is van adequate domeinspecifieke
doelstellingen, of dat nadere aanvulling dan wel nadere specificatie nodig is. In het
facetrapport is per opleiding aangegeven op welke landelijke beroeps- en opleidingsprofielen
het domeinspecifieke kader (en het opleidingsprogramma) is gebaseerd.
De opleiding IBL heeft voor facet 2.1 (‘Eisen hbo’) in het ZER een ‘excellent’ aangevraagd.
Het bezoek door het panel
NQA heeft een bezoekprogramma ontwikkeld voor de (dag-)indeling van het bezoek door het
panel dat is aangepast aan de specifieke situatie van de opleidingen (bijlage 3). Er vonden
gesprekken plaats met het opleidingsmanagement, docenten, studenten, afgestudeerden en
met werkveldvertegenwoordigers. Aan het begin en tijdens het bezoek heeft het panel ter
inzage gevraagd materiaal bestudeerd. Tussen de gesprekken door heeft het panel ruimte
ingelast om de bevindingen uit te wisselen en te komen tot gezamenlijke en meer definitieve
(tussen-)oordelen. De bevindingen zijn door de panelleden beargumenteerd. Aan het einde
van het bezoek heeft de voorzitter een mondelinge terugkoppeling gegeven van enkele
indrukken en ervaringen van het panel, zonder expliciete oordelen uit te spreken.
Na het visitatiebezoek heeft het panel voor OTC nog zes extra afstudeerwerken opgevraagd
en bestudeerd.
De fase van rapporteren
Door NQA is, op basis van de bevindingen van het panel, een tweeledige rapportage
opgesteld, bestaande uit een facetrapport en een onderwerprapport, waarin de kwaliteit van
de opleidingen per opleiding is beoordeeld. Daarbij is in het facetrapport een zichtbaar
onderscheid gemaakt tussen argumenten die voor drie opleidingen gelden en voor de
opleidingen apart. Met dit rapport kunnen de opleidingen accreditatie aanvragen bij de
NVAO.
10/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
De opleidingen hebben in september 2008 een concept van het Facetrapport (deel B) voor
een controle op feitelijke onjuistheden ontvangen. Naar aanleiding daarvan zijn enkele
wijzigingen aangebracht. In het Onderwerprapport (deel A) wordt door NQA een oordeel op
de onderwerpen en op de opleidingen als geheel gegeven. Dit rapport is in oktober 2008
voor een controle op feitelijke onjuistheden aan de opleidingen voorgelegd. Het definitieve
rapport is door het panel vastgesteld in oktober 2008. Het visitatierapport is uiteindelijk in
november 2008 ter beschikking gesteld aan de opleidingen, die het samen met de
accreditatieaanvragen kan indienen bij de NVAO.
1.4
Oordeelsvorming
In dit hoofdstuk wordt per opleiding per onderwerp een oordeel uitgesproken op basis van
weging van de facetten die van dat onderwerp deel uitmaken. Bij deze weging spelen de
beslisregels zoals die door NQA in het Beoordelingsprotocol zijn geformuleerd en nader
uitgewerkt in de notitie Handreiking voor oordeelsvorming een belangrijke rol. Tevens is bij
de beoordeling rekening gehouden met accenten die een opleiding eventueel legt, het
domeinspecifieke kader en een vergelijking met andere relevante opleidingen op een aantal
aspecten. Het eindoordeel is voorzien van een aanvullende tekst als sprake is van:
• weging van de oordelen op facetniveau;
• benchmarking;
• generieke bevindingen die het facetniveau overschrijden;
• bepaalde accenten respectievelijk ‘best practices’.
In de oordelen per onderwerp wordt steeds een herhaling gegeven van de oordelen op de
facetten gevolgd door een weging die leidt tot het eindoordeel. De (uitgebreide) argumentatie
is te vinden in het facetrapport.
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
11/87
1.5
Oordelen per facet en onderwerp
Onderwerp/Facet
IBL
Onderwerp 1 Doelstelling van de opleiding
1.1 Domeinspecifieke eisen
Goed
1.2 Niveau bachelor
Goed
1.3 Oriëntatie HBO bachelor
Goed
Totaaloordeel
Positief
Onderwerp 2 Programma
2.1 Eisen HBO
Goed
2.2 Relatie doelstellingen en inhoud programma
Goed
2.3 Samenhang in opleidingsprogramma
Goed
2.4 Studielast
Goed
2.5 Instroom
Goed
2.6 Duur
Voldaan
2.7 Afstemming tussen vormgeving en inhoud
Goed
2.8 Beoordeling en toetsing
Voldoende
Totaaloordeel
Positief
Onderwerp 3 Inzet van Personeel
3.1 Eisen HBO
Goed
3.2 Kwantiteit personeel
Goed
3.3 Kwaliteit personeel
Goed
Totaaloordeel
Positief
Onderwerp 4 Voorzieningen
4.1 Materiële voorzieningen
Voldoende
4.2 Studiebegeleiding
Goed
Totaaloordeel
Positief
Onderwerp 5 Interne kwaliteitzorg
5.1 Evaluatie resultaten
Goed
5.2 Maatregelen tot verbetering
Voldoende
5.3 Betrekken van medewerkers, studenten, alumni en
het beroepenveld
Voldoende
Totaaloordeel
Positief
Onderwerp 6 Resultaten
6.1 Gerealiseerde niveau
Goed
6.2 Onderwijsrendement
Voldoende
Totaaloordeel
Positief
12/87
OTC
VAC
Voldoende
Goed
Goed
Positief
Goed
Goed
Goed
Positief
Voldoende
Onvoldoende
Voldoende
Goed
Goed
Voldaan
Goed
Voldoende
Positief
Goed
Goed
Goed
Goed
Goed
Voldaan
Excellent
Voldoende
Positief
Voldoende
Goed
Voldoende
Positief
Goed
Goed
Goed
Positief
Voldoende
Goed
Positief
Voldoende
Goed
Positief
Goed
Voldoende
Goed
Voldoende
Voldoende
Positief
Voldoende
Positief
Voldoende
Goed
Positief
Voldoende
Voldoende
Positief
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
Doelstellingen opleiding
IBL en VAC: Aan de drie facetten behorend bij het onderwerp Doelstellingen opleiding is het
oordeel ‘goed’ toegekend.
OTC: Aan de facetten niveau bachelor en oriëntatie HBO bachelor is het oordeel ‘goed’
toegekend en aan het facet domeinspecifieke eisen het oordeel ‘voldoende’.
Het oordeel op het onderwerp is voor de drie opleidingen derhalve positief.
Programma
IBL: Aan de facetten eisen HBO, relatie doelstellingen en inhoud programma, samenhang in
opleidingsprogramma, studielast, instroom en afstemming tussen vormgeving en inhoud is
het oordeel ‘goed’ toegekend en aan het facet beoordeling en toetsing het oordeel
‘voldoende’. De opleiding voldoet aan het criterium bij het facet duur.
OTC: Aan de facetten studielast, instroom en afstemming tussen vormgeving en inhoud is
het oordeel ‘goed’ toegekend. Aan de facetten eisen HBO, samenhang in
opleidingsprogramma en beoordeling en toetsing het oordeel ‘voldoende’. De opleiding
voldoet aan het criterium bij het facet duur. Het oordeel ‘onvoldoende’ is toegekend aan het
facet relatie doelstellingen en inhoud programma.
VAC: Aan de facetten eisen HBO, relatie doelstellingen en inhoud programma, samenhang
in opleidingsprogramma, studielast en instroom is het oordeel ‘goed’ toegekend en aan het
facet beoordeling en toetsing het oordeel ‘voldoende’. De opleiding voldoet aan het criterium
bij het facet duur. Het facet afstemming tussen vormgeving en inhoud is beoordeeld met het
oordeel ‘excellent’. Het didactisch concept – in het bijzonder het vertaalatelier – is door
verscheidende buitenlandse opleidingen overgenomen en krijgt steeds meer internationale
belangstelling. Voor het facet Afstemming tussen vormgeving en inhoud is de VAC dus
werkelijk een model.
Voor OTC geldt het volgende. De onvoldoende beoordeling op het facet 2.2 (‘Relatie
doelstellingen en inhoud programma’) is voor het panel geen aanleiding geweest om het
gehele onderwerp als negatief te beschouwen. Volgens het panel is de basiskwaliteit van de
onderhavige opleiding door deze ‘onvoldoende’ niet in het geding. Het panel heeft hierbij het
volgende in overweging genomen. Het panel is van mening dat de onvoldoende score onder
2.2 zonder meer wordt gecompenseerd door de overige scores binnen het
kwaliteitsonderwerp. Het panel is van oordeel dat de overige facetten beantwoorden aan de
criteria van basiskwaliteit. De facetten 2.4, 2.5 en 2.7 zijn beoordeeld met ‘Goed’. Het facet
2.6 is beoordeeld met ‘Voldaan’. De facetten 2.1, 2.3 en 2.8 zijn beoordeeld met ‘Voldoende’.
Het positieve oordeel op enkele andere zwaarwegende onderdelen binnen het onderwerp
‘Programma’, zoals de goede vertaling van de beroepspraktijk in het onderwijs, de sterke
ontwikkeling van de taal, de adequate uitvoering van het toetsbeleid en de goede
vormgeving van het onderwijs in het didactische concept, heeft hierbij een doorslaggevende
rol gespeeld. Tevens is het panel van mening dat het onderwijsprogramma geen
struikelblokken of andere studiebelemmerende factoren kent en dat de studielast op een
evenwichtige manier verdeeld is. Alles overwegende en op basis van de beoordelingen per
facet concludeert het panel dat het niveau van het onderwerp ‘Programma’ voldoet aan de
criteria van basiskwaliteit.
Het oordeel op het onderwerp is voor de drie opleidingen derhalve positief.
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
13/87
Inzet van personeel
IBL en VAC: Aan de drie facetten behorend bij het onderwerp Inzet van personeel is het
oordeel ‘goed’ toegekend.
OTC: Aan het facet kwantiteit personeel is het oordeel ‘goed’ toegekend en aan de facetten
eisen HBO en kwaliteit personeel het oordeel ‘voldoende’.
Het oordeel op het onderwerp is voor de drie opleidingen derhalve positief.
Voorzieningen
IBL, OTC en VAC: Aan het facet studiebegeleiding is het oordeel ‘goed’ toegekend en aan
het facet materiële voorzieningen het oordeel ‘voldoende’.
Het oordeel op het onderwerp is voor de drie opleidingen derhalve positief.
Interne kwaliteitszorg
IBL, OTC en VAC: Aan het facet evaluatie resultaten is het oordeel ‘goed’ toegekend en aan
de facetten maatregelen tot verbetering en betrekken van medewerkers, studenten, alumni
en het beroepenveld het oordeel ‘voldoende’.
Het oordeel op het onderwerp is voor de drie opleidingen derhalve positief.
Resultaten
IBL: Aan het facet gerealiseerde niveau is het oordeel ‘goed’ toegekend en aan het facet
onderwijsrendement het oordeel ‘voldoende’.
OTC: Aan het facet onderwijsrendement is het oordeel ‘goed’ toegekend en aan het facet
gerealiseerde niveau het oordeel ‘voldoende’.
VAC: Aan de twee facetten behorend bij het onderwerp Resultaten is het oordeel ‘voldoende’
toegekend.
Het oordeel op het onderwerp is voor de drie opleidingen derhalve positief.
Totaaloordeel
Op grond van voorgaand schema en de inhoudelijke onderbouwing daarvan blijkt dat de drie
opleidingen op de zes onderwerpen positief scoren. De conclusie is dat het totaaloordeel
over de drie opleidingen IBL, OTC en VAC positief is.
14/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
Deel B: Facetten
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
15/87
16/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
Onderwerp 1
Facet 1.1
Doelstelling van de opleiding
Domeinspecifieke eisen
IBL:
goed
OTC: voldoende
VAC: goed
Criterium:
- De eindkwalificaties van de opleiding sluiten aan bij de eisen die door (buitenlandse)
vakgenoten en de beroepspraktijk gesteld worden aan een opleiding in het betreffende
domein (vakgebied/discipline en/of beroepspraktijk).
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• De opleidingen OTC en VAC behoren tot het domein Communications en de opleiding
IBL tot het domein Commerce. Voor beide domeinen heeft de HBO-raad in 2005 in
samenspraak met landelijke werkvelden en de Hogere Economische Opleidingen
domeincompetenties vastgesteld (HBO-raad, HEO domeinen en Domeincompetenties,
2005). De sets eindkwalificaties van de drie opleidingen gaan uit van de van toepassing
zijnde domeincompetenties.
• In overeenstemming met wat vertegenwoordigers van het werkveld van de Faculteit
Internationale Communicatie hebben aangegeven, streeft de faculteit na dat
afgestudeerden, naast het beheersen van één vreemde taal (of meer dan één), kunnen
functioneren in een internationale omgeving en dat zij daarbinnen creatief en
ondernemend zijn.
International Business and Languages
• De eindkwalificaties van IBL (zie bijlage 5) komen overeen met de landelijk vastgestelde
IBL-competenties uit 2003 (International Business relations, competentieprofiel 2003,
LOO International Business and Languages) en de domeincompetenties Commerce uit
2005 van de HBO-raad (HBO-raad, HEO domeinen en Domeincompetenties, deel 2,
Commerce, 2005) en zijn beschreven in de competentiematrix van de opleiding. Tevens
zijn de eindkwalificaties weergegeven in het OER IBL 2007-2008. Het panel beoordeelt
de eindcompetenties als goed. Het panel stelt vast dat de internationale ontwikkelingen
binnen het domein zijn meegenomen in de beschrijving van de eindkwalificaties.
• De opleiding neemt deel aan het landelijke opleidingsoverleg IBL en voert daarnaast
overleg met afzonderlijke IBL-opleidingen. Overleg heeft geleid tot gemeenschappelijke
activiteiten op verschillende terreinen, waaronder het gezamenlijke plan van aanpak met
betrekking tot de toepassing van het Europese Taalportfolio.
• De opleiding profileert zich ten opzichte van andere Nederlandse opleidingen IBL door
zich specifiek op het midden- en kleinbedrijf te richten binnen de context van de Euregio
Maas-Rijn. Daarbij maakt zij gebruik van de inbreng van de werkveldcommissie,
waarmee zij regelmatig afstemt. Het panel heeft met leden van de commissie gesproken
en notulen ingezien.
• De opleiding is internationaal georiënteerd door het aanbod van drie vreemde talen, de
gerichtheid op het internationale bedrijfsleven, het Exchange Program met een netwerk
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
17/87
•
van meer dan 80 buitenlandse partnerinstellingen, het bi-dipomeringstraject met Anglia
Ruskin University en de Université Pascal Blaise en verschillende internationale
aspecten van het programma.
De opleiding positioneert zich met ingang van september 2008 door samen te gaan met
Internationale Business and Management Studies (IBMS). Zij blijft tot het domein
Commerce behoren. IBMS/IBL zal opleiden tot bachelor of Business Administration.
Oriëntaalse Talen en Communicatie
• De eindkwalificaties van OTC zijn door de opleiding geformuleerd in vier
kerncompetenties (Beroeps- en opleidingsprofiel OTC, 2002). Daarnaast gaat de
opleiding uit van de domeincompetenties van Communication van de HBO-raad
(HBO-raad, HEO domeinen en Domeincompetenties Communication, 2005).
• De domeincompetenties Communication die de opleiding daarnaast hanteert, zijn
gespecificeerd voor het specifieke karakter van OTC.
• De opleiding heeft de gehanteerde eindcompetenties beschreven in een
competentiematrix en opgenomen in het OER OTC 2007-2008. Het panel beoordeelt de
gehanteerde eindcompetenties goed en merkt daarbij op dat de twee sets nadrukkelijker
geïntegreerd kunnen worden. Op deze wijze zal het accentverschil met andere
opleidingen binnen het domein – en dus de eigenheid van de opleiding – beter benadrukt
worden.
• De opleiding OTC is binnen het Nederlands hbo-onderwijs uniek te noemen. De opleiding
biedt een programma aan met een oriëntaalse taal (Chinees, Japans of Arabisch) binnen
een internationale businessomgeving.
• De opleiding geeft aan dat de opleiding Trade Management (Hogeschool Rotterdam en
Hogeschool van Amsterdam) een opleiding is met een soortgelijke businessoriëntatie
gericht op Azië, waarbij voor Chinees of Japans kan worden gekozen. De omvang van
het taalonderwijs is kleiner dan bij OTC, de competenties met betrekking tot
communicatie en marketing tonen gelijkenis. Verder biedt de Universiteit Leiden taal- en
cultuurstudies Arabisch, Chinees en Japans. Arabisch wordt op soortgelijke wijze
aangeboden in Amsterdam en Nijmegen. Ook worden de oriëntaalse talen op universitair
niveau aangeboden in Gent en Leuven (B). Ten opzichte van de universitaire
taalopleidingen is het beroepsgeoriënteerde karakter in de businessgerelateerde setting
van OTC onderscheidend.
• Het beroeps- en opleidingsprofiel van OTC is in 2002 tot stand gekomen in samenspraak
met het relevante werkveld. Vervolgens wordt het werkveld via de werkveldcommissie
van de opleiding, geraadpleegd over de actualiteit en relevantie van de
eindcompetenties.
• De opleiding is internationaal georiënteerd via de oriëntaalse taal die centraal staat in het
programma. Op grond van de constatering van het panel dat de opleiding de twee sets
eindcompetenties (kern en domein) beter kan integreren, komt het panel bij dit facet tot
een voldoende in plaats van een goed. Het panel acht dit punt van belang voor de
verdere doorontwikkeling van het programma en vindt bovendien dat een betere
integratie van eindcompetenties beter aansluit bij het nagestreefde profiel.
18/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
Vertaalacademie
• De eindkwalificaties van de VAC zijn in 2005 door de opleiding beschreven in acht
eindcompetenties (zie bijlage 5). Deze worden geactualiseerd in samenspraak met
regionale en nationale werkvelden, zo blijkt uit diverse documenten en verslagen met de
werkveldadviescommissie, en sluiten daarmee aan op nationale en internationale
uitgangspunten die gelden voor vertalen.
• De eindcompetenties van de opleiding staan beschreven in een competentiematrix en
zijn opgenomen in het OER VAC 2007-2008.
• In 2005 heeft de VAC eindcompetenties op basis van de domeincompetenties
Communication van de HBO-raad verder ontwikkeld en uitgewerkt naar het specifieke
karakter van de VAC. Daarbij heeft de VAC de eindcompetenties regelmatig voorgelegd
aan de werkveldcommissie van de opleiding. Het panel heeft gesproken met leden van
het werkveld en notulen van de commissie ingezien. Hieruit blijkt dat het werkveld
betrokken is bij de totstandkoming en verdere ontwikkeling van de eindcompetenties,
evenals het curriculum, van de opleiding. Voorts liggen rapporten van het beroepenveld
en de nieuwe Europese norm voor vertaaldiensten ten grondslag aan de eindkwalificaties
(NEN-EN 15038 Vertaaldiensten – eisen aan de dienstverlening, 2006 en de blauwdruk
van het directoraat Vertalen van de Europese Commissie).
• Het panel beoordeelt de eindcompetenties goed. Deze laten zien dat de opleiding zich in
het bijzonder richt op de toepassingsgebieden economie, recht en techniek/ICT.
• Op initiatief van de VAC is in juni 2007 het Platform Vertaalopleidingen Nederland
opgericht met als doelen:
- het opstellen van gemeenschappelijke competenties die recht doen aan de eisen van
de beroepspraktijk en ruimte laten voor eigen differentiatie;
- afstemming van het vertaalonderwijs in Nederland op dat in het buitenland.
De VAC is voorzitter van dit platform. De eindcompetenties van de VAC zijn regelmatig
onderwerp van discussie in dit nationale netwerk. Zo zijn deze als voorbeeld gebruikt
voor de opleiding Vertaler en Tolk van de Hogeschool West-Nederland. Daarnaast zijn in
het platform de eindkwalificaties van de VAC vergeleken met die van ITV Hogeschool
voor tolken en vertalen. De vergelijking liet zien dat de eindkwalificaties, op enkele
opleidingsspecifieke elementen na, overeenkomen.
• De opleiding is met een voltijd programma uniek in Nederland. Vertaalopleidingen waren
doorgaans universitair en daardoor meer theoretisch georiënteerd. Door zich zo op de
praktijk te richten maakt de VAC zich uniek. Kenmerkend voor de opleiding is dat het
type vertalen niet literair maar vakspecialistisch is (economie, recht en techniek).
Daarnaast biedt het programma de mogelijkheid tot verbreding via minoren (zie 2.2).
• De VAC is internationaal georiënteerd via de vreemde talen (ten minste twee) die worden
verworven. Daarnaast zijn internationale uitgangspunten (de Europese norm voor
vertaaldiensten) van toepassing op de kwalificaties van de opleiding.
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
19/87
Facet 1.2
Niveau bachelor
IBL:
goed
OTC: goed
VAC: goed
Criterium:
- De eindkwalificaties van de opleiding sluiten aan bij algemene, internationaal
geaccepteerde beschrijvingen van de kwalificaties van een bachelor.
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• De faculteit gaat uit van de Dublin descriptoren om het hbo-bachelorniveau van haar
opleidingen aan te tonen. Voor elke opleiding zijn de gehanteerde eindkwalificaties op
overzichtelijke wijze gekoppeld aan de Dublin descriptoren in de betreffende onderwijsen examenreglementen, competentiematrices en studiegidsen. Het panel heeft de
verschillende matrices ingezien en herkent per opleiding de relatie met de Dublin
descriptoren.
• Naast de Dublin descriptoren refereren de opleidingen de gehanteerde eindkwalificaties
waar mogelijk aan de internationaal erkende niveau-indicatoren vanuit het Common
European Framework of Reference (CEFR).
International Business and Languages
• Bij de totstandkoming van de landelijke IBL-kwalificaties zijn de Dublin descriptoren in
acht genomen. Voorts vindt via het landelijke opleidingsoverleg, waarin IBL participeert,
borging van het hbo-bachelorniveau van de eindkwalificaties plaats.
• IBL heeft de niveau-indelingen van het CEFR gekoppeld aan de gehanteerde
eindkwalificaties in Competentiematrix IBL (2008). De uitwerking van de competenties in
de competentiematrix laat zien dat de Dublin descriptoren ‘kennis en inzicht’ en
‘toepassen van kennis en inzicht’ aan de orde komen bij alle te verwerven opleidings- en
domeincompetenties. Aan de descriptor ‘oordeelsvorming’ wordt bijvoorbeeld gewerkt in
de IBL-competenties met betrekking tot het kunnen analyseren van de positie en kansen
van de onderneming en het analyseren van het concurrentievermogen van een
organisatie.
Oriëntaalse Talen en Communicatie
• OTC heeft de niveau-indelingen van het CEFR gekoppeld aan de gehanteerde
eindkwalificaties in Competentiematrix OTC (2008). Tevens gebruikt OTC bij Japans de
internationaal erkende Japanese Language Proficiency Test (vergelijkbaar met CEFRniveau C1). Mogelijkheden voor het gebruik van andere internationaal erkende
meetinstrumenten worden verkend, bijvoorbeeld ten behoeve van taalbeheersing van de
mediumtaal (de taal die naast een Arabische taal wordt gebruikt in de communicatie,
veelal Engels of Frans).
• De Competentiematrix OTC (2008) laat zien dat de Dublin descriptoren ‘kennis en
inzicht’, ‘toepassen van kennis en inzicht’, ‘communicatie’ en ‘leervaardigheden’ aan de
orde komen bij de vier OTC-eindcompetenties en dat ‘oordeelsvorming’ centraal staat bij
20/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
de twee eindcompetenties met betrekking tot het deelnemen in onderzoek en het kunnen
analyseren en adviseren.
Vertaalacademie
• VAC is bij uitstek gericht op de competentie vertalen, hetgeen een grote mate van
beheersing van de taalvaardigheid veronderstelt. Het CEFR geeft uitgangspunten voor
het taalvaardigheidniveau weer en dekt daarmee slechts een deel van de
eindcompetenties van de VAC af. De opleiding maakt, evenals IBL en OTC, in het eerste
en het vierde jaar gebruik van de Dialangtoets. Voorts heeft de VAC de CEFR-niveaus
niet aan de eindkwalificaties gerelateerd. Zij heeft dit in documentatie goed verantwoord.
• De uitwerking van de competenties in de Competentiematrix VAC (2008) laat zien dat
‘kennis en inzicht’ en het ‘toepassen van kennis en inzicht’ centraal staan in de
vertaalcompetentie en de linguïstische en tekstuele competentie en dat ‘oordeelsvorming’
aan de orde komt in de zoekstrategieën en onderzoekscompetentie en de culturele
competentie.
Facet 1.3
Oriëntatie HBO bachelor
IBL:
goed
OTC: goed
VAC: goed
Criteria:
- De eindkwalificaties zijn mede ontleend aan de door (of in samenspraak met) het
relevante beroepenveld opgestelde beroepsprofielen en/of beroepscompetenties.
- De eindkwalificaties weerspiegelen het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar in een
specifiek beroep of samenhangend spectrum van beroepen waarvoor een hbo-opleiding
vereist is of dienstig is.
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• Voor de drie opleidingen geldt dat het panel de competenties heeft bestudeerd vanuit het
perspectief van de oriëntatie van de opleiding. Het panel heeft eerder (onder 1.1)
vastgesteld dat de competenties van de opleidingen in voldoende mate aansluiten bij de
eisen van vakgenoten en de relevante beroepspraktijk. De beroepsprofielen zijn tot stand
gekomen in de landelijke overleggen en met diverse vertegenwoordigers van het
relevante werkveld. Het panel is van mening dat de competenties van de drie opleidingen
het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar in het relevante domein
weerspiegelen.
International Business and Languages
• De opleiding IBL gaat uit van de landelijke beroepsbeschrijving voor een IBL’er. Deze
geeft aan dat de IBL’er de schakel is tussen zijn bedrijf en de internationale omgeving, de
belangen van zijn bedrijf of organisatie in kaart brengt, doelen stelt en deze vertaalt in
plannen, contacten onderhoudt met de internationale relaties van zijn bedrijf of
organisatie.
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
21/87
•
•
•
•
•
De IBL’er doet dit met name doet op de onderstaande drie gebieden:
- internationaal inkoop-, verkoop- en accountmanagement;
- internationaal communicatiemanagement;
- exportmanagement, waarbij de IBL’er zich bezig houdt met de logistieke, financiële en
verzekeringstechnische aspecten van et internationale goederenverkeer.
De IBL’er vertaalt deze contacten in activiteiten op strategisch, tactisch en operationeel
niveau. (Beroeps- en opleidingsprofiel IBL, 2005)
Het beroepsprofiel benoemt achttien functies, gerelateerd aan de drie genoemde
gebieden, waaronder commercieel medewerker, assistent PR/PA-afdeling en marketing
service medewerker. Het panel acht de beschreven functies relevant voor een
hbo-bachelor IBL’er.
Uit de bestudeerde notulen en het gesprek met vertegenwoordigers van het werkveld
blijkt dat de werkveldcommissie de opleiding adviseert over haar eindcompetenties, over
de juiste oriëntatie en actualiteiten.
Voorts constateert het panel dat de opleiding zich voor een groot deel richt op IBL’ers in
de context van het midden- en kleinbedrijf (MKB).
Het samengaan van IBL met de opleiding IBMS vraagt, naar zeggen van de docenten,
niet om bijstelling van het beroepsprofiel. Kijkend naar de verschillende markten waarin
de opleidingen hun afgestudeerden afleveren, komen deze inhoudelijk voor een groot
deel overeen, de contexten verschillen. IBL richt zich nadrukkelijk op het MKB in de
(eu)regio en IBMS levert studenten af voor over de hele wereld. In dat licht vullen de
opleidingen elkaar aan. Het panel herkent dit, maar merkt daarbij op dat de
beroepsprofielen dat onderscheid (nog) niet zo expliciet maken.
Vertegenwoordigers van het werkveld van IBL ondersteunen het samengaan van de
twee opleidingen. Ze zien een meerwaarde voor studenten die zich dan meer
internationaal kunnen oriënteren. Op dit moment biedt IBL mogelijkheden hiertoe via
bi-diplomering, uitwisselingstrajecten en buitenlandstage (zie 2.1).
Oriëntaalse Talen en Communicatie
• De opleiding stelt zich ten doel professionals op te leiden, die ten behoeve van
internationale bedrijven, overheidsinstellingen en non-profitorganisaties contacten tot
stand brengen en/of onderhouden met relaties in China, Japan of de Arabische landen.
Die contacten kunnen commercieel, cultureel of sociaal van aard zijn. Zulke professionals
verrichten tal van werkzaamheden waarvoor kennis van de vreemde taal (voor een
overgroot deel) een vereiste is naast andere beroepsmatige kennis en vaardigheden.
• Het beroepsprofiel beschrijft een brede afzetmarkt voor de afgestudeerde OTC’er. In de
functies waarin de OTC’er terecht komt staat de oriëntaalse taal centraal, waarnaast
bijvakken van belang zijn. Afgestudeerden komen terecht bij onder andere internationale
bedrijven, overheidsinstellingen, de media, minderhedenorganisaties en het
internationale hotelwezen. Daar bekleden zij functies als managementassistent, PRassistent, commercieel medewerker, marketingmedewerker en tolk/vertaler. Een deel
van de afgestudeerden is werkzaam in het buitenland. Het panel onderschrijft het
beschreven beroepsbeeld, waarbij de oriëntaalse taal centraal staat.
22/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
•
De eindkwalificaties zijn in overeenstemming met het beroepenveld tot stand gekomen.
De opleiding raadpleegt het beroepenveld via de werkveldcommissie en stageverleners
om aansluiting van onder meer de eindkwalificaties met de beroepspraktijk te borgen.
Stageverleners worden via de stageverlenersenquête expliciet gevraagd naar de
gewenste en geconstateerde competenties. Naar aanleiding van het gesprek met
vertegenwoordigers van het werkveld en verslagen van bijeenkomsten, heeft het panel
vastgesteld dat hier sprake is van een continu proces.
Vertaalacademie
• De VAC leidt studenten op tot vertalers die werkzaam zijn bij of ten behoeve van een
organisatie of instelling op het gebied van onder meer handel en industrie, de overheid,
het wetenschappelijk onderwijs of de communicatie media. Zij kunnen de transfer van
communicatie tussen talen en culturen realiseren, zijn internationaal georiënteerd en
beschikken over de juiste kennis en vaardigheden die voor een vertaler onontbeerlijk zijn.
Dit omvat onder meer kennis van een aantal vakgebieden (recht, economie,
techniek/ICT), van vertaalwetenschap en vertaalkunde met vaardigheden op het gebied
van (interculturele) communicatie, hetgeen inherent is aan vertalen.
• Voorts dienen afgestudeerden een uitstekende beheersing van de Nederlandse taal en
een goede, zo niet uitstekende, beheersing van ten minste twee vreemde moderne talen.
Het panel onderschrijft dit en constateert, mede op basis van gevoerde gesprekken en
ingeziene notulen van de werkveldcommissie, dat de VAC hiermee aansluit op de vraag
van het werkveld.
• De VAC participeert actief in diverse gremia binnen het relevante werkveld en fungeert
soms zelfs als voortrekker:
- de normcommissie voor vertaaldiensten van het Nederlands Normalisatie Instituut
(NEN) die heeft meegewerkt aan de totstandkoming van de Europese norm voor
vertaaldiensten en momenteel werkt aan certificering hiervan;
- NL-Term, de Vlaams-Nederlandse vereniging voor Nederlandstalige Terminologie, die
onderdeel is van de Nederlandse Taalunie;
- NUT, de vereniging van Nederlandse Universitaire Talencentra, inclusief de vertaalcel
van de NUT;
- Commissie Tolken van het kernteam Kwaliteitsnormering Vertalen en Tolken van het
Ministerie van Justitie
- Klachtencommissie Tolken IND (Immigratie- en Naturalisatie Dienst).
• In mei 2009 is een bijeenkomst vanuit het Platform Vertaalopleidingen Nederland
gepland. Daarin zijn brancheverenigingen vertegenwoordigd, evenals het
kwaliteitsregister voor vertalers en tolken van het Ministerie van Justitie.
• De VAC organiseert met de Universiteit van Łódź (Polen) vijfjaarlijks een internationaal
congres over vertalen.
• Naast de genoemde gremia waarin de VAC actief participeert, heeft de VAC diverse
internationale samenwerkingsverbanden die van invloed zijn op de invulling van het
programma (zie verder 2.1).
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
23/87
Onderwerp 2
Facet 2.1
Programma
Eisen HBO
IBL:
goed
OTC: voldoende
VAC: goed
Criteria:
- Kennisontwikkeling door studenten vindt plaats via vakliteratuur, aan de beroepspraktijk
ontleend studiemateriaal en via interactie met de beroepspraktijk en/of (toegepast)
onderzoek.
- Het programma heeft aantoonbare verbanden met actuele ontwikkelingen in het
vakgebied/de discipline.
- Het programma waarborgt de ontwikkeling van beroepsvaardigheden en heeft
aantoonbare verbanden met de actuele beroepspraktijk.
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• Het panel heeft de curricula en onderwijsmateriaal bestudeerd en stelt vast dat de
opleidingen gebruik maken van vakliteratuur. De lijst van gebruikte literatuur bevat
relevante boeken en artikelen van het niveau dat verwacht mag worden van een hboopleiding en die veelal internationaal is georiënteerd. De mate waarin van internationale
artikelen gebruik wordt gemaakt, verschilt per opleiding. Betreffende docenten zijn
verantwoordelijk voor de actualiteit van de gebruikte leerbronnen. Dit wordt jaarlijks
getoetst. Ondersteunend lesmateriaal wordt aangeboden via Blackboard.
• Vanuit de gevoerde gesprekken en het bestudeerde materiaal constateert het panel dat
de opleidingen via de werkveldcommissie, alsmede via stageverleners en gastdocenten,
actuele inzichten vanuit de praktijk en het vakgebied verkrijgen en die in het onderwijs
inzetten.
• In de drie curricula zijn onderdelen opgenomen die studenten expliciet in contact brengen
met de beroepspraktijk, zoals stages, projecten en uitwisselingsprogramma’s. Hiervoor
verschillen richtlijnen en kaders soms per opleiding. Per opleiding fungeert een
stagecoördinator die de stages aanstuurt. Via een centraal stagebureau wordt een aantal
geschikte stageplaatsen voorgelegd aan studenten. Studenten zijn ook vrij om zelf een
stageplaats te zoeken. Deze wordt voor goedkeuring ter beoordeling aan
stagecoördinator voorgelegd.
• Het Centrum Internationale Communicatie (CIC) van de faculteit werft praktijkopdrachten
in het werkveld voor de opleidingen. De opdrachten worden uitgevoerd door het
leerbedrijf van het CIC. Alleen studenten uit het derde en vierde jaar werken onder
begeleiding van een docent aan deze opdrachten. Het CIC omvat het Leerbedrijf, het
Talencentrum en het Stagebureau/International Office van de faculteit.
• In het vierde jaar krijgen de studenten een sollicitatietraining aangeboden. Hierbij is het
werkveld betrokken.
• Sinds mei 2008 is een lector aangesteld die is verbonden aan de kenniskring
International Business and Communication van de faculteit. Invulling van de kenniskring
vindt plaats in november 2008.
• Internationalisering is een speerpunt van de faculteit.
24/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
International Business and Languages
• Het panel heeft literatuur en lesmateriaal gezien en stelt vast dat dit actueel is en goed is
geïntegreerd in de projecten. De opleiding en meerdere docenten zijn geabonneerd op
opleidingsspecifieke vakbladen.
• Het panel constateert vanuit bestudering van het materiaal dat de opleiding gebruik
maakt van studiemateriaal dat aan de beroepspraktijk is ontleend. Dit gebeurt
bijvoorbeeld in het project Internationale Expansie dat IBL eind 2007 met het werkveld en
RAAK-gelden van het Ministerie van OCW heeft opgezet.
• Studenten zijn tevreden over de actualiteit van het materiaal. In 2007 scoorde dit een 4,0
op een vijfpuntsschaal (S-mon 2007: de tevredenheidsevaluatie van de hogeschool
onder studenten, zie 5.1).
• Vanaf het tweede jaar werken studenten per thema aan een praktijkopdracht. Deze zijn
direct aan de beroepspraktijk ontleend of vinden plaats bij bedrijven in de praktijk, zoals
het MKB-Limburg, zoals BCT Guiding Documents, Noteborn B.V., Rejuvenal,
Technomed. Binnen deze projecten verzorgen vertegenwoordigers van het werkveld de
introductiebijeenkomst. Het project Internationale Expansie is ook een goed voorbeeld
van een project waarin studenten op een directe manier in aanraking komen met de
praktijk. De wijze waarop de opleiding dit project met het regionale MKB en andere
partijen tot stand heeft gebracht, beoordeelt het panel positief. Het panel heeft vernomen
dat vanuit dit project tevens andere opdrachten voortkomen. De opleiding heeft
aangegeven dat het project Internationale Expansie na de eerste twee gesubsidieerde
jaren wordt voortgezet. Het panel verwacht dat de spin-off van dit project voor de
opleiding en de regio daardoor alleen maar zal toenemen.
• In het derde studiejaar lopen alle studenten een verplichte buitenlandstage. Daarnaast
biedt het programma uitwisselingsmogelijkheden met buitenlandse instellingen en de
mogelijkheid om een bi-diplomeringstraject te volgen aan de Anglia Ruskin University te
Cambridge (GB) en de IUP de Commerce International van de Université Blaise Pascal
te Clermont Ferrand (F). De opleiding geeft aan dat per uitwisselingsprogramma wordt
aangegeven welk onderdeel overeenkomt met het studieprogramma van IBL. Per 2008
zullen curricula en uitwisselingsmogelijkheden, als gevolg van de samenvoeging met
IBMS, opnieuw worden bepaald. Ongeveer 25% van de IBL-studenten volgt – naast de
verplichte stage in het buitenland – programmaonderdelen in het buitenland.
• In het vierde jaar studeren studenten af. In het eerste semester van het vierde jaar
voeren studenten in koppels een strategisch onderzoek uit. In het tweede semester zitten
zij bij een internationaal georiënteerd bedrijf in Nederland of in het buitenland.
• De mate waarin het onderwijs is afgestemd op de beroepspraktijk wordt door studenten
beoordeeld met een 3,8 (S-mon 2007). Het panel onderschrijft dit positieve beeld; het
panel acht de beroepspraktijk duidelijk aanwezig in het programma en vindt het
programma daarnaast overtuigend internationaal.
• De opleiding participeert in de kenniskring Toerisme en Cultuur. De opleiding voert
hiervoor opdrachten uit, bijvoorbeeld Marketing Case voor het Gaia-park (studiejaar 1) of
Huize Damiaan binnen het thema Marketingcommunicatie (studiejaar 2).
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
25/87
•
•
•
Een praktijkgerichte onderzoeksopzet wordt gevolgd in het zogeheten strategisch
onderzoek dat studenten in het vierde jaar in koppels uitvoeren en in het tweede
semester waarin studenten een probleemstelling uit de beroepspraktijk uitwerken.
De beroepsvaardigheden die centraal staan in het programma hebben betrekking op
sociaal en communicatieve vaardigheden (in het Nederlands en een vreemde taal) en de
vaardigheid tot zelfsturing bij studenten. Hieraan wordt concreet aandacht besteed in de
praktijkopdrachten en binnen de stages.
Op grond van bestudeerd materiaal de gevoerde gesprekken beoordeelt het panel de
relatie tussen de opleiding en de beroepspraktijk goed. Het panel heeft waardering voor
de wijze waarop studenten worden voorbereid op hun toekomstig beroep. Het panel heeft
vernomen dat de werkveldcommissie hier een nadrukkelijke rol in speelt. Zij voorziet de
opleiding van advies ten behoeve van de afstemming van het programma op de eisen
vanuit de beroepspraktijk en zij beoordeelt de inhoud van het programma.
Oriëntaalse Talen en Communicatie
• Het panel heeft literatuur en lesmateriaal bestudeerd en beoordeelt deze voor de
verwerving van de talen als goed. De gebruikte literatuur voor Chinees komt voor het
panel nogal verouderd over, maar volgens de opleiding is dit nog steeds de beste
methode op de markt die het best is afgestemd op de doelstelling van de opleiding. De
gehanteerde literatuur voor de business- en managementvakken beoordeelt het panel als
mager. Het lesmateriaal blijft soms steken in inleidingen, er wordt gewerkt met ad hoc
samengestelde readers en er weinig gebruikt gemaakt van standaard literatuur. Het
panel heeft geconstateerd dat de opleiding en meerdere docenten zijn geabonneerd op
opleidingsspecifieke (digitale) vakbladen.
• De opleiding maakt gebruik van studiemateriaal dat aan de beroepspraktijk is ontleend.
Daarnaast vergaren studenten ook zelf actueel materiaal om kennis op te doen van het
oriëntaalse land en het volk waar zij zich op richten. Tijdens het visitatiebezoek heeft het
panel vastgesteld dat de opleiding een eigen ontmoetingsplek voor studenten heeft waar
diverse tijdschriften, kranten en naslagwerk te vinden zijn. In de ogen van het panel is dit
een goede aanvulling op het studiemateriaal om studenten in contact te brengen met
actuele ontwikkelingen in de relevante oriëntaalse maatschappij.
• Vanuit de gevoerde gesprekken en het bestudeerde materiaal constateert het panel dat
de mate waarin de opleiding van het werkveld gebruik maakt sterker kan, zowel met
betrekking tot het gebruik van casussen als van gastdocenten. Docenten gaven, in het
gesprek met het panel, aan dat de relaties met het werkveld op het gebied van business
en managementvakken ten opzichte van voorgaande jaren is verbeterd. In het kader van
Project- en Evenementenmanagement (studiejaar 4) is bijvoorbeeld gebruik gemaakt van
gastdocenten.
• Vanuit de gevoerde gesprekken met studenten heeft het panel een nadrukkelijke wens
vernomen om gastdocenten uit de oriëntaalse landen - native speakers - meer in te
zetten (zie 3.1).
• Studenten zijn tevreden over de actualiteit van het materiaal. In 2007 scoorde dit een 3,7
op een vijfpuntsschaal. Tijdens het visitatiegesprek met studenten gaf men wel aan meer
aandacht te willen voor de moderne geschiedenis. Tevens gaf men aan dat Arabisch
26/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
•
•
•
•
•
•
•
onderwijs zich soms te veel richt op Egypte en Marokko. De opleiding geeft aan dat dit
laatste te maken heeft met het feit dat het Egyptisch dialect het dichtste bij het Modern
Standaard Arabisch staat en derhalve in veel landen verstaan wordt.
Studenten komen in aanraking met de beroepspraktijk via praktijkopdrachten, de
werkstage in het derde jaar en de beroepsstage in het vierde jaar. Daarmee wordt de
opleiding afgesloten. In het derde jaar worden voorhanden zijnde opdrachten vanuit het
leerbedrijf van de faculteit bij externe opdrachtgevers uitgevoerd. In 2006-2007 is
bijvoorbeeld een exportplan geschreven voor Gabija Creative Gifts (honingwijn) in
Valkenburg. Alle studenten voeren dergelijke opdrachten uit.
Naast de stagecoördinator van de opleiding heeft OTC ook een stagecoördinator
‘internationaal’. Deze persoon werft specifiek stageplaatsen in de oriëntaalse landen en
onderhoudt contacten met stageverleners aldaar.
In het derde jaar lopen studenten van de opleiding een semester stage in het oriëntaalse
land waarvan de taal bestudeerd wordt. Deze stage vindt plaats bij onderwijsinstellingen
waarmee OTC samenwerkt in Japan, China, Egypte en Marokko. Het programma is voor
zover mogelijk afgestemd op dat van OTC. Het betreft hier het volgen van modulen bij de
buitenlandse instelling. Studenten verdiepen zich, naast kennis en vaardigheid op het
gebied van de oriëntaalse taal, ook in de cultuur doordat zij tijdelijk in het land leven.
In de stage in het vierde jaar werken studenten 18 weken in een werkomgeving die een
aantoonbare relatie heeft met het oriëntaalse land waarvan de taal wordt bestudeerd.
Hierbij hebben studenten de mogelijkheid om in het buitenland (waar de bestudeerde taal
wordt gesproken) stage te lopen. Een deel van de studenten maakt hier gebruik van.
Vertegenwoordigers van het werkveld, met wie het panel sprak, geven aan dat de
stageopdrachten relevant en to-the-point zijn. Het panel onderschrijft dit niet helemaal.
De formulering van de opdrachten laat te veel ruimte vrij. Uitwerkingen vertonen echter
wel diepgang (zie verder 6.1). Een goede stageopdracht is daarmee deels afhankelijk
van de ambitie van de student en de betrokkenheid van de stageverlener.
De mate waarin het onderwijs is afgestemd op de beroepspraktijk wordt door studenten
beoordeeld met een 3,2 (S-mon 2007).
Beroepsvaardigheden die in het programma aan bod komen betreffen in de eerste plaats
het verwerven van de taalvaardigheid. Studenten ontwikkelen deze veelal vanaf een
nulniveau. Hier wordt vanaf het begin van de opleiding goed aandacht aan besteed.
Daarnaast worden sociale- en communicatieve vaardigheden verworven binnen een
businessomgeving waarbij de vreemde taal tevens centraal staat. Deze vaardigheden
komen nadrukkelijk in de praktijkonderdelen en stages aan bod. De integratie met de
vreemde taal komt daarbij, aldus het panel, goed tot stand. De mate waarin vanuit de
opleiding aandacht wordt besteed aan de business georiënteerde vaardigheden kan,
aldus het panel, sterker. Binnen het programma van de mediumtaal (Engels/Frans)
spelen presentatie- en tolktechnieken ook een belangrijke rol. De vaardigheden hierin
worden ingezet in de oriëntaalse taal, communicatie-/businessopdrachten en projecten.
Het internationale karakter van de opleiding blijkt in de eerste plaats uit de studie van de
oriëntaalse en mediumtaal en de kennis die de student daarvoor verwerft op het gebied
van land en cultuur waar de betreffende taal wordt gesproken. In dat kader loopt de
student in het derde jaar een internationale stage.
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
27/87
•
De aandacht voor het verwerven van de vreemde taal vindt het panel goed opgezet in
het curriculum. De opmerkingen met betrekking tot de gebruikte literatuur en de
ontwikkeling van onderzoeks- en beroepsvaardigheden leiden bij dit facet tot het oordeel
voldoende.
Vertaalacademie
• Het panel beoordeelt de gebruikte literatuur van goed niveau en representatief voor de te
verwerven competenties. Verder heeft het panel vernomen dat de opleiding en meerdere
docenten zijn geabonneerd op opleidingsspecifieke (digitale) vakbladen.
• De opleiding maakt gebruik van studiemateriaal dat aan de beroepspraktijk is ontleend.
Daarnaast vergaren studenten zelf actueel materiaal om kennis op te doen van het land
en het volk van de talen die zij verwerven.
• Studenten zijn tevreden over de actualiteit van het materiaal. In 2007 scoorde dit een 3,4
op een vijfpuntsschaal (S-mon 2007).
• Gedurende programmaonderdelen Praktijk en de stages werken studenten in de
beroepspraktijk. Zij werken dan aan vertaalopdrachten binnen verschillende contexten. In
het derde jaar lopen studenten het eerste semester stage (de ‘taalstage’) in het land
waarin de gekozen hoofdtaal de moedertaal is. Studenten bekwamen zich dan verder in
de gekozen hoofdtaal (de vreemde taal waar vanuit –in zij vertalen). In het vierde jaar
lopen alle studenten een beroepsstage in een externe professionele vertaalomgeving en
nemen zij deel aan het in-huis vertaalatelier: het skillslab. De beroepsstage kan
plaatsvinden in binnen of buitenland.
• De mate waarin het onderwijs is afgestemd op de beroepspraktijk wordt door studenten
beoordeeld met een 3,5 op een vijfpuntsschaal.
• Voor het uitvoeren van vertaalopdrachten dienen studenten onderzoek te verrichten naar
achtergronden van de opdracht. Dit heeft betrekking op vakinhoudelijke aspecten op de
gebieden economie, recht en techniek en cultuur- en historische aspecten hiervan en is
van belang om te komen tot een kwalitatief goed resultaat. Vanuit die context komen
onderzoeksvaardigheden aan bod in het programma. In de Beroepsstage en in het
simulatievertaalbureau in jaar 4 moeten studenten de geleerde
onderzoekscompetentie op een professionele wijze inzetten. Studenten moeten
aantonen dat ze over deze onderzoekscompetentie beschikken en dat ze die
professioneel kunnen inzetten rekening houdend met deadlines, instructies van
opdrachtgevers, moeilijkheidsgraad van de te vertalen tekst en uiteindelijk ook
het gegeven dat tijd geld is. Beide studieonderdelen zijn praktijkonderdelen waar
onderzoek alleen in deze zin een rol toebedeeld heeft gekregen.
• Het verwerven van de beroepsvaardigheid ‘vertalen’ loopt als een rode draad door het
programma. Terwijl aan vertalen wordt gewerkt, komen ook vaardigheden met betrekking
tot het verkrijgen van inzicht in culturele- en historische gegevens en op het gebied van
ondernemerschap aan de orde. Dit verschilt per opdracht. Heel concreet worden
verschillende beroepsvaardigheden integraal geoefend in het “skillslab” (zie ook 2.7). In
het tweede jaar voeren studenten een groepsopdracht uit voor dat fictieve vertaalbureau
en in het vierde jaar fungeren studenten als medewerkers van het vertaalbureau.
28/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
•
De opleiding fungeert in diverse nationale en internationale samenwerkingsverbanden.
Daarin vervult zij veelal een voortrekkersrol (zie ook 1.3). Het panel heeft met enkele
leden van de werkveldcommissie van de opleiding gesproken. Zij hebben een zeer
actieve en betrokken indruk op het panel gemaakt. De commissie komt ten minste vier
keer per jaar bijeen en voorziet de opleiding van adviezen met betrekking tot onder
andere het programma. De commissie gaat (ook) zelf na in hoeverre de opleiding deze
adviezen heeft opgepakt. Internationaal heeft de VAC samenwerkingscontracten met de
volgende buitenlandse instellingen:
- Katholieke Hogeschool Limburg te Diepenbeek (B);
- Lessius Hogeschool te Antwerpen (B);
- Fachhochschule Köln (D).
De opleiding vermeldt dat samenwerking met de University of Wales in Swansea (GB) in
opzet is.
Het panel is onder de indruk van de wijze waarop het programma is opgezet en de concrete
relatie die voortdurend wordt gelegd met het beroep en de daarbij behorende kennis en
vaardigheden. Actuele ontwikkelingen en de relevante beroepspraktijk komen via
verschillende wegen terecht in het onderwijs.
Facet 2.2
Relatie doelstellingen en inhoud programma
IBL:
goed
OTC: onvoldoende
VAC:
goed
Criteria:
- Het programma is een adequate concretisering van de eindkwalificaties, qua niveau,
oriëntatie en domeinspecifieke eisen.
- De eindkwalificaties van de doelstellingen zijn adequaat vertaald in leerdoelen van
(onderdelen van) het programma.
- De inhoud van het programma biedt studenten de mogelijkheden om de geformuleerde
eindkwalificaties te bereiken.
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• De curricula van de drie opleidingen omvatten elk vier studiejaren waarbij een jaar
bestaat uit vier periodes van elk 10 weken. De programma’s worden voltijd aangeboden,
waarbij het eerste jaar 60 EC omvat en de hoofdfase een omvang van 180 EC kent.
• De propedeuse van de drie opleidingen is voor bijna de helft gemeenschappelijk (25 EC).
Hierin ligt de nadruk op basis kennis en vaardigheden op het gebied van communicatie,
taal en business. Programmaonderdelen die overeenkomen zijn Internationaal
Communicatie, Zakelijk Schrijven, Inleiding Economie, Inleiding Recht, ICT, Engels en
SLB. In de hoofdfase worden bepaalde vakken aan alle drie de opleidingen aangeboden.
Studenten kunnen dan kiezen of zij onderdelen van andere programma’s volgen. Het
panel heeft vernomen dat dit weinig voorkomt. Voorts zitten de studenten van de
verschillende opleidingen niet bij elkaar.
• De opleidingen verschaffen met behulp van curriculummatrices inzicht in de relaties
tussen de gehanteerde competenties en de programmaonderdelen. De mate waarin dit
helder is uitgewerkt, verschilt per afzonderlijke opleiding.
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
29/87
International Business and Languages
• De propedeuse is modulair opgebouwd en de hoofdfase kent een thematische opzet. In
de hoofdfase kent ieder thema eenzelfde opbouw: kennis – vaardigheden –
praktijkopdracht. De kennis die ten grondslag ligt aan de te verwerven vaardigheden
betreft vooral kennis op het gebied van marketing, bedrijfseconomie, algemene
economie, recht en de moderne vreemde taal. De te verwerven kennis en vaardigheden
zijn gekoppeld en komen vervolgens per thema in de praktijkopdracht geïntegreerd aan
bod.
• Uit de gegeven curriculummatrix blijkt helder welke doelstellingen aan bod komen in
welke programmaonderdelen (modules en thema’s). Daarbij heeft de opleiding de
verschillende CEFR-niveaus geïntegreerd.
• Per module/thema is verder aangegeven welke leerdoelen in het betreffende onderdeel
centraal staan. Dit is voor studenten weergegeven in blokboeken welke het panel heeft
ingezien. Uit deze blokboeken blijkt dat de leerdoelen zijn afgeleid van de gehanteerde
eindkwalificaties.
• Op basis van bestudering van het programma concludeert het panel dat het programma
de eindkwalificaties op het juiste niveau en een adequate manier (volledig) afdekt. De
wijze waarop studenten in de thema’s in aanraking komen met de praktijk, alsmede de
integratie met relevante kennis en de vreemde taal, is dusdanig opgezet dat dit bijdraagt
aan het beroepsbeeld waarvoor wordt opgeleid. De context waarin de toekomstige IBL’er
functioneert, is breed. Via de thematische opzet wordt gerealiseerd dat de student met
een zo breed mogelijke context in aanraking komt (zie 2.3).
Oriëntaalse Talen en Communicatie
• OTC volgt de opzet van vier blokken per studiejaar. Binnen de programmaonderdelen
staat nadrukkelijk het verwerven van de oriëntaalse taal centraal. Ook binnen onderdelen
(cursussen, projecten) waarin andere competenties aan bod komen, komt taalverwerving
aan bod. Dit is geïntegreerd en komt overeen met de vier kerncompetenties van OTC
(zie 1.1).
• De mate waarin de competentiematrix inzicht verschaft in de wijze waarop alle
eindkwalificaties in de programmaonderdelen aan bod komen, is niet sterk uitgewerkt.
• Bestudering van het materiaal laat zien dat de vier kerncompetenties van OTC zijn
vertaald in leerdoelen welke in studiehandleidingen zijn samengevat. Deze vier
competenties omvatten voornamelijk het vakinhoudelijke aspect waarvoor wordt
opgeleid. Er kan een duidelijker onderscheid in niveaus worden gemaakt. De bestudering
van de afzonderlijke programmaonderdelen laat dit meer zien. De wijze waarop de
eindkwalificaties in leerdoelen zijn verankerd, biedt een grote mate van vrijheid. Daarbij
acht het panel de kwaliteit te veel afhankelijk van de individuele inzet van de student. In
de ogen van het panel is de borging van de eindkwalificaties in het programma niet
vanzelfsprekend. De verankering van de vier eindcompetenties in de afzonderlijke
programmaonderdelen kan, aldus het panel sterker, alsmede de integratie van de
domeincompetenties.
• Het is voor het panel helder dat de opleiding na de visitatie van 2003 tot inzicht is
gekomen dat het zich breder moet maken door meer aandacht aan business
30/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
•
gerelateerde vakken te geven. De uitwerking hiervan laat echter te wensen over, de
opleiding is in de ogen van het panel teveel blijven steken in een taalopleiding, de niettalige aspecten staan niet op hetzelfde niveau. Dat blijkt uit de literatuur die wordt
gebruikt (zie 2.1), het relatieve gebrek aan diepgang in de opbouw van deze
cursusonderdelen en aan de betrekkelijk geringe aandacht die deze krijgen in de
eindoordelen. Dat het werkveld daarvan geen blijk geeft komt doordat bedrijven met
name de taal- en communicatieve vaardigheden van de studenten zoekt en apprecieert.
De wijze waarop de domeincompetenties adequaat zijn ingebed in het programma is
voor het panel niet zichtbaar. De competentiematrix biedt het panel niet het volledige
beeld van de wijze waarop de nagestreefde eindcompetenties aan bod komen in het
programma. Daarbij laat nadere bestudering van het programma ook niet voldoende zien
hoe wordt toegewerkt naar de totale set competenties. De opleiding stelt bij de werkstage
(laatste stage in de opleiding) bijvoorbeeld als doel dat de student deze werkzaamheden
uitvoert die een duidelijke relatie hebben met het oriëntaalse land en de
eindcompetenties van de opleiding. De hieraan ontleende opdrachten borgen
onvoldoende dat de juiste eindkwalificaties op het juiste niveau worden nagestreefd. Het
panel concludeert dat de wijze waarop eindkwalificaties zijn uitgewerkt in het programma
naar (leer)doelen hieraan ten grondslag ligt. Daarom leidt dit punt bij dit facet tot een
onvoldoende.
Vertaalacademie
• Het programma is modulair opgebouwd. Een studiejaar bestaat uit vier blokken waarin
verschillende modules aan bod komen.
• De relatie tussen de eindkwalificaties en de programmaonderdelen (modules) blijkt uit de
competentiematrix van de VAC. De competentie Vertalen staat bijvoorbeeld gedurende
de hele opleiding centraal en aan de competentie Ondernemerschap wordt gewerkt in de
blokken Praktijk en Competentiemanagement. Per eindcompetentie een
niveauaanduiding gegeven die overeenkomt met de drie onderscheiden fasen van het
studieprogramma (competentiematrix VAC, 2008). De niveaus in de competenties zijn
verder vertaald in doelstellingen die gespecificeerd zijn in de samenvattende overzichten
van de blokboeken die studenten gebruiken.
• In blokboeken worden de uitwerkingen van de doelstellingen genoemd (als leerdoelen).
Deze reflecteren in de ogen van panel adequaat de eindkwalificaties. Hierbij worden
eveneens criteria gegeven met betrekking tot procesmatige kwaliteit.
• Het panel beoordeelt de opbouw van het programma als goed. Het dekt de
eindkwalificaties op adequate manier af. Het blok Taalwetenschap beoordeelt het panel
in het bijzonder van goed niveau. De mate waarin Nederlands (moedertaal) aan bod
komt en het niveau dat daarin wordt nagestreefd, beoordeelt het panel eveneens als
goed. De wijze waarop wordt gewerkt aan de vertaalvaardigheid en de manier waarop dit
is geïntegreerd met het verwerven van de vreemde talen en de vaardigheid om kennis
over bijvoorbeeld achterliggende culturen en ondernemerschap te achterhalen, vindt het
panel goed opgezet, waarbij via minors en specialisaties naar een persoonlijk profiel
wordt toegewerkt. In het tweede blok van het vierde studiejaar kan een student kiezen uit
de minors Vertalen voor gevorderden, Ondertitelen, Lokaliseren, Tolken en Professioneel
schrijven.
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
31/87
•
•
Uit blokevaluaties (2007-2008) blijkt dat studenten de verschillende blokken overwegend
positief beoordelen. Uit bestudeerde evaluaties en verslagen blijkt dat op basis van
commentaar van studenten de inhoud van een blok of studielast ervan wordt aangepast.
Op basis van bestudering van het programma concludeert het panel dat het programma
de eindkwalificaties op het juiste niveau en een adequate manier (volledig) afdekt. De
wijze waarop studenten in de thema’s in aanraking komen met de praktijk, alsmede de
integratie met relevante kennis en de vreemde taal, is dusdanig opgezet dat dit bijdraagt
aan het beroepsbeeld waarvoor wordt opgeleid. Het panel is dan ook van oordeel dat het
programma zo is ingericht en gestructureerd dat studenten in staat zijn de geformuleerde
eindkwalificaties te behalen.
Facet 2.3
Samenhang in opleidingsprogramma
IBL:
goed
OTC: voldoende
VAC: goed
Criterium:
- Studenten volgen een inhoudelijk samenhangend opleidingsprogramma.
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• De opleidingen streven naar een horizontale en verticale samenhang in het programma.
De horizontale samenhang wordt gerealiseerd via projecten. Een project is zodanig
opgezet dat studenten kennis en vaardigheden moeten toepassen uit diverse
vakgebieden.
• De verticale samenhang wordt gerealiseerd door in de loop van de studie de opdrachten
complexer en de leerstof moeilijker te maken. Het verwerven van een vreemde taal laat
in het programma een duidelijke concentrische opbouw zien. In studiegidsen en
blokboeken wordt de inhoudelijke relatie beschreven tussen een module en de rest van
het curriculum.
• In projecten en in stages vindt uitwisseling tussen theorie en praktijk plaats.
• De verschillende programmaonderdelen worden door meerdere vakdocenten uitgewerkt.
Samenstelling verschilt per blok (module, project, cursus, thema). Via onderlinge
afstemming wordt de samenhang en consistentie tussen afzonderlijke onderdelen binnen
het programma bewaakt door de opleidingseigen docententeams waarbij de
opleidingscoördinator als verantwoordelijke optreedt.
International Business and Languages
• Bestudering van het programma laat zien dat per jaar thema’s elkaar inhoudelijk
opvolgen. Daarbij wordt eerder opgedane kennis in een later blok toegepast.
Blokoverstijgend is eveneens van deze inhoudelijke opbouw sprake. In de propedeuse
wordt bijvoorbeeld een kennisbasis gelegd die binnen projecten (thema’s) in de
hoofdfase wordt toegepast. In de hoofdfase vindt integratie en verdieping plaats.
• De thema’s Internationaal Marktonderzoek (blok 2.1) en Businessplan (blok 2.2) laten
opeenvolgend een concentrische opbouw zien. Daarin maakt de IBL’er kennis met het
internationaal ondernemerschap. In het thema Marketingcommunicatie (blok 2.3) werkt
32/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
•
•
•
•
•
de student een communicatievraag van een onderneming uit in een
communicatiemarketingplan, mede gericht op het buitenland. In thema 2.4 maakt de
student een landenanalyse dat in studiejaar 3 verder wordt uitgewerkt in Import- en
Exportmanagement in een handelscontract met logistieke, juridische en financiële
elementen. In het thema Internationaal Ondernemen past de student deze aspecten
meer integraal toe startend in een bedrijf van MKB-omvang tot een internationale
multinational met de wereld als afzetgebied. Het derde jaar wordt afgesloten met een
verplichte stage in het buitenland. In het vierde studiejaar komen alle aspecten op een
hoger niveau aan bod.
Binnen thema’s sluiten aangeboden kennis, vaardigheden en projecten inhoudelijk op
elkaar aan.
De relatie tussen theorie en praktijk wordt binnen de thema’s gerealiseerd doordat
verworven kennis en vaardigheden (vooral binnenschools) wordt toegepast binnen
projecten. Voorts wordt kennis toegepast in de stages.
Via projecten en stages komt de student in aanraking met de beroepspraktijk en wordt de
breedte van het domein afgedekt waarin de afgestudeerde IBL’er gaat werken.
Uit de studentenmonitor (2007) blijkt dat studenten samenhang ervaren in het
aangeboden programma van IBL (score 3,9).
Het panel is van mening dat de opleiding IBL de inhoudelijke samenhang – door het
programma te baseren op thema’s en projecten – adequaat in het programma borgt.
Oriëntaalse Talen en Communicatie
• Het verwerven van de vreemde taal staat centraal in het programma. De
moeilijkheidsgraad neemt daarin toe naarmate het programma vordert. In hoofdfase
wordt vaardigheid in oriëntaalse taal verdiept, de nadruk op zakelijk taalgebruik neemt
toe en studenten krijgen nader inzicht in de inhouden van marketing en communicatie
gericht op het oriëntaalse land. Daarbij bouwen modules in business en communicatie uit
jaar drie voort op modules uit jaar twee.
• Binnen de programmaonderdelen die per blok worden aangeboden, is de taal de
verbindende factor. Daarop zijn afzonderlijke modules inhoudelijk afgestemd. In de ogen
van het panel zouden de business gerelateerde modulen beter geïntegreerd kunnen
worden met de verwerving van de oriëntaalse taal.
• De relatie tussen theorie en praktijk wordt onder meer gelegd doordat studenten in de
stages toepassen wat zij binnenschools hebben geleerd. In het vierde jaar is de cursus in
de oriëntaalse taal bijvoorbeeld gericht op praktische toepassing van de kennis en
vaardigheden die zij tot dan hebben geleerd, zoals presentatie- en tolktechnieken. De
vertaalvaardigheid in en uit de oriëntaalse taal (via de mediumtaal) wordt gedurende het
gehele programma getraind en krijgt in het vierde jaar een meer nadrukkelijk accent.
• Uit de S-mon 2007 blijkt dat studenten samenhang ervaren in het aangeboden
programma van OTC (score 3,7).
• De concentrische opbouw vindt het panel binnen de domeincompetenties niet duidelijk
uitgewerkt, met name wat betreft de inhoudelijke integratie tussen de taal- en
businesscompetenties. De bestudering van het materiaal laat vooral de opbouw en
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
33/87
samenhang op het gebied van de taalverwerving zien. Op grond daarvan komt het panel
tot een voldoende.
Vertaalacademie
• Het vertalen loopt als een rode draad door het programma. De periodes voorafgaand aan
de taalstage in het derde jaar worden gekenmerkt door inleiding (jaar 1) en verdere
bekwaming (jaar 2). De periodes na de taalstage voorzien verbreding (tweede semester
derde jaar) en verdieping en specialisatie (jaar 4). Het niveau van de vertaalvaardigheid
wordt steeds hoger naarmate het programma vordert.
• In jaar 1 en 2 is Engels als vreemde taal verplicht voor alle studenten vanuit de gedachte
dat bijna alle studenten Nederlands als moedertaal hebben en dat hierdoor de
taalcombinatie Engels-Nederlands geschikt is om studenten in te leiden en verder te
bekwamen in de principes en de praktijk van het vertalen. Vanaf jaar 1 heeft de student
daarnaast ook een keuzetaal (Frans of Spaans). Bij de keuzetaal gaat het vooral om de
taalvaardigheid en kennis van land en cultuur. In jaar 2 staat de keuzetaal meer in het
teken van de vertaalvaardigheid. Daarbij wordt uitgegaan van voorkennis (vanuit jaar 1)
op het gebied van vertalen waardoor de student de techniek van het vertaalproces
versneld kan toepassen bij deze vreemde taal. Het panel beoordeelt deze opzet goed,
welke tevens een verticale samenhang laat zien in de eerste twee jaren.
• Aan het einde van het tweede studiejaar kiest de student uit de vreemde talen een
hoofdtaal waarin hij in de opleiding verder gaat. Het derde jaar start voor de student met
een stage (een semester: taalstage) naar een land waarin de vreemde hoofdtaal wordt
gesproken. Na de taalstage komt de student in aanraking met verschillende
vertaalvarianten via minoren en vindt in het vierde jaar verdieping en specialisatie plaats.
• Binnen opdrachten, projecten en werkstukken wordt tevens uitgegaan van eerder
opgedane kennis en vaardigheden. Dit gebeurt jaaroverstijgend en per studiejaar.
Vertaal- en taalcompetenties zijn binnen modules op elkaar afgestemd, welke in de opzet
allen bijdragen aan het beroep waartoe wordt opgeleid.
• Uit de studentenmonitor (2007) blijkt dat studenten samenhang ervaren in het
aangeboden programma van VAC (score 3,7).
• Het panel is van mening dat er sprake is van een uniform programma, waarbij een
inhoudelijk samenhangend studiepad voor studenten wordt gewaarborgd.
Facet 2.4
Studielast
IBL:
goed
OTC: goed
VAC: goed
Criterium:
- Het programma is studeerbaar doordat factoren, die betrekking hebben op dat
programma en die de studievoortgang belemmeren zoveel mogelijk worden
weggenomen.
34/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• De opleidingen reiken bij de start van het schooljaar het jaaroverzicht uit waarop de
toets- en projectweken zijn aangegeven.
• In studiehandleidingen (of blokboeken) is per module of thema de omvang in studielast
beschreven, evenals inhoud, werkvormen en dergelijke.
• De blokken zijn zo ingericht dat zij vergelijkbare studielast hebben. De opleidingen
toetsen de ervaren studielast in de blokenquêtes. De opleidingen krijgen op basis hiervan
inzicht in de balans tussen beoogde en ervaren studielast. Wanneer 40% of meer de
studielast te hoog vindt, vindt nadere analyse plaats.
• Tijdens de visitatiegesprekken gaven de studenten van de opleidingen aan dat ze –
naast de contacturen - circa 20 uur per week aan de studie besteden.
• Voor elke toets is er per toetsingsjaar één herkansingsmogelijkheid. In individuele
gevallen kan een uitzondering worden gemaakt. De student vraagt dit aan bij de
examencommissie.
• Studenten die aan het eind van het eerste jaar minder dan 40 studiepunten en/of minder
dan 14 EC voor de vreemde talen en/of minder dan 7 EC voor de profielbepalende
cursussen hebben, kunnen een bindend afwijzend studieadvies krijgen. Dit advies houdt
in dat ze de studie moeten staken.
• De opleidingen werken aan het wegnemen van eventuele studiebelemmerende factoren
door middel van verschillende studieloopbaaninstrumenten, zoals mentoraat, decanaat
en monitoring van de studievoortgang. Studenten hebben vanaf het eerste jaar een vaste
mentor en volgen een studieloopbaantraject waarvan studievoortgangsgesprekken
onderdeel zijn.
• Het panel heeft geen informatie ontvangen die aangeeft dat de programma’s van OTC,
VAC en IBL struikelvakken of andere onderdelen kennen die de studievoortgang
belemmeren.
• De opleiding treft in overleg met de decaan bijzondere voorzieningen ten behoeve van
studenten met een functiebeperking.
• Opleidingen bieden deficiëntieprogramma’s om deficiënties binnen taalgebieden weg te
kunnen werken.
• Het panel is van oordeel dat de studielast van de drie opleidingen op papier op een
evenwichtige manier over de onderwijsperioden is verdeeld. In de ogen van het panel
bewaken de opleidingen de studeerbaarheid, middels evaluaties en het directe contact
met de studenten, op een adequate wijze. De faculteit c.q. de opleiding neemt indien
noodzakelijk maatregelen om de studeerbaarheid te verbeteren. Het panel heeft geen
informatie ontvangen die aangeeft dat de programma’s onderdelen kennen die de
studievoorgang structureel belemmeren.
International Business and Languages
• Het aantal door de opleiding geplande contacturen varieert per studiejaar. De opleiding
heeft het panel inzage verschaft in het aantal contacturen per leerjaar per blokperiode
(inventarisatie contacturen IBL 2007-2008). In het eerste jaar zijn 11 contacturen per
week gepland, in het tweede, derde en vierde jaar 10 (contacturen zijn ingeroosterde
uren, exclusief stage, projecten, uitwisseling.
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
35/87
•
In de Studentenmonitor waarderen de studenten de beoogde studielast met een 4,1
(S-mon 2007). Studenten geven in het gesprek met het panel aan de ervaren studielast
als redelijk goed te ervaren. Verder geven ze aan dat de opleiding goed inspeelt op
signalen van studenten. Financieel management wordt door studenten als lastig ervaren.
Oriëntaalse Talen en Communicatie
• Via vrije studieruimte is maatwerk voor wensen van studenten mogelijk. Dit verloopt via
de docent en/of stagebegeleider van de student.
• Het aantal door de opleiding geplande contacturen varieert per studiejaar. De opleiding
heeft het panel inzage verschaft in het aantal contacturen per leerjaar per blokperiode
(inventarisatie contacturen OTC 2007-2008). In het eerste jaar zijn 11 contacturen
gepland, in het tweede en derde jaar 12 en in het vierde jaar 9.
• In de Studentenmonitor waarderen de studenten de beoogde studielast met een 3,8
(S-mon 2007). Studenten geven in het gesprek met het panel aan de ervaren studielast
als pittig te ervaren, het verwerven van de oriëntaalse taal ligt hieraan ten grondslag. De
oriëntaalse vaardigheden worden als struikelblok beschouwd. Verder geven ze aan dat
de opleiding goed inspeelt op signalen van studenten.
Vertaalacademie
• De opleiding hanteert een drempel voor de instroom tot de taalstage in het buitenland,
welke in het OER is opgenomen.
• Het aantal door de opleiding geplande contacturen varieert per studiejaar. De opleiding
heeft het panel inzage verschaft in het aantal contacturen per leerjaar per blokperiode
(inventarisatie contacturen VAC 2007-2008). In het eerste en tweede jaar zijn 12
contacturen gepland, in het derde jaar 11 en in het vierde jaar 4.
• In de Studentenmonitor (2007) waarderen de studenten de beoogde studielast met een
3,6. Studenten geven in het gesprek met het panel aan de ervaren studielast als goed te
ervaren. De vertaalvaardigheid wordt daarbij als lastig ervaren. Verder geven ze aan dat
de opleiding goed inspeelt op signalen van studenten.
Facet 2.5
Instroom
IBL:
goed
OTC: goed
VAC: goed
Criterium:
- Het programma sluit qua vorm en inhoud aan bij de kwalificaties van de instromende
studenten: vwo, havo, middenkaderopleiding of specialistenopleiding (WEB) of daarmee
vergelijkbare kwalificaties, blijkend uit toelatingsonderzoek.
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• De opleidingen gaan uit van de wettelijke instroomeisen. Toelaatbaar zijn studenten met
een:
- havo- of vwo-diploma met twee moderne vreemde talen (VAC), M&O of Economie
(IBL);
- mbo-diploma met niveau 4.
36/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
•
•
•
•
•
•
•
•
Indien een vooropleiding niet aan deze eisen voldoet, wordt door of namens de
examencommissie aanvullend onderzoek gedaan naar inhoudelijk vergelijkbare eisen.
Hetzelfde geldt voor personen van 21 jaar of ouder, en voor studenten zonder tweede
vreemde taal.
Het curriculum van de moderne vreemde talen in het eerste jaar gaat uit van een
startniveau dat gelijk is aan havo 5 (voor OTC en VAC) of havo 3 (IBL). Specifieke
aandacht wordt geschonken aan het niveau van het talenonderwijs bij de instroom. Dit
gebeurt in de vorm van voorlichting binnen het voortgezet onderwijs en via de
studiebegeleiding in de propedeuse.
De opleidingen hanteren het CEFR voor het meten van het taalniveau op het deelgebied
‘lezen’. In dit kader worden in jaar 1 - bij binnenkomst - en in leerjaar 4 - bij vertrek met
diploma - Dialangtoetsen afgenomen.
Studenten kunnen vrijstelling aanvragen bij de examencommissie op basis van eerder
verworven competenties (EVC). Deze EVC moeten aangetoond kunnen worden door de
student. Via een diagnostische toets kan vaststelling plaatsvinden.
De propedeuse is modulair opgezet. De keuze voor modules en projecten sluiten aan bij
de werkvormen waarmee de instromende student bekend is, vanuit zowel het studiehuis
in het voortgezet onderwijs als de beroepsgerichte aanpak binnen het mbo.
Het panel heeft kennis genomen van divers voorlichtingsmateriaal, waaronder de
brochures van de opleidingen en de websites.
Wanneer aspirant studenten belangstelling hebben voor de OTC of VAC worden zij
gevraagd een motivatiebrief te schrijven. Aan de hand hiervan verkrijgt de opleiding
inzicht in het taalniveau dat studenten hebben bij de instroom. Indien de opleiding zich
zorgen maakt over het betreffende taalniveau, gaat zij het gesprek aan. Een student
wordt nooit geweigerd op basis van deze brief. De brief wordt als startdocument gebruikt
bij de studieloopbaanbegeleiding (zie verder 4.2).
De opleidingen hebben zich te houden aan de Gedragscode Internationale Studenten
(Code of Conduct) die op hogeschoolniveau is vastgesteld en ondertekend. Bij
uitwisseling van studenten voor een bepaald programmaonderdeel van korte duur, wordt
uitgegaan van de uitgangspunten van de buitenlandse partnerinstelling.
Het panel heeft vastgesteld dat de opleidingen aankomende studenten op een adequate
wijze voorlichten over de inhoud van de opleiding en wat van hen als student wordt
verwacht. Het panel heeft vastgesteld dat de toelatingscriteria duidelijk zijn vastgelegd en
dat de opleiding maatregelen heeft genomen om te waarborgen dat studenten ook
daadwerkelijk beschikken over de vereiste kennis en vaardigheden. Het panel heeft van
studenten vernomen dat de aansluiting goed verloopt.
International Business and Languages
• Studenten die instromen vanuit het vwo en de academische opleiding International
Business kunnen het programma versneld doorlopen.
• Standaard worden vrijstellingen verleend voor studenten die met goed gevolg tentamens
of examens bij economische of juridische faculteiten binnen het wo hebben afgelegd of
bij opleidingen binnen het domein Commerce, Communications, Business Administration,
Economics of Law van een hbo-instelling.
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
37/87
•
•
De opleiding biedt huiswerkbegeleiding op het gebied van taalverwerving van de
vreemde taal. Specifieke cursussen worden gegeven op het gebied van Frans en Duits
om deficiënties op dat gebied weg te werken. Voor het instroomniveau van deze
vreemde taal wordt uitgegaan van havo-3 (CEFR-niveau A1).
De studenten zijn tevreden over aansluiting van de vooropleiding op de opleiding (score
3,7 S-mon). Studenten, met wie het panel sprak, meldden dat de opleiding qua
werkvormen en werkwijze goed aansluit op de vooropleiding.
Oriëntaalse Talen en Communicatie
• Via maatwerk wordt gekeken of een student op basis van genoten opleiding(en) in
aanmerking kan komen om het programma versneld te doorlopen. Hier wordt veelal geen
gebruik van gemaakt aangezien studenten een vreemde taal vanaf een nulniveau
moeten verwerven. Studenten die de oriëntaalse taal al (in bepaalde mate) beheersen,
hebben vaak extra aandacht nodig wat betreft de uitspraak of zijn alleen een bepaald
dialect machtig.
• De studenten zijn enigszins kritisch over aansluiting van de vooropleiding op de opleiding
(score 2,9 S-mon). Het panel heeft studenten en docenten vernomen dat dit te maken
heeft met het feit dat studenten een vreemde taal vanaf niveau nul aanleren waar zij in
voorgaand onderwijs niet eerder mee in aanraking zijn gekomen. Het panel begrijpt deze
score. Daarnaast meldden studenten dat de opleiding qua werkvormen en werkwijze
verder goed aansluit op de vooropleiding.
Vertaalacademie
• Studenten met een vwo-diploma kunnen in aanmerking komen om het programma
versneld te doorlopen. Namelijk in drie en een half jaar.
• Een deficiëntieprogramma Nederlands wordt geboden. Daarnaast bestaat er ook de
mogelijkheid voor studenten om huiswerkbegeleiding te krijgen.
• Het panel heeft vastgesteld dat de opleiding in de voorlichting een punt scherper kan
formuleren, te weten de onduidelijkheid in het studieprogramma in verband met de
opleiding tot tolk. Wie 'opleiding tolk' leest, denkt aan simultaan tolken en die opleiding
biedt de VAC niet. In de ogen van het panel zou het tegenover de potentiële studenten
eerlijker zijn uit te leggen dat zij wel verbindingstolk kunnen worden, maar dat zij voor
simultaan tolken een (aanvullende) masteropleiding in Vlaanderen dienen te volgen.
• De studenten zijn tevreden over aansluiting van de vooropleiding op de opleiding (score
3,5 S-mon). Studenten, met wie het panel sprak, meldden dat de opleiding qua
werkvormen en werkwijze goed aansluit op de vooropleiding.
Facet 2.6
Duur
IBL:
voldaan
OTC: voldaan
VAC: voldaan
Criterium:
- De opleiding voldoet aan formele eisen met betrekking tot de omvang van het curriculum:
hbo-bachelor: 240 studiepunten.
38/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• De curricula van de opleidingen IBL, OTC en VAC van Hogeschool Zuyd voldoen aan de
landelijk vastgestelde opleidingsduur van 240 EC. De studiepunten zijn evenredig
verdeeld over lesprogramma’s van vier jaar. Daarbij kent de propedeuse een omvang
van 60 EC en de postpropedeutische programma’s een omvang van 180 EC.
Facet 2.7
Afstemming tussen vormgeving en inhoud
IBL:
goed
OTC: goed
VAC: excellent
Criteria:
- Het didactisch concept is in lijn met de doelstellingen.
- De werkvormen sluiten aan bij het didactisch concept.
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• De opleidingen gaan uit van het hogeschoolconcept Vraaggestuurd Competentiegericht
Maatwerkonderwijs (VCM), zoals vastgelegd in het document Onderwijsvisie en
onderwijsmodel Faculteit Internationale Communicatie, versie 2.3, 2005). Deze
onderwijsvisie beschrijft dat de student onderwijs volgt dat gericht is op de
beroepspraktijk, dat hij competenties ontwikkelt die hem in staat stellen de taken van zijn
beroep uit te oefenen en dat hem – voor zover mogelijk – een op hem persoonlijk
afgestemd onderwijsaanbod wordt aangeboden dat varieert in vorm en inhoud.
• Binnen de centraal vastgestelde kaders van de opleidingsspecifieke onderwijs- en
examenregelingen bieden de opleidingen de studenten ruimte om eigen accenten te
leggen. Zo zijn er eigen keuzes wat betreft de talencombinatie, de specialisatie,
keuzevakken in de hoofdfase, land/taal van uitwisseling, stageplaats, onderwerp van de
scriptie en de invulling van de minor.
• Het panel heeft geconstateerd dat de inrichting van de programma’s blijk geeft van een
adequate afweging bij het kiezen van de werkvormen voor de programmaonderdelen. In
de ogen van het panel sluit het gekozen didactisch concept – competentiegericht
onderwijs – goed aan bij de doelstellingen van de opleidingen.
International Business and Languages
• De hoofdfase is vormgegeven volgens thematisch onderwijs. De uitgangspunten van
VCM komen hier nadrukkelijk in terug. De gerichtheid op de beroepspraktijk blijkt direct
uit de onderwerpen die de thema’s betreffen. Studenten voeren binnen een thema een
groepsopdracht uit. De verschillende opdrachten omvatten gezamenlijk de vakgebieden
binnen het domein.
• In de propedeuse wordt gewerkt aan de basis voor de hoofdfase. Daarbij kunnen
studenten via beroepsgeoriënteerde opdrachten invulling aan maatwerk geven. De mate
waarin de student van maatwerkmogelijkheden gebruik kan maken, komt in de hoofdfase
meer aan bod. Dit wordt via keuzemogelijkheden vormgegeven.
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
39/87
•
•
Groepsopdrachten zijn altijd onderdeel van een thema. Daarnaast hanteert de opleiding
de volgende werkvormen:
- hoorcolleges;
- werkcolleges;
- instructiecolleges;
- practica;
- zelfstudie;
- trainingen en workshops.
Het panel beoordeelt de werkvormen afwisselend en vindt dat deze de studenten in staat
stellen om de beoogde eindkwalificaties te bereiken.
Oriëntaalse Talen en Communicatie
• De opleiding geeft aan dat het programma is gericht op het opleiden van professionals
die een goede praktische kennis van de oriëntaalse taal hebben, een goede kennis
bezitten van een mediumtaal (Engels/Frans), het land en de cultuur kennen, inzicht
hebben in de praktijk van business en communicatie en die om kunnen gaan met
relevante computertoepassingen. Het panel constateert dat de taalverwerving van de
oriëntaalse taal daarbij centraal staat. Veel in het programma opgenomen contacturen
zijn hierop gericht.
• Voor zover het programma het toelaat, kan de student keuzes maken ten behoeve van
het eigen leerproces. Studenten kunnen in dit kader een eigen invulling geven aan veel
opdrachten en projecten, bijvoorbeeld bij de bepaling van thema’s voor Mondeling
Presenteren in jaar 1. in jaar 2 en 3 en het begin van jaar 4 betreft dit de communicatieen businessvakken.
• De opleiding hanteert de volgende werkvormen:
- hoorcolleges (communicatie- en businessvakken);
- werkcolleges (taalvaardigheid, communicatie- en businessvakken);
- practica (taalvaardigheid en ICT);
- projecten (zelfstandig werken en samenwerken binnen een groep; dit betreft
communicatie- en businessvakken, de mediumtaal en in een latere fase van de studie
ook de oriëntaalse taal);
- zelfstudie.
• Er is sprake van afwisseling tussen individueel- en groepswerk. De taalverwerving vindt
voornamelijk individueel plaats en de student werkt voor business en
communicatievakken meer in groepen. Het panel vindt dit goed aansluiten bij de te
verwerven competenties.
Vertaalacademie
• De opleiding beschrijft het uitgangspunt van haar didactisch concept als volgt: een
onderwijsmethode waarbij beroepsgerichte taken de basis vormen voor een actief
leerproces dat leidt tot het verwerven van de juiste competenties voor een startbekwame
vertaler/tolk (en/of beroepsbeoefenaar voor wie de kennis en vaardigheden die voor
vertalers en tolken onontbeerlijk zijn, een belangrijke rol spelen). Het didactisch concept
van de VAC sluit aan bij dat van de faculteit. Het geeft voor het panel duidelijk weer hoe
studenten toewerken naar de eindkwalificaties.
40/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
•
•
•
•
•
•
Bestudering van het programma laat zien dat in de loop van het programma meer nadruk
ligt op het werken in kleiner verband en vervolgens op individueel werken en op de eigen
verantwoordelijkheid van de student voor het invullen van de studieonderdelen.
Bij de groepsopdrachten die meer in het begin van het curriculum aan bod komen, wordt
van studenten altijd een individuele uitwerking van een vertaalopdracht verwacht.
In het programma zijn verschillende keuzemomenten voor studenten opgenomen
waardoor zij een eigen invulling geven aan hun opleiding.
De opleiding hanteert de volgende werkvormen:
- projecten (toepassen van geleerde kennis en vaardigheden; middelgrote omvang);
- werkstukken (toepassen van geleerde kennis en vaardigheden; grotere omvang);
- hoorcolleges (oriëntatie op de leerstof);
- werkcolleges (oefenen/toepassen van vaardigheden);
- practica (oefenen/toepassen van vaardigheden, met name op ICT gebied);
- werken in kleine groepen (zelfstandig uit te voeren taken binnen een groep);
- werken met individuele begeleiding (zelfstandig uit te voeren taken);
- zelfstudie.
Studenten werken gedurende de opleiding in het tweede en het vierde jaar in het
skillslab, ook wel vertaalatelier. Het skillslab opereert binnen de opleiding als een
vertaalbureau. In het tweede jaar voeren studenten opdrachten uit voor dit vertaalbureau
en in het vierde jaar beheren de studenten het vertaalbureau, waarbij een docent als
algemeen directeur optreedt. Opdrachten die studenten voor dit vertaalbureau uitvoeren
komen uit de praktijk. In het vierde jaar worden uitwerkingen van vertalingen tevens
nagekeken door in de praktijk werkzame vertalers. Uit de gevoerde gesprekken
constateert het panel dat het vertaalatelier in de loop der jaren goed is doorontwikkeld en
dat het bovendien wordt overgenomen door andere onderwijsinstellingen in Europa.
Het panel concludeert dat de werkvormen buitengewoon goed passen bij de didactische
visie van de opleiding. Daarbij beoordeelt het panel de didactische opzet van het
programma excellent. De wijze waarop het programma didactisch is vormgegeven en de
werkvormen die worden gehanteerd, dragen op voortreffelijke wijze bij aan het realiseren
van de eindkwalificaties bij de studenten. Het oordeel excellent is mede gebaseerd op de
wijze waarop het concept van het vertaalatelier is uitgewerkt en wordt ingezet binnen de
opleiding. Ook studenten zijn zeer positief over de didactische opzet van de opleiding.
Daarbij dient het atelier als model voor instellingen in Europa, waaronder de Lessius
Hogeschool te Antwerpen (B), de Katholieke Hogeschool Limburg te Diepenbeek (B) en
de University of Swansea (GB). Daarnaast is een aantal opleidingen geïnteresseerd in
samenwerking op dit terrein, zoals École d’Interprètes Internationaux (Mons, B), Hoger
Instituut voor Vertalers en Tolken (B), Departement Vertaalkunde (Hogeschool Gent, B),
Institut Supérieur d’Interpretation et de Traduction (Paris – F), universiteit Rennes (F),
universiteit Wenen (AU) en University of Surrey, Guildford (GB).
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
41/87
Facet 2.8
Beoordeling en toetsing
IBL:
voldoende
OTC: voldoende
VAC: voldoende
Criterium:
- Door de beoordelingen, toetsingen en examens wordt adequaat getoetst of de studenten
de leerdoelen van (onderdelen van) het programma hebben gerealiseerd.
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• De opleidingen volgen het toetsbeleid van de faculteit, dat is vastgelegd in de Nota
Toetsbeleid (versie 1.3, mei 2006). Er ligt een uitvoeringsplan waarin de implementatie
van het toetsbeleid is geregeld. Het panel heeft het beleidsdocument ingezien en stelt
vast dat het een gedegen onderbouwing is van de wijze waarop de faculteit haar
toetspraktijk heeft ingericht. Het toetsbeleid sluit aan op de onderwijsvisie, zoals
vastgelegd in Onderwijsvisie en onderwijsmodel Faculteit Internationale Communicatie,
versie 2.3, 2005.
• De belangrijkste kenmerken van het toetsbeleid zijn:
- systematische en steekproefsgewijze kwaliteitscontrole van de jaarlijkse toetsen.
Deze controle vindt na elk van de vier toetsperiodes plaats door de leden van de
toetscommissie (een deel van de examencommissie) die in toetsevaluatierapporten
per geëvalueerde toets rapporteert aan de examencommissie. De
toetsevaluatierapporten worden gepubliceerd in de Blackboard Community
“Toetscommissie” waar alle docenten toegang toe hebben. De opleiding heeft een
aantal cruciale toetsen uit het vierjarig curriculum, de zogenaamde kerntoetsen,
aangewezen. Hiervan wordt de kwaliteit jaarlijks geëvalueerd. Voor de overige
toetsen geldt een steekproefsgewijze controle.
- inzet van toetsmatrices en voortgangstoetsen om het niveau - en de niveaustijging door het curriculum heen te bewaken;
- gebruikmaking van de mogelijkheden die het CEFR biedt om het niveau van de te
ontwikkelen taalcompetenties te beschrijven.
• De opleidingen maken gebruik van de Dialangtoetsen in het eerste en het vierde jaar die
uitgaan van CEFR-niveaus. Daarmee wordt het taalbeheersingsniveau met betrekking tot
‘lezen’ getoetst. Naast ‘lezen’ onderscheidt CEFR niveaus op de deelgebieden
‘schrijven’, ‘luisteren’ en ‘spreken’. Mogelijkheden om andere internationale toetskaders
te gebruiken, worden onderzocht. In dit kader is in 2007 een project gestart waarin
studenten voor Engels gebruik hebben gemaakt van de erkende IELTS-toetsen
(International English Testing System) en voor Frans de DELF/DALF-examens (Diplôme
d’Études en Langue Française; Diplôme Approfondi de Langue Française) beide op
vrijwillige basis. Voorts wordt onderzocht in hoeverre de opleidingen gebruik kunnen
maken van de Cambridge ESOL-examens en examens van het Goethe-instituut voor
Duits.
• De opleiding OTC onderzoekt momenteel hoe ook op andere manieren het taalniveau
van Chinees en Arabisch is vast te stellen. Voor de Japanse taal wordt hiervoor de
Japanese Language Proficiency Test gebruikt.
42/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
•
•
•
De faculteit heeft een toetscommissie ingesteld met een duidelijke taakomschrijving
(nota Toetsbeleid, 2006).
- De toetscommissie is verantwoordelijk voor het ontwikkelen en onderhouden van de
toetsdatabase waarin voor elke toets wordt vastgelegd: wanneer die wordt
afgenomen, welke Dublin descriptoren, welke domeincompetenties en welke
opleidingsspecifieke competenties er door worden afgedekt.
- De toetscommissie ziet toe op het naleven van het toetsbeleid en rapporteert
daarover aan examencommissie en aan medewerkers kwaliteitszorg.
- De toetscommissie zet met hulp van het onderwijsbureau een archief op van alle
geproduceerde toetsen en normeringen.
- De toetscommissie neemt toetsen in en toetst die marginaal met behulp van een
checklist.
- De toetscommissie analyseert toetsen steekproefsgewijs achteraf en verstrekt
docenten advies over en hulp bij het analyseerbaar maken van toetsen.
De Examencommissie ziet toe op de kwaliteit van het toetsbeleid en de uitvoering
daarvan. De rol van de Examencommissie van de faculteit is vastgelegd in Taakverdeling
en overlegstructuur in de faculteit Internationale Communicatie. De examencommissie
behandelt bijvoorbeeld specifieke aanvragen van studenten aangaande
keuzemogelijkheden of bezwaren met betrekking tot het verloop van toetsing.
De drie opleidingen hebben in afzonderlijke overzichten weergegeven bij welke
programmaonderdelen van welke toetsvormen gebruik wordt gemaakt. Daarnaast zijn
toetsvormen in de handleidingen voor studenten opgenomen. Het panel heeft de
overzichten met toetsvormen gezien alsmede verschillende toetsen en beoordeelt de
variëteit in toetsvormen en de mate waarin deze passen bij de beoogde doelen positief.
International Business and Languages
• Het panel heeft verschillende toetsen, uitwerkingen daarvan en beoordelingen ingezien.
Uit het overzicht van toetsvormen en de handleidingen die studenten gebruiken, blijkt dat
de opleiding een variëteit aan toetsvormen hanteert.
• Toetsvormen die IBL zoal hanteert, zijn:
- schriftelijke toetsen;
- verslagen;
- projecten;
- mondelinge toetsen;
- gesloten toetsen.
• De uitwerking van de nagestreefde competenties vormen de leidraad bij de
toetsontwikkeling. Deze uitwerkingen zijn met alle docenten opgesteld. Zij
vertegenwoordigen daarbij alle leerjaren. Per thema worden meerdere deeltoetsen
afgenomen. Hiervoor is de betreffende docent vanuit het deelgebied (vak)
verantwoordelijk. Per themateam worden toetsresultaten van studenten besproken. Ook
worden uitkomsten van studenten over de thema’s gemeenschappelijk besproken met
docenten, op basis waarvan toetsen worden aangepast.
• Het panel constateert op basis van bestudering van het materiaal dat de toetsvormen
goed zijn opgezet en uitgevoerd, weliswaar voor deze opleiding nog wat traditioneel van
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
43/87
•
•
•
•
•
•
aard. De inhoud van de eindkwalificaties en het juiste niveau wordt naar inzicht van het
panel afgedekt.
De wijze waarop criteria zijn uitgewerkt, beoordeelt het panel positief, maar wisselend
van kwaliteit. Met betrekking tot de stage heeft het panel geconstateerd dat criteria vooral
betrekking hebben op het proces en niet op de inhoud van de eindkwalificaties. Dit betreft
de buitenlandstage in het derde jaar en de beroepsstage in het vierde jaar. De criteria
van de afstudeerscriptie hebben meer betrekking op de inhoud; één van de onderdelen
waarop beoordeeld wordt is het taalniveau.
De eindkwalificaties van de opleiding worden in het vierde jaar beoordeeld op het
eindniveau. De afstudeerstage (beroepsstage in semester 2) bestaat uit twee delen: een
stage en een afstudeerwerkstuk. Studenten lopen in koppels stage bij een bedrijf of
instelling in de relevante beroepspraktijk. Het afstudeerwerkstuk is een individuele
uitwerking van een onderzoeksvraag die in de praktijk van eerste stage is verworven. Het
resultaat van deze onderzoeksvraag wordt gepresenteerd aan twee beoordelaars en een
taaldocent. Zij hebben tevens het afstudeerwerkstuk beoordeeld.
Gedurende de opleiding fungeren vertegenwoordigers van het werkveld als
medebeoordelaar bij opdrachten die in nauwe samenwerking met het beroepenveld tot
stand zijn gekomen.
In de uitwerkingen van de beoordelingen die het panel heeft ingezien, ontvangen
studenten feedback van docenten op hun resultaat. Deze beoordeelt het panel van
goede kwaliteit.
De S-mon 2007 geeft aan dat studenten vinden dat de toetsing voldoende aansluit op het
onderwijs (score 3,8).
Op grond van de bevindingen van het panel met betrekking tot de formuleringen van
criteria en de toepassing daarvan in de beoordelingen constateert het panel dat de
opleiding hierin een verbeterslag kan maken en op grond daarvan komt het panel bij dit
facet tot een voldoende in plaats van een goed.
Oriëntaalse Talen en Communicatie
• Het panel heeft verschillende toetsen, uitwerkingen daarvan en beoordelingen ingezien.
Uit het overzicht van toetsvormen en de handleidingen die studenten gebruiken, blijkt dat
de opleiding een variëteit aan toetsvormen hanteert.
• Toetsvormen die OTC zoal hanteert, zijn:
- schriftelijke toetsen;
- verslagen;
- projecten;
- mondelinge toetsen;
- gesloten toetsen.
• Het panel constateert op grond van bestudering van toetsen, uitwerking en beoordeling
daarvan dat de vier kerncompetenties nadrukkelijk centraal staan in de opleiding.
Hieraan zijn vooral taalgerelateerde vakken en ook vakken op het gebied van business
en communicatie gekoppeld. Toetsen worden door (vak)docenten opgesteld. Het panel
constateert, vanuit de bestudering van het materiaal en de gevoerde gesprekken, dat de
set eindcompetenties nog niet volledig is geïntegreerd in de opzet van het programma en
44/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
•
•
•
•
•
•
dat doorwerking daarvan naar de toetsing - in het verlengde daarvan - ook niet volledig
herkenbaar is (zie ook 2.2). Het panel herkent de inhoud van de kernkwalificaties met
betrekking tot de te verwerven oriëntaalse taal en de kennis over het betreffende land en
volk duidelijk in de programmaonderdelen en de toetsing. Het panel beoordeelt dit
positief.
De wijze waarop criteria zijn uitgewerkt en zijn afgeleid van de eindkwalificaties kan
volgens het panel een stuk beter. Er is hier sprake van wisselende kwaliteit. Er kan een
meer concrete relatie met het na te streven niveau worden gelegd. Daarin laten met
name de stagecriteria te veel ruimte open voor de student om in te vullen.
Studenten lopen twee stages, waarvan de eerste in het buitenland (tweede optioneel in
het buitenland). De vaststelling van de stageopdracht gebeurt tussen een stageverlener
en een student, waarna goedkeuring van de stagecoördinator (nationaal of
internationaal) plaatsvindt. Afspraken met betrekking tot de uit te voeren opdracht en
randvoorwaarden worden vervolgens contractueel vastgelegd. De stageverlener
beoordeelt het functioneren van de student. Dit geldt voor zowel de eerste als de tweede
stage. Bij de tweede stage levert de student ook een verslag, dat de opleiding
beoordeelt. De procesgang van de student wordt bewaakt via (formatieve)
voortgangsbeoordelingen (van de stageverlener) op basis waarvan eventueel bijsturing
plaatsvindt. Gehanteerde beoordelingsformulieren staan voor de student op Blackboard.
In het gevoerde gesprek met docenten en het management geeft de opleiding aan dat
het hbo-bachelorniveau in de 4,5 maand eindstage wordt geborgd. Na de beoordeling
van het werkveld en het verslag van de student wordt de uitkomst van de stage door de
student gepresenteerd in een gesprek. Het panel heeft hier verslagen en videomateriaal
van gezien en constateert dat de opleiding nadrukkelijker dient te boordelen vanuit de
nagestreefde criteria. Studenten presteren boven de vastgelegde norm. Het panel geeft
hierbij nadrukkelijk aan dat deze norm naar boven toe dient te worden bijgesteld. Ook is
het panel kritisch op het niveau van vraagstelling van beoordelaars (zie 3.3).
Van vertegenwoordigers van het werkveld en studenten verneemt het panel dat
richtlijnen voor de beoordeling van de stages (tussen- en eindbeoordeling) zijn
aangescherpt. De beoordeling van de eindstage vindt in 2007-2008 voor het eerst plaats
volgens de richtlijnen van het nieuwe curriculum. Het panel constateert dat de
begeleiding is geïntensiveerd, dat het verslag van de student door school en het
werkveld wordt beoordeeld. De student krijgt twee cijfers: één van drie docenten, te
weten oriëntaalse taal/mediumtaal, ICT en business; en één van het werkveld. Het
gemiddelde daarvan kan via de presentatie met een punt worden opgehoogd. Het panel
heeft beoordelingen van de ‘oude’ en ‘nieuwe’ situatie ingezien en constateert een
aanzet tot verbetering.
De S-mon 2007 geeft aan dat studenten vinden dat de toetsing voldoende aansluit op het
onderwijs (score 3,8).
Op grond van bestudering van het materiaal, met name de opzet van de eindstage,
concludeert het panel dat het fundament van de beoordeling en toetsing verbeterd dient
te worden. Dit heeft betrekking op facet 2.2 waarbij het panel tot een oordeel
onvoldoende is gekomen. De voor de eindstage geformuleerde criteria, welke zijn
ontleend van de eindkwalificaties, laten veel ruimte open en sluiten daarmee beperkt aan
op het beoogde eindniveau. De daarvan afgeleide opdrachten die als richtinggevend
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
45/87
gelden voor de eindstage laten dan ook de beoogde norm beperkt zien. Dit staat voor het
panel in contrast met de positieve resultaten die het panel van studenten heeft
waargenomen. Het panel acht die vooral te danken aan de proactieve houding en inzet
van studenten. Aangezien het panel over het geheel genomen een adequaat
toetsingssysteem heeft aangetroffen, maar een gestandaardiseerde uitvoering hiervan
wat de eindstage betreft nog in beperkte mate uit de verf komt, beoordeelt het panel dit
facet met een voldoende.
Vertaalacademie
• De opleiding geeft aan dat de werkveldcommissie de nota toetsbeleid heeft gevalideerd.
• Het panel heeft verschillende toetsen, uitwerkingen daarvan en beoordelingen ingezien.
Uit het overzicht van toetsvormen en de handleidingen die studenten gebruiken, blijkt dat
de opleiding een variëteit aan toetsvormen hanteert. Zowel groepstoetsen als individuele
toetsen worden gehanteerd. In de hoofdfase vindt nadrukkelijk individuele toetsing plaats.
• Toetsvormen die de VAC hanteert, zijn:
- schriftelijke niet-gesloten toetsen (zoals schrijfopdrachten en vertaalopdrachten);
- verslagen;
- projecten (product, presentatie, assessment);
- mondelinge toetsen (spreekvaardigheid, presentaties individueel en in groepen);
- gesloten toetsen (mc, gatenteksten, formatieve en summatieve digitaal afgenomen
toetsen op Blackboard).
• Toetsen worden per vakgebied gezamenlijk ontwikkeld. Na een toets volgt een
inzagemoment waarop studenten de beoordelingen kunnen inzien en eventueel een
toelichting op het oordeel kunnen krijgen. Dit kan leiden tot (extra) toelichting van
docenten aan studenten of bijstelling van een toets. Ook wordt de toetsing door de
docenten geëvalueerd met de coördinator van de opleiding.
• Het panel constateert op basis van bestudering van het materiaal dat de toetsen
aansluiten op de leerdoelen en de lesstof. Het herkent dat de eindkwalificaties en de
beroepspraktijk als uitgangspunten dienen. Voorts wordt het juiste niveau getoetst.
• De wijze waarop criteria zijn uitgewerkt, beoordeelt het panel positief, maar wisselend
van kwaliteit. Toetscriteria voor de taalstage, de beroepstage en projecten zijn via
handleidingen bekend voor studenten. Het panel heeft deze bestudeerd en constateert
dat het alleen criteria met betrekking tot het proces betreft. Het panel mist criteria die
inhoudelijke overeenkomen met de nagestreefde eindkwalificaties. Het panel heeft
vernomen dat de opleiding het voornemen heeft om beoordelingscriteria voor stages en
projecten meer vast te leggen.
• Na de taalstage in het derde jaar start de procesgang van het afstuderen waarin alle
eindkwalificaties op het eindniveau worden getoetst. De beoordeling van het
eindresultaat start aan het eind van het derde jaar in een workshop (voor een deel van de
eindkwalificaties) en in het gehele vierde jaar. In dat jaar worden de vreemde taal
(gekozen hoofdtaal), de moedertaal en vakspecifiek vertalen in de beroepsstage en de
specialisatie op het eindniveau beoordeeld. Dus in de laatste stage (beroepsstage) staan
niet alle eindkwalificaties centraal, maar een deel daarvan. De student heeft daarin een
keuzemogelijkheid, mits de stagedoelen overeenkomen met de van toepassing zijnde
46/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
•
•
•
•
eindkwalificaties. Dit wordt bewaakt door de opleiding. Het panel herkent dit in de
bestudeerde stageopzetten.
Bij de beoordeling van de stages wordt gebruik gemaakt van zowel interne als externe
beoordelaars. De beoordeling vanuit het werkveld is een adviesoordeel dat via een
formulier tot stand komt. Voor de beroepsstage wordt het oordeel vanuit het veld als
‘indicatief’ gebruikt: de opleiding volgt veelal dat advies. Indien het oordeel vanuit het
werkveld verrassend is voor de begeleiding vanuit de opleiding wordt een gesprek
aangegaan. Voorts beoordeelt de opleiding het stageverslag en ontvangt de
stageverlener een kopie (zonder oordeel). De student ontvangt een diploma wanneer alle
onderdelen van deze fase met een positief resultaat zijn afgesloten.
De kwaliteit van de wijze waarop beoordelingen worden uitgevoerd, beoordeelt het panel
eveneens van uiteenlopende kwaliteit. Het panel ziet dit in het verlengde liggen van het
geconstateerde verschil in kwaliteit in de uitwerkingen van criteria. Het panel constateert
bijvoorbeeld dat er voldoende en op het juiste niveau aan de Nederlandse taal wordt
gewerkt, maar dat de criteria en de toepassing daarvan scherper kunnen. Het panel is
van mening dat de ondergrens niet overschreden wordt, maar constateert dat toepassing
van criteria niet altijd overeenkomt (of: van andere kwaliteit is) dan hetgeen voorafgaand
aan de toets wordt beweerd. Ook is in criteria opgenomen dat studenten op de juiste
manier verwijzingen behoren toe te passen. Dit ziet het panel niet altijd terug in de
beoordelingen van producten.
De S-mon 2007 geeft aan dat studenten vinden dat de toetsing voldoende aansluit op het
onderwijs (score 3,9).
Op grond van de bevindingen van het panel met betrekking tot de formuleringen van
waargenomen criteria en de toepassing daarvan in de beoordelingen constateert het
panel dat de opleiding hierin een verbeterslag kan maken en op grond daarvan komt het
panel bij dit facet tot een voldoende in plaats van een goed.
Onderwerp 3
Facet 3.1
Inzet van personeel
Eisen HBO
IBL:
goed
OTC: voldoende
VAC: goed
Criterium:
- Het onderwijs wordt voor een belangrijk deel verzorgd door personeel dat een verbinding
legt tussen de opleiding en de beroepspraktijk.
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• Docenten van de opleidingen houden zelf hun kennis over de beroepspraktijk op peil,
zoals via het lezen van vakbladen.
• De opleidingen maken ieder gebruik van gastdocenten en/of gastsprekers. Zij verzorgen
dan enkele lessen of zijn betrokken bij de uitvoering van projecten, zoals bij het
programmaonderdeel Practicum Beroepsvoorbereiding in het vierde jaar het geval is. Het
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
47/87
•
•
•
•
panel constateert dat de mate waarin de afzonderlijke opleidingen gebruik maken van
gastsprekers verschilt.
Vanuit het CIC wordt vorm gegeven aan externe oriëntatie onder docenten. In het CIC
komen praktijkopdrachten vanuit het werkveld binnen.
Docenten onderhouden contacten met de beroepspraktijk via het bezoeken van
stageplekken van studenten. Onder andere middels deze contacten blijven zij op de
hoogte van actuele ontwikkelingen. Tijdens de afstudeerstage (beroeps/werkstage)
worden studenten begeleid door een docent die affiniteit heeft met het betreffende
domein. Het panel constateert dat een groot deel van de docenten studenten begeleidt
tijdens stages.
In gesprekken met het panel geven studenten en alumni van de opleidingen aan dat zij
tevreden zijn over de mate waarin docenten de actuele beroepspraktijk inbrengen in de
programma’s.
Externe oriëntatie is een belangrijke indicatie voor de koers van de faculteit.
International Business and Languages
• Inzage in de cv’s van de IBL-docenten laat zien dat zij in staat zijn in het onderwijs een
duidelijke relatie met de beroepspraktijk te leggen. Een groot deel van de docenten is
recentelijk (< 5 jaar) afkomstig van de beroepspraktijk of werkt daar nog in.
• Het panel constateert op basis van de gevoerde gesprekken en het bestudeerde
materiaal dat docenten contacten onderhouden met het werkveld bij de totstandkoming
van programmaonderdelen. Vertegenwoordigers van het werkveld zijn hierover tevreden.
Oriëntaalse Talen en Communicatie
• Inzage in de cv’s van de OTC-docenten laat zien dat zij een relatie met de
beroepspraktijk hebben. De mate waarin OTC van native speakers gebruik maakt, kan
volgens het panel beter. Opgemerkt wordt dat dit ook een nadrukkelijke wens is van
studenten, welke het panel onderschrijft. Nu gebeurt dit voor een van de drie talen, te
weten Japans, het gehele jaar met vier tutoren. Voor Arabisch en Chinees worden
gastdocenten en -sprekers voor respectievelijk een periode van 2 maanden en 3
maanden ingezet.
• De opleiding geeft aan dat acties worden ondernomen om dit aspect te verbeteren. Zo is
er een gastdocent Marokkaans aangetrokken ter voorbereiding op de stage in Marokko
voor de studenten Arabisch en zullen in februari 2009 als pilot een aantal Chinese
stagiaires arriveren die voor docent Chinees studeren. Indien dit goed bevalt zal dit een
jaarlijks terugkerend fenomeen worden. Daarnaast zijn door de grote groei bij Japans
twee native speakers extra aangenomen. Daarbij is de opleiding van mening dat
Nederlandse docenten vaak beter in staat zijn om een geordende kijk op de oriëntaalse
samenleving te geven dan moedertaalsprekers uit het betreffende land.
• Docenten van oriëntaalse talen gaan ten minste één keer per jaar naar het betreffende
land waarin zij doceren (China, Japan of Arabische landen).
• De mate waarin de opleiding over de volle breedte van het onderwijs gebruik maakt van
native speakers kan sterker. Tijdens het visitatiegesprek met studenten gaven de
studenten aan ook behoefte te hebben aan meer native speakers die ook meer over de
48/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
maatschappij van het land kunnen vertellen. Gezien de aard van de opleiding vindt het
panel dit een belangrijk punt en daarom leidt dit bij dit facet tot een voldoende in plaats
van een goed.
Vertaalacademie
• Inzage in de cv’s van de VAC-docenten laat zien dat zij een duidelijke relatie met de
beroepspraktijk hebben. Ten minste twee docenten zijn naast hun werkzaamheden voor
de VAC werkzaam als zelfstandig vertaler. Daarnaast werken enkele docenten ook voor
een ander bedrijf of instelling als vertaler.
• Het panel constateert op basis van de gevoerde gesprekken en het bestudeerde
materiaal dat docenten contacten onderhouden met het werkveld bij de totstandkoming
van programmaonderdelen. Vertegenwoordigers van het werkveld zijn hierover tevreden.
Facet 3.2
Kwantiteit personeel
IBL:
goed
OTC: goed
VAC: goed
Criterium:
- Er wordt voldoende personeel ingezet om de opleiding met de gewenste kwaliteit te
verzorgen.
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• De meest recente cijfers met betrekking tot het personeel zijn van 1 oktober 2007 en zijn
als volgt. De faculteit telt circa 75 docenten (44,1 fte’s) en 1003 studenten. Een deel van
de docenten is bij meerdere opleidingen van de FIC betrokken. Een docent behoort tot
het docententeam van de opleiding waarbij hij het grootste deel van zijn taakomvang
heeft.
• Het personeelsbestand van de faculteit bestaat voor 15 tot 20% uit tijdelijk personeel.
• Het docententeam van IBL omvat 9,6 fte’s. Met 238 studenten betekent dat een ratio van
24,8.
• Het docententeam van OTC omvat 11,5 fte’s. Met 286 studenten betekent dat een ratio
van 24,9.
• Het docententeam van VAC omvat 12,5 fte’s. Met 238 studenten betekent dat een ratio
van 19. Ondanks dat dit de meest gunstigste ratio is, valt uit het gevoerde gesprek met
docenten af te leiden dat dit niet als ruim wordt ervaren. Hetgeen wordt verklaard door
het feit dat het concept vraagt om veel individuele begeleiding van studenten.
• Het hogeschoolbrede werkbelevingsonderzoek dat onder medewerkers is gehouden, laat
zien dat het personeel van de FIC de afgelopen jaren een hoge werkdruk heeft ervaren.
De wijzigingen die hebben plaatsgevonden in het curricula zijn met enige krapte in
personeel (als gevolg van financiële tekorten) tot stand gekomen. Dit heeft zijn weerslag
op de ervaren werkdruk gehad. De docenten met wie het panel sprak geven nadrukkelijk
aan dat dit tot het verleden behoort. Daarbij laat het ziekteverzuimpercentage van de FIC
zien dat deze onder de norm van 4% ligt.
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
49/87
•
•
Sinds september 2003 werken docenten op basis van taakverdelingen. Deze hebben
bijgedragen aan een betere verdeling van de werklast. De taakverdelingen worden eens
per jaar geëvalueerd. Docenten geven aan deze evaluaties als prettig te ervaren. Voorts
gaven docenten aan dat harmonisering van enkele programmaonderdelen in de
propedeuse heeft bijgedragen aan de verlichting van de werklast.
Studenten van de drie opleidingen geven in de verschillende gesprekken met het panel
aan dat docenten goed bereikbaar en beschikbaar zijn.
Facet 3.3
Kwaliteit personeel
IBL:
goed
OTC: voldoende
VAC: goed
Criterium:
- Het personeel is gekwalificeerd voor de inhoudelijke, onderwijskundige en
organisatorische realisatie van het programma.
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• Uit bestudering van de cv’s blijkt dat het merendeel van de docenten over academisch
denk- en werkniveau beschikt (80%). Twee medewerkers zijn gepromoveerd, drie zitten
in een promotietraject, twee medewerkers zijn bezig met een masterstudie en drie
medewerkers hebben meer dan één universitaire studie afgerond.
• De faculteit heeft een personeelsplan dat jaarlijks wordt vastgesteld (Personeelsplan FIC
2005-2010 Met het oog op de toekomst stap voor stap vooruit). Dit plan ligt in het
verlengde van de uitgangspunten van de hogeschool. De directeur van de FIC voert
sinds 2007 beoordelings- en functioneringgesprekken met iedere medewerker (voorheen
jaargesprekken). Het panel heeft hiervan voorbeelden ingezien.
• Conform hogeschoolbeleid beschikt iedere docent over een didactische aantekening.
• De informatiedossiers van de opleidingen geven aan dat de faculteit de nadruk legt op
(internationale) praktijkoriëntatie van docenten en op ontwikkeling van
onderzoeksvaardigheden. Per 2005 zijn beschikbare scholingsmogelijkheden voor
medewerkers binnen de faculteit verhoogd naar 7,5% van de aanstelling. In
functioneringsgesprekken wordt bepaald hoe docenten hier invulling aan geven. Uit het
scholingsplan van de faculteit (december 2007) blijkt dat groepen docenten cursussen op
het gebied van Engels, ICT en coaching hebben gevolgd en dat individuele scholing
heeft plaatsgevonden met betrekking tot taal en cultuuraspecten via onder meer
bedrijfsstage, uitwisseling en het volgen van een masterstudie. Met de komst van de
lector zullen een aantal docenten gaan deelnemen aan de kenniskring.
• Het management van de faculteit geeft aan dat omscholing van docenten IBL en HEBO
heeft plaatsgevonden vanwege gemis aan aansluiting met VAC en OTC. Scholing heeft
in groepsverband plaatsgevonden en individueel. Vanwege het in het Engels aanbieden
van delen van het curriculum van de HEBO, wordt er sinds drie jaren elk jaar een cursus
Engels Cambridge Advanced Level en Proficiency level aangeboden aan de
medewerkers. Vanwege de behoefte aan een kwalitatief sterkere mentorbegeleiding een
cursus coaching en diverse cursussen op het gebied van ICT, waaronder een cursus
50/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
•
Statistiek met SPSS voor docenten die aan stage-scriptiebegeleiding doen binnen de
IBL/HEBO. Daarnaast zijn er docenten die vanuit de VAC zijn ingezet en vaak een meer
talige achtergrond hadden ten behoeve van de HEBO bijgeschoold op het gebied van
Europakunde, Inleiding Cultuur en Europese Cultuur en is er een docent vanuit IBL
omgeschoold om op de VAC het vak Vertalen Frans te doceren. In dit laatste geval is
tevens sprake van korte bedrijfsstages bij een vertaalbureau.
Studenten en alumni met wie het panel heeft gesproken, geven aan dat zij de kwaliteit
van de docenten als positief waarderen.
International Business and Languages
• Stagebegeleiders hebben alle stagiaires/scriptanten 2-4 keer per stage bezocht.
• Aan de hand van bestudeerde cv’s van docenten beoordeelt het panel de kwaliteit van
docenten goed.
Oriëntaalse Talen en Communicatie
• Aan de hand van bestudeerde cv’s van docenten beoordeelt het panel de vakinhoudelijke
kwaliteit van docenten goed. De didactische vaardigheden, in de zin van het kunnen
toetsen en waarborgen van de beoogde eindkwalificaties, vindt het panel op bepaalde
vlakken (zie facetten 2.2 en 2.8) zwak. Op grond hiervan komt het panel tot een oordeel
voldoende in plaats van een goed.
Vertaalacademie
• Aan de hand van bestudeerde cv’s van docenten beoordeelt het panel de kwaliteit van
docenten goed.
Onderwerp 4
Facet 4.1
Voorzieningen
Materiële voorzieningen
IBL:
voldoende
OTC: voldoende
VAC: voldoende
Criterium:
- De huisvesting en materiële voorzieningen zijn toereikend om het programma te
realiseren.
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• De opleidingen zijn gevestigd te Maastricht aan de Brusselseweg 150. Het gebouw wordt
gebruikt door opleidingen van vijf verschillende faculteiten en bestaat voor een deel uit
een oud klooster waarachter een nieuw bijgebouw is aangebouwd. De hogeschool
beheert de faciliteiten en de huisvesting vanuit het Facilitair bedrijf. Op het moment van
visitatie is er sprake van herinrichting van ruimtes.
• De opleidingen beschikken over diverse onderwijsruimtes zoals collegezalen,
instructielokalen, groepswerkruimtes en computerlokalen. Tevens is er een
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
51/87
•
•
•
•
talenpracticum met audiovoorzieningen en een studio met opnameapparatuur en voor
tolken is er een tolkeninstallatie. Het panel heeft van studenten vernomen dat een aantal
lokalen met audiovoorzieningen wordt verhuisd naar andere grotere en/of vernieuwde
ruimtes binnen het gebouw.
De faculteit beschikt over een mediatheek voor specifieke vakliteratuur en tijdschriften,
bibliotheekwebsite met toegang tot vakspecifieke databanken en tot andere (landelijke)
bibliotheekcollecties via Infrastructuur Hoger Onderwijs Limburg (IHOL) en de
Nederlandse Centrale Catalogus (NCC). Er kan nog een slag gemaakt worden om de
beschikbare literatuur actueler te maken.
De faculteit beschikt over ICT-voorzieningen voor studenten en docenten. Het
computernetwerk is grotendeels via internet toegankelijk. Daarnaast kan er op plaatsen
binnen het gebouw via draadloos internet toegang tot het netwerk worden verkregen.
Voor studenten een mogelijke uitkomst, aangezien zij een computertekort ervaren. Voor
de elektronische leeromgeving maakt de opleiding gebruik van Blackboard.
Studenten van de VAC gaven in het gesprek met het panel aan met te weinig
vakspecifieke software in aanraking te komen.
De beschikbaarheid van computerfaciliteiten wordt door studenten laag gewaardeerd in
het tevredenheidsonderzoek. Dit heeft te maken met de beschikbaarheid op de piekuren,
maar ook met de (ver)taalopdrachten die vaak om individuele uitwerkingen vragen. Over
de overige faciliteiten zijn studenten redelijk tevreden (mediatheek, infonet,
practicumfaciliteiten, collegezalen en werkgroepruimten en examen- en
tentamenruimten). Op grond van de rondleiding en gesprekken met studenten beschouwt
het panel de voorzieningen deels als verouderd. Op grond hiervan komt het panel tot het
oordeel ‘voldoende’ voor de drie opleidingen. Verder merkt het panel op dat het gebouw
alleen tijdens kantoortijden is geopend wat het panel niet geheel vindt aansluiten bij de
aard van de faculteit en de internationaal georiënteerde (business)opleidingen die de
faculteit verzorgt. De faculteit geeft aan dat per 1 september 2008 de openingstijden voor
vier avonden in de week zijn verruimd naar 21:00 uur.
Facet 4.2
Studiebegeleiding
IBL:
goed
OTC: goed
VAC: goed
Criteria:
- De studiebegeleiding en informatievoorziening aan studenten zijn adequaat met het oog
op de studievoortgang.
- De studiebegeleiding en informatievoorziening aan studenten sluiten aan bij de behoefte
van studenten.
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• De faculteit heeft het beleid met betrekking tot de begeleiding van studenten vastgelegd
in het document Studieloopbaanbegeleiding, september 2006. Daarin is beschreven dat
studieloopbaanbegeleiding (SLB) samenhangt met diverse studieonderdelen. SLB slaat
52/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
•
•
•
•
•
•
•
•
•
dus niet alleen op de cursus SLB en het mentorcontact, maar ook op het ‘info-uur’ en
beroepsvoorbereidende componenten in andere cursussen.
Drie à vier mentoren per leerjaar zijn belast met de studiebegeleiding van de studenten.
Zij begeleiden de studenten gedurende de hele opleiding. Voor het volgen van de
competentieontwikkeling van studenten houden studenten een blokboek
Studieloopbaanbegeleiding bij met opdrachten. Daarin tonen de studenten aan in welke
mate zij beschikken over de opleidingscompetenties. Zij slaan die uitwerkingen van de
opdrachten op in een (digitaal) portfolio, waartoe de mentor toegang heeft. De mentor
bespreekt dat op gezette tijden: vier keer gedurende jaar 1 en drie keer in de jaren 2, 3
en 4. Op grond van het bestudeerde materiaal en de gevoerde gesprekken constateert
het panel dat SLB in het eerste jaar meer algemeen van aard is. In dit jaar leren
studenten reflecteren: ‘wie ben ik?’/’wat kan ik?’. Hierbij wordt aan de hand van literatuur
gewerkt wat het panel positief beoordeelt. Verder zijn er naast de geplande
bijeenkomsten gesprekken op verzoek mogelijk.
De opleidingen VAC en OTC gebruiken de motivatiebrief van de student, die hij bij
inschrijving heeft geschreven, bij de start van de studiebegeleiding.
De opleiding gaat uit van een actieve opstelling van de student. Gesprekken tussen
mentor en student vinden plaats op verzoek van de student, maar indien de mentor
aanleiding ziet om met de student te spreken, wordt de student daartoe uitgenodigd. De
begeleiding is gericht op reflectie op de persoonlijke ontwikkeling, de studie en het
beroep waarvoor de student wordt opgeleid.
De mentoren krijgen voor de uitvoering van SLB in de propedeusefase vier uur per
student en in de hoofdfase drie uur. Verder wordt er wekelijks een verplicht uur
ingeroosterd voor contact tussen student en mentor. Eventueel wordt dat wekelijkse
moment, naar behoefte van de student, tevens benut voor informatievoorziening.
Uitwisselingsstudenten (studenten van buitenlandse hoger onderwijsinstellingen) worden
speciaal begeleid. Voor hen worden introductiedagen en diverse evenementen
georganiseerd. Mentoren bieden ondersteuning en het Bureau Internationalisering
fungeert voor hen als helpdesk.
Studenten met een studiebeperking worden speciaal begeleid. Daarnaast zijn er
hogeschoolvoorzieningen waar studenten gebruik van kunnen maken, zoals het
decanaat, een vertrouwenspersoon en/of een studentpsycholoog.
De gepresenteerde uitkomsten van de S-mon laten geen oordeel van studenten over
SLB zien. Studenten geven in de gevoerde visitatiegesprekken aan tevreden te zijn over
de SLB. Studenten zien het nut hiervan in. Studenten zijn ook tevreden over de
bereikbaarheid van docenten. Expliciet wordt de ervaren betrokkenheid van docenten
genoemd. Vertegenwoordigers van het werkveld, met wie het panel sprak,
onderschrijven deze betrokkenheid.
Docenten geven over het algemeen tijdig, conform de regeling in het Studentenstatuut,
de studieresultaten door aan het facultaire Bureau Onderwijs. De resultaten en
studievoortgangoverzichten worden door het bureau Onderwijs digitaal ter beschikking
gesteld aan de student (via Osiris), de mentor, de docent en de opleidingscoördinator.
De informatievoorziening gebeurt vooral via digitale kanalen, zoals Blackboard en e-mail.
Daarnaast verloop communicatie via postvakjes. Roosters worden gepubliceerd op
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
53/87
•
Infonet. Eventuele wijzigingen en ziekmeldingen worden via een apart bericht gemaild
aan de desbetreffende studenten. Tijdens het visitatiebezoek gaven enkele studenten
aan dat de roosters nog weleens laat beschikbaar zijn.
Wekelijks is er een bijeenkomst gepland met de opleidingscoördinator. Daarmee
verzekert de opleiding zich ervan dat studenten en opleidingsverantwoordelijke elkaar
kunnen spreken zonder roostertechnische obstakels.
Onderwerp 5
Facet 5.1
Interne kwaliteitszorg
Evaluatie resultaten
IBL:
goed
OTC: goed
VAC: goed
Criterium:
- De opleiding wordt periodiek geëvalueerd, mede aan de hand van toetsbare
streefdoelen.
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• Het managementteam van de faculteit is verantwoordelijk voor de beleidsvorming op het
gebied van kwaliteitszorg. De uitvoering vindt plaats in alle lagen van de faculteit. Twee
medewerkers kwaliteitszorg evalueren de voortgang. Hierbij volgen zij de planning- en
controlecyclus van Deming (PDCA). De faculteit evalueert naast het primaire
onderwijsproces ook de ondersteunende financiële en organisatorische processen. De
faculteit heeft ervoor gekozen om daar niet het INK-model voor te hanteren, zoals
Hogeschool Zuyd dat doet, maar een combinatie van kaders, modellen en toepasselijke
theorieën. Dit wordt het FIC-kwaliteitszorgsysteem genoemd.
• Het FIC-kwaliteitszorgsysteem is erop gericht dat de faculteit:
- een overzicht kan presenteren van alle actuele doelen die zij expliciet heeft gesteld;
- kan aangeven of die expliciet gestelde doelen al dan niet zijn bereikt;
- een overzicht kan produceren van de maatregelen die zijn getroffen om niet-bereikte
doelen alsnog te bereiken;
- haar medewerkers kan ondersteunen bij het realiseren van de doelen.
• De wijze waarop kwaliteitszorg is vormgegeven binnen de FIC is beschreven in het
Handboek kwaliteitszorg FIC, oktober 2007. Dit handboek is in ontwikkeling. Daarin zijn
de documenten Streefnormen FIC en Organisatiedoelen FIC opgenomen. Dit zijn
afzonderlijke documenten die jaarlijks worden vastgesteld.
• In het document Streefnormen FIC 2007-2008 heeft de faculteit de toetsbare streefdoelen
met betrekking tot de kwaliteit van de opleidingen vastgelegd. In de streefbare doelen is
aangegeven hoe hoog (in percentages) de docent- en studenttevredenheid moeten zijn.
De streefnorm voor het tevredenheidspercentage is 67%, de norm voor de gemiddelde
beoordelingsscore op een tienpuntsschaal is een 6.
54/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
•
•
•
Organisatiedoelen FIC beschrijft actiedoelen van de faculteit die zij in het jaar 2007-2008
wenst te realiseren. Deze hebben bijvoorbeeld betrekking op positionering en
internationalisering van de opleidingen.
In de informatiedossiers geven de opleidingen in een tabel aan wat, hoe, hoe vaak, bij
wie en door wie, geëvalueerd wordt. Het onderwijs en/of de organisatie wordt jaarlijks
geëvalueerd met de studentenmonitor en de personeelsmonitor. Vier keer per jaar komt
de opleidingscommissie (OC) en het opleidingsteam bijeen. De curriculumonderdelen
worden besproken in de werkveldcommissie en de OC en geëvalueerd in blokevaluaties.
Stages worden jaarlijks geëvalueerd door studenten en bedrijven. Jaarlijks worden
uitwisselingstrajecten, studiebegeleiding, eindkwalificaties, kwaliteit van docenten (ook in
blokenquêtes) en het functioneren van de directie beoordeeld. Daarvoor zijn
verschillende evaluatie-instrumenten ontwikkeld, zoals de hogeschoolevaluaties ’S-mon’
en ‘P-mon’ en de blokevaluaties.
Het panel constateert dat er goed wordt geëvalueerd en vanuit de verschillende
gesprekken die het heeft gevoerd, verneemt het panel dat de opleidingen goed luisteren
naar studenten.
Facet 5.2
Maatregelen tot verbetering
IBL:
voldoende
OTC: voldoende
VAC: voldoende
Criterium:
- De uitkomsten van deze evaluatie vormen de basis voor aantoonbare
verbetermaatregelen die bijdragen aan de realisatie van de streefdoelen.
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• Elk jaar stelt de faculteitsdirecteur een jaarplan op, afgeleid van het meerjarenbeleidspan
met daarin de doelstellingen en het beleid van de FIC voor het volgende jaar. Achteraf
geeft de directeur in een jaarverslag aan in hoeverre de doelstellingen zijn behaald voor
de FIC algemeen en per opleiding afzonderlijk. Zowel het jaarplan als het jaarverslag
worden besproken door de faculteitsdirecteur met het College van Bestuur (Jaarplan
2008, Meerjarenbeleid 2008-2011 Faculteit Internationale Communicatie en Jaarverslag
2007 Faculteit Internationale Communicatie).
• In het jaarplan 2008 en het meerjarenbeleid zijn de belangrijkste ambities van de FIC
uitgewerkt, waaronder:
- meer praktijk in het onderwijs;
- duidelijkere profilering van de faculteit;
- meer buitenlandse studenten aantrekken;
- financieel gezond zijn.
• Via het eerder genoemde Centrum Internationale Communicatie wordt concreet aan de
eerste en vierde ambitie gewerkt.
• Het panel heeft per opleiding voorbeelden van evaluaties ingezien en constateert dat
uitkomsten hiervan, via directeur en coördinatoren, worden teruggekoppeld naar
docenten of andere betrokkenen. In overleg tussen docenten en coördinatoren worden
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
55/87
•
•
•
•
•
•
verbeteracties bepaald, evenals wie deze uitvoeren. Aanpassingen in het curriculum met
betrekking tot de omvang van onderdelen of de volgorde waarin deze worden
aangeboden, vinden bijvoorbeeld plaats naar aanleiding van evaluatie-uitkomsten. Het
panel heeft voor iedere opleiding enkele voorbeelden van succesvolle verbeteracties
kunnen inzien.
Op grond van de gevoerde gesprekken met docenten en het managementteam
constateert het panel dat de laatste stap – met betrekking tot het vaststellen van
verbeteracties – verder ingebed kan worden in de samenwerking en werkwijze tussen
opleidingsteams onderling. Het panel verneemt vanuit de gevoerde gesprekken dat het
ontwikkelen van een zogenoemde database het proces van terugkoppeling beter – meer
systematisch – gaat borgen.
In stand-van-zaken-notities, die het panel voor iedere opleiding heeft ingezien, wordt
beschreven wat de opleidingen met de aanbevelingen van de vorige visitatiecommissies
hebben gedaan. Hoewel de opleidingen goed hebben weergegeven wat zij gedaan
hebben met de aanbevelingen van de vorige commissies, valt het panel op dat enkele
aanbevelingen nog steeds van toepassing zijn. Dit geldt in het bijzonder voor OTC. Dit
heeft met name betrekking op het punt dat ook bij deze visitatie als zwakste uit de bus
komt, te weten de aansluiting tussen eindtermen en competenties enerzijds en inhoud
van het programma en toetsing anderzijds.
De stand-van-zaken-notitie van IBL laat bijvoorbeeld zien dat zij sinds de vorige visitatie
de studielast per programmaonderdeel nadrukkelijker heeft onderbouwd. Ook zijn per
2005 een personeelsbeleidsplan en een scholingsplan op het personeel van de opleiding
van toepassing.
Sinds de vorige visitatie heeft OTC de begeleiding van de werkstages beter
gestructureerd. Er is een werkstagegids gekomen, diverse voorlichtingsbijeenkomsten
voor studenten en informeert de opleiding de stageverleners beter. Tevens zijn de
procedures rond de interne kwaliteitszorg geïntensiveerd.
Sinds de vorige visitatie in 2003 heeft de VAC de vormgeving van buitenschools
curriculum aangepast, in het bijzonder de taalstage in jaar 3. Voorts is het skillslab in jaar
4 als verplicht onderdeel in het curriculum opgenomen voorafgaand aan de
beroepsstage.
Op grond van het bestudeerde materiaal en de gevoerde gesprekken komt het panel tot
de conclusie dat een systeem van kwaliteitszorg aanwezig is, maar dat de doorwerking
daarvan bij alle opleidingen aandacht behoeft. Daarbij merkt het panel op dat de
opleidingen c.q. de faculteit nadrukkelijker hadden kunnen sturen op de aanbevelingen
vanuit de vorige visitatie. Aangezien de kritiekpunten van het huidige visitatiepanel voor
een deel ook in de vorige ronde aan de orde zijn gekomen, bijvoorbeeld met betrekking
tot de positionering van de opleidingen, komt het panel bij dit facet tot een ‘voldoende’.
56/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
Facet 5.3
Betrekken van medewerkers, studenten,
alumni en het beroepenveld
IBL: voldoende
OTC: voldoende
VAC: voldoende
Criterium:
- Bij de interne kwaliteitszorg zijn medewerkers, studenten, alumni en het afnemend
beroepenveld van de opleiding actief betrokken.
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• In de informatiedossiers hebben de opleidingen in een tabel aangegeven op welke
manier welke personen bij de opleiding betrokken zijn.
• Docenten van de opleidingen zijn betrokken bij de kwaliteitszorg via de
personeelsmonitor en in hun rol als uitvoerders van het onderwijs, stage- en
afstudeerbegeleider (feedback op resultaten van stagiairs/afstudeerders), hun rol als
teamlid en deelname in de werkveldadviescommissie en de OC.
• Studenten worden bij de kwaliteitszorg betrokken middels blokevaluaties, de
studentenmonitor van de hogeschool, mentorgesprekken en gesprekken met de
opleidingscoördinator. Studenten hebben ook invloed op de kwaliteit van de opleiding via
de OC. De OC houdt zich bezig met de inhoud van het programma.
• Alumni worden via het optreden als gastspreker, in met name jaar 3 en 4, betrokken bij
de opleiding. Dit gebeurt vooral in het kader van het voorbereiden van de zittende
studenten. Bij OTC worden alumni meer actief benaderd via internet (hyves/facebook).
De mate waarin alumni worden benaderd in het kader van kwaliteitsborging van de
opleidingen beoordeelt het panel als mager.
• De beroepenvelden van de opleidingen zijn vertegenwoordigd in de verschillende
werkveldcommissies van de opleidingen. Uitkomsten en/of adviezen van de
werkveldcommissies worden door de coördinatoren vertaald in actiepunten en besproken
in de docententeams. Daarnaast voorzien stageverleners de opleidingen van feedback
via de stageverlenersenquêtes. Daarin wordt expliciet gevraagd naar de gewenste en
geconstateerde competenties.
• Het panel komt tot de conclusie dat de samenwerking met de werkvelden - de externe
nationale en internationale profilering - sterker kan. Hoewel de opleidingen de werkvelden
betrekken via formele commissies, geldt voor de drie opleidingen dat de profilering naar
buiten toe in de vorm van samenwerkingsverbanden, PR en/of uitwisseling van studenten
en docenten sterker kan. De kracht van de opleidingen die, naar inzicht van het panel, zit
in locatie (Euregio), uniciteit en het internationaal karakter kan veel meer en
nadrukkelijker op een positieve manier worden uitgebuit. Een nuance plaatst het panel bij
de opleiding VAC waarbij het opmerkt dat de leden van het werkveld zeer sterk
overkwamen. Daarbij constateert het panel dat er meer docentuitwisseling bij deze
opleiding plaatsvindt waardoor deze opleiding de externe omgeving beter lijkt te
betrekken bij de kwaliteit van de opleiding. Desondanks komt het panel voor de drie
opleidingen tot het oordeel ‘voldoende’ in plaats van goed op grond van het beter kunnen
betrekken van werkveld en alumni.
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
57/87
Onderwerp 6
Facet 6.1
Resultaten
Gerealiseerd niveau
IBL:
goed
OTC: voldoende
VAC: voldoende
Criterium:
- De gerealiseerde eindkwalificaties zijn in overeenstemming met de nagestreefde
eindkwalificaties qua niveau, oriëntatie en domeinspecifieke eisen.
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• De opleidingen meten de kwaliteit van het eindniveau af aan de tevredenheid van het
werkveld, de alumni en de mate waarin de afgestudeerden de eindcompetenties hebben
behaald.
• De werkveldcommissies van IBL en VAC geven feedback aan de opleidingen aan de
hand van een serie (eind)werkstukken van studenten die zij jaarlijks beoordelen.
• In 2007 hebben de drie opleidingen een enquête uitgezet onder hun alumni. De geringe
omvang van de groepen respondenten maakt dat er geen conclusies aan de uitkomsten
kunnen worden verbonden. Het panel heeft met alumni van de drie opleidingen
gesproken en van hen vernomen dat zij positief oordelen over de opleiding.
• Het panel heeft per opleiding ten minste tien scripties ingezien en beoordeeld aan de
hand van de nagestreefde eindkwalificaties, de Dublin descriptoren en
onderzoeksvaardigheden, gebruik van literatuur, de relevantie en diepgang van de
vraagstelling, de conclusies en aanbevelingen.
International Business and Languages
• De eindkwalificaties van de opleiding worden in het tweede semester in jaar 4 in de
afstudeerfase beoordeeld (zie 2.8). In de afstudeerfase lopen studenten in koppels stage
bij een bedrijf of instelling in de beroepspraktijk waarvoor zij individueel een opdracht
uitwerken. De eerste twee thema’s in jaar 4 bereiden studenten voor op de afsluitende
fase. De eisen die gelden voor de afstudeerstage/-opdracht zijn voor studenten
vastgelegd in Stage- en scriptiegids IBL4 Hieruit blijkt dat de eindkwalificaties van de
opleiding op niveau 3 centraal staan in deze fase.
• De afstudeeropdracht wordt voor aanvang door de stagecoördinator beoordeeld op
niveau en relevantie. Een docent die inhoudelijk verwant is met het onderwerp waar de
student op afstudeert, treedt op als begeleider. De afstudeerstage wordt afgesloten met
een mondeling examen; een presentatie van het resultaat van de opdracht die de student
heeft uitgevoerd. De student presenteert zijn bevindingen aan het stageverlenend bedrijf
en de opleiding volgens een vastgesteld protocol. Dit protocol is van te voren bekend bij
studenten. De betreffende stageverlener heeft een adviserende stem in het eindoordeel.
• Het panel beoordeelt de afstudeeropzet goed. Het programma werkt concreet toe naar
de eindkwalificaties op het gewenste niveau. Deze staan in de laatste fase centraal.
• Op grond van de bestudeerde eindwerkstukken van studenten, maar ook op grond van
andere resultaten die het panel van studenten heeft ingezien, beoordeelt het panel het
58/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
•
gerealiseerde niveau van de opleiding als goed. De werkstukken laten een gedegen
opbouw zien waarbij een student een, voor het IBL-werkveld relevante vraagstelling,
uitwerkt middels een onderbouwde werkwijze. Uitkomsten worden vervolgens
gepresenteerd aan de afstudeerbegeleider en de opdrachtgever. Het panel beoordeelt de
onderwerpen en de uitwerkingen daarvan van goed niveau en relevant.
De werkveldcommissie heeft, naar aanleiding van eindwerkstukken die zij heeft
beoordeeld, positief geoordeeld over de kwaliteit van de afgestudeerden die de opleiding
aflevert.
Oriëntaalse Talen en Communicatie
• In de jaren 3 en 4 wordt concreet gewerkt aan het te bereiken eindniveau van de
opleiding. Via het uitwerken van diverse opdrachten laat de student zien dat hij
zelfstandig bepaalde competenties kan toepassen in beroepssituaties die een
internationale zakelijke context vertegenwoordigen. Producten die een student levert, zijn
onder andere: een exportplan, organisatie van een evenement en een stageverslag
(werkstage). Met het de werkstage, het verslag daarvan en de presentatie, wordt de
opleiding afgerond. In deze stage staan de eindkwalificaties van de opleiding centraal
(werkstagegids).
• Gedurende de werkstage vinden voortgangsbeoordelingen plaats. Deze zijn indicerend
voor het eindoordeel dat wordt gebaseerd op het resultaat van het stageverslag. Het
stageverslag presenteert de student mondeling aan de opleiding waarmee hij het
eindcijfer nog met een punt kan verhogen.
• Het panel is kritisch over de opzet van de laatste fase van de opleiding. De opzet laat in
beperkte mate de relatie met het niveau van de beoogde eindkwalificaties zien. Het
eindoordeel van het panel over het behaalde resultaat is op meerdere producten van
studenten gebaseerd. Het panel dringt daarbij aan op aanpassing van de afstudeeropzet.
De kritiek die het panel heeft op de wijze waarop de laatste fase is opgezet, leidt tot een
onvoldoende bij facet 2.2.
• Docenten geven in het gesprek met het panel aan dat het hbo-niveau van de opleiding
blijkt uit de producten die studenten in de laatste fase opleveren. Het panel heeft
verschillende producten van studenten ingezien, waaronder 16 verslagen van
eindstages. Het geheel aan producten laat overtuigend hbo-niveau zien. Daarbij
beoordeelt het panel de inhoudelijke kwaliteit, de kennis van het oriëntaalse land en de
taalvaardigheid als goed tot uitstekend. Dit blijkt echter het minst duidelijk uit de
verslagen van de werkstage, terwijl de opleiding juist aangeeft dat daarin de
eindkwalificaties centraal staan.
• De stageopdrachten en gehanteerde criteria zijn vooral procesmatig en bieden in
beperkte mate diepgang. Verslagen zijn beschrijvend van karakter, volgen de
procesmatige opzet die wordt voorgeschreven en zijn beperkt inhoudelijk (geen
verwijzingen naar relevante literatuur, weinig eigen visie). Studenten verrichten tijdens
hun stage bepaalde onderzoeksactiviteiten, zoals data verzamelen, deze analyseren en
het afnemen van interviews. De mate waarin deze plaatsvinden, is echter afhankelijk van
de stageopdracht. Een onderzoeksopzet waarbij een student toegepast onderzoek
verricht aan de hand van een praktijkgerelateerde vraagstelling en daarin gemaakte
keuzes onderbouwt, heeft het panel nauwelijks aangetroffen. Dat komt in de ogen van
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
59/87
•
•
•
•
het panel niet overeen met de vier kerncompetenties. Het is de opzet die daarvoor dient
te veranderen. In de huidige situatie worden studenten hierin niet voldoende gevraagd op
zich op de vier competenties te bewijzen. Om een oordeel te geven over het inhoudelijke
resultaat heeft het panel extra werkstukken opgevraagd op grond waarvan het is
overtuigd van voldoende hbo-niveau. Deze werkstukken zijn geschreven door studenten
van cohort 2004/2005, het eerste jaar dat het vernieuwde curriculum is ingevoerd. Het
panel is enthousiast over het niveau van taalvaardigheid en de kennis van het oriëntaalse
land. Daarbij merkt het panel op dat de proactieve houding en zelfstandigheid van de
student alsmede de betrokkenheid van de stageverlenende instelling datgene eruit halen
wat er in zit. Het panel is van mening dat de opleiding zelf een grotere rol dient te spelen
in het uitdagen van haar studenten.
De opleiding geeft aan dat zij heel bewust ruimte vrij laat voor de formulering van een
stageopdracht. Dit heeft te maken met een andere opvatting over stagelopen bij
bedrijven of instellingen in het oriëntaalse land. In de ogen van de opleiding is het daar
veel gebruikelijker dat een student ‘meeloopt’ en alle voorkomende werkzaamheden
verricht. De opleiding geeft aan dat zij de studenten echter wel op het hart om drukt,
indien mogelijk, zelf het initiatief te nemen tijdens de stage om bepaalde werkzaamheden
te verrichten, maar dit blijkt in de praktijk dus niet altijd uitvoerbaar gezien genoemde
cultuurbepaalde opvattingen over stages.
Vertegenwoordigers van het werkveld (Chinees, Japans en Arabisch) geven aan dat
studenten buitengewoon goede kennis en vaardigheden met betrekking tot de taal en
zelfstandigheid laten zien. Het panel herkent dit in de producten en beoordelingen die het
heeft ingezien, maar ook in de studenten en alumni met wie het panel heeft gesproken.
Zij hebben een zeer goede indruk op het panel gemaakt. Daarbij merkt het panel op dat
het oordeel van de stageverlener veelal wordt opgevolgd door de opleiding (hetgeen de
inhoudelijke kwalificaties betreft). Het panel onderschrijft deze waargenomen positieve
oordelen, hoewel het panel deze soms wel wat aan de hoge kant vindt. Daarbij merkt het
panel op dat de ondergrens niet wordt overschreden.
In de eindpresentatie kan de student nog een extra punt scoren. Het panel heeft enkele
opnames van gesprekken bestudeerd en ook hierbij is het panel kritisch op de wijze
waarop studenten worden uitgedaagd. Er wordt nauwelijks doorgevraagd door de
opleiding. Dit beschouwt het panel als een gemiste kans, omdat juist hier de inhoudelijke
aspecten nadrukkelijk aan de orde komen. Deze waarneming telt door bij de
kanttekening bij facet 3.3.
Gezien het bovenstaande beoordeelt het panel dit facet met een ‘voldoende’. Daarbij
gelden voor het panel de volgende afwegingen. Een goede taalbeheersing en een
degelijke kennis van land en cultuur beschouwt het panel als een condicio sine qua non
voor het realiseren van de beoogde eindkwalificaties en het kunnen functioneren in het
werkveld. Aangezien het panel deze aspecten als goed beoordeelt en omdat dit een
aanzienlijk deel van de inhoudelijke competenties betreft, is het oordeel voldoende op
zijn plaats. Bovendien concludeert het panel dat de borging van de competenties in de
opzet dient te worden aangepast, hetgeen tot een onvoldoende bij facet 2.2 leidt.
60/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
Vertaalacademie
• De acht eindkwalificaties worden op meerdere plaatsen in het curriculum verworven. De
eindkwalificaties zijn uitgewerkt op drie niveaus welke zijn vertaald naar de opzet van de
opleiding. Uit bestudering van het materiaal blijkt dat deze als uitgangspunt dienen voor
de beoordeling van de scriptie in jaar 4 (scriptie- en stagebeoordelingsformulieren).
• Het panel heeft verschillende uitwerkingen van opdrachten ingezien, waaronder ten
minste tien uitwerking van de afstudeerstage (scriptie) die studenten aan het eind van het
vierde jaar opleveren. Deze producten laten een goede opbouw van het niveau van
vertalen zien. Zowel de inhoudelijke complexiteit van de opdrachten als de omvang
neemt toe. Uitwerkingen worden steeds professioneler van aard.
• De opleiding streeft een uitstekend niveau van Nederlandse taal na. Dit herkent het panel
niet altijd als zodanig in de geziene eindproducten. De opleiding geeft in de gevoerde
gesprekken aan nadrukkelijk aandacht te hebben voor Nederlands in bepaalde
programmaonderdelen. Dit hangt deels samen met het instroomniveau waar zij mee te
maken heeft. Het panel beoordeelt dat de opleiding hier specifieker aandacht voor kan
hebben.
• Het bovenstaande wordt versterkt door het gegeven dat uit het visitatiegesprek met de
vertegenwoordigers van het werkveld bleek dat vertaling naar een vreemde taal (bijna)
niet gevraagd wordt en dus niet zou mogen worden opgelegd als eindwerk. Als dergelijke
opdrachten zouden wegvallen, zou er meer aandacht kunnen gaan naar de vertaling
naar de moedertaal. Deze zou dan ook ‘uitstekend’ moeten zijn.
• Het is het panel opgevallen dat de eindproducten Nederlands-Frans (en vice versa) van
een mindere kwaliteit waren dan die van de overige taalgroepen. In de ogen van het
panel was de kennis van de Franse taal opvallend lager dan die van de andere vreemde
talen.
• Stageverlenende instellingen zijn medebeoordelaar van de studenten. Daarnaast worden
producten die studenten in het skillslab opleveren in jaar 4 ook door een extern vertaler
beoordeeld. Voorts presenteren studenten hun eindresultaat na jaar 4 aan de opleiding
waarmee zij hun opleiding afronden.
• De werkveldcommissie heeft, naar aanleiding van eindwerkstukken die zij heeft
beoordeeld, positief geoordeeld over de kwaliteit van de afgestudeerden die de opleiding
aflevert.
• Op grond van de waargenomen eindproducten en de mate waarin deze een voor
verbetering vatbaar niveau van Nederlands laten zien, komt het panel tot het oordeel
voldoende in plaats van goed. Het belang van een uitstekende beheersing van de
Nederlandse taal is voor het panel, gezien de aard van deze opleiding, de reden om tot
een voldoende te komen.
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
61/87
Facet 6.2
Onderwijsrendement
IBL:
voldoende
OTC: goed
VAC: voldoende
Criteria:
- Voor het onderwijsrendement zijn streefcijfers geformuleerd in vergelijking met relevante
andere opleidingen.
- Het onderwijsrendement voldoet aan deze streefcijfers.
Het oordeel wordt als volgt beargumenteerd:
• De streefnormen van de opleidingen zijn vastgelegd in het document Streefnormen FIC
2007-2008. Het panel beoordeelt de vastgestelde streefnormen van de opleidingen in
vergelijk met soortgelijke opleidingen als reëel, maar weinig ambitieus, met name voor
OTC en VAC.
International Business and Languages
• De opleiding heeft streefcijfers geformuleerd in vergelijking (en samenspraak) met
andere relevante opleidingen binnen de faculteit en IBL-opleidingen in Groningen en
Amsterdam. De opleiding streeft naar de volgende rendementen:
- propedeuserendement: 65%
- opleidingsrendement: 52%
• De propedeuserendementen van de cohorten 2003 en 2004 voldoen aan het streefcijfer
met respectievelijk 65 en 73%. De propedeuserendementen van de cohorten 2002, 2005
en 2006 voldoen hier niet aan met 56%, 62% en 44%. De daling van het
propedeuserendement in 2005 wordt door de opleiding deels verklaard door de
ingevoerde aanscherping van de norm waarmee een bindend studieadvies in de
propedeuse is gemoeid.
• De cohorten 2000 en 2001 voldoen aan het opleidingsrendement na 5 jaar met 57 en
60%. De cohorten 1999 en 2002 voldoen hier met 48 en 44% niet aan.
• Op grond van de behaalde rendementen komt het panel tot het oordeel ‘voldoende’.
Oriëntaalse Talen en Communicatie
• De opleiding heeft streefcijfers geformuleerd in vergelijking met de taalopleidingen van de
Universiteit Leiden. De opleiding streeft naar de voldoende rendementen:
- propedeuserendement na 2 jaar OTC: 40%
- opleidingsrendement totale instroom: 38%
• Sinds het cohort 2001 voldoet het propedeuserendement na 2 jaar aan de gestelde
streefnorm met een positieve uitschieter van 72% (cohort 2003).
• De meest recente cohorten laten een opleidingsrendement na 5 jaar zien dat voldoet aan
de streefnorm (cohorten 2001 en 2002). Daarbij zijn de rendementen in lijn met
vergelijkbare opleidingen in Nederland.
• Op grond van de behaalde rendementen komt het panel tot het oordeel ‘goed’.
62/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
Vertaalacademie
• De opleiding heeft streefcijfers geformuleerd in vergelijking (en samenspraak) met
andere relevante opleidingen binnen de faculteit, zusteropleidingen in Nederland en in
België. De opleiding streeft naar de voldoende rendementen:
- propedeuserendement na 2 jaar VAC: 40%
- opleidingsrendement totale instroom: 33%
• Sinds het cohort 2001 is het propedeuserendement na 2 jaar gestegen van 28% (cohort
2001) naar 55% (cohort 2003) waarna het weer gedaald is naar 44% (cohort 2004) en
28% (cohort 2005).
• Het opleidingsrendement van de VAC na 5 jaar laat een stijging zien van 32% (cohort
1999) naar 41% (cohort 2002). Het recente cijfer voldoet aan de streefnorm. De cohorten
daartussen voldeden niet aan het gestelde streefpercentage. De rendementen zijn
vergelijkbaar met soortgelijke opleidingen.
• Op grond van de behaalde rendementen komt het panel tot het oordeel ‘voldoende’.
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
63/87
64/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
Deel C: Bijlagen
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
65/87
Bijlage 1:
66/87
Onafhankelijkheidsverklaring panelleden
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
67/87
68/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
69/87
70/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
71/87
72/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
73/87
74/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
Panellid:
Mevrouw drs. P. Schep
Panellid:
de heer drs. R. van Kan
Panellid:
De heer prof. R.A.J. Sinjan
Relevante werkvelddeskundigheid
X
X
X
X
Vakdeskundigheid:
Vertrouwd met meest recente
ontwikkelingen
X
X
X
X
Vakdeskundigheid:
Vertrouwd met lesgeven en beoordeling en
toetsing minstens op niveau/oriëntatie te
beoordelen opleiding
X
X
X
X
Onderwijsdeskundigheid
X
X
X
X
X
X
X
X
Studentgebonden deskundigheid
Visitatiedeskundigheid
Panellid student:
De heer M. Keijser
Panellid:
De heer ing. J.C. de Jong
Deskundigheid cf. Protocol VBI’s;
oktober 2007
Panellid NQA:
Mevrouw M. Snel
Deskundigheden panelleden
Panellid NQA:
De heer drs. R.V. van der Dussen
Bijlage 2:
X
X
X
X
X
Nadere informatie over de achtergronden van de panelleden:
Panellid de heer ing. J.C. de Jong;
De heer De Jong is ingezet vanwege zijn ervaring in verschillende technische domeinen en in
meerdere visitatietrajecten. Hij heeft de 2-daagse NQA/Lloyd’s auditortraining hoger onderwijs
gevolgd en inmiddels aan meer dan tien visitaties deelgenomen, waarvan in 2006 vier keer als
voorzitter van het panel. Ook in het bedrijfsleven is de heer De Jong regelmatig voorzitter. Van 1978
tot 1984 werkte hij voor de Directie Landbouwonderwijs (Centrale School voor Tuinbouwtechniek).
Tevens heeft hij in die periode voor het CITO in de commissie Techniek gezeten.
Van 2000 tot 2005 was de heer De Jong voorzitter van het ECDL- bestuur (European Computer
Drivers Licence). Tevens is hij lid van de EU onderwijsdenktank Technology Enhanced Learning. De
heer De Jong beschikt over deskundigheid op het gebied van (business) management, marketing,
sales, change management, kunst en techniek, de agrarische sector, informatica (ICT) en
scheepvaart (algemeen) alsmede van internationaal zakendoen. Daarnaast heeft hij vanuit eerdere
visitaties kennis van de accreditatiesystematiek. De heer De Jong heeft vanuit opleiding en
werkervaring ruime (internationale) kennis van het domein en van onderwijsprocessen.
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
75/87
Opleiding(en)
1970 – 1976
1978 – 1982
1984
1985
1986
1987
1988
1989
1992 – 1993
1997 – 1998
2006 – 2007
Rijks Hogere Tuinbouwschool Utrecht
MBO-A Engels (geen diploma)
Pascal programmeren – Wageningen
Positive Negotiation – Castle Consultants
Problem solving & decision Making – Kepner Tregoe
Situational Leadership – Centre for Leadership Studies
Sales & Marketing Institute – London Business School
Advanced Marketing – Apple University Europe
Financial Management – Apple Computer & MCE
Communicating & Influencing for Results – Castle Consultants
GEM Certificate Class on Appreciative Inquiry - Case Western University
BT Executive Management Programme - NCOI
Werkervaring:
1978 – 1984
1984 – 1991
1991 – heden
1998 – 2004
2004 – heden
Centrale school voor Tuinbouwtechniek, Ede, hoofdinstructeur
Apple Computer, BU manager education
JLS International BV, DGA
Syntegra, eindrol:Directeur Learning Solutions
BT (Global Services), Director Learning Solutions
Overige werkzaamheden:
1999 – heden Member of Global Council of Appreciative Inquiry Int.
2000 – 2005
Voorzitter Bestuur Stichting ECDL
2005 – heden Lid van de EU denktank Technology Enhanced Learning (TEL)
2007 – heden Associate van het TAOS Institute (VS)
Panellid mevrouw drs. P. Schep
Mevrouw Schep is ingezet als panellid vanwege haar werkvelddeskundigheid en haar
onderwijsdeskundigheid. Zij heeft een jarenlange ervaring als docente, examinator en coördinator in
het onderwijs, daarnaast is zij acht jaar voorzitter geweest van het landelijk overleg Economisch
Linguïstisch Onderwijs. Door opleiding en werkervaring heeft mevrouw Schep kennis van de
accreditatiesystematiek, voor deze visitatie is zij aanvullend individueel geïnstrueerd over het proces
van visitatie en accreditatie in het hoger onderwijs en over de werkwijze van NQA.
Opleiding:
1977
1977 – 1985
1987 – 1988
1990 – 2000
2002
Cours de civilisation française, La Sorbonne/Parijs
Doctoraal studie Franse Taal- en Letterkunde
Opleiding Tolk/Vertaler bij Wolters Noordhof
Diverse seminars/trainingen op het gebied van management, marketing/pr en
internationalisering
Opleiding Communicatiemanager (niveau D)
Werkervaring:
1989 – 1997
1981 – 1982
1982 – 1987
1987 – 1988
Hoofd Economisch-Linguïstische opleiding, HES Rotterdam
Docente Frans, Chr. Scholengemeenschap Merula, Spijkenisse
Docente Frans, Chr. Scholengemeenschap Comenius, Capelle aan den IJssel
Docente Frans, HES Rotterdam
76/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
1988 – 1989
1989 – 1997
1990 – 1997
1997 – 2001
2003 – 2004
2001 – heden
2001 – heden
2005 – heden
Part-time docent Nederlands, Université de Valenciennes, Frankrijk
Voorzitter landelijk overleg EL-onderwijs
Coördinator Internationale Betrekkingen, HES Rotterdam
Hoofd Externe Betrekkingen, HES Rotterdam
Voorzitter visitatiecommissie Economie en Talen, HBO-raad
Manager Communicatie, Stadsgewest Haaglanden, Den Haag
Examinator Van der Hilst communicatieopleidingen
Bestuurslid Stichting Ondernemersprijs Haaglanden
Panellid de heer drs. R. van Kan
De heer Van Kan is ingezet vanwege zijn kennis van oriëntaalse talen en communicatie, zijn
vertrouwdheid met de meest recente ontwikkelingen en zijn internationale deskundigheid in dit
vakgebied. Daarnaast is hij vertrouwd met lesgeven, beoordeling en toetsing minstens op het niveau
van de te beoordelen opleiding voor oriëntaalse talen en communicatie. De heer Van Kan heeft de
Academische opleiding Sinologie te Leiden afgerond en beschikt over 16 jaar woon- en werkervaring
in China, waarvan 7 jaar werkervaring met betrekking tot advisering en ondersteuning van hoger
onderwijsinstellingen op het gebied van internationale onderwijssamenwerking, met name in China en
Azië.
Hij is bekend met internationale communicatie en culturele verschillen die daarbij een rol kunnen
spelen. De heer Van Kan is voor deze visitatie individueel geïnstrueerd over het proces van visitatie
en accreditatie in het hoger onderwijs en over de werkwijze van NQA.
Opleiding:
1984 – 1990
1987 – 1990
1990 – 1991
Werkervaring
1991 – 2001
2001 – 2006
2006 – 05/08
Juni 2008
Contemporaine Geschiedenis, Universiteit Nijmegen (thans Radboud U.)
Talen en Culturen van China, Universiteit Leiden
Moderne Chinese Geschiedenis, Beijing Normal University
Assistent Cultureel Attache, Nederlandse Ambassade te Beijing
Directeur, Netherlands Education Support Office (Neso) te Beijing, tevens Chief
Representative Nuffic in China
Hoofd Afdeling Onderwijspromotie, Nuffic (Nederlandse Organisatie voor
Internationale Samenwerking in het Hoger Onderwijs), Den Haag
Directeur, iE&D Solutions B.V., ’s-Hertogenbosch
Panellid de heer prof. R.A.J. Sinjan
De heer Sinjan is ingezet als panellid vanwege zijn auditdeskundigheid, zijn domeindeskundigheid,
zijn onderwijsdeskundigheid en zijn internationale deskundigheid. De heer Sinjan beschikt over
auditdeskundigheid door zijn ervaring als lid van de visitatiecommissie voor Economie en Talen aan
de Vertaalacademie Maastricht in 2003. Domeindeskundigheid heeft hij door zijn werkervaring op de
vertaaldienst van het Belgisch Parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers en door zijn
ervaring als hoofd van het departement vertalers en tolken van de Lessius Hogeschool
(Antwerpen/België). In die hoedanigheid was hij voorzitter van de commissies die in opdracht van het
Vlaams Ministerie van Onderwijs de profielen (Beroepsprofiel en Opleidingsprofiel) van de opleiding
tot vertaler en tolk van academisch niveau hebben uitgewerkt.
Ook was hij als departementshoofd voorzitter van de examencommissies van het departement en had
hij intensieve contacten met de voornaamste universitaire opleidingen van vertalers en tolken in
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
77/87
Europa. Als zodanig was hij lid van de CIUTI (Conférence Internationale de Universités de
Traducteurs et d’Interprètes) en adviseur bij het creëren van universitaire curricula aan de
universiteiten van Bloemfontein (Oranje Vrijstaat, Zuid-Afrika) en Kemerovo (Siberië, Rusland).
Daarnaast beschikt de heer Sinjan over onderwijsdeskundigheid als auteur van grammatica’s
oefenboeken en methodes Frans Vreemde Taal. Als hoogleraar Frans was hij belast met de vakken
Grammatica en oefeningen, Vertaling Frans-Nederlands en Kennis van Land, Volk en Cultuur van
Frankrijk. Voor deze visitatie is de heer Sinjan individueel geïnstrueerd over het proces van visitatie en
accreditatie in het hoger onderwijs en over de werkwijze van NQA.
Opleiding:
1959 – 1963
1964
1988
Licentiaat (Drs.) in de letteren en wijsbegeerte – Romaanse filologie
Aggregaat Hoger Secundair Onderwijs
Erkenning van professionele bekendheid (niveau dr.) bij decreet van de Vlaamse
Regering
Werkervaring
1963 – 1981
1967 – 2001
Leraar Frans hoger secundair onderwijs (ASO)
Achtereenvolgens docent en hoogleraar Frans aan de Katholieke Vlaamse
Hogeschool (sinds 2000 Lessius Hogeschool)
1981 – 1999
Hoofd van het departement Vertaler-Tolk van de Katholieke Vlaamse Hogeschool
1999 – 2001 Academisch Directeur van de Katholieke Vlaamse Hogeschool (sinds 2000 Lessius
Hogeschool)
2001 – heden Emeritus hoogleraar
Diversen:
Auteur van didactische publicaties :
• En Avant les jeunes (methode Frans voor secundair onderwijs), uitg. Plantyn
• Grammaire à la carte (spraakkunst voor secundair onderwijs)
• Exercices à la carte
• Grammaire 2000 (voor secundair en hoger onderwijs)
• Exercices 2000
• Comme il faut (oefeningen Frans voor secundair onderwijs)
Panellid student de heer M. Keijser
De heer Keijser is ingezet als student panellid. Hij heeft recent zijn propedeuse Management
Economie en Recht afgerond aan de Hanzehogeschool Groningen. Daarvoor heeft hij bij de
Koninklijke Landmacht gestudeerd. De heer Keijser beschikt over studentgebonden deskundigheid
met betrekking tot studielast, onderwijsaanpak, voorzieningen en kwaliteitszorg bij opleidingen in het
domein. Hij is qua leeftijd en vooropleiding representatief voor de primaire doelgroep van de opleiding.
De heer Keijser is individueel geïnstrueerd over het proces van accreditatie in het hoger onderwijs en
over de werkwijze van NQA.
Opleiding:
1995 – 2001
2001 – 2002
2002 – 2003
2005 – 2006
2006
78/87
HAVO (diploma)
Basis Officiers Opleiding Koninklijke Militaire Academie (propedeuse)
Functieopleiding tot Pelotonscommandant tankpeloton Leopard2a6 (certificaat)
Propedeuse HBO Management Economie en Recht (getuigschrift)
Cursus Project en Programma Management (certificaat)
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
Werkervaring:
2003 – 2004 Koninklijke Landmacht, in de functie van Pelotonscommandant tankpeloton Leopard
2a6.
2004 – 2005
Koninklijke Landmacht, in de functie van Luitenant logistieke zaken.
2005 – heden Hanzehogeschool Groningen, Stafmedewerker kwaliteitszorg/ projecten/
praktijkoriëntatie.
Panellid de heer drs. R.V. van der Dussen
De heer Van der Dussen is ingezet als NQA panellid. Hij heeft ervaring met onderwijs- en
onderzoeksvisitaties in verschillende domeinen binnen het HO, zoals Rechtsgeleerdheid, Economie,
Communicatiewetenschap en Criminologie. Hij bezit auditorkwaliteiten vanwege visitatie-ervaring en
diverse cursussen gevolgd bij het Interfacultair Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling
en Studievaardigheden (IVLOS).
Opleiding
1996 – 2003
Doctoraal Psychologie, specialisatie Organisatiepsychologie, Universiteit Utrecht
Cursussen
2004
2005 – 2006
Auditkwaliteit, IVLOS
Onderwijskunde voor het Hoger Onderwijs, IVLOS
Werkervaring
1996 – 2004
Diverse betrekkingen en (afstudeer)stages binnen organisatieadviesbureaus omtrent
kennismanagement
2004
Medewerker afdeling Kwaliteitszorg Vereniging van Universiteiten (VSNU)
2005 – heden Projectleider kwaliteitszorg wetenschappelijk onderwijs Quality Assurance
Netherlands Universities (QANU)
2007 – heden Vanuit QANU gedetacheerd bij Netherlands Quality Agency (NQA)
Mevrouw M. Snel (NQA-auditor)
Mevrouw Snel is in 2004 begonnen als student panellid bij NQA en heeft sinds 2005 als NQA-auditor
ervaring met visiteren van bestaande en nieuwe opleidingen in verschillende sectoren binnen het hbo.
Daarnaast verzorgt zij trainingen over het visitatie- en accreditatiestelsel.
Zij heeft als junior personeelsadviseur gewerkt bij een grote zorginstelling voor verstandelijk
gehandicapte mensen waar zij de personele zaken behartigde van ongeveer 200 medewerkers.
Zij is getraind als auditor Hoger Onderwijs NQA in samenwerking met Lloyd’s Register. Door haar
ervaring heeft zij tevens deskundigheid in het beoordelen van afstandsonderwijs.
Opleiding:
2000 – 2004
Personeel & Arbeid (bachelor HRM), Saxion Hogeschool Enschede
2008 – heden Opleidingskunde (bachelor HRD), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Werkervaring:
2004 – 2005
Junior personeelsadviseur, de Twentse zorgcentra
2005 – heden NQA-auditor, Netherlands Quality Agency
Cursus:
Maart 2004
Training Auditor Hoger Onderwijs, NQA i.s.m. Lloyd’s Register
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
79/87
Bijlage 3:
Bezoekprogramma
Donderdag 19 juni 2008 – Bezoekdag 1
Tijdstip
Programmaonderdeel
09.00 – 12.15 uur Ontvangst
Materiaalbestudering
12.15 – 13.00 uur Lunch
13.00 – 14.00 uur Gesprek met management
14.00 – 14.45 uur Gesprek docenten over NVAOonderwerpen 3, 4 en 5
14:45 – 15.00 uur Paneloverleg / pauze
15.00 – 15.45 uur Gesprek met
werkveld/afgestudeerden OTC
15.45 – 16.30 uur Gesprek met
werkveld/afgestudeerden VAC
16.30 – 16.45 uur Paneloverleg / pauze
16.45 – 17.30 uur Gesprek met
werkveld/afgestudeerden IBL
17.30 – 18.00 uur Afsluitend paneloverleg
Materiaal bestudering
80/87
Deelnemers
Visitatiepanel
Visitatiepanel
- J. Mastenbroek, directeur
faculteit
- G. Boven, opleidingscoördinator
Vertaalacademie
- M. Thelen,
opleidingscoördinator
Vertaalacademie
- M. Cauberg,
opleidingscoördinator
International Business and
Languages
- J. Wesselius,
opleidingscoördinator
Oriëntaalse Talen en
Communicatie
- J. Spauwen, coördinator
operationele zaken
Visitatiepanel
Visitatiepanel
Visitatiepanel
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
Vrijdag 20 juni 2008 – Bezoekdag 2 (*)
Tijdstip
Programmaonderdeel
08.30 – 9.00 uur
09.00 – 9.45 uur
Via conference call: aanvullend
gesprek met stagebegeleiders/
alumni OTC
Studenten VAC
Docenten OTC
09.45 – 10.00 uur Paneloverleg
10.00 – 10.45 uur Studenten IBL
Docenten VAC
10.45 – 11.00 uur Paneloverleg
11:00 – 11.45 uur Studenten OTC
Docenten IBL
11.45 – 12.30 uur Rondleiding
12.30 – 15.00 uur Lunch
Eventueel aanvullende gesprekken
Paneloverleg
Materiaal bestudering
15.00 – 15.30 uur Tweede gesprek met management
15.30 – 16.00 uur Afsluitend paneloverleg
16.00 uur
Eind / Terugblik
Deelnemers
Panelleden:
Sinjan, Van der Dussen, Keijser
Panelleden:
Van Kan, De Jong, Snel, Schep
Visitatiepanel
Panelleden:
Schep, Van der Dussen, Keijser
Panelleden:
Sinjan, De Jong, Snel, Van Kan
Visitatiepanel
Panelleden:
Van Kan, Van der Dussen, Keijser
Panelleden:
Schep, De Jong, Snel, Sinjan
Visitatiepanel
Visitatiepanel
J. Mastenbroek, directeur
faculteit
- G. Boven, opleidingscoördinator
Vertaalacademie
- M. Thelen,
opleidingscoördinator
Vertaalacademie
- M. Cauberg,
opleidingscoördinator
International Business and
Languages
- J. Wesselius,
opleidingscoördinator
Oriëntaalse Talen en
Communicatie
- J. Spauwen, coördinator
operationele zaken
Paneloverleg
-
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
81/87
Bijlage 4:
Overzichtslijst van door de opleiding ter inzage gelegd materiaal
Generiek
1. Beleidsdocumenten op opleidings- en hogeschoolniveau waaruit in kwalitatieve en kwantitatieve
zin blijkt hoe in de afgelopen jaren aan de opleiding gestalte is gegeven en welk beleid de
opleiding de komende jaren voor ogen heeft.
- Innovatieplan Hogeschool Zuyd 2005-2008
- CD rom informatiedossier Hogeschool Zuyd
- Jaarplan 2008 alsmede meerjarenbeleid 2008-2011
- Jaarverslag Faculteit Internationale Communicatie 2007
- Handboek kwaliteitszorg Faculteit Internationale Communicatie 2007-2008
- Studiegids 2007-2008 Faculteit Internationale Communicatie
2. Onderwijsbeleid en toetsbeleid.
- Nota toetsbeleid
- Nota onderwijsvisie en – model
3. Personeelsbeleid (o.a. functie- en kwalificatieprofielen, documentatie over functioneren en
professionaliseren, scholingsplan).
- Personeelsplan inclusief scholingsplan
- Taakbelastingsmodel 2007-2008
- Taakverdeling en Overlegstructuur Faculteit Internationale Communicatie
- Functieboek Hogeschool Zuyd
- Human resource management-beleid Hogeschool Zuyd
- Werkbelevingsonderzoek Faculteit Internationale Communicatie 2007
4. Informatie over het interne kwaliteitszorgsysteem:
- Handboek kwaliteitszorg FIC bestaande uit Streefnormen FIC
- Jaarverslag 2007 Kwaliteitszorg
- Organisatiedoelen Faculteit Internationale Communicatie
- Studentenevaluatie 2008 Faculteit Internationale Communicatie en per opleiding
5. Rendementsbeleid en kengetallen (streefcijfers en gerealiseerde cijfers).
Gegevens per opleiding uit het MIS van Hogeschool Zuyd Cohort 2002-2008
International Business and Languages
1. Een representatieve selectie uit het studiemateriaal, zoals: cursusboeken; readers; studieboeken;
moduleboeken en handleidingen of studiewijzers (compleet overzicht); studiehandleidingen, stage
en afstudeerhandleidingen; literatuurlijst en boekenlijst + selectie van boeken (onderscheiden in
verplicht en aanbevolen); projectopdrachten (selectie).
2. Een representatieve set van beoordeeld materiaal (inclusief beoordelingen): toetsen; opdrachten;
portfolio’s en assessments; stageverslagen; projectverslagen.
3. Samenstelling van relevante overlegorganen (opleidingscommissie, werkveldadviescommissie,
examencommissie, stafoverleg, e.a.) statuten/reglementen en notulen van de overlegorganen.
4. Overzicht van externe contacten en aard van die contacten.
5. Afstudeerproducten (zie lijst van 25), inclusief beoordelingen voor zo ver aanvullend op de reeds
toegestuurde documenten. In het geval niet alle eindkwalificaties zijn bereikt (facet 6.1). Dit
kunnen bijvoorbeeld portfolio’s, stagewerk-stukken/-verslagen of andere producten zijn.
6. De meest recente voorlichtingsbrochure en overig relevant voorlichtingsmateriaal.
7. Alle overige documenten waar de opleiding in het zelfevaluatierapport naar verwijst.
82/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
Oriëntaalse Talen en Communicatie
1. Een representatieve selectie uit het studiemateriaal, zoals: cursusboeken; readers; studieboeken;
moduleboeken en handleidingen of studiewijzers (compleet overzicht); studiehandleidingen, stage
en afstudeerhandleidingen; literatuurlijst en boekenlijst + selectie van boeken (onderscheiden in
verplicht en aanbevolen); projectopdrachten (selectie).
2. Een representatieve set van beoordeeld materiaal (inclusief beoordelingen): toetsen; opdrachten;
portfolio’s en assessments; stageverslagen; projectverslagen.
3. Samenstelling van relevante overlegorganen (opleidingscommissie, werkveldadviescommissie,
examencommissie, stafoverleg, e.a.) statuten/reglementen en notulen van de overlegorganen.
4. Overzicht van externe contacten en aard van die contacten.
5. Afstudeerproducten (zie lijst van 25), inclusief beoordelingen voor zo ver aanvullend op de reeds
toegestuurde documenten. In het geval niet alle eindkwalificaties zijn bereikt (facet 6.1). Dit
kunnen bijvoorbeeld portfolio’s, stagewerk-stukken/-verslagen of andere producten zijn.
6. De meest recente voorlichtingsbrochure en overig relevant voorlichtingsmateriaal.
7. Alle overige documenten waar de opleiding in het zelfevaluatierapport naar verwijst.
Vertaalacademie
1. Een representatieve selectie uit het studiemateriaal, zoals: cursusboeken; readers; studieboeken;
moduleboeken en handleidingen of studiewijzers (compleet overzicht); studiehandleidingen, stage
en afstudeerhandleidingen; literatuurlijst en boekenlijst + selectie van boeken (onderscheiden in
verplicht en aanbevolen); projectopdrachten (selectie).
2. Een representatieve set van beoordeeld materiaal (inclusief beoordelingen): toetsen; opdrachten;
portfolio’s en assessments; stageverslagen; projectverslagen.
3. Samenstelling van relevante overlegorganen (opleidingscommissie, werkveldadviescommissie,
examencommissie, stafoverleg, e.a.) statuten/reglementen en notulen van de overlegorganen.
4. Overzicht van externe contacten en aard van die contacten.
5. Afstudeerproducten (zie lijst van 25), inclusief beoordelingen voor zo ver aanvullend op de reeds
toegestuurde documenten. In het geval niet alle eindkwalificaties zijn bereikt (facet 6.1). Dit
kunnen bijvoorbeeld portfolio’s, stagewerk-stukken/-verslagen of andere producten zijn.
6. De meest recente voorlichtingsbrochure en overig relevant voorlichtingsmateriaal.
7. Alle overige documenten waar de opleiding in het zelfevaluatierapport naar verwijst.
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
83/87
84/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
Bijlage 5:
Domeinspecifieke referentiekader en opleidingscompetenties
Het domeinspecifieke referentiekaders zijn te vinden op de website van de HBO-raad:
www.hbo-raad.nl
Opleidingscompetenties:
Oriëntaalse Talen & Communicatie
• Communiceren in de oriëntaalse taal op een zodanig niveau dat contacten met succes
gelegd en onderhouden worden.
• Communiceren in het Nederlands en Engels/Frans ten behoeve van planning en
organisatie, informatievoorziening en overlegsituaties.
• Effectief deelnemen in onderzoek naar de positie en kansen van de organisatie in de
internationale omgeving. Goed inschatten van relevante informatie en ontwikkelingen.
• Analyseren van en adviseren over sociaal-culturele aspecten die essentieel zijn voor de
communicatie met vertegenwoordigers van het oriëntaalse land.
International Business & Languages
• Beheren en bewaken van de klantportefeuille met behulp van ICT-hulpmiddelen (zoals
CRM, customer relationship management).
• Vormgeven aan internationale zakenrelaties met het oog op de continuïteit van de
klantrelatie.
• Uitbreiden en verbeteren van de klantrelaties.
• Benutten van kansen om grenzen te verleggen en nieuwe relaties aan te gaan, die leiden
tot bijv. een transactie, contract of zakelijke afspraak.
• Onderhandelen met internen over producten en PR-activiteiten die zijn afgestemd op de
wensen van de klant.
• Analyseren van de positie en kansen van de onderneming op internationale markten,
uitgaand van de missie en visie van de onderneming, en hierover advies uitbrengen.
• Analyseren van het concurrentievermogen van de organisatie ten behoeve van een
verbetering van de positie en kansen op internationale markten.
• Opstellen van een import- of exportplan, op basis van de uitkomsten van strategisch
onderzoek, met een bijbehorend communicatieplan en internationaal salesplan.
• Schatten van investeringsrisico’s en nemen van beslissingen betreffende investering (van
geld, tijd, energie) in situaties die maar in zeer beperkte mate voorspelbaar of
beheersbaar zijn.
• Meten van de effectiviteit van de verschillende fasen van het werkproces, vanuit het
perspectief van de klanttevredenheid, en opstellen van verbetervoorstellen op basis
hiervan.
• Overbruggen van verschillen voortkomend uit cultuurgebonden gedrag, in elke fase van
het proces van business relations en tonen daarbij van voldoende persoonlijke
stevigheid, zowel zakelijk als moreel.
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
85/87
•
Leiding geven aan het werkproces en de daarbij betrokken medewerkers op het gebied
van internationale in- en verkoop en internationale communicatie. [sociale en
communicatieve competentie]
Vertaalacademie
De startbekwame beroepsbeoefenaar is in staat:
1. [vertaalcompetentie]
- de betekenis in de brontaaltekst schriftelijk dan wel mondeling nauwkeurig te
formuleren in de doeltaaltekst
- bij het vertalen van teksten, problemen op het gebied van tekstinterpretatie en
productie van de doeltekst te onderkennen en op de juiste manier op te lossen, en
zowel schriftelijk als mondeling de gekozen oplossingen te verantwoorden, met
gebruikmaking van de hiervoor gangbare metataal
- eigen producten en diensten aan actuele vertaalkundige inzichten te toetsen
2. [linguïstische en tekstuele competentie]
- de brontaal te begrijpen en de doeltaal zowel schriftelijk als mondeling correct te
gebruiken met inachtneming van volledigheid en consistentie van gekozen opties,
alsmede de conventies van tekstsoort en tekstfuncties, spelling, grammatica,
interpunctie en woordkeus/terminologie
- de doeltaal (zoals geformuleerd door hemzelf of door anderen) te reviseren c.q.
postediten met uiterste nauwkeurigheid en zorgvuldigheid en met inachtneming van
het voorgaande
3. [zoekstrategieën en onderzoekscompetentie]
- op snelle en efficiënte wijze additionele (wetenschappelijke) linguïstische en
specialistische kennis via Internet of anderszins te verwerven met betrekking tot
minder bekende of onbekende materie die nodig kan zijn om de brontekst te begrijpen
en de doeltekst te produceren en zich een oordeel te vormen over de relevantie en
toepasbaarheid hiervan
- op kritische wijze de eigen kennis te toetsen en ingeval de eigen kennis of de
beschikbare tijd voor een opdracht niet toereikend is, de betreffende opdracht af te
wijzen of door te verwijzen
- lacunes in de eigen kennis te elimineren en de aldus verworven nieuwe kennis te
integreren in de al aanwezige kennis
- om te gaan met de gangbare hulpmiddelen om gegevens en kennis te verzamelen en
om strategieën te ontwikkelen teneinde deze hulpmiddelen op efficiënte wijze te
gebruiken
4. [culturele competentie] kennis te vergaren en toe te passen met betrekking tot de
instellingen, geschiedenis, topografie, gebruiken, normen en waarden van de cultuur
waartoe brontekst en doeltekst behoren
5. [technische competentie]
- op professionele wijze vertalingen voor te bereiden en te vervaardigen/postediten met
gebruikmaking van de gangbare technische hulpmiddelen (inclusief vertaalgeheugens
en termextractietools) en terminologiebestanden, glossaria, (ver)taalcorpora, e.d.
- aan te geven welke gegevensdragers (CD-ROM, gecomprimeerd op diskette,
gecomprimeerd versturen via Internet) het meest geschikt zijn om de geleverde
86/87
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
producten zo efficiënt mogelijk bij de afnemer te bezorgen, gelet op discretie,
verzendtijd en verzendduur van de geleverde bestanden
- uit een marktaanbod aan allerlei soft- en hardwareproducten die producten aan te
schaffen dan wel voor aanschaffing voor te dragen die het geschiktst zijn voor
toepassing op het werkterrein (vakspecifiek vertalen, lokaliseren, ondertitelen
enzovoorts)
- zonder hulp van anderen zijn productie- en communicatiemiddelen te bedienen en
kleine storingen op te lossen
- een regeling te treffen om de tijdige levering te garanderen, mocht deze door
technische storingen in gevaar komen (bijvoorbeeld veiligheidskopieën,
reservecomputer bij collega) en de beschikbare beveiligingsmiddelen toe te passen
tegen computervirussen en andere mogelijke storingsbronnen
6. [ondernemerscompetentie]
- vanuit een commerciële houding opdrachten professioneel aan te nemen
(telefoonpresentatie, gebruik van algemene voorwaarden en offertes) en af te
handelen (correcte verzending en facturering) met kennis van ondernemerschap
(rechtsvormen, administratie, belasting en verzekeringen) en rechtspositionele
aspecten van het beroep
- de eigen producten en diensten aan de man te brengen met kennis van de eigen
productiesnelheid en kwaliteit
- het eigen functioneren te evalueren en op basis van reflectie zonodig bij te stellen
- een netwerk van vakgenoten op te bouwen en te onderhouden voor advies en overleg
met betrekking tot zakelijke, technische en intermenselijke aangelegenheden
- aansluiting te zoeken bij (inter)nationale beroeps- en belangenverenigingen teneinde
de positionering van de eigen onderneming in de markt te versterken
7. [interpersoonlijke competentie]
- persoonlijke of zakelijke informatie van opdrachtgevers te beschouwen als
vertrouwelijk
- met opdrachtgevers en opdrachten discreet, betrouwbaar, integer en met
verantwoordelijkheidsbesef om te gaan
- eventuele kritiek en/of gefundeerde wensen van de opdrachtgever te accepteren
8. [probleemoplossend vermogen]
- oplossingen te bedenken voor (ver)taalproblemen waarvoor geen pasklare
oplossingen bestaan
- zelfstandig complexe probleemsituaties in de beroepspraktijk te definiëren en
analyseren op basis van relevante kennis en inzichten
- zinvolle (nieuwe) oplossingsstrategieën te ontwikkelen en toepassen de effectiviteit
van gekozen oplossingsstrategieën te beoordelen
© NQA - visitatie Hogeschool Zuyd, hbo-bacheloropleidingen IBL, OTC en VAC (vt)
87/87