The Unwanted Land

Transcription

The Unwanted Land
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
09:59
Pagina 1
Tiong Ang / David Bade / Dirk de Bruyn / Sonja van Kerkhoff / Renée Ridgway / Rudi Struik The Unwanted Land
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
Sponsors
De publicatie en de tentoonstelling
The Unwanted Land werden mede mogelijk
gemaakt door/The publication and the
exhibition The Unwanted Land have been
made possible by:
Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving
en bouwkunst, VSB Fonds, Mondriaan
Stichting, Stroom Den Haag, Vrienden
en Zakenvrienden van museum Beelden
aan Zee, Sculpture Club, BankGiro Loterij
09:59
Pagina 2
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
09:59
Pagina 3
Tiong Ang / David Bade / Dirk de Bruyn / Sonja van Kerkhoff / Renée Ridgway / Rudi Struik
The Unwanted Land
museum Beelden aan Zee/Uitgeverij Waanders
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
09:59
Pagina 4
Inhoud / Contents
5
Jan Teeuwisse Voorwoord / Foreword
7
Kitty Zijlmans The unwanted land. Hedendaagse installatiekunst als plek van verplaatsing / The unwanted land.
Contemporary installation art as a location for relocation
15
Lloyd Haft Waar ik verander, ben ik thuis /
Home is where I’m changing
19
David Bade
33
Marlou Schrover Sinterklaas, de kerstboom en vijf eeuwen
migratie / St Nicholas, the Christmas tree and five centuries
of migration
45
Chris Keulemans Onwelkom / Unwelcome
47
Sonja van Kerkhoff
59
Emilie Gordenker Wil ik één land? / Do I want one land?
61
Renée Ridgway
71
Dineke Huizenga De prikkel tot actie / The stimulus to act
77
Rudi Struik
87
Rashid Novaire De lifter en het reuzerad van Europa /
The hitchhiker and Europe’s Ferris wheel
97
Tiong Ang
107
Wim Willems Bannelingen van de geschiedenis /
Exiled from history
113
Dirk de Bruyn
122
Biografieën auteurs / Authors’ biographies
124
Biografieën kunstenaars / Artists’ biographies
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
09:59
Pagina 5
Jan Teeuwisse Directeur / director museum Beelden aan Zee, Sculptuur Instituut
Voorwoord / Foreword
Sinds kort hebben wij nieuwe buren in de straat. Zij
knikken ons vriendelijk toe en wij knikken welwillend
terug. Het is duidelijk dat zij meer hun best doen
dan wij. Vreemd genoeg is er sprake van een soort
ongelijkheid die zichzelf na verloop van tijd zal opheffen. De mate van bezitsrecht wordt kennelijk bepaald
door anciënniteit. Die competitie speelt zich af in een
straat, een wijk, een stad, een streek, een land, in een
werelddeel, zelfs tussen werelddelen onderling. Direct
verbonden met dat ‘bezit’ is de eigen identiteit die
zich aldaar, op dat grondgebiedje, heeft gevormd.
Het ‘eigen volk eerst’ heeft in de afgelopen jaren weer
sterk aan betekenis gewonnen. Men eigent zich de
grond toe, de nieuwkomer zal zich moeten aanpassen,
zich ingraven in die bestaande identiteit wil hij medeeigenaar van die grond kunnen worden.Toch schuilt er
achter vrijwel ieder mens een pedigree die het ijzeren
begrip ‘eigen identiteit’ volstrekt op losse schroeven
zet. Zo komt mijn vrouw voort uit een fusie van textielhandelaren aan de gracht met slagers uit de boerenwetering. Haar ouders ontvluchtten het naoorlogse,
vermolmde Amsterdam en stichtten een gezin in
Johannesburg. Na langere tijd keerden ze terug om
wederom een nieuw bestaan op te bouwen, nu in aangeharkt Amstelveen. De identiteit van hun kinderen
is bepaald door deze geschiedenis. Ze voelen zich
thuis in de zwarte Bijlmer maar happen naar adem
in Almere. De verre voorouders van mijn moeder ontvluchtten de Elzas toen in Frankrijk de Bartholomeüsnacht woedde. Deze Hugenoten vestigden zich in
Amsterdam waar ze in de late negentiende eeuw
emplooi vonden in de joodse diamantindustrie. Het
bejaardenhuis van mijn opa en oma was in het gebouw
dat nu Maison Descartes heet, de dominee sprak er
Frans en bij het middagmaal werd wijn geserveerd.
Van vaders kant stammen wij van Scheveningse
zeerovers en verarmde schoolmeesters die vanuit
Schagen hun geluk in Amsterdam gingen beproeven
en in de Pijp belandden. Wat die biografische mengelmoes heeft opgeleverd bespaar ik u. Feit blijft dat
achter vrijwel iedere tronie de meest onvermoede en
exotische spektakels schuilen. Kunstenaars zijn wel
bereid hun autobiografische debris met ons te delen.
5
We have new neighbours in our street.They greet us
with a friendly nod, which we return politely. It is clear
that they make more of an effort than we do. Strangely
enough there is a sort of inequality, which will resolve
itself over time.The degree of ownership is apparently
dictated by seniority.This competition occurs in every
street, neighbourhood, city, region, country and
continent and even between continents.This ‘ownership’ is directly linked to the identity that has been
formed in a particular place.The notion of ‘our own
people first’ has grown in significance in recent years.
People are staking out their ground. Newcomers will
have to adapt and entrench themselves in the existing
identity if they wish to become co-owners of that
ground. Yet practically everyone has a pedigree that
makes a mockery of the notion of national identity.
For example, my wife is the product of the marriage
of urbane textile merchants and backwater butchers.
After the war her parents fled musty Amsterdam to
start a family in Johannesburg. After many years they
returned to build a new life, now in the redeveloped
neighbourhood of Amstelveen.Their children’s
identity has been shaped by this history.They feel at
home in the black Bijlmer neighbourhood but gasp
for air in Almere. My mother’s distant ancestors
fled Alsace at the time of the St Bartholomew’s Day
massacre.These Huguenots settled in Amsterdam,
where they found employment in the Jewish diamond
industry at the end of the nineteenth century. My
grandparents’ retirement home was in the building
that is now the Maison Descartes.The minister spoke
French and wine was served at lunch. On my father’s
side we descend from pirates from Scheveningen and
impoverished schoolmasters who left Schagen to try
their luck in Amsterdam. I shall spare you the details
of what this biographical hodgepodge has yielded.
The fact remains that the most unsuspected and
exotic spectacles lurk behind almost every face.
Artists, however, are prepared to share their autobiographical debris with us. Kitty Zijlmans and
Rudi Struik came up with the plan for The Unwanted
Land, including the list of participants. Alessandra
Laitempergher and Dick van Broekhuizen joined the
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
09:59
Pagina 6
Kitty Zijlmans en Rudi Struik kwamen met het plan
voor The Unwanted Land, inclusief de lijst van deelnemers. Namens Beelden aan Zee/Sculptuur Instituut
schoven Alessandra Laitempergher en Dick van
Broekhuizen aan. Een bijzondere tentoonstelling,
catalogus en documentaire zijn het gevolg: dankzij
hun creativiteit en inzet en die van de exposanten,
auteurs en filmers, én mede dankzij de ondersteuning
van het VSB fonds, het Fonds voor Beeldende Kunsten,
Vormgeving en Bouwkunst, de Mondriaan Stichting,
Stroom Den Haag en de BankGiro Loterij.
team on behalf of museum Beelden aan Zee/Sculpture
Institute.The result is an extraordinary exhibition,
catalogue and documentary. I would like to extend
my thanks to all those involved – the artists, authors
and filmmakers – for their creativity and dedication.
I am also indebted to the Netherlands Foundation for
Visual Arts, Design and Architecture (Fonds BKVB),
the Mondriaan Foundation, Stroom The Hague and
the BankGiro Loterij, without whose support this
project would not have been possible.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
09:59
Pagina 7
Kitty Zijlmans
The unwanted land. Hedendaagse
installatiekunst als plek van
verplaatsing / The unwanted land.
Contemporary installation art
as a location for relocation
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
09:59
Pagina 8
‘Art opens up the universe a little bit more’
[Salman Rushdie, 1st Leiden University Freedom
Lecture, 18 june 2010]
‘Art opens up the universe a little bit more’
[Salman Rushdie, 1st Leiden University Freedom
Lecture, 18 june 2010]
Het idee voor The Unwanted Land werd geboren in
een museum in Ierland, op een plek die de associatie
opriep met een schip, onderweg naar een onbepaalde
bestemming. Hoe zou het zijn om een tentoonstelling
te maken die het onderweg zijn laat zien en voelen?
Onderweg waar naar toe? Wat als je dat niet precies
weet, wanneer je meegaat als kind naar een nieuw
land, ver weg, met een andere taal en andere gewoonten? Zo’n ervaring nestelt zich diep in je en maakt
dat je anders in de wereld staat. The Unwanted Land
zinspeelt hierop. In de huidige mondialiserende
wereld leiden velen een nomadisch bestaan, gewild
of niet. Velen vestigden zich elders omdat de levensomstandigheden er beter zijn. Wat ook de reden is van
migratie, het is een ingrijpende gebeurtenis. Wat vertrouwd is gaat ineens niet meer op, wil het nieuwe land
jou wel of jij dat land? In het project The Unwanted
Land gaat het precies om deze vragen. Het is een uitdaging om een project, dat de ervaring van migratie als
thema heeft met het besef wat ontworteling en weer
gesetteld raken teweegbrengen, in een tentoonstelling
op levendige wijze te presenteren. Noties van plaats
en verplaatsing, gebondenheid en vrijheid en het
daaruit voortkomende inzicht dat culturele identiteit
iets is dat zich blijft vormen, zijn geen zaken die in
een statische presentatievorm tot hun recht komen.
Vandaar de keuze voor een interactieve, dynamische
tentoonstellings-environment. Hoe wij daar zijn
gekomen wordt hieronder uiteengezet.
The idea for The Unwanted Land was born in a museum
in Ireland, on a site that evoked associations with a
ship on its way to an undetermined destination. What
would it be like to organise an exhibition that would
enable us to see and feel what it is like to be underway? On the way to where? What happens if you don’t
know the exact destination, if you are taken as a child
to a new country, far away, with another language and
other customs? Such an experience lodges itself deep
inside you and gives you a different perspective on the
world. The Unwanted Land hints at this experience.
In the current globalised world, many people live a
nomadic existence, whether they want to or not. Many
people have settled elsewhere because living conditions are better there. Whatever the reasons for migration, it is a radical event.The things we are familiar
with no longer apply. Does your new country want you?
And do you want it? The project The Unwanted Land
deals with precisely these questions. It is a challenge
to present a theme such as the experience of migration
– with its dual aspects of being uprooted and re-settled
– in a lively way in an exhibition. Notions of place and
displacement, restriction and freedom, and the insight
that flows from these notions that cultural identity
is something that constantly changes, are issues that
are not best dealt with in a static presentation.This
is why we have opted for an interactive and dynamic
exhibition environment. How we arrived at this set-up
is described below.
Van vorm naar plaats en interactiviteit
Wat is nu zo’n environment? Eind jaren zestig,
begin jaren zeventig van de vorige eeuw kwam het
begrip environment in zwang nadat kunstenaars
gaandeweg steeds meer de ruimte gingen betrekken
bij hun kunstwerken en tal van vaak ongebruikelijke
materialen (van steenkool, vet en vodden tot menselijk
haar) en veelsoortige media (fotografie, video, projectie, later de computer) gingen inzetten. Zo ontstonden
omgevingen (environments) waarin beeld, geluid, geur
en tast een rol spelen met in toenemende mate met
gebruik van techniek. De Amerikaanse minimal art
kunstenaar Carl Andre omschreef de ontwikkeling
From form to place and interactivity
What is such an ‘environment’? The term became
fashionable in the late 1960s and early 1970s when
artists made increasing use of space in their works
and employed a range of unconventional materials
(from coal and fat to rags and human hair) and new
media such as photography, video, projections and
later the computer.They created environments in
which image, sound, smell and touch played a role,
increasingly in combination with technology.The
American Minimalist artist Carl Andre once described
the development within sculpture in the 1970s as a
shift from form via structure to place. A move away
8
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
09:59
Pagina 9
van de beeldhouwkunst in de jaren zeventig al eens als
een verandering die verloopt van vorm via structuur
naar plaats. Een ontwikkeling dus die zich beweegt,
weg van het individuele object via de analyse van de
structuur van het object naar een sculpturale, ruimtelijke omgeving die een plaats definieert, zoals ook zijn
eigen Floor Pieces – een soort vloerkleden van dunne
tegels van lood, koper, zink enz. Rosalind Krauss heeft
deze ontwikkeling in haar belangrijke artikel Sculpture
in the Expanded Field (1979) verder geanalyseerd
door sculptuur in een relationeel veld te plaatsen met
architectuur en landschap, en deze ontwikkeling van
de beeldhouwkunst te positioneren als ruimtelijke constellatie. In de jaren tachtig en daarna zou deze kunstvorm een enorme vlucht maken in de environmental
en (multimediale) installatiekunst. Installatiekunst
is een van de meest voortkomende kunstvormen van
de laatste decennia met als belangrijkste karakteristieken dat ze ruimtelijk is, tijdelijk, multimediaal en
de toeschouwer aanmoedigt tot een specifieke, actieve
verhoudingswijze.
In The Unwanted Land is dit concept verder uitgewerkt door een interactieve installatie-environment
te creëren bestaande uit verschillende multimediale
installaties die tezamen één geïntegreerde omgeving
vormen, één groeiende organisme. Hieruit volgt dat
de tentoonstelling bij aanvang niet voltooid is, maar
gedurende de duur van het project verandert doordat
de kunstenaars er dingen aan toevoegen en veranderen, en door de inbreng van het publiek. Het publiek
heeft dus een actieve, medescheppende inbreng. (zie
voor dit laatste de bijdrage van Dineke Huizenga in
deze publicatie). De vorm sluit nauw aan bij recente
ontwikkelingen in de tentoonstellingspraktijk die door
de freelance tentoonstellingsmaker en criticus Simon
Sheikh met project exhibitions worden aangeduid.
Project exhibitions (projecttentoonstellingen) zijn
tentoonstellingen die een tegenhanger vormen van de
gebruikelijke praktijk in de laatste decennia waarin
veelal de tentoonstellingsmaker-als-auteur doorslaggevend is en waarin een generatie kunstenaars, een
geografische locatie, of een thema centraal staat. De
projecttentoonstelling daarentegen ziet de tentoonstelling zelf als medium om een bepaald onderwerp
aan te kaarten en verwijst in haar vorm naar die van
het essay. Dat wil zeggen dat de tentoonstelling net
zoals een essay een overtuigende beschouwing wil
9
from the individual object, via an analysis of the
object’s structure, towards a sculptural, spatial
environment which defines a site, such as his own
Floor Pieces: ‘rugs’ composed of thin tiles of lead,
copper, zinc or other metals. Rosalind Krauss
analysed this development further in her seminal essay
‘Sculpture in the Expanded Field’ (1979) by situating
sculpture in a relational field with architecture and
landscape, and positioning this development in sculpture as a spatial constellation. Since the 1980s this
art form has taken enormous strides in environmental
and (multimedia) installation art. Installation art
has been one of the most popular art forms in recent
decades. Its most important characteristics are that
it is three-dimensional, temporary, multimedia and
encourages the viewer to adopt a specific, active
relationship to the work.
In The Unwanted Land, this concept has been
developed further to create an interactive complex of
different multimedia installations that together form
a single integrated and growing environment. As such,
the exhibition will not be complete when it opens, but
will change during the course of the project as the
artists add and alter things and the public makes its
own contribution.The public therefore has an active
and co-creative role (see Dineke Huizenga’s contribution to this publication).The form is closely connected
to recent developments in exhibition practice that the
freelance curator and critic Simon Sheikh has called
‘project exhibitions’. Unlike the conventional form of
group exhibition over recent decades, in which the
curator usually has a decisive authorial role and the
works are selected on the basis of a particular theme,
geographical location or generation of artists, the
‘project exhibition’ views the exhibition itself as the
medium for broaching a particular issue and takes on
an essay-like form.This means that, like an essay, the
exhibition attempts to present a convincing view of
contemporary phenomena or developments.The
exhibition is therefore not a display of existing art
works, but a means of addressing the public. In this
model, the public is viewed not as a monolithic entity
– as a single person – but as a diverse collection of
groups or individuals. Not visitors, therefore, who just
happen to show up, but active participants in the game.
The exhibition and the public together form an ecosystem with the museum serving as the site where
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
09:59
Pagina 10
geven over hedendaagse verschijnselen of ontwikkelingen. De tentoonstelling is dus niet een uitstalling
van bestaande kunstwerken maar een manier om het
publiek aan te spreken. Het publiek wordt niet als een
monoliet gezien, niet als één persoon, maar juist als
een diverse verzameling groepen en individuen. Geen
bezoekers dus die zomaar op visite komen, maar
actieve deelnemers aan het spel. Het geheel van
expositie en publieksgroepen vormt tezamen een
eigen ecosysteem met het museum als plek waar kunst
wordt voortgebracht. De geschiedenis van museum
Beelden aan Zee in Scheveningen weerspiegelt in
wezen precies deze ontwikkeling en presenteert zowel
de verschillende vormen van beeldhouwkunst in hun
historische dimensie als in toenemende mate ook in
laatstgenoemde vorm. De tentoonstelling zelf is het
kunstwerk dat een onderliggend thema aanspreekt
en waarin er geen scherpe scheidingen zijn tussen de
verschillende kunstwerken/installaties. Deze lopen in
elkaar over, spelen op elkaar in en reageren op elkaar.
The Unwanted Land is als een projecttentoonstelling te typeren, niet gericht op de individuele kunstenaars maar op hun samenspel en interactie. Er is ook
geen sturende curator aanwezig, de zes kunstenaars
– Tiong Ang, David Bade, Dirk de Bruyn, Sonja van
Kerkhoff, Renée Ridgway en Rudi Struik – delen het
curatorschap. Dat wil niet zeggen dat in de tentoonstelling de dingen maar willekeurig gebeuren, in
tegendeel, de kunstenaars zijn al lange tijd voor de
realisering van de tentoonstelling met elkaar in uitwisseling geweest over de vorm, inhoud en werking van
de expositie. De kunstenaars zijn uitgenodigd om
procesmatig, samenwerkend en toch individueel in het
project te treden. Gaandeweg creëert deze vorm van
exposeren en presenteren communities, onder wie de
kunstenaars zelf, in samenspel met diverse publieksgroepen. De tentoonstelling, als dat woord hier nog
geldig is, wordt zo het medium voor communicatie
over een bepaald onderwerp. Hier is dat migratie.
On the move
Migratie is bepaald niet iets van de laatste tijd.
Homo sapiens is ooit aan een lange voettocht begonnen vanuit Afrika en verspreidde zich in enige tientallen duizenden jaren over de gehele aardbol. Niet dat
de volkeren die zich ontwikkelden toen bleven zitten
waar ze waren, de mensheid heeft zich altijd in grote
10
art is produced. In essence, the history of museum
Beelden aan Zee reflects precisely this development
in that it not only presents various forms of sculpture
within a historical context, but has also increasingly
adopted this latter form.The exhibition itself is the
work of art, which addresses an underlying theme
and in which there is no clear distinction between the
various art works or installations, which flow into
and respond to each other.
The Unwanted Land can therefore be characterised
as a ‘project exhibition’, focussing not on the individual
artists but on their interplay and interaction.There is
no single curator steering the project: the six artists
– Tiong Ang, David Bade, Dirk de Bruyn, Sonja van
Kerkhoff, Renée Ridgway and Rudi Struik – share the
curatorship.This does not mean that the decisions
within the exhibition are arbitrary. Quite the contrary,
the artists have entered into a long-term exchange of
ideas about the exhibition’s form, content and aims
prior to its realisation.The artists have been invited
to approach the exhibition as a collaborative process,
but also as individuals. Little by little, this form of
presentation has created ‘communities’, including
the artists themselves in dialogue with various groups
of visitors.The exhibition – if that word still does it
justice – thus becomes the medium for communication
about a particular subject, in this case migration.
On the move
Migration is certainly not a recent phenomenon.
Our species once began a long journey on foot from
Africa and within tens of thousands of years had
spread across the entire globe. But these colonies did
not remain static; mankind has continued to roam
the earth, in small or large groups, out of necessity
or choice.The Atlas of World Art (2004), edited by
the English art historian John Onians, provides a
dizzying overview of the migrations between various
regions and continents that began approximately
40,000 years ago as groups of people journeyed to
new destinations along the coasts, via rivers and over
land.The jumbled lines of expansion, quests, conquests,
explorations, trade contacts and exchanges, and the
resulting interculturalisation over thousands of years,
resemble a plate of spaghetti. And all of this was
driven by curiosity, acquisitiveness or coercion.The
atlas examines visual art as a universal human
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
09:59
Pagina 11
of kleine groepen verplaatst, gedwongen of uit vrije
wil. Wie één blik slaat in de Atlas of World Art (2004)
onder redactie van de Engelse kunsthistoricus John
Onians wordt letterlijk tureluurs van alle bewegingen
tussen de regio’s en continenten, beginnend zo’n
40.000 jaar geleden. De bevolkingsgroepen trokken
langs kusten, via rivieren en over land naar nieuwe
bestemmingen. Over de millennia heen lijkt de wirwar
van trektochten nog het meest op een bord spaghetti
van zoektochten, veroveringen, ontdekkingsreizen,
expansie, handelscontacten en uitwisselingen en de
daaruit voortkomende interculturalisatie. En dit
allemaal gedreven door nieuwsgierigheid, hebzucht
of onder dwang. De atlas is gericht op de visuele
kunst als algemeen menselijk, wereldwijd fenomeen,
op wat kunst in zich verenigt, maar ook in haar verscheidenheid en hybriditeit die voortkomt uit al die
(on)gewenste contacten. In contactzones vindt
immers altijd de meeste dynamiek plaats. Dat maakt
migratie niet altijd alleen maar tot een negatieve
gebeurtenis – uitwisseling en verandering brengen ook
uitdagingen mee die er anders niet waren geweest – en
dat wordt ook door velen erkend, getuige de verhalen
elders in deze publicatie. Wel levert het vaak een verhoogd bewustzijn van het bestaan op en dat is wat de
kunstenaars van The Unwanted Land vertolken.
De zes kunstenaars zijn met elkaar verbonden
door hun ervaring van migratie naar of uit Nederland.
Dat is de verbindende factor. De één omdat zijn ouders
emigreerden of immigreerden en je als kind nu eenmaal vanzelfsprekend meegaat (Dirk de Bruyn, Rudi
Struik,Tiong Ang). De ander omdat Nederland, het
land van de (voor)ouders lokte (Renée Ridgway, Sonja
van Kerkhoff). Weer een ander keerde terug naar zijn
geboorteplek (David Bade). Op basis van persoonlijke
ontmoetingen en hun individuele verhalen zijn de
kunstenaars door Rudi Struik – van wie het initiële
idee kwam - gevraagd te participeren. Ieder van hen
kenmerkt zich door een eigen, intens kunstenaarschap
en hanteert een eigen vormtaal. Zij werken in tal van
media (tekenen, schilderen, sculptuur, video, film,
performance) en maken ruimtelijke installaties. Soms
is reizen/migreren impliciet of juist expliciet vertrekpunt van het werk. Bij de een is dat in The Unwanted
Land in de vorm van een reisverslag. Bij een ander in
een parcours dat letterlijk moet worden afgelegd. Bij
weer een ander door de vraag naar de invloed van het
11
phenomenon, showing how it unites us, but it also
demonstrates art’s great variety and the hybridity
that has resulted from all these (un)wanted contacts.
It is in zones of contact that we find the greatest
dynamism, which can have positive results: change
and exchange bring challenges that would not otherwise have existed, as the stories in this publication
testify. Migration often results in a heightened
consciousness of existence, which is what the artists
in The Unwanted Land interpret.
The six artists are linked by their experience of
migration from or to the Netherlands, some because
their parents emigrated and, as children, they had no
option but to accompany them (Dirk de Bruyn, Rudi
Struik and Tiong Ang); others because they heard the
call of the Netherlands, the country of their ancestors
(Renée Ridgway and Sonja van Kerkhoff). One has
returned to his birthplace (David Bade).They were
asked to participate by Rudi Struik – who had the
initial idea for the project – based upon personal
encounters and their individual stories. Each of them
has a highly personal and intense artistic practice
and a unique formal language.They work in a range
of media (drawing, painting, sculpture, video, film
and performance) and make installations. Sometimes
travel/migration is an implicit or even explicit point of
departure for their work. In The Unwanted Land this
takes a variety of forms: a travel diary, a track that
the visitor must literally traverse, or a discussion of
the influence of migration on one’s personal history.
The core of the environment is a scaffolding structure.
On, beneath and around this structure are a variety of
installations that deal with awareness of the impact
of migration: in a highly personal account concealed
in the limited space of a suitcase (Dirk de Bruyn), in
the form of a training circuit (David Bade), a mobile
film set in which the visitors perform as extras (Tiong
Ang), a kind of shuffleboard in the form of a hand
with a choice of five destinations (Rudi Struik), an
Ayurvedic treatment room for processing Dutch
colonial history (Renée Ridgway), and a vehicle for
migration based on the Māori saying: ‘My home is not
a home that stands still. It is a home that moves’
(Sonja van Kerkhoff).
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
09:59
Pagina 12
autobiografische gegeven van migratie ter discussie te
stellen. De kern van de installatie-environment is een
steiger waarop, -onder, -naast en -omheen allerlei
bouwsels en activiteiten inspelen op het zich bewust
zijn (worden) van de impact van migratie, in een soms
heel persoonlijk relaas verborgen in de beperkte
ruimte van een koffer (Dirk de Bruyn), in de vorm van
een soort trimbaan (David Bade), een mobiele filmset
met de bezoeker als figurant (Tiong Ang), een soort
sjoelbak in de vorm van een hand met vijf bestemmingen om uit te kiezen (Rudi Struik), een Ayurvedische
behandelingskamer voor de verwerking van de
Nederlandse koloniale geschiedenis (Renée Ridgway),
en een vaartuig voor migratie op basis van de Māori
zegswijze ‘My home is not a home that stands still. It
is a home that moves’: (Sonja van Kerkhoff).
Kleine migratie
Het is belangrijk om het onderwerp van migratie
en globalisering steeds weer opnieuw onder de aandacht te brengen. Dit is mede ingegeven door een
voortdurende onzekerheid die leeft onder grote
groepen mensen in Nederland (en elders) over hun
rol in de maatschappij. The Unwanted Land vloeit
voort uit een behoefte om vanuit artistiek oogpunt een
(her)nieuw(d) perspectief te kiezen en te verkennen,
waarmee de discussie over de cultureel diverse samenleving een volgende fase kan ingaan. Migratie is wat
velen delen, wat velen heeft gevormd en waaruit onze
hedendaagse maatschappij is ontstaan. Migratie
komt in vele gedaanten voor en naast het gedwongen
vertrek als gevolg van oorlog, racisme, honger en
andere ellende, is er wat we de ‘kleine migratie’ hebben
gedoopt, van mensen die op zoek naar een beter leven
hun geluk wilden beproeven in een ander land, zoals
de vele Nederlanders die na de Tweede Wereldoorlog
emigreerden naar Canada, Australië en NieuwZeeland. De migrantenkinderen vormen daarbinnen
weer een specifieke groep. Zij emigreerden mee, niet
wetend wat er voor hen lag. De wens, noodzaak of
keuze om te migreren lopen veelal door elkaar heen
en vormen een complexe kwestie (zie hierover verder
de bijdrage van Marlou Schrover).
Migratie wordt in dit project niet als metafoor
opgevat voor figuurlijke verplaatsing, maar duidt op
daadwerkelijke, historisch en geografisch bepaalde
verplaatsing, zoals ook Sara Ahmed verbonden aan
12
Small migrations
It is important to continue to reassess the subject
of migration and globalisation.This need is prompted
in part by a continuing uncertainly that large groups
of people in the Netherlands (and elsewhere) feel
about their role in society. The Unwanted Land arises
from the need – from an artistic viewpoint – to
explore a (re)new(ed) perspective that will enable the
discussion about our culturally diverse society to enter
a new phase. Migration is something that many people
share. It has formed numerous individuals and helped
to shape our contemporary society. Migration takes a
variety of forms: in addition to the forced migration
resulting from racism, war, famine and other disasters,
there is also what we have dubbed the ‘small migration’ to describe the experiences of those people who,
in search of a better life, decided to try their luck in
another country, such as the many Dutch people who
emigrated to Canada, Australia and New Zeeland
after the Second World War.The children of these
migrants form a specific group within this spectrum.
They were taken along, not knowing what lay before
them.The reasons for migration – whether out of
desire, necessity or choice – are often tangled and
form a complex issue, as Marlou Schrover makes
clear in her contribution to this publication.
In this project, migration is not interpreted as a
metaphor for figurative relocation but indicates
actual, historical and geographical relocation as
Sara Ahmed from Goldsmiths (University of London)
discusses in her essay ‘Home and Away. Narratives of
Migration and Estrangement’. Neither is migration
simply a matter of travel, after which you return home,
but means: relocating one’s ‘home’. Ahmed raises the
important question as to what ‘home’ means: where
you were born, where you grew up, where you live,
where your family lives? Do we have only one home?
Or more? She also makes the point that migration
does not necessarily mean a movement away from
‘home’ because there is also alienation and movement
within one’s ‘home’. After all, home is a place of
encounters between those who remain and those who
arrive and depart. Feeling at home – the word says it
all – is largely an affective issue. It derives principally
from a feeling of belonging – of lived experience –
which is felt in both body and mind.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
09:59
Pagina 13
het Goldsmiths (University of London) in haar artikel
Uit en thuis. Verhalen over migratie en vervreemding
bepleit. Migreren is immers niet zomaar reizen, waarbij je weer terugkeert naar huis, maar betekent: het
verplaatsen van dat thuis. Ahmed stelt de belangrijke
vraag wat ‘thuis’ betekent: waar je bent geboren, waar
je bent opgegroeid, waar je woont, waar je familie
woont? Heb je één thuis of meerdere? Migreren hoeft
ook niet per se een beweging weg van thuis te zijn,
stelt Ahmed, want ook binnen ‘thuis’ is er vreemdheid
en beweging.Thuis is er immers ook sprake van ontmoetingen tussen degenen die blijven, die aankomen
en weggaan. Je thuis voelen, het woord zegt het al, is
in hoge mate een affectieve kwestie. Het gaat voornamelijk om een gevoel van ergens horen, om beleefde
ervaring, en dat ondergaan lichaam en geest.
Wat het lichaam onthoudt
Iemand die migreert draagt de sporen van die
verplaatsing met zich mee. Ook het lichaam onthoudt
dingen. Vooral smaken en geuren kunnen herinneringen stimuleren – overbekend is de madeleine
gedoopt in lindebloesemthee van Marcel Proust die
vergeten jeugdherinneringen terugbracht naar de
oppervlakte van het bewustzijn. Hoe vanzelfsprekend
het ook klinkt, het is het lichaam dat overal naartoe
gaat en Sara Ahmed vraagt zich dan ook af ‘hoe
lichamen een nieuwe ruimte gaan bewonen’. Nieuwe
lichamen komen ergens terecht en delen de ruimte
met andere. De ervaring van migratie is dus niet alleen
geestelijk of psychologisch, maar ook lichamelijk.
Het belang van het lichamelijk beleven is vooral
onder de aandacht gebracht door de Franse filosoof
Maurice Merleau-Ponty, die vanuit zijn fenomenologie
het bewustzijn verankerd ziet in het lichaam. De fenomenologie gaat uit van de directe en intuïtieve ervaring van de dingen en voor Merleau-Ponty is de mens
als ‘lichaam-subject’ met de wereld maar ook met
elkaar verbonden. Er is niet zoiets als wij (de mensen)
aan de ene kant en het object aan de andere kant, het
lichaam is een medium van uitwisseling tussen het
‘zelf’ en de ‘ander’ of het andere. Merleau-Ponty legt
dan ook een grote nadruk op de lichamelijkheid van de
waarneming. In de oorspronkelijke ervaring zijn
lichaam en geest onlosmakelijk met elkaar verweven.
Elders in deze publicatie rept Dirk de Bruyn over de
pijn van het lichaam dat uit zijn vertrouwde plek is
13
What the body remembers
People who migrate carry the traces of their
displacement with them.The body too ‘remembers’
things.Tastes and smells in particular can stimulate
memory: Proust’s description of how the crumbs of
a madeleine soaked in lime-blossom tea bring childhood memories flooding back to the surface of his
consciousness is well known. As obvious as it might
sound, it is the body that travels and so Sara Ahmed
asks herself ‘how do bodies re-inhabit space’. New
bodies arrive and share the space with others.The
experience of migration is therefore not only spiritual
or psychological, but also physical.
Principal among those who have stressed the
importance of physical experience was the French
philosopher Maurice Merleau-Ponty, whose phenomenology anchored consciousness in the body.
Phenomenology’s point of departure is the direct and
intuitive experience of things, and for Merleau-Ponty
people are linked to the world and to each other as
‘body-subjects’. For him, there is no such thing as we
(people) on the one hand and the object on the other;
the body is a medium of exchange between the ‘self’
and the ‘other’. Merleau-Ponty therefore places great
stress on the physicality of perception. In the authentic
experience, body and mind are inextricably interwoven.
In his contribution to this publication, Dirk de Bruyn
writes about the pain of a body that is torn from its
familiar environment and how that remains inscribed
on the body.These emotions will not be experienced as
strongly or painfully by all, but they are always deeply
embedded.The installation-environment The Unwanted
Land aims to address this body-subject.The visitor
will not only be set in motion, but will be asked to
forge a relationship with the world, effected by his
or her direct encounter with what takes place in the
constructed environment.This openness is essential
in order to undergo an authentic, direct experience.
Observation is an activity that must be acknowledged
and which involves the entire body.This presupposes
a subject that is conscious of this activity. It concerns
the identification of the essence of phenomena – in
this case the meaning of relocation, attachment and
alienation – and for this the body, the consciousness
of an embodied experience, is of importance.
After a quick sprint around David Bade’s track, a
meditation in Renée Ridgway’s therapy rooms, a trip
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
09:59
Pagina 14
weggehaald en de manier waarop dat blijvend in het
lichaam is ingeschreven. De emotie zal niet bij iedereen zo sterk of pijnlijk zijn, maar diep verankerd is zij
altijd wel. De installatie-environment The Unwanted
Land beoogt dit lichaam-subject aan te spreken. De
bezoeker zal zich niet alleen verplaatsen, hij of zij
wordt gevraagd om een verhoudingswijze tot de
wereld, bewerkstelligd door de directe ontmoeting
met wat er zich in de geconstrueerde environment
allemaal voordoet. Deze openstelling is van belang
om tot een oorspronkelijke, onmiddellijke ervaring te
komen. Het aanschouwen is een activiteit die onderkend moet worden en waarvoor het hele lichaam
wordt ingezet. Dit veronderstelt een subject dat zich
hiervan bewust is. Het gaat om een wezensschouw van
de dingen – in dit geval wat verplaatsing, gehechtheid
en vervreemding betekent – en hiervoor is het lichaam,
het besef van een belichaamde ervaring, van belang.
Na een sprintje op de renbaan van David Bade,
een mijmering in de therapeutische ruimtes van Renée
Ridgway, mee op reis met Sonja van Kerkhoff, doordringen in de geluids- en video-installatie van Dirk
de Bruyn (bepaald door wat in een koffer meekan),
het luisteren naar de fluisterpalen van Rudi Struik
en het figureren op de filmset van Tiong Ang, zal de
bezoeker zeker zijn of haar lichaam voelen en zullen
herinneringen en ervaringen geprikkeld zijn. De
bezoekers voeren als het ware de installaties uit, hun
activiteit wordt aangewakkerd, ook al betekent dat
in enkele gevallen zich overgeven aan rust en contemplatie. De verhalen die The Unwanted Land genereert
– in beleving, op schrift gesteld of aan elkaar verteld
aan de verhalentafel – zijn veelkleurig als een bonte
lappendeken, maar ieder vlakje is aan alle kanten wel
met de andere verbonden.
with Sonja van Kerkhoff, being immersed in Dirk de
Bruyn’s sound and video installation (dictated by
what could fit in a suitcase), listening to Rudi Struik’s
whispering recordings and performing in Tiong Ang’s
film set, the visitor will certainly be conscious of his
or her body, and memories and experiences will be
evoked.The visitors carry out the installations, as it
were.They are stimulated to activity, even if in some
cases that means surrendering themselves to rest and
contemplation.The stories generated by The Unwanted
Land – in experiences, in writing or told to one another
at the story table – are as variegated as a patchwork
quilt, but each patch adjoins another on each side.
Literatuur / Literature
Sara Ahmed, ‘Uit en thuis. Verhalen over migratie en
vervreemding’./‘Home and Away. Narratives of Migration
and Estrangement’. In: 6(0) Ways … Artistic Practice in
Culturally Diverse Times. Eds. Lilet Breddels, Lex ter Braak,
Steven van Teeseling. Rotterdam: NAi Publishers/
Amsterdam: Fonds BKVB, 2010, pp. 112-123 (Een bewerking van deze tekst was eerder gepubliceerd in/A version of
this text was previously published in International Journal
of Cultural Studies, vol. 2, no. 3, pp. 329-247).
Rosalind E. Krauss, ‘Sculpture in the Expanded Field’ in October,
vol. 8. (Spring 1979), pp. 30-44. Reprinted in: Rosalind E.
Krauss, The Originality of the Avant-Garde and Other Modernist
Myths. Cambridge (Mass.) MIT Press, 1991 (1985),
pp. 276-290.
Maurice Merleau-Ponty, Phenomenology of Perception. London/
New York: Routledge 2006 (oorspr. Phénomènologie de la
perception, Paris 1945)
Anja Novak, Ruimte voor beleving. Installatiekunst en toeschouwerschap. Doctoral dissertation, Leiden University 2010.
John Onians (ed.), Atlas of World Art. London: Laurence King
2004.
Simon Sheikh, Lecture, 1st Former West Congress, Utrecht
7 November 2009.
14
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
09:59
Pagina 15
Column Lloyd Haft
Home is where I'm changing / Waar ik verander, ben ik thuis
Ik moet echt even goed erover nadenken, wil ik
kunnen zeggen wat ‘migratie’ voor mij persoonlijk
heeft betekend. Mijn leven heeft de nodige déplacements gekend: ik verliet op mijn eenentwintigste mijn
geboorteland Amerika en ging eigenlijk nooit meer
terug, vestigde mij helemaal in Europa en veranderde
zelfs van staatsburgerschap, maar heb in de afgelopen
elf jaren steeds meer tijd doorgebracht in Taiwan,
waar ik waarschijnlijk ook op mijn oude dag zal willen
blijven wonen…
Spectaculaire ‘zetten’ inderdaad, maar ik heb er
dan ook meer dan veertig jaar over gedaan, en in die
tijd heeft het begrip ‘migratie’ een totaal andere maatschappelijke en demografische betekenis gekregen.
Toen ik in 1968 voor het eerst naar Europa kwam,
waren staatsgrenzen nog granieten realiteiten, zo
leek het, die ook tot de meest permanent bepalende
elementen in iemands leven behoorden. Er waren toen
al op economisch en militair gebied wel enige samenwerkingsverbanden tussen een aantal west-Europese
landen, maar toen had nog niemand een gemeenschappelijke munteenheid kunnen voorspellen, laat staan
de grootschalige immigratie die inmiddels ervoor
heeft gezorgd dat je niet meer ervan kunt uitgaan dat
een ‘Europeaan’ toch zeker ‘blanke christelijke’ voorouders heeft gehad, en al evenmin de interne volksverhuizingen die de bureaucratieën van allerlei landen
hebben genoopt om met hun eigen inwoners in het
Engels te communiceren.
Ook in mijn persoonlijk leven zijn de begrippen
verschoven; ik raak hoe langer hoe meer onder de
indruk van wat de voortschrijdende tijd op zich al in
iemands leven bewerkstelligt, helemaal afgezien van
specifiek wáár die tijd wordt doorgebracht. Zijn de
veranderingen die schijnbaar door de aanpassing aan
een nieuwe omgeving kwamen, echt grondiger of
beslissender dan de veranderingen die het verloop van
de tijd sowieso in iemands leven veroorzaakt? Heb
ik als 63-jarige gepensioneerde misschien wel meer
gemeen met leeftijdsgenoten in welk land ook, dan
met heel veel jongere ‘landgenoten’?
In mijn studententijd was het nog iets dramatisch,
iets ongewoons om je permanent in een ander land te
15
I really have to think hard to figure out what the term
‘migration’ might mean to me personally. My life has
indeed seen some pretty spectacular déplacements:
leaving my native USA for Holland at the age of
twenty-one and never really going back, settling in
Europe to the point of changing my citizenship but
then, for the past eleven years, spending increasing
periods in Taiwan, where I may well decide to spend
my old age.
But although I have made all these moves, I have
taken more than forty years to make them, and in
that time the demographic prominence and social
perception of ‘migration’ have changed beyond all
recognition. When I first came to Europe in 1968,
national boundaries seemed more like defining
realities than they do now.Though there were military
and trade links among a few Western European
countries, I doubt anyone in those days seriously foresaw a common unit of currency, the vast immigration
that has made it impossible to go on assuming that
a ‘European’ is of ‘white Christian’ ancestry, or the
internal mobility that has become so extensive that
nowadays the various national bureaucracies are
forced to use English to communicate with their
own citizenry.
In my personal life, too, I have come to have more
and more respect for the effects that time itself,
wherever spent, has on a person’s life. Are the changes
caused by the necessity of adapting to a new environment really any more fundamental than those in
lifestyle or attitude that the passage of time would
have wrought even without any geographical change
of scene? Do I, as a 63-year-old retired person, have
more in common with my fellow ‘seniors’ all over the
world than with much younger citizens of my ‘own’
country?
When I was a young student, taking up long-term
residence in another country was still a dramatic
and unusual thing. Migration was typically driven
by hard necessity: the goals were the obvious and
objective ones of economic opportunity and civic
freedom, perhaps even sheer physical survival.
My own case was atypical. I could easily have
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
09:59
Pagina 16
gaan vestigen. Je emigreerde uit noodzaak en je
primaire doelen waren objectief: geld en/of vrijheid,
misschien zelfs de loutere fysieke overleving.
Ik was wat dat betreft een uitzonderlijk geval.
Ik had makkelijk in mijn eigen land kunnen blijven
– ware het niet voor het Nederlandse meisje in wie
ik geïnteresseerd was, de Oud-Chinese filosofie die ik
aan een Nederlandse universiteit, gesticht in 1575,
wilde gaan studeren…Met andere woorden, ook
ik zocht naar rijkdommen en vrijheid, maar dan
in persoonlijke, subjectieve zin. De doelen die ik
nastreefde, zouden veel landgenoten hopeloos
romantisch en onpraktisch hebben gevonden.
Volgens mij heeft deze houding – je leven willen
funderen op innerlijke realiteiten en particuliere
zingevingen die al dan niet zichtbaar vruchtdragend
zullen zijn –veel te maken met wat voor mij de kern
van het ‘Europese’ uitmaakt. Ik geloof dat zelfs in
het Europa van nu, deze levenshouding nog meer dan
elders door individuen gekoesterd en door de maatschappij bevorderd wordt.
Ik kwam de Nederlandse samenleving binnen
via, alweer, een uitzonderlijke sector, waarin een
luxueuze, romantische levensstijl heerste. Ik was
student onder de studenten, in de jaren toen studenten
nog niet zonder meer hun studie als een opleiding
tot geldverdienen beschouwden. Je kon nog serieus
worden genomen als je stelde dat onderwijs als
zodanig een groot goed was dat de samenleving in
stand diende te houden: een onvervangbare voorwaarde tot de humanistische ‘bewustwording’ of
‘groei’ die voor ons gevoel bij het volwaardige menszijn hoorde.
Europeanen vroegen mij weleens waarom ik mij in
de Oude Wereld had neergelaten en geen aanstalten
maakte om terug te keren naar de VS, waar in hun
eigen woorden ‘the sky is the limit’. Ik antwoordde
dat ik in Holland een plek had gevonden waar, in
tegenstelling tot mijn geboorteland, ik mij niet verplicht hoefde te voelen om ‘the sky’ te willen halen,
en mij niet hoefde te schamen omdat ik in materieel
opzicht niet bijzonder ambitieus was.
In het toenmalige Nederlandse studentenmilieu
werden bepaalde cultuuruitingen speciaal bewonderd:
in de literatuur het Symbolisme, in schilderkunst of
muziek het Impressionisme. Deze beide richtingen
wilden ons, in de woorden van de dichter en vertaler
16
stayed in my native country, had it not been for the
Dutch girl I was pursuing and the ancient Chinese
philosophy I wanted to study at a Dutch university,
founded in 1575. In other words, the riches and freedom I sought were personal, subjective, imaginative.
I was motivated by goals that to many would have
seemed irresponsibly romantic and intangible.
This attitude – seeking to root one’s life in inner
realities and private meanings that need not ‘produce
results’ in the realm of fact – is close to the essence
of what I, personally, have always understood by
Europeanness. I believe that, even now, in Europe
this particular quality is consciously cultivated by
individuals and facilitated by society to an unusual
degree.
My entry into Dutch society was by way of an
(again) atypical segment of the population, which
was living a life of romantic (or again, ‘irresponsible’)
luxury and permissiveness. I was a student among
students, at a time when students did not necessarily
regard their education primarily as a practical
preparation for earning money later on. In those
days one could still get a hearing for the idea that
education should be valued on its own terms and
should be protected and promoted by society: an
irreplaceable component of the humanistic ‘inner
development’ or ‘growth’, which we believed should
be an individual’s birthright.
Europeans sometimes asked me why I had chosen
to settle down in the Old World rather than going back
to the U.S. where, in their own words, ‘the sky’s the
limit’. My answer was that, in Holland, I had found a
place where, in contrast to my homeland, I did not feel
obliged to ‘try for the sky’, did not feel there was anything shameful about my relative lack of materialist
ambition.
In the Dutch student milieu I moved in, the
admired forms of culture ran to Symbolism in
literature and Impressionism in art. Both of these,
in Arthur Symons’ words, strove to break through,
‘the old bondage of the external’. What we valued
most were not the supposed solidities of socially
defined reality, but individual perceptions in a world
of flux. Not surprisingly, the philosophy we admired
most was Existentialism, that great twentieth-century
variant of Romanticism, which argued against
acceptance of society’s prescriptive definitions of
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
09:59
Pagina 17
Arthur Symons, bevrijden van ‘de oude slavernij aan
het uitwendige’. Wij waardeerden niet de vermeende
vastigheden die in het maatschappelijke discours om
ons heen werden geacht te bestaan, maar veeleer de
individuele ervaring van een altijd stromende, dus ook
altijd veranderende wereld. Het sprak vanzelf dat wij
onder de filosofische stromingen het meest voelden
voor het Existentialisme, die grote twintigste-eeuwse
aftakking van de Romantiek, die waarschuwde tegen
aanvaarding van de identiteitsbegrippen die de maatschappij ons probeerde voor te schrijven. Volgens deze
denkwijze was vooral belangrijk niet waar je leefde,
maar hoe. En er waren geen vastigheden: leven was
veranderen.
Dit alles maakte misschien oppervlakkig wel een
‘typisch Europese’ indruk, maar het was in feite niet
meer dan de nieuwste verschijningsvorm van wat altijd
al een van de fundamenten van mijn persoonlijkheid
was geweest (en is gebleven): een sterke behoefte om
mij vrij te voelen van maatschappelijke conventies en
van het alom heersende maatschappelijke discours.
Juist omdat ik een ‘buitenstaander’ was, voelde ik mij
misschien als student in het Leiden van de late jaren
zestig nog vrijer, nog meer thuis, en meer ‘mijzelf’,
dan ik in menig milieu binnen mijn ‘eigen’ land had
kunnen voelen. Alleen al het feit dat ik in Holland de
plaatselijke taal niet volkomen beheerste, gaf mij het
gevoel dat ik ontsnapt was aan het dwangbuis van het
maatschappelijke discours waarbinnen ik was grootgebracht. (Tegenwoordig heb ik in Taiwan, waar de
mogelijkheid om ooit nog de plaatselijke taal op
niveau te zullen kunnen meespreken nog onbereikbaarder lijkt, zo mogelijk nog sterker dat gevoel.)
Hoe dan ook, zelfs binnen de grenzen van mijn
geboorteland had ik al veranderingen van milieu
ondergaan die al bijna op ‘migratie’ leken. Op mijn
achtste verhuisde ik van Wisconsin naar het zuidelijke
Louisiana... in staatkundige zin geen ‘migratie’,
maar het had evenzogoed een ander land kunnen zijn,
met een totaal andere levenscultuur, een bevolking
waar een derde van zwart was (temidden van allerlei
vormen van apartheid in het openbare leven), en een
specifieke kijk op de Amerikaanse geschiedenis waarin
mensen die het Engels zo uitspraken als ik nog automatisch werden ingedeeld bij de gehate Noordelingen
die in de Amerikaanse Burgeroorlog van 1860-1865
het Zuiden hadden verslagen en bezet.
17
our identity. From this perspective, what mattered
was not where one lived but how. And there were no
fixities: life itself was change.
All this might have seemed specifically ‘European’,
but it was actually just another manifestation of what
had always been, and has remained, one of the main
pillars of my personality: a strong need for freedom
from social convention and social definition. Perhaps
exactly because I was an ‘outlander’, I felt freer, more
at home and more ‘myself’ as a graduate student in the
Leiden of the late 1960s than I could have felt in many
environments in my home country.The very fact that,
in Holland, I was living in a country whose language I
did not speak perfectly helped me to feel I had successfully escaped from the straitjacket of the linguistic and
social discourse I had been brought up in. Nowadays in
Taiwan, where the goal of learning the local language
even adequately seems ever-more elusive, I have that
feeling to a superlative degree.
In any case, even within the boundaries of my
supposed ‘native land’, I had already experienced
changes of milieu so extreme as to seem almost like
‘migration’. At the age of eight I had moved from my
native Wisconsin to the Southern state of Louisiana.
Though this was not ‘migration’ in a political sense,
to me Louisiana might just as well have been a foreign
country, with a dramatically different style and pace
of life, a population that was one third ‘non-white’
(and, in those days, apartheid operated at many
levels of public life), and an anachronistic regional
view of American history such that people who
pronounced English the way I did were still automatically identified with the hated Northerners who
had conquered and overrun the South in the American
Civil War of the 1860s.
The later transatlantic move to Holland was
literally ‘migration’, yet my new environment seemed
strangely familiar because it reminded me so much
of the town in Wisconsin where I had lived as a child,
whose population was rooted mainly in immigration
from Germany and the Netherlands. Even the
language reminded me of the German I had heard
every day while living in my grandmother’s house.
I had resources of memory and imagination that
enabled me to redefine an objective change as a
reaffirmation of inner changelessness.
Not everybody has those resources. Not everybody
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
09:59
Pagina 18
De latere transatlantische verhuizing naar Nederland
was wel ‘emigratie’, maar de nieuwe omgeving voelde
meteen op eigenaardige wijze vertrouwd aan omdat
het me allemaal erg deed denken aan de streek in
Amerika waar ik als heel klein jongetje gewoond had,
die hoofdzakelijk bevolkt was door Duitse en Nederlandse immigranten. Zelfs de taal deed mij denken aan
de taal (Duits) die ik in het huis van mijn oma nog om
mij heen had gehoord. Ik beschikte dus over herinnerings- en verbeeldingsmogelijkheden die mij in staat
stelden om een objectieve verandering te herdefiniëren
als herbevestiging van een innerlijke onveranderlijkheid.
Niet iedereen beschikt over die mogelijkheden.
Niet iedereen weet dat de slagbomen, de grenzen, de
namen niet de hoofdzaak zijn. Dat migratie niet meer
is dan een wat opvallender geval van wat iedereen
toch al doet – namelijk, doorgaan met het veranderen
dat leven is!
18
knows that the barriers, the boundaries and the
names don’t really mean much, and that migration
is just a special case of what everybody always does
anyway – namely, to go on with the changing that
living is.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
09:59
Pagina 19
David Bade
Curaçao › Nederland / The Netherlands
100444_p001_128:Opmaak 1
20
06-09-2010
09:59
Pagina 20
100444_p001_128:Opmaak 1
21
06-09-2010
10:00
Pagina 21
100444_p001_128:Opmaak 1
22
06-09-2010
10:00
Pagina 22
100444_p001_128:Opmaak 1
23
06-09-2010
10:00
Pagina 23
100444_p001_128:Opmaak 1
24
06-09-2010
10:00
Pagina 24
100444_p001_128:Opmaak 1
25
06-09-2010
10:00
Pagina 25
100444_p001_128:Opmaak 1
26
06-09-2010
10:00
Pagina 26
100444_p001_128:Opmaak 1
27
06-09-2010
10:00
Pagina 27
100444_p001_128:Opmaak 1
28
06-09-2010
10:00
Pagina 28
100444_p001_128:Opmaak 1
29
06-09-2010
10:00
Pagina 29
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 30
Bij je geboorte ben je in het beste geval ‘wanted’,
maar vanaf daar gaat een ieder ‘migreren’ en volgt
een doorlopende controverse met de ‘unwanted’; een
situatie, een context, een gevoel van weerstand en
angst…iets dat we niet willen, niet wensbaar achten.
Er valt op te merken dat in allerlei vormen en
betekenissen de ‘unwanted’ voeding en inspiratie
geeft aan mijn werk. Kritisch engagement, ‘vinger
op de zere plek’, ‘zout in de wonden strooien’, verantwoordelijkheid nemen…allerlei credo’s die van
toepassing zijn en uitnodigen tot verbeelding en tot
actie. Het is soms ook wel gemakkelijk om vanuit het
altoos meer indrukwekkende negatieve (‘unwanted’)
te reageren. In onze westerse maatschappij, waar
alles aan materialistische ‘wanted’ binnen bereik is,
blijkt de ‘wanted’ decadente trekjes aan te nemen, hetgeen ik weer als ‘unwanted’ ervaar en de verbeelding
prikkelt te ageren. In niet-westerse culturen waar de
mens dichter op de natuur leeft, waar men het niet als
vanzelfsprekend ervaart dat er water uit de kraan
stroomt, onze buurt veilig zal blijven en de energievoorzieningen niet wezenlijk verstoord zullen raken,
is de verhouding ‘wanted-unwanted’ anders, een stuk
basaler: er wordt gezaaid, geoogst, gejaagd. Het ritme
van de natuur beheerst nog duidelijk het leven en de
grootste ‘unwanted’ is een natuurramp. De ‘wanted’ is
een tamelijk passieve verwachting van hopen op regen
(die zon gaat toch wel op en onder). Er lijkt een leven
te zijn van andere dromen en dat het niet wezenlijk
anders zal worden. In de westerse wereld is het eigenlijk niet veel anders maar er is de totale illusionistische
afleiding en onrustige ruis van de materie die veranderingen prediken van meer, beter, sneller en efficiënter
en de ‘wanted’ koppelen aan bevrijdende ‘hoop’. Hoop
doet leven en idealen en veranderingen zijn snel
beloofd. Maar het verlangen naar de ‘wanted’ aanwakkeren, het invoelbaar maken, daarvoor is verbeeldingskracht nodig. En die kan soms heel simpel werken,
want een mens laat zich graag om de tuin leiden, zeker
als die groener wordt voorgesteld dan de zijne. De
geschiedenis loopt over van de voorbeelden waarbij
potentieel ‘unwanted’ dingen/situaties/mensen in een
in een ‘wanted’ daglicht worden gesteld door het
creëren van een helder en hoopgevend beeld. Religie
en politiek doen dat in extremo, maar zo las ik bijvoorbeeld ook dat de naam van het land ‘Groenland’
bedacht werd door haar ontdekker Eric de Rode (981)
30
At your birth you are, in the best case, ‘wanted’, but
from that moment on everyone ‘migrates’ and there
follows a continuous argument with the ‘unwanted’:
a situation, a context, a feeling of resistance and fear,
something we do not want and consider undesirable.
My work is nourished and inspired by the
‘unwanted’ in all its forms and meanings. Critical
engagement, touching a raw nerve, rubbing salt in the
wounds, taking responsibility: these are all mottos
that are applicable and which invite imagination
and action. Somestimes it’s easy to respond to an
ever more imposing negativism (‘unwanted’). In our
Western society, where all our material ‘wants’ are
within reach, the ‘wanted’ seems to take on decadent
traits which I, in turn, experience as ‘unwanted’ and
which stimulates my imagination to agitate. In nonWestern cultures – where people live closer to nature,
where it is not self-evident that water flows from a tap,
your neighbourhood will remain safe, and the energy
supplies won’t be severely disrupted – the relationship
between ‘wanted’ and ‘unwanted’ is different, rather
more fundamental: they sow, reap and hunt. Life is
still clearly governed by nature’s rhythms and the
greatest ‘unwanted’ is a natural disaster.The ‘wanted’
is expressed in a fairly passive expectation of hoping
for rain (the sun rises and sets anyway). Life seems to
consist of other dreams and the expectation that, in
essence, nothing will every change. In the Western
world things are actually not so different except for
the totally illusory distraction and restless noise of
commodities, which preach about change – more,
better, faster and more efficient – and couple the
‘wanted’ to a liberating ‘hope’. Hope springs eternal
and ideals and changes are easily promised. But
fuelling demand for the ‘wanted’ – making it emphatic
– requires the power of imagination. And sometimes
that is simple enough because people like to be led
up the garden path, certainly if they are led to believe
that the grass is greener on the other side. History
is overflowing with examples in which potentially
‘unwanted’ things/ situations/people are cast in a
‘wanted’ light by the creation of a bright and promising
image. Religion and politics take that to the extreme,
but I also recently read that the name Greenland was
invented by its discoverer Erik the Red (981) to make
the cold wasteland more attractive to settlers. Where
it is green there is grass and thus agriculture and
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 31
om het koude land wat aantrekkelijker te maken voor
kolonisten. Waar groen is, is gras en dus landbouw
en voorspoed, moet hij gedacht hebben (en zowaar
is groen bij ons nog steeds hoopgevend hip en duurzaam!). Zo werd Groenland een land om naar te
verlangen en koppel ik ‘wanted’ kort door de bocht aan
iets positiefs , hoop op verandering met de toekomst
en/of het verleden als referentie en altijd afzetten
tegen haar pendant, de ‘unwanted’.
Zo blijkt de ‘wanted’ ook veel verbeeldingskracht
op te roepen, als je haar koppelt aan dromen, verlangen en grote worsten voorhouden, die ons doen
bewegen. Echter, wanneer je als kunstenaar werk
maakt dat ‘wanted’ is, of daarin tracht te voorzien,
dan zal het niet veel meer behelzen dan de decoratieve
of quasi intellectuele bevestiging van de geaccepteerde
smaak. Handige virtuositeit, hapsnap effectbejag
met een ongevaarlijke vorm en inhoud.
Verder associërend, diepgravend en schoffelend
aan de oppervlakte, ‘wanted/gewild of unwanted/
ongewild’, beland ik weer bij mezelf, in de beeldsequentie en in hetgeen ik zal bijdragen aan de totaalinstallatie in het museum. Daar zal ik verder vele
kanten uitwaaieren binnen het associatie-verbeeldingsnetwerk. Gewild of niet gewild, rootspoeperij of
navelstaarderij, kunst of geen kunst, ben ik net als een
ieder uiteindelijk weer op mezelf aangewezen en kan
ik kort en krachtig concluderen – en daarmee beweer
ik niets nieuws – dat naast alle mogelijke zinnige,
hoopgevende, triviale en zwaarwichtige vormen en
inhouden van ‘(un)wanted’, die gelukkigerwijs toch
een vorm van houvast en noodzakelijke stimulans
vormen om tenminste te hopen, te handelen en de
verbeelding de vrije loop te laten, de DOOD de uiterste
‘unwanted’ is, of de meest definitieve vorm van
migratie.
31
prosperity, he must have thought (and indeed green
remains a promising, trendy and sustainable term
today). And so Greenland became a country to long
for. And I link ‘wanted’ to positive things, hope and
change, with the future and/or the past as a reference
and always set it against its pendant: the ‘unwanted’.
And so the ‘wanted’ seems to speak to the imagination, if you link it to dreams, desires and incentives
that spur us to action. However, when an artist makes
a work that is ‘wanted’, or attempts to anticipate what
is ‘wanted’, it will be little more than the decorative or
pseudo-intellectual confirmation of accepted taste:
artful virtuosity, a random bag of effects, tame in
form and content.
This sequence of profound and superficial associations about the ‘wanted’ and the ‘unwanted’ brings
me back to myself and what I shall contribute to the
total installation in the museum, where I shall explore
many more aspects of the network of imaginative
associations. Wanted or unwanted, roots diarrhoea
or navel-gazing, art or no art, just like everyone else
I eventually come back to my own thoughts and, in
short, I can conclude – and in this I assert nothing
new – that in addition to all possible sensible,
promising, trivial and weighty forms and meanings
of ‘(un)wanted’, which fortunately still give us something to hold on to and provide a stimulus to hope,
to take action and to give the imagination free rein,
DEATH is the ultimate ‘unwanted’ or the most
definitive form of migration.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 32
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 33
Marlou Schrover
Sinterklaas, de kerstboom en
vijf eeuwen migratie / St Nicholas,
the Christmas tree and five
centuries of migration
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 34
In alle tijden zijn mensen op zoek gegaan naar een
beter bestaan of naar avontuur, zijn ze gemigreerd om
hun vege lijf te redden of om zich te voegen bij familie.
Het antwoord op de vraag waarom mensen migreren,
is niet bijzonder verrassend: omdat zij dat willen,
kunnen of moeten. Hedendaagse politieke en publieke
debatten gaan over de vraag of migratie goed of slecht
is, en of de gevolgen van migratie positief of negatief
zijn. Migratie hoort echter net zo bij het leven als
geboorte, huwelijk of dood, en in dat licht zijn dit
vreemde vragen. Dat laat onverlet dat ze ook in het
verleden veelvuldig werden gesteld. Bezien we in vogelvlucht de migratie in de laatste vijfhonderd jaar dan
worden patronen zichtbaar in migratie en in de reacties daarop.
Voor de gehele migratiegeschiedenis vanaf 1550,
toen Nederland zijn huidige vorm begon te krijgen,
geldt dat nooit alle vreemdelingen welkom waren.
Altijd werd er door de stad, de kerk of de staat
gevreesd voor de komst van armlastige vreemdelingen,
die aanspraak zouden maken op steun of onderstand.
De angst voor de komst van armlastigen, voor revolutionairen of onruststokers, en voor mensen met een
ander dan het dominante geloof kent een grote continuïteit en die angst werd vaak gecombineerd met
angst voor verandering van de Nederlandse samenleving.
Migranten zelf waren ook in een ver verleden bang
dat ze hun cultuur zouden verliezen en ze richtten verenigingen op in een poging een stukje thuis vast te houden in een land ver van huis. De mensen, die woonden
in de landen waar de nieuwkomers zich vestigden,
waren bang dat hun cultuur door de komst van
migranten zou veranderen. Cultuur verandert echter
voortdurend. De Nederlandse samenleving van dit
moment ziet er heel anders uit dan bijvoorbeeld die in
de jaren 1950. Veranderingen zijn het gevolg van welvaartsstijging, bevolkingsgroei en technologische veranderingen. Reizen en transport werden gemakkelijker en goedkoper in de afgelopen halve eeuw en communicatie intensiever en eenvoudiger. Slechts een heel
klein deel van de ingrijpende cultuurverandering is toe
te schrijven aan de komst van migranten, maar opvallend genoeg wordt juist de invloed van migranten
gevreesd. Opvallend is ook dat wanneer het gaat om de
veranderingen door de komst van migranten, er wordt
uitgegaan van een statische en homogene Nederlandse
34
In all periods people have gone in search of adventure
or a better existence.They have migrated to save
their lives or to join family members.The answer to
the question why people migrate is not especially
surprising: it is because they want to, can or must.
Contemporary political and public debate focuses
on whether migration is good or bad, and whether
the consequences of migration are positive or
negative. However, migration is as much a part of life
as birth, marriage and death, and seen in this light
such questions are rather strange. Nonetheless, these
questions were also posed in the past. If we take a
bird’s-eye view of migration over the past five hundred
years we will recognise patterns in migration and in
the responses to it.
In the entire history of migration since 1550, when
the Netherlands began to assume its present form, it is
the case that not all foreigners were welcome. At all
times the city council, the Church or the State feared
the arrival of poverty-stricken foreigners who were
likely to become a civic burden.There has been great
continuity in this fear of the destitute, revolutionaries
or agitators and of people with beliefs that deviate
from the dominant faith, and this has often gone hand
in hand with a fear of changes in Dutch society.
In the past, immigrants were also fearful of losing
their cultural identity and therefore established associations in an attempt to cling to a little piece of home
in a country far away. People living in countries where
newcomers settled were afraid that immigrants would
change their culture. But cultures change constantly.
Dutch society has changed greatly since the 1950s.
These changes are the result of increased prosperity,
population growth and technological developments.
Over the past fifty years travel has become easier
and cheaper and communication has become simpler
and more intensive. Only a very small fraction of
fundamental cultural changes can be attributed to
immigrants, yet, remarkably enough, it is precisely
these changes that are most feared. It is also noteworthy that when people speak of changes brought
about by immigrants, they do so on the basis of a
society that is perceived as static and homogeneous,
whereas in reality Dutch society displays a high degree
of variety depending on social class, faith and region.
Attempts to define the characteristics of Dutch society
invariably lead to endless debate and little consensus.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 35
samenleving, terwijl er in werkelijkheid grote verschillen zijn naar klasse, geloof en regio. Pogingen om te
definiëren wat de Nederlandse samenleving kenmerkt,
leiden steevast tot eindeloze debatten en weinig eensgezindheid.
Altijd werd er in de afgelopen vijfhonderd jaar
gevreesd dat nieuwkomers concurrenten zouden zijn
op de woningmarkt, de huwelijksmarkt of de arbeidsmarkt. De angst bestond dat nieuwkomers de betere
baantjes zouden inpikken, woningen of de leukere
meisjes (en veel minder vaak de leukere jongens).
Nieuwkomers hadden in het verleden nooit onmiddellijk dezelfde rechten als gevestigden. Ze moesten in
alle gevallen die rechten verwerven, meestal tegen
betaling en kregen de rechten in ieder geval pas nadat
ze enige tijd ergens gewoond hadden. Voor vluchtelingen waren de mogelijkheden soms groter, vooral wanneer er werd gedacht dat ze een nut hadden voor hun
nieuwe land omdat ze contacten, geld, of vaardigheden
meebrachten of omdat dat er werd gehoopt dat ze een
politiek of religieus belang konden dienen.
In het hedendaagse debat wordt met enige regelmaat gezegd dat Nederland vol is. Of dat zo is, hangt
af waarmee wordt vergeleken. Nederland telt niet
meer inwoners dan tal van grote wereldsteden, maar is
wel vele malen groter dan die steden. Klachten over
een vol Nederland waren er ook al een halve eeuw
geleden, toen de bevolking slechts tien miljoen mensen
telde. Het percentage vreemdelingen in grote
Nederlandse steden was in het verleden soms even
groot als nu. In 1650 was 8 procent van de
Nederlandse bevolking vreemdeling. Het percentage
daalde naar 2 procent in 1900 en kwam in de laatste
decennia weer terug op het niveau van 1650. Nu is het
percentage 10 procent. Het idee dat het percentage nu
hoger is, wordt gevoed door een verschuiving van definitie. In het huidige debat worden niet alleen mensen,
die in het buitenland zijn geboren, als migranten aangeduid, maar ook hun kinderen en kleinkinderen, die
tweede of derde generatie migrant worden genoemd
ofschoon ze zelf nooit gemigreerd zijn.
De Republiek: relatieve tolerantie, kritiek en
Nederlandse vluchtelingen
In de tijd van de Republiek (1550-1800) was
Nederland een welvarend en verstedelijkt land. Dat
had gevolgen voor de aard van de migratie. In de tal35
A common feature of the fear of newcomers over
the past five hundred years has been that they would
compete for spouses, jobs and housing. It was feared
they would take the better jobs and houses or the
prettiest girls (and, less frequently, the most handsome boys). But in the past, newcomers never had
immediate access to the same rights as natives. In all
cases they had to earn such rights, usually through
payment, and they only assumed these rights once
they had lived somewhere for a certain period of
time. Refugees sometimes had greater opportunities,
especially if it was believed that they could be of use
to their new country because they brought with them
contacts, money or skills or because it was hoped
they could provide a political or religious service.
In the current debate we frequently hear that
the Netherlands is full. Whether this is indeed true
depends on what we compare the Netherlands with.
The Netherlands has a smaller population (sixteen
million) than many large metropolitan centres, yet is
many times large than these cities.The same complaint was heard half a century ago when the Dutch
population numbered only ten million. In some cases,
the percentage of foreigners in large Dutch cities
was just as great in the past as it is today. In 1650
foreigners made up eight per cent of the Dutch population. This figure had fallen to two per cent in 1900 and
only reached the level of 1650 again within the past
few decades. Now the figure is ten per cent.The idea
that the percentage is higher derives from a shift in
the definition of immigrants. In the current debate it
is not only those born abroad who are considered
immigrants, but also their children and grandchildren,
who are referred to as second- or third-generation
immigrants despite the fact they have never migrated.
The Republic: relative tolerance, criticism
and Dutch refugees
During the period of the Republic (1550-1800) the
Netherlands was a prosperous and urbanised country.
This had consequences for the nature of migration. In
the many Dutch cities the death rate was high due to
the poor living conditions. Immigration was necessary
to keep the size of the population stable. In addition,
in contrast to many other countries, the Republic
operated a policy of relative religious tolerance.This
mainly attracted Protestant refugees, who were given
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 36
rijke Nederlandse steden was de sterfte groot omdat
de leefomstandigheden er slecht waren. Immigratie
was nodig om de bevolking op peil te houden. De
Republiek kende bovendien, in tegenstelling tot tal van
andere landen, een relatieve religieuze tolerantie. Dat
trok vooral protestantse vluchtelingen aan, die een
gastvrij onthaal kregen omdat werd gehoopt dat ze het
nieuwe protestantse karakter de Nederlandse samenleving konden versterken.Tussen 1572 en 1830
vluchtten er 100.000 tot 150.000 mensen uit de
Zuidelijke Nederlanden (nu merendeels België) naar
de Republiek, die toen twee miljoen inwoners telde. De
vluchtelingen waren niet alleen welkom als geloofsgenoten, maar ook omdat gedacht werd dat ze rijk
waren en belangrijke handelscontacten hadden.
De afwijkende leefgewoonten en kledingwijze van
de zuiderlingen wekten verzet onder de noordelingen.
Nederlandse predikanten trokken van leer tegen de
‘hoovaerdije’ en de ‘uiterlijke oppronckinge’ van de
Zuid-Nederlanders, en Bredero schreef zijn (later
bekend geworden) toneelstuk over het vreemde gedrag
van de ‘Spaanse Brabander’. De vluchtelingen uit het
zuiden, waaronder fanatieke calvinisten, stoorden zich
aan de relatieve tolerantie en godsdienstvrijheid in het
noorden. Zij waren fel en streng in de leer en probeerden hun overtuiging door te drukken. Zij drongen bijvoorbeeld aan op het afschaffen van het sinterklaasfeest, dat zij ‘paaps’ (katholiek) vonden.
Tussen 1680 en 1720 kwamen er 50.000 tot
60.000 hugenoten uit Frankrijk naar Nederland.
Steden wedijverden met elkaar in het aantrekken van
deze nieuwe vluchtelingen. De hugenoten kregen allerlei vrijstellingen en gunsten: eeuwig burgerrecht,
belastingvrijdom en vrijstelling van burgerwachtverplichtingen gedurende drie jaar, het recht een ambacht
uit te oefenen zonder lid te zijn van een gilde, en een
startkapitaal voor wie een eigen bedrijf wilde opzetten. De privileges die in een aantal steden aan de hugenoten werden verleend, wekten afgunst bij de
Nederlanders.Toen bovendien bleek dat veel hugenoten ook de economische verwachtingen die stadsbesturen van hen hadden, niet waarmaakten, werden de privileges ingetrokken en poogden bestuurders en burgers de komst van nieuwe hugenoten te ontmoedigen.
De religieuze tolerantie in de Republiek gold niet
voor alle immigranten. Amsterdam, Rotterdam en
Middelburg lieten wel joodse migranten toe, maar de
36
a warm welcome because it was hoped they would
bolster the new Protestant Dutch society. Between
1572 and 1830, some 100,000 to 150,000 people
fled from the Southern Netherlands (now mostly in
Belgium) to the Republic, which then had a population
of two million.The refugees were welcomed not only
because they shared the same faith as the new elite,
but also because it was thought that they were rich
and had important trade contacts.
The southerners’ aberrant customs and dress
aroused opposition from the northerners. Dutch
clergymen lashed out against the ‘haughtiness’ and
‘gaudiness’ of the Southern Netherlanders, and
Bredero wrote his (later well-known) play about the
behaviour of the ‘Spaansche Brabander’ (Spanish
Brabanter).The refugees from the south, among them
fanatical Calvinists, were irritated by the relative
tolerance and religious freedom in the north.They
were fierce advocates of the new religion and
attempted to impose their convictions. For example,
they suggested abolishing the Feast of St Nicholas,
which they considered ‘popish’ (Catholic).
Between 1680 and 1720, some 50-60,000 French
Huguenots fled to the Netherlands. Dutch cities competed with each other to attract these new refugees.
The Huguenots were granted a variety of dispensations
and favours: citizenship in perpetuity and exemption
from taxes and militia service for a period of three
years, the right to practice a craft without guild
membership, and venture capital for those who wished
to establish their own businesses.The privileges
bestowed upon the Huguenots in several cities aroused
envy among the Dutch. When it became clear that
many of the Huguenots did not fulfil the economic
expectations the city councils had of them, the
privileges were withdrawn and the citizenry and
councils attempted to discourage the arrival of
more Huguenots.
The religious tolerance in the Republic did not
extend to all immigrants. While Amsterdam,
Rotterdam and Middelburg admitted Jewish
immigrants, the majority of other cities did not.
Catholic immigrants too were barred admittance
to several cities for a period of time. Indeed, despite
the general level of tolerance, many Dutch people
left the country to seek greater religious freedom.
Some Catholics moved to the Southern Netherlands.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 37
meeste andere steden niet. Ook katholieke immigranten werden gedurende enige tijd door verschillende
plaatsen geweerd. Ondanks de geloofsvrijheid vertrokken er bovendien Nederlanders naar elders om meer
vrijheid van geloof te vinden. Een aantal katholieken
vertrok naar de Zuidelijke Nederlanden. In de zestiende eeuw vluchtten Nederlandse mennonieten naar
Danzig en na 1621 vertrokken Nederlandse remonstranten om geloofsredenen naar Pruisen. De
Nederlandse vluchtelingen vormden gemeenschappen
die lang – in het geval van de mennonieten zelfs eeuwenlang – vasthielden aan Nederlandse taal en
gewoontes. Aan het einde van de achttiende eeuw
vluchtten 20.000 zogenaamde patriotten om politieke
redenen uit Nederland naar de Verenigde Staten van
Amerika, het Duitse Rijk, België en Frankrijk. In
België en Frankrijk vormden ze kolonies. Niet iedereen
in deze landen was even blij met de komst van deze
vluchtelingen. De Belgen en Fransen uitten hun weerzin tegen het protestantisme van de nieuwkomers en
de vluchtelingen staken hun afkeer van het katholicisme in hun gastland niet onder stoelen of banken. In
Frankrijk werd geklaagd dat de vluchtelingen geen
werkelijke politieke motieven hadden, ze waren
armoedig en ze hadden schurft. Er werd ook geklaagd
dat de vluchtelingen zich overgave aan drankmisbruik
en messentrekkerij, ze gooiden afval uit de ramen en
maakten de lokale meisjes het hof. De Nederlandse
vluchtelingen vormden tal van genootschappen waarin
ze politieke omwentelingen in Nederland voorbereiden.
Naast vluchtelingen met politieke of religieuze
motieven waren er Nederlanders die om economische
redenen naar elders vertrokken. In kleine aantallen
gingen Nederlanders naar de koloniën en naar
Amerika. Belangrijker was de migratie naar landen
binnen Europa. In tal van steden stichtten
Nederlandse handelaren handelskolonies met hun
eigen kerken en scholen, importeerden een eigen predikant, trouwden binnen de eigen groep, lieten hun vrouwen en kinderen overkomen uit Nederland en hielden
vast aan de eigen taal en vierden samen sinterklaasavond. Ze pasten zich niet of nauwelijks aan hun
nieuwe omgeving aan.
Er waren meer mensen die naar het welvarende
Nederland toekwamen, dan er vertrokken. Migranten
waren nodig voor de grote Nederlandse vloot. Op de
37
In the sixteenth century Dutch Mennonites fled to
Danzig (now Gdansk) and after 1621 Dutch
Remonstrants moved to Prussia for religious reasons.
The Dutch refugees formed communities abroad that
retained the Dutch language and customs for many
years, or even centuries in the case of the Mennonites.
At the end of the eighteenth century, some 20,000 socalled Patriots fled to America, the German states and
what is now Belgium and France, where they formed
colonies. Not everyone in these countries was happy
with their arrival.The Belgians and French expressed
their disgust at the newcomers’ Protestantism and
the refugees did little to hide their abhorrence of
Catholicism in their host countries.The French contended that they had no real political basis as refugees
and complained that they were poor and had scabies.
There were also complaints that the refugees drank
excessively, were violent and attempted to seduce the
local women.The Dutch refugees formed numerous
cells intent upon preparing political revolution in the
Netherlands.
The Dutch people also emigrated for economic
reasons. Small numbers moved to the colonies and
to America but the migration within Europe was
more significant. In numerous cities Dutch merchants
established trading colonies with their own churches
and schools.They imported their own clergymen,
married within their own group, brought their wives
and children from the Netherlands and spoke their
own language and celebrated the Feast of St Nicholas
together.They made little or no attempt to adapt to
their new environments.
The number of people that moved to the prosperous Republic was greater than those who left.
Immigrants were needed for the large Dutch fleet.
Some 475,000 foreigners found work on the ships of
the Dutch East India Company and approximately
600,000 foreign mercenaries served in the Dutch
armies between 1600 and 1800. Many foreigners also
found work in Dutch agriculture. In total approximately 150,000 seasonal workers – almost exclusively
men, and mostly from Germany – moved to the
Netherlands between 1600 and 1800.The German
immigrants, who formed the largest section of the
total number of newcomers, attracted less attention
than those from the Southern Netherlands, the
Huguenots and Jews. Nonetheless, the Germans did
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 38
schepen van de VOC vonden 475.000 buitenlanders
werk. Buitenlanders dienden ook als huurlingen in de
Nederlandse legers (zo’n 600.000 tussen 1600 en
1800). In de Nederlandse landbouw vonden ook veel
buitenlanders werk. In totaal kwamen zo’n 150.000
seizoensarbeiders – vrijwel allemaal mannen – naar
Nederland tussen 1600 en 1800, merendeels uit
Duitsland. De Duitse migranten, die het grootste deel
van het totaal aantal migranten vormden, hebben minder aandacht getrokken dan de Zuid-Nederlanders,
hugenoten en joden. De Duitsers deden echter hetzelfde als de andere migrantengroepen; ze stichtten
hun eigen kerken, importeerden een predikant en hielden vast aan hun taal.
De negentiende eeuw: het weren van paupers, woelzieken en katholieken
Na de Franse Revolutie was Nederland nog enige
tijd relatief welvarend en bleef dus immigranten aantrekken, maar het percentage liep wel terug. VOC en
leger vielen weg als grote trekkers van immigranten.
De aard van de landbouw, die veel seizoensarbeiders
had getrokken in eerdere eeuwen, veranderde.
Nederland werd getroffen door de landbouwcrisis,
ziekte onder het vee en catastrofale aardappelziekte.
De Verenigde Staten van Amerika werden een belangrijke bestemming voor Duitse migranten, die traditioneel de grootste groep migranten in Nederland hadden
gevormd. In het midden van de negentiende eeuw vonden steeds meer Nederlanders werk in Duitsland, dat
eerder dan Nederland industrialiseerde. Nederlanders
vertrokken ook naar de Verenigde Staten, gedeeltelijk
onder leiding van dominees. De emigranten vormden
hechte kolonies, die generaties lang vasthielden aan de
Nederlandse taal, en die hun eigen kerken en scholen
stichtten. Een deel van de Nederlands emigranten – de
zogenaamde Afgescheidenen – had religieuze redenen
voor vertrek. Ze probeerden achterstelling en beperkingen in Nederland te ontlopen.
Het percentage immigranten was in Nederland
minder in de negentiende eeuw dan in eerder eeuwen,
maar de houding ten opzichte van de immigranten
bleef hetzelfde. Steeds werd gevreesd voor de komst
van immigranten die de Nederlandse samenleving tot
last zouden zijn hetzij financieel, hetzij als onruststokers. Paupers en ‘woelzieken’ moesten zoveel mogelijk
worden geweerd. Revoluties in Europa, vooral die in
38
precisely the same as the other immigrant groups:
they established their own churches, imported their
own clergymen and retained their own language.
The nineteenth century: keeping out paupers,
rabble-rousers and Catholics
For some time following the French Revolution,
the Netherlands remained relatively prosperous
and therefore continued to attract immigrants, but
the percentage diminished.The Dutch East India
Company and the army ceased to attract large
numbers of immigrants. Agricultural work, which had
attracted many seasonal workers in early centuries,
underwent significant changes.The Netherlands
was hit by an agricultural crisis, cattle disease and
a catastrophic potato blight.The USA became
an important destination for German emigrants,
which had traditionally formed the largest group of
immigrants in the Netherlands. In the mid-nineteenth
century increasing numbers of Dutch workers found
work in Germany, which industrialised earlier than the
Netherlands. Dutch people also moved to America,
partly under the leadership of religious ministers.The
emigrants formed close-knit colonies, which clung to
their own language for generations and established
their own churches and schools. A portion of the Dutch
emigrants – the so-called Seceders – had religious
reasons for their departure: they attempted to escape
discrimination and restrictions in the Netherlands.
The percentage of immigrants in the Netherlands
was lower in the nineteenth century than in previous
centuries, but attitudes towards them remained the
same. People continued to fear immigrants who
might pose a financial burden or cause trouble.
Paupers and ‘rabble-rousers’ had to be kept at bay,
as before.The revolutions in Europe, above all those
of 1848, and fear of the arrival of agitators and the
poor precipitated the first Dutch Immigration Law in
1849.This led to discussions about to whom the law
applied and about who was Dutch and who was not.
As the nineteenth century progressed, the growing
notion of the nation-state – in which ideally a people,
history, culture, language, territory and State should
coincide – increasingly influenced the discussion
about who had a right to Dutch citizenship.
In the mid-nineteenth century, when the pope had
restored the episcopal hierarchy in the Netherlands
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 39
1848, en angst voor de komst van oproerkraaiers en
armoedzaaiers waren een van de aanleidingen voor de
introductie van de eerste Nederlandse
Vreemdelingenwet in 1849. Dit leidde tot discussies
over voor wie deze wet zou moeten gelden en daarmee
tot discussies over wie Nederlander was en wie niet.
Naarmate de negentiende eeuw vorderde en ideeën
over de natiestaat, waarin idealiter volk, geschiedenis,
cultuur en taal, grondgebied en staat zouden moeten
samenvallen, sterker werden, werd ook de discussie
over de vraag wie aanspraak kon maken op het
Nederlanderschap meer beïnvloed door die natiestaatgedachte.
In het midden van de negentiende eeuw – toen de
paus de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland had
hersteld en het katholieke volksdeel begon aan zijn
emancipatie – werd er door sommige Nederlanders
ook geklaagd over de komst van het grote aantal
katholieken uit Duitsland. Zij zouden de aard van het
vrije protestantse Nederland aantasten. Het publiek
werd opgeroepen om Duitse dienstbodes te ontslaan
en niet meer te kopen bij de grote Duitse winkeliers, die
halverwege de negentiende eeuw in Nederlandse steden een steeds zichtbaardere groep werden.
Toen de Duitse staat vorm begon te krijgen en
onverwachte militaire successen boekte in 1866 en
1870, ontstond in Nederland de vrees voor annexatie
door Duitsland. Aan de loyaliteit van de in Nederland
wonende Duitsers werd ernstig getwijfeld. Die twijfel
mondde uit een zogenaamde prussofobie (angst voor
de Pruis) en roep om beperkingen en meer toezicht op
vreemdelingen. Nederlanders waren in de negentiende
eeuw bang voor de invloed die Duitse immigranten op
de Nederlandse cultuur hadden. De aanwezigheid van
talloze Duitse immigranten zou leiden tot ‘taalvermoffing’ (het gebruik van Duitse woorden in de
Nederlandse taal), terwijl Nederlanders ook verderfelijke Duitse gewoontes zouden overnemen. De Duitse
immigranten introduceerden de kroegen en het bier,
zoals we die nu kennen, het turnen en de kerstboom. De
kerstboom werd door de grote Duitse winkeliers in hun
etalages geplaatst als lokkertje voor het winkelende
publiek. Een deel van de Nederlandse bevolking wees
die gewoonte aanvankelijk af als een heidens of katholiek gebruik, maar later werd het gebruik op grote
schaal door Nederlanders overgenomen en werd de
Duitse oorsprong vergeten.
39
and Dutch Catholics began their emancipation, some
elements within the Dutch populace complained
about the influx of Catholics from Germany who,
they suggested, would undermine the Netherlands’
free Protestant nature.The public was called upon
to dismiss German domestic servants and to refrain
from shopping at the large German retailers, who
were an increasingly visible group in Dutch cities in
the mid-nineteenth century.
When the German State began to take form and
notched up unexpected military victories in 1866 and
1870, there was a fear in the Netherlands that the
country would be annexed by Germany.There was
great doubt about the loyalty of those Germans who
resided in the Netherlands, which manifested itself in
a so-called Prussophobia and a call for limitations on
and more supervision of foreigners. In the nineteenth
century the Dutch were fearful of the influence of
German immigrants on Dutch culture.The presence
of so many German immigrants would, it was said,
lead to the Germanisation of the Dutch language and
the Dutch people would adopt pernicious German
customs.The German immigrants introduced bars
and beer, as we know it today, gymnastics and the
Christmas tree.The German retailers placed Christmas trees in their shop windows to entice shoppers.
A section of the Dutch public initially rejected this
custom as a heathen or Catholic tradition, but later
the Dutch people adopted the custom on a large scale
and its German origins were forgotten.
First half of the twentieth century: mineworkers
and ‘Indonised’ Dutch people
In 1914 a million Belgian refugees fled to the
Netherlands, which then had a population of
6.3 million.This posed significant problems for
Dutch border towns. Cities such as Roosendaal and
Bergen op Zoom, which had populations of 1516,000, had to absorb approximately 50,000 Belgian
refugees.The government took on an important task
in organising the relief operations. After 1918 the
revolutions in Russia and Germany gave rise to
increasing restrictions on foreigners in the Netherlands. Just as in earlier periods, initially the laws and
rules were stringently applied but were gradually
relaxed. More so than before, after 1918 foreigners
formed a distinct group that was subject to registra-
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 40
Eerste helft van de twintigste eeuw: mijnwerkers,
onderkruipsters en verindischte Nederlanders
In 1914 kwam een miljoen Belgische vluchtelingen
naar Nederland, dat op dat moment een bevolking van
6,3 miljoen telde. Vooral in Nederlandse grensplaatsen ontstonden problemen. Steden als Roosendaal en
Bergen op Zoom, die 15 tot 16.000 inwoners telden,
moesten ieder zo’n 50.000 Belgische vluchtelingen
opvangen. De overheid kreeg een belangrijke taak in
het regelen van de opvang. Na 1918 waren revoluties
in Rusland en Duitsland aanleiding voor een toename
van restricties voor vreemdelingen in Nederland. Net
als in eerdere perioden werden wetten en regels aanvankelijk streng toegepast, maar na verloop van tijd
volgde versoepeling. Vreemdelingen gingen na 1918
wel meer dan voorheen een groep vormen die in de
gaten werd gehouden en geregistreerd. Na 1919 werd
een koppeling gemaakt tussen toelating van vreemdelingen en de situatie op de arbeidsmarkt. In de jaren
1930 werden echter niet alleen arbeidsmigranten
geweerd, maar ook (joodse) vluchtelingen uit
Duitsland.
De Limburgse mijnen mochten wel buitenlandse
arbeiders aantrekken – Duitsers, Belgen, Italianen,
Polen,Tsjechen, Hongaren en Oostenrijkers – omdat te
weinig Nederlanders in de mijnen wilden werken. In
Limburg werd geklaagd over het grote aantal vreemdelingen. Het merendeel van de migranten was katholiek, maar in het katholieke Limburg werd toch
gevreesd voor een versterking van het protestantisme
door de komst van buitenlanders. Verder werd er
gevreesd voor een toename van het aantal buitenechtelijke kinderen, echtscheidingen en criminaliteit.
Een andere, in omvang, belangrijke groep immigranten in het interbellum werd gevormd door de
Duitse dienstbodes. In Nederland bestond een groot
dienstbodentekort nadat in de Nederlandse industrie
meer werkgelegenheid was ontstaan voor jonge vrouwen en Nederlandse meisjes de voorkeur gaven aan
fabriekswerk boven het dienstbodevak. In 1934 waren
er 40.000 Duitse dienstbodes in Nederland. In
Nederland werd geklaagd dat de Duitse meisjes onderkruipsters waren, die slechte arbeidsvoorwaarden en
laag loon accepteerden, en er met de leuke
Nederlandse jongens vandoor gingen. Duitse verenigingen in Nederland probeerden Duitse migranten te
behouden voor het geloof en de Duitse natie.
40
tion and supervision. After 1919 a link was stressed
between the admittance of foreigners and the situation
in the labour market. However, in the 1930s it was not
only migrant workers that were refused entry but also
(Jewish) refugees from Germany.
The mines in Limburg were an exception to this
policy and continued to rely upon foreign workers from
Germany, Belgium, Italy, Poland, Czechoslovakia,
Hungary and Austria because too few locals wished to
work in the mines. But the Limburgers complained
about the large number of foreigners. Despite the fact
that the majority of immigrants were Catholic, the
Catholic Limburgers feared that the foreigners would
strengthen Protestantism in the region.They also
feared a rise in instances of divorce, illegitimacy and
crime.
Another sizeable and therefore important group
of immigrants in the inter-war years were German
domestic servants.The opportunities created by Dutch
industry for young women had created a shortage of
female servants; Dutch girls favoured factory work
over domestic work. In 1934 there were 40,000
German domestic servants in the Netherlands.The
Dutch complained that the German girls undercut the
domestic labour market by accepting lower wages and
poor working conditions, and that they ran off with
Dutch men. German organisations in the Netherlands
attempted to encourage German immigrants to preserve their faith and belief in the German nation.
After the Second World War, with a severe housing
shortage, a growing population and a fear of the
return of pre-war levels of unemployment, the Dutch
government actively promoted emigration. Between
1946 and 1969 approximately 450,000 Dutch people
(out of a population of 10 million) moved abroad.
Government publications complained that women
in particular found their new lives hard because of
the loneliness and isolation they experienced raising
their children at home.The emigrants were encouraged
to settle close to one another and close to a Dutch
church.They were also advised to learn English as
quickly as possible. Dutch people’s image as quick
adapters gave them advantages in Australia and
Canada. However, not everyone was in favour of
speedy integration. Not speaking the local language
could protect the emigrants from negative influences
and maintenance of their mother tongue was seen
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 41
Na de Tweede Wereldoorlog zag Nederland zich
primair als emigratieland. Er bestond grote angst voor
terugkeer van de vooroorlogse werkloosheid, er was
een tekort aan huizen en de bevolking groeide.
Emigratie werd door de overheid sterk gestimuleerd;
tussen 1946 en 1969 vertrokken ongeveer 450.000
Nederlanders (op een bevolking van 10 miljoen). In
overheidspublicaties werd geklaagd dat vooral vrouwen de emigratie zwaar vonden omdat ze eenzaam
thuiszaten met de kinderen. De emigranten werden
gedeeltelijk aangemoedigd om zich in elkaars nabijheid en de nabijheid van een Nederlandse kerk te vestigen. Tegelijkertijd werden de Nederlanders ook aangemoedigd om zo snel mogelijk Engels te leren. Het
imago van snelle aanpassers gaf de Nederlanders
voordelen in de Australische en Canadese samenlevingen. Niet iedereen was echter voorstander van een
snelle integratie. Het niet-beheersen van de vreemde
taal kon de emigrant behoeden voor negatieve invloeden en behoud van de moedertaal was belangrijk bij de
geloofsoverdracht binnen het gezin. De Nederlanders
hielden nog lang vast aan Nederlandse gewoontes en
bakten nog decennia na aankomst appeltaart, bitterballen, oliebollen, speculaas en kerstbrood, en ze
maakten huzarensalade en nasi goreng. Nederlandse
emigranten zetten in Australië en Canada hun eigen
verenigingen op, waarvan een deel 50 jaar na het hoogtepunt van de emigratie nog steeds bestaat. Er kwamen clubs waar de Nederlanders konden klaverjassen,
carnaval vieren, een borreltje drinken, sinterklaasvieren en snert eten.
Terwijl een ongekend aantal emigranten Nederland
verliet, kwamen 300.000 mensen uit (het voormalige)
Nederlands Indië naar Nederland. Nederlandse ambtenaren deden veel moeite om de mensen die te ‘verindischd’ waren te overtuigen dat ze beter in de voormalige kolonie konden blijven. Op de komst van de
Indische Nederlanders werd niet door iedereen positief gereageerd. Er werd geklaagd dat hun komst alle
moeite die door overheid was gedaan om mensen te
laten emigreren teniet deed. Er waren klachten over
de geur van trassi en knoflook en in Den Haag werd er
door zogenaamde indo-bendes gevochten met
Nederlandse jongens om de meisjes.
41
as an important factor in the transfer of faith within
the family. For decades the Dutch emigrants held
to their own customs and continued to prepare
traditional Dutch dishes.To this day, some fifty years
after the height of the emigrations, in Australia and
Canada there are still Dutch clubs in which people
come together and maintain some Dutch customs.
While an unprecedented number of Dutch people
left the Netherlands in this period, some 300,000
people arrived in the Netherlands from Indonesia
(formerly the Dutch East Indies). Dutch officials made
great attempts to convince those people who were
too ‘Indonised’ that they were better off staying in
the former colony. Not everyone viewed the arrival of
people from the former Dutch East Indies positively.
Some complained that their arrival nullified the
government’s attempts to encourage emigration.
There were complaints about the smell of trassi
(shrimp paste) and garlic, and in The Hague it was
said that so-called ‘Indo gangs’ fought with Dutch
boys over Dutch girls.
The second half of the twentieth century: saviours
of Dutch industry, the enemies of our enemies,
and Zwarte Piet
From the end of the 1950s Dutch companies
recruited workers abroad in order to keep wages low.
The recruitment of workers from the Mediterranean
countries was preceded by extensive attempts to
recruit at home and in the neighbouring countries.
Those industries that faced a sombre or uncertain
prospect – mining, steel, textiles and shipbuilding –
were the first to look further afield.The employment
of a short-term labour force from the Mediterranean
countries – they were expected to stay for only one
or two years – seemed an ideal solution to both the
lack of workers and the uncertain future of certain
industrial sectors.
Approximately 85,000 Spaniards, 36,000 Italians
and 10,000 Greeks arrived in the Netherlands.The
majority – approximately two thirds – returned home
after a few years.This was not the case with the
immigrants from Turkey and Morocco. Because they
arrived just before the recruitment drive came to an
end, they had fewer opportunities to travel back and
forth as the Italians and Spaniards had done.They
had to choose between returning home for good or
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 42
De tweede helft van de twintigste eeuw: redders
van de Nederlandse industrie, de vijanden van onze
vijanden en Zwarte Piet
Vanaf het einde van de jaren 1950 wierven
Nederlandse bedrijven arbeiders in het buitenland om
zo de loonkosten laag te houden. Aan de werving in
landen rond de Middellandse Zee gingen uitgebreide
pogingen tot werving binnen Nederland en in de buurlanden vooraf. De bedrijven, waarvoor de perspectieven op termijn somber of onzeker waren – de mijnen,
de staalindustrie, de textielindustrie en de scheepsbouw – gingen als eerste ver weg werven. De tijdelijke
arbeidskrachten uit de landen rond de Middellandse
Zee, waarvan verwacht werd dat ze een of twee jaar
zouden blijven, leken een ideale oplossing voor zowel
tekorten aan arbeidskrachten als de onzekere toekomst van bepaalde bedrijfstakken.
Er kwamen zo’n 85.000 Spanjaarden, 36.000
Italianen en 10.000 Grieken. Een groot deel van hen
(ongeveer tweederde) ging ook weer terug. Anders lag
dat voor de immigranten uit Turkije en Marokko.
Omdat zij kwamen net voor het moment dat de werving werd stopgezet, waren er voor hen minder mogelijkheden om herhaaldelijk te migreren en remigreren,
zoals Italianen en Spanjaarden hadden gedaan. Zij
moesten kiezen tussen blijvend terug of blijven. Met
slechte vooruitzichten in het eigen land, koos een deel
voor blijven. De Marokkaanse gemeenschap groeide
tot 359.000 mensen anno nu en de Turkse tot
394.000.
De gastarbeiders kregen als redders van de
Nederlandse industrie een warm onthaal. Er werden
boekjes verspreid voor hospita’s met titels als: ‘Wat
Marokkanen graag lusten’. Het aanvankelijke enthousiasme werd minder toen in de jaren 1970 een recessie
inzette. Voor de vroege gastarbeiders, die uit katholieke landen zoals Italië en Spanje kwamen, organiseerde de katholieke kerk allerlei activiteiten. Voor de
Moslims uit Turkije en Marokko probeerden de kerken
ook iets te doen, maar het organiseren van kerst- en
paasmaaltijden en sinterklaasfeesten ging de kerken
duidelijk beter af dan het organiseren van een suikerfeest. Lokale en landelijke overheidsorganisaties
namen de activiteiten over en organiseerden en subsidieerden vervolgens decennialang het anders-zijn van
de gastarbeiders. Die activiteiten waren ook belangrijk omdat ze het idee onderstreepten dat deze immi42
remaining in the Netherlands. With poor prospects
in their own countries, some opted to stay.Today the
Moroccan community in the Netherlands has grown
to 359,000 and the Turkish community now numbers
394,000.
As saviours of Dutch industry, the ‘guest workers’
were given a warm reception. Books with titles such as
What Moroccans Like to Eat were distributed to landladies. But the initial enthusiasm was dampened in the
1970s when the recession set in.The Catholic Church
organised a range of activities for the earliest of the
immigrant workers, who came from Catholic countries
such as Italy and Spain.The churches also attempted
to do something for the Muslims from Turkey and
Morocco, but providing meals for Christmas and
Easter and celebrating the Feast of St Nicholas
was easier for them than organising the Sugar
Festival. Local and national government agencies
took over the organisation of these activities and for
decades subsidised the immigrant workers’ otherness.
These activities were also important because they
emphasised the notion that this immigration was of
a temporary nature, long after many employers and
officials realised that this was not the case.
Shortly after the end of the recruitment drive,
Suriname gained its independence and a large
number of Surinamese people moved to the Netherlands. The population of Suriname currently numbers
approximately 494,000, while more than 349,000
people of Surinamese origin now live in the Netherlands. The Surinamese immigrant population is highly
concentrated: most Afro-Surinamese people live in
the Bijlmer neighbourhood of Amsterdam, and the
majority of Hindustani Surinamese people live in
The Hague.The Surinamese immigrants did exactly
as previous immigrants had done: encouraged by
the Dutch government, they established numerous
organisations and their own churches, including those
in the car parks in the Bijlmer estate. In the 1970s
and 1980s some of these organisations were fiercely
opposed to the celebration of the Feast of St Nicholas,
which has a clear connection with slavery: people posing as St Nicholas’s helpers – all called Zwarte Piet –
wear Afro wigs, paint their faces black and lips red,
dress in mock Moorish costumes, behave stupidly
and speak a broken Dutch.They go on foot and carry
St Nicholas’s bags while St Nicholas rides a white
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 43
gratie tijdelijk zou zijn, lang nadat het voor veel werkgevers en ambtenaren duidelijk was geworden dat dat
niet zo was.
Kort na het stopzetten van de werving werd
Suriname onafhankelijk en een groot aantal
Surinamers kwam naar Nederland. De huidige bevolking van Suriname telt ongeveer 494.000 mensen, terwijl er in Nederland ruim 349.000 mensen wonen van
Surinaamse origine. Surinamers vormen de grootste
groep immigranten in Nederland en ze wonen bovendien sterk geconcentreerd: Afro-Surinamers wonen
vooral in de Amsterdamse Bijlmer, en Hindoestaanse
Surinamers vooral in Den Haag. De Surinaamse
migranten deden wat andere migranten voor hen hadden gedaan. Aangemoedigd door de Nederlandse overheid zetten ze tal van organisaties op en ze begonnen
hun eigen kerken, waaronder de kerken in de parkeergarages van de Bijlmer. Een deel van de organisaties
keerden zich in de jaren 1970 en 1980 fel tegen de
viering van het sinterklaasfeest, dat duidelijk een band
had met slavernij. Met de slogan ‘Zwarte Piet = Zwart
verdriet’ werd geijverd voor een verandering van het
feest. Ondanks deze protesten en enkele experimenten
met blauwe, groene en gele pieten, bleef het feest uiteindelijk in essentie ongewijzigd.
Vanaf de jaren tachtig nam het aantal vluchtelingen in Nederland toe. Dit had te maken met de
beperkingen van de mogelijkheden voor arbeidsmigratie. In de jaren 1950 waren de kleine aantallen
vluchtelingen uit de Oostbloklanden gastvrij ontvangen. Hun vlucht betekende immers het gelijk van de
vrije kapitalistische wereld. Met het einde van de
Koude Oorlog was het niet langer duidelijk dat vluchtelingen de vijanden van onze vijanden waren of wat
het nut was van gastvrijheid. Er werden vraagtekens
geplaatst bij de motieven van de vluchtelingen en er
werd geklaagd over criminaliteit en gebrekkige aanpassing.
Deukje
Het aantal migranten en hun sociaal-economisch
macht is nu en was in het verleden nooit groot genoeg
om meer dan een deukje te maken in de Nederlandse
samenleving. Natuurlijk hebben Nederlanders gebruiken van migranten overgenomen. Maar de Nederlandse eetgewoontes, bijvoorbeeld, zijn slechts in
beperkte mate veranderd door de komst van migranten
43
horse. With the slogan ‘Zwarte Piet = Zwart verdriet’
(Black Pete = Black sorrow) the opponents devoted
themselves to changing the celebration. Despite these
protests and several experiments with blue, green and
yellow Piets, the celebration has remained essentially
unchanged.
From the 1980s the number of refugees in the
Netherlands increased. In the 1950s the small
number of refugees from the Eastern bloc countries
were given a rather warm reception, after all their
escape seemed to confirm the West’s belief in the freedom of the capitalist world. With the end of the Cold
War it was no longer clear that refugees from Eastern
Europe were our enemies’ enemies or what was the
use in welcoming them. Questions were raised about
the refugees’ motives and there were complaints
about criminality and inadequate integration.
A small dent
The number of immigrants and their socioeconomic might is and never has been large enough
to make more than a small dent in Dutch society. Of
course Dutch people have taken over customs from
immigrants. But Dutch eating habits, for example,
have been less influenced by the arrival of immigrants
than by the introduction of the modern cooker, which
made it easier to prepare separate dishes; improvements in transport, that enable us to eat green beans
from Africa out of season; or increased foreign travel,
which has encouraged Dutch people to prepare dishes
they have eaten on holiday in Greece or Italy. Eating
habits have also been changed by new ideas about
healthy diet and increased prosperity.The celebration
of the Feast of St Nicholas is under greater threat
from Coca-Cola’s American Santa Claus than from
the Sugar Festival or the protests of any group of
immigrants in the past. Fear of change and actual
change have little to do with each other.
Literatuur / Literature
Herman Obdeijn and Marlou Schrover, Komen en gaan. Immigratie
en emigratie in Nederland vanaf 1550 (Amsterdam: Bert
Bakker 2008).
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 44
en veel meer door de introductie van het vierpitsgasstel, waardoor het makkelijker werd om gescheiden
gerechten te bereiden, verbeteringen in het transport,
waardoor we buiten het seizoen sperziebonen uit
Afrika kunnen eten, of de mogelijkheden om op vakantie te gaan, waardoor Nederlanders thuis de gerechten
willen klaarmaken die ze op vakantie in Griekenland
of Italië hadden leren kennen. Eetgewoontes zijn
ook veranderd door nieuwe ideeën omtrent gezonde
voeding en een toename van de welvaart. De viering
van het sinterklaasfeest wordt meer bedreigd en
beïnvloed door de Amerikaanse Coca-Cola Santa dan
door het suikerfeest of de bezwaren van welke groep
migranten in het verleden dan ook. Vrees voor verandering en werkelijke verandering hebben weinig met
elkaar te maken.
44
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 45
Column Chris Keulemans
Onwelkom / Unwelcome
Een stad kan je afwijzen. Je het gevoel geven dat je
het best rechtsomkeert kan maken. Gewoon, bij de
eerste stap die je in haar straten zet. Ga het maar
ergens anders zoeken. Hier zitten we niet op je te
wachten. Hoe zei je ook alweer dat je heette? Sorry,
geen interesse.
Verplaats jezelf in een Sri Lankese rozenverkoper.
Dat is het makkelijkste voorbeeld. Je verzamelt op
een straathoek in een donkere uithoek van de stad.
Daar krijg je je voorraad rozen voor de avond mee en
wordt op pad gestuurd. Vervolgens schuifel je langs
de terrassen van het helverlichte centrum. Je zet je
vriendelijkste glimlach op. Je stelt je op in het blikveld
van verliefde stelletjes. Het ongeduld en de irritatie
die je voelt probeer je niet te vertonen. Af en toe krijg
je een beleefde, maar gedecideerde glimlach terug.
Meestal kijken ze dwars door je heen. Alsof je er niet
staat. Wanneer je het hele plein bent rondgeweest, een
plein vol mensen voor wie het bezit van de publieke
ruimte de gewoonste zaak van de wereld is, sta jij met
een paar losse euro’s in je zak op straat. Met pijn in je
voeten. En een bedompte nacht in het vooruitzicht.
Rozenverkopersmomenten kent bijna iedereen.
Je hebt rozenverkopers in alle soorten en maten. De
Koerdische vluchtelingenfamilie met vijf kinderen
die over straat sjokt, van het ene illegale adres naar
het volgende. De verse bruid van een Irakese avondwinkelier die op haar eerste dag in het nieuwe land het
station uitloopt, de stromende regen in. De ontwikkelingswerkster, net terug uit Oeganda, radeloos van alle
expressieloze, weldoorvoede gezichten om zich heen.
De journalist met een deadline, het adres van een hotel
en drie telefoonnummers. De stewardess die smacht
naar dingen: dingen die niet alleen vandaag, maar ook
morgen en zelfs overmorgen om haar heen staan, die
ze herkent en aan kan raken.
Een stad kom je altijd binnen met twee andere steden
in je hoofd. De stad waar je vandaan komt, en de stad
die je je had voorgesteld.
De stad waar je vandaan komt is dierbare ballast.
Ze klonk anders, rook anders en werkte in het geheel
niet zoals deze. Ze was gesponnen uit een web van
45
A city can reject you. Give you the feeling that you
should turn back the instant you set foot in its streets.
You’d better look elsewhere. No one wants you here.
What did you say your name was? Sorry, not interested.
Imagine you are a Sri Lankan rose seller.That is
the easiest example. You collect your evening’s supply
of roses on a street corner in a dark, remote part of the
city and are sent on your way. You put on your friendliest smile and shuffle past the terraces in the brightly
lit city centre. You stand in view of amorous couples.
You try not to show the impatience and irritation you
feel. Every now and then you receive a polite yet
resolved smile in return. But mostly they just look
straight through you as if you weren’t there. When you
have been around the entire square – a square full of
people for whom ownership of the public realm is the
most ordinary thing in the world – you stand on the
street with a few euros in your pocket, with sore feet
and a squalid night ahead of you.
Everyone knows these rose-seller moments. Rose
sellers come in all shapes and sizes.The Kurdish
refugee family with five children trudging from one
illegal address to the other.The bride of an Iraqi
corner shop owner stepping out of the station into
the pouring rain on her first day in a new country.The
aid worker, just back from Uganda, distraught at all
the expressionless, well-fed faces around him.The
journalist with a deadline, a hotel address and three
telephone numbers.The stewardess who longs for
familiar things: things that surround her not only today
but everyday, things she recognises and can touch.
You always arrive in a city with two other cities in
your head: the city you come from and the city you
imagined you were coming to.The city you come from
is fond ballast. It sounds different, smells different
and operates in a way totally unlike this one. It was
spun from a web of experiences; trusted addresses;
buildings that you don’t even need to see to recognise;
lessons for life (pleasant or otherwise); an unerring
sense for left and right and everything in-between; a
sense, no matter how vague, of what was happening
three blocks further on, and – perhaps most important
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 46
ervaringen, vertrouwde adressen, gevels die je niet
eens hoefde te zien om ze toch te herkennen, levenslessen, al dan niet aangenaam, een feilloos gevoel
voor links en rechts en alles daar tussenin, een besef,
hoe vaag ook, van wat er zich drie pleinen verderop
afspeelde, en – misschien het belangrijkste – plekken
waar je mocht gaan liggen, kuilen in de kussens van
een bank, silhouetten in het behang of de vochtplekken
aan het plafond die je kon uittekenen met je ogen
dicht.
De stad die je je voorstelde, van verhalen en foto’s,
of misschien zelfs herinnerde van een eerder bezoek,
die zit je alleen maar in de weg. Die was groter, kleiner,
zonniger of intiemer, in elk geval onschuldiger, dan de
stad waarin je nu de weg moet zoeken. Onschuldiger,
omdat jouw aanwezigheid daarin vanzelfsprekend
was, ze bestond tenslotte niet zonder dat jij je haar
verbeeldde. Ze was ondenkbaar zonder jou. En dat is
precies wat deze stad, nu jij er bent aangekomen, je
zegt: ik bestond al, voordat jij hier ook maar een voet
zette, en ik zal bestaan als jij allang bent vertrokken.
Dat is een onaanvechtbare uitspraak, en nog een
onbarmhartige ook: je doet er niet toe. Je zou net zo
goed niemand kunnen zijn.
Alsof je niet bestaat. Alsof je rozen verkoopt. De
stad die je betreedt zal je aanwezigheid ontkennen net
zolang als je gelooft dat je iemand anders bent dan
zij van je maakt. Ze zal je ontkennen tot je door haar
straten loopt zonder na te denken.Tot je zonder na te
denken van het ene adres naar het andere sjokt, in de
stromende regen staat, opgaat tussen de expressieloze
gezichten, je deadline haalt, de dingen aanraakt die
je morgen ook zult aanraken.
Net zolang tot je zelf op het plein zit en door de
rozenverkoper heenkijkt die glimlachend voor je is
komen staan.
46
of all – places where you could lie down, dents in the
sofa cushions, silhouettes in the wallpaper or the damp
patches on the ceiling that you could trace with your
eyes shut.
The city you imagined, from stories and photographs or perhaps even from memories of an earlier
visit, simply gets in your way. It was larger, smaller,
sunnier or more intimate, in any case more innocent
than the city you must now find your way around. More
innocent because your presence here was self-evident.
It existed only in your imagination. It was unthinkable
without you. And that is precisely what this city tells
you now that you have arrived: ‘I existed even before
you set foot here and I shall exist long after you are
gone’. It is an indisputable statement, and a merciless
one too: you don’t matter. You might just as well be
nobody. As if you didn’t exist. As if you were selling
roses.
The city you are entering will deny your presence for as
long as you believe you are someone else than it makes
you. It will deny you until you walk through its streets
without thinking. Until – without thinking – you trudge
from one address to another, stand in the pouring rain,
lose yourself in the expressionless faces, meet your
deadline, touch the things that you will touch again
everyday.
Until you too sit in that square and look straight
through the rose seller who stands smiling in front
of you.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 47
Sonja van Kerkhoff
Nieuw-Zeeland / New Zealand › Nederland / The Netherlands
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
The Gardeners, 2006, interactieve
projectie i.s.m. Loren Roosendaal. /
Interactive projection made with
Loren Roosendaal.
48
10:00
Pagina 48
100444_p001_128:Opmaak 1
49
06-09-2010
10:00
Pagina 49
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
Greetings from Leiden, 2009,
performances aan weerszijden van de
grensovergang op Ledra straat op Cyprus
en in de Büyük Han. / performances on
both sides of Ledra Street, the border
crossing in Cyprus and in the Büyük Han.
50
10:00
Pagina 50
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
Sailing Home, 2009, performance,
Whanganui, Aotearoa, New Zealand
51
10:00
Pagina 51
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
Cross Pollination, 2007, 10-delige sculp-
tuur met geluid. Opdracht voor Sculpting
the Suburban Landscape, tentoonstelling
rondom het Museum of Domestic Design
& Architecture, Londen. / 10 piece
sculpture with sound.Commission for
Sculpting the Suburban Landscape,
exhibition in the grounds of the Museum
of Domestic Design & Architecture,
London.
52
10:00
Pagina 52
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
Waka huia, 2009, beperkte oplage op
transparant, in het fromaat van een
huia-veer. / limited edition print on
transparancy, the size of a Huia feather.
53
10:00
Pagina 53
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 54
Ik ben geboren in 1960 en opgegroeid op een boerderij
in de schaduw van de berg Taranaki, vlakbij de rivier
de Mangawhero in Nieuw-Zeeland/Aotearoa.
Een Māori introduceert zichzelf door te verwijzen
naar de berg en de rivier van zijn of haar geboorte of
stam, niet alleen ter identificatie, maar ook als erkenning van het belang van de rol die de natuur in iemands
culturele achtergrond speelt.
Ik vermeng in mijn werk verschillende vormen en
presenteer verschillende verhalen, vaak over cultuur
of locatie. Zo heb ik samen met Loren Roosendaal
de interactieve muurprojectie The Gardeners (2006)
gemaakt, waarbij geprojecteerde ballen reageerden
op de aanwezigheid van de toeschouwer, die ook op
de muur werd geprojecteerd, niet alleen als spelletje,
maar ook ter bespiegeling. De ballen reageren op wat
je doet en lijken intelligent.
Als je je hand uitsteekt, bewegen ze ernaartoe,
maar als je te snel beweegt, vluchten ze.
Als iemand met zijn lijf een ‘nestje’ maakt,
nestelen de ballen zich daar en groeien ze. Dat is voor
de toeschouwers een stimulans om zich langzaam te
bewegen en de ballen met affectie te behandelen. Als
iemand lang genoeg langzaam beweegt, verschijnt
zijn of haar gezicht in een van de ballen, en blijft daar
als onderdeel van het ‘geheugen’ van de ruimte hangen
totdat de bal een nieuwe ontmoeting aangaat.
Wordt deze choreografie veroorzaakt door de
ballen of door de deelnemers?
De performance Greetings from Leiden (2009) draaide
ook om de thema’s spelen, reflecteren en machtsrelaties.Terwijl ik origami-olifanten langs de straat
leidde, of over de grens tussen het Turks sprekende
deel van Nicosia en het Grieks sprekende deel, opende
ik het gesprek met mensen door te zeggen: ‘Ik ben
een olifantenherder’ of ‘Ik breng groeten uit Leiden’.
Soms spraken mensen met me, bijvoorbeeld over de
duidelijk zichtbare grens waarnaar ik op weg was of
die ik overstak, soms liepen ze langs de stoet olifanten
en behandelden ze als object voor reflectie midden
op een drukke straat.
Twee performances, Sailing Home (2009) en Colonizing
Santa Monica (2009), maakten gebruik van een ver-
zameling papieren bootjes, gemaakt van de school54
I was born in 1960 and raised on a farm in the shadow
of Mount Taranaki near the Mangawhero River in
New Zealand/Aotearoa.
A Māori person introduces herself by referring to
the mountain and the river of her birth or her tribe, not
only as a form of identification but to acknowledge the
relevance of the natural world in one’s cultural world.
In my work I mix modes of discourse and present
multiple stories, often related to culture and location.
For example, in the interactive wall projection
The Gardeners (2006), made with Loren Roosendaal,
the balls respond to the participant’s presence, also
projected in real-time on the wall, as a device for play
and reflection.The balls respond to your actions and
seem intelligent.
If you hold your hand out they will move towards
it, but if you move too fast, they move away.
If a person makes ‘nesting places’ with their body,
the balls will nestle and grow.This encourages visitors
to move slowly and treat the balls affectionately. If
a participant keeps moving slowly for long enough,
a snapshot of his or her face appears inside one of
the balls, and remains as part of the ‘memory’ of
the space until the next encounter with this ball.
Are the resulting choreographies caused by the
balls or by the participants?
The performance Greetings from Leiden (2009) also
touches on the themes of play, reflection, and power
relations. While herding origami elephants along
the street or across the border dividing the Turkishspeaking part of Nicosia from the Greek-speaking
part, I opened conversations with people, saying ‘I am
herding elephants’ or ‘I am bringing greetings from
Leiden’. Sometimes people engaged with me on issues
such as the obvious border I was heading for and
crossing, at other times they walked along the line of
elephants, treating them as objects for reflection, in
the middle of a busy street.
Two performances Sailing Home (2009) and Colonizing
Santa Monica (2009) involved a collection of paper
boats made from pages of my children’s schoolbooks.
These boats – signs of learning to write and learning
about the world through a Dutch lens – were exhibited
here in the context of two English-speaking worlds.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 55
boeken van mijn kinderen. De bootjes, symbool van
leren schrijven en kijken naar de wereld door een
Nederlandse bril, werden hier blootgesteld aan de
context van twee Engelssprekende werelden.
Sailing Home begon aan de ingang van de
Whanganui City Art Gallery (Nieuw-Zeeland) en
vervolgde zijn weg de trap af naar het winkelgebied
van de stad. In die setting kwam het over als een
poëtische interventie. Maar op de drukke promenade
van Santa Monica (Californië) werd de performance
veelal opgevat als een politieke daad, deels omdat ik
mensen vertelde dat ik de straat aan het koloniseren
was en deels omdat ik hier voortdurend met de politie
en diverse beveiligingsbeambten over mijn recht op
aanwezigheid moest onderhandelen.
De openluchtsculptuur en soundscape Cross Pollination
(2007) werd gemaakt voor een tentoonstelling op
het terrein van het Museum of Domestic Design &
Architecture in Londen. Ik heb het thema locatie en
relocatie gebruikt in connectie met de manier waarop
we betekenis aan de wereld om ons heen toekennen
en deze weer tenietdoen. Geluiden afkomstig uit een
‘bijenkorfdoos’ veranderden geleidelijk van ruis in een
herkenbaar geluid, om vervolgens weer op te gaan in
de natuurlijke geluiden op deze locatie. Om de doos
heen werden op negen gebogen stangen souvenirtjes
tentoongesteld die verband hielden met interculturele
contacten: een vliegtuig, een boek, een schaalmodel
van de Big Ben of een telefooncel, elk in een doorzichtige plastic ‘bloem’. De bezoekers die van het ene naar
het andere souvenir lopen, creëren daarmee een model
van kruisbestuiving. Al dan niet bewust worden ze de
bijen in de metafoor, door van het ene betekenisvolle
object naar het andere te lopen.
Waka Huia (Verenboot) (2009), gemaakt met Sen
McGlinn, bestaat uit een klein, doorzichtig, hangend
vaartuig met een lichte lading erin. Een spirituele
lading. Een wakahuia is bedoeld om waardevolle
dingen in te bewaren, maar het woord betekent ook
‘verenbootje’ in de Nieuw-Zeelandse Māori-taal.
Ons ‘vaartuig’ is gebaseerd op een veer van de huia
(Heteralocha acutirostris), een uitgestorven NieuwZeelandse vogel, gecombineerd met mijn tekeningen.
55
Sailing Home began at the entrance of the Whanganui
City Art Gallery (New Zealand) and proceeded down
the steps towards the city’s commercial centre. In this
setting it came across as a poetic intervention. But in
the busy Santa Monica promenade (California, USA)
it was largely interpreted as a political act, partly
because I told people I was colonising that street, and
partly because, in this location, I had to constantly
renegotiate my right to be there with the police and
various security officers.
The outdoor sculpture and soundscape Cross
Pollination (2007) was made for an exhibition in the
grounds of the Museum of Domestic Design &
Architecture in London. It took the theme of location
and relocation in reference to making and unmaking
meaning out of the world around us. Sounds from
a ‘beehive’ box gradually unfold from noise to a distinctive sound and then merge back into the natural
sounds of this location. Around the box, nine curved
rods display small souvenir items relating to intercultural contact: a plane, a book, a model of Big Ben
or a telephone box, each held in a transparent plastic
‘flower’.The visitors walking back and forth from
one to the other create a model of cross-pollination.
Consciously or not, they become the bees in the
metaphor as they move from one meaning-laden
object to another.
Waka Huia (Feather Boat) (2009), made with Sen
McGlinn, is a small suspended translucent vessel
bearing a cargo of lightness. A cargo of the spirit.
A wakahuia is a container for holding valuables, but
it also means ‘feather boat’ in New Zealand Māori.
Our ‘vessel’ formed from the scan of a feather of the
extinct New Zealand bird, the huia (Heteralocha
acutirostris), is combined with my drawings.
In the video Heart of the Land (2009) the journey is
the location – a constant flow or relocation.
I grew up in a rural farming area in New Zealand,
close to the river featured in this video.The slow
flow of crosscurrents relates to my own upbringing
and crossing between worlds.This video, one of five
shown inside a ‘canoe-home’ that the visitor enters
symbolises the poutokomanawa, the heart pole of a
Māori ancestral house. As they remove their shoes,
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 56
In de video Heart of the Land (2009) is de reis zelf de
locatie, een onafgebroken stroom, of relocatie.
Ik ben op het platteland van Nieuw-Zeeland
opgegroeid, vlakbij de rivier uit deze video. De langzame dwarsstromen die elkaar kruisen, verwijzen
naar mijn eigen opvoeding en naar overgangen tussen
verschillende werelden. Deze video is een van de vijf
die worden vertoond in een ‘kanohuis’ waar de bezoeker naar binnen moet, en vormt in symbolische zin
de poutokomanawa, de zogenaamde ‘hartpaal’ van
traditionele Māori-huizen. Zodra de bezoekers hun
schoenen uittrekken, het tapijt onder hun voeten
voelen en zichzelf in de donkere ruimte bevinden,
omringd door videobeelden, geluiden en verlichte
sculpturen, is het de bedoeling dat ze een actieve
geest waarnemen, een innerlijk gevoel van ‘thuis zijn’.
‘Ehara taku kāinga I te kāinga tu tonu.
He kāinga nekeneke.’
Mijn huis is geen huis dat stilstaat.
Het is een huis dat beweegt.
Toen ik in 1986 voor het eerst Nederland bezocht,
voelde het alsof de ondergrond overal van beton was.
Ik kon het land niet voelen. Bezoekers wordt gevraagd
om hun schoenen buiten de installatie uit te trekken,
zodat hun voeten de textuur van papa kunnen voelen.
Papa betekent ‘grond’ in de Nieuw-Zeelandse Māoritaal en verwijst naar dat deel van een ontmoetingsplek
waar mensen voor het eerst met een tribaal ‘thuis’
worden geconfronteerd, zowel in spirituele als in
fysieke zin. Het woord wordt ook gebruikt om met
affectie naar Moeder Aarde te verwijzen. In dit geval
heeft mijn papa een plek gekregen binnen een fysieke
structuur. Het uittrekken van de schoenen is tegelijk
een klein ritueel voor de bezoekers: het verwijderen
van een stuk buitenlaag vóór het betreden van dit
‘innerlijke thuis’ (kāinga a roto).
Het werk kan vanuit verschillende invalshoeken (door
vensters of kijkgaten) worden bekeken. Dat weerspiegelt niet alleen mijn eigen achtergrond als kind
van een Nederlandse vader en een Nieuw-Zeelandse
moeder van Schots-Ierse afkomst, als buitenlander die
in Nederland woont (ik ben hier op 29-jarige leeftijd
komen wonen), als kunstenaar uit een arbeidersmilieu
en als moeder, maar dwingt tegelijk de bezoekers om
56
feel the carpet underfoot, and find themselves
surrounded in a darkened space of videos, sounds and
illuminated sculptural objects, visitors should sense
an active spirit – a sense of a ‘home’ within.
‘Ehara taku kāinga I te kāinga tu tonu.
He kāinga nekeneke.’
My home is not a home that stands still.
It is a home that moves.
When I first visited the Netherlands in 1986, it felt
as if everyone walked on concrete. I couldn’t feel the
land. Visitors are asked to leave their shoes outside
the installation so their feet can feel the textures of the
papa. Papa means ‘ground’ in New Zealand Māori and
relates to the space on a Māori meeting ground where
people have their first encounter – both physically
and spiritually – with a tribal ‘home’.This word is also
an affectionate term for mother earth. Here my papa
is relocated within a physical structure. Removing
your shoes is also a small ritual visitors undergo, of
removing an outer layer, before entering this kāinga
a roto (home within).
The work is seen through multiple viewpoints
(windows or eye-holes), not only to reflect my own
background as a child of a Dutch father and a
Scottish-Irish New Zealand mother, as a foreigner
living in the Netherlands (I moved here at the age of
twenty-nine), as an artist who was raised in a workingclass background, and as a mother myself, but also
so viewers must choose where they stand. Each of
the videos provides a differing perspective at any
moment. In the spaces between the videos, shadows
are projected from suspended harakeke (flax)
container-like objects and there are localised sounds.
These serve as points for reflection, like breathing
spaces between the stories in the videos. In Māori
culture, baskets are utilitarian items and symbols
for knowledge. Making a basket involves going into
nature and making the correct selections.
Unwant is also about what we ‘want’, about the
choices we make as artists or as individuals.These
videos make personal connections to my mixed
pakeha (white and ‘foreign white’ New Zealand) rural
working-class upbringing, the influences of Māori
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 57
letterlijk een standpunt te kiezen. De video’s geven elk
steeds een ander perspectief weer. In de ruimtes tussen
de videoschermen worden schaduwen geprojecteerd
van opgehangen kooi-achtige objecten van harakeke
(vlas) en er zijn lokale geluiden te horen. Deze zijn
bedoeld ter bespiegeling, als adempauze tussen de
verhalen in de videofilms door. In de Māori-cultuur
zijn mandjes niet alleen huishoudelijke artikelen, maar
ook symbool van kennis. Een mand maken betekent
dat je de natuur in moet en de juiste keuzes moet
maken.
The Unwanted Land gaat ondanks de titel ook over wat
we wel willen, over de keuzes die we als kunstenaar of
als mens maken. Deze videofilms leggen persoonlijke
verbanden met mijn jeugd als gemengde pakeha
(blanke en ‘buitenlands blanke’ Nieuw-Zeelandse) in
een ruraal arbeidersmilieu, de invloed van de Māorien Bahai-spiritualiteit, en zowel de gekozen als de
ongekozen gevolgen van migratie. Over migratie wordt
vaak gesproken in verband met politiek, oorlog of
economie. Door te kiezen voor een biografische invalshoek, leg ik de nadruk op dingen die te maken hebben
met kindertijd, gezin, getuige zijn en traumatisering
als gevolg van het ongekozen, un-wanted land, de
whakapapa (familiegeschiedenis). Ik gebruik het land
als metafoor voor de ziel of het zelf. Daarom heb ik
zoveel beelden gekozen die te maken hebben met water.
Doordat het vloeibaar is, stroomt water alle kanten
op. Het kan niet migreren, omdat het altijd in beweging
is, maar het kan migratie of verandering (van mening)
wel faciliteren. Een boot kan met de stroom meegaan
of er tegenin – een boot als metafoor voor ‘thuis’ of
‘verlangen’.
Vanuit ander perspectief bekeken is The Unwanted
Land een goede titel voor een onderzoek naar mijn
kindertijd, aangezien mijn herinneringen worden
gedomineerd door ongewenste zaken: pijn, afwijzing,
zelfhaat en eenzaamheid. In eerste instantie was mijn
migratie uit het ouderlijk huis ongewild, in die zin
dat ik wegging om op de middelbare school te kunnen
blijven. Maar toen ik een paar jaar later opnieuw
migreerde, was dat wel gewild. Op 19-jarige leeftijd
migreerde ik van een arbeidersmilieu naar de vreemde
wereld van de student. Dat is de grootste migratie die
ik in mijn leven heb gemaakt.
57
and Bahai spirituality, and chosen and unchosen
consequences in relation to migration. Migration
is often discussed in relation to politics, war or
economics. In choosing to take a biographical
approach, I am focusing on issues related to childhood, family, witnessing, and trauma in relation to the
unchosen, one’s UNwanted land, one’s whakapapa
(family history). I take land as a metaphor for the
soul or self, which is why I have chosen so much water
imagery. Being fluid, water flows in all directions, it
cannot migrate because it is always on the move, but
it can facilitate migration or a change (of heart). And
a boat can go with the flow or against it. A boat as a
metaphor for ‘home’ or ‘want’ foregrounds process.
From another perspective The Unwanted Land is a
poignant title for an examination of my childhood,
because my memories are dominated by unwanted
ones of pain, rejection, self-hate, and loneliness.
Initially my migration from the family home was
‘unwanted’ in the sense that I left so I could continue
high school. But my next major migration a few years
later was a ‘want’. When I was nineteen I migrated
from a working-class environment to the foreign
world of study.This is still the biggest migration I’ve
made in my life.
From a material perspective, The Unwanted Land
exhibition is like a city in which the scaffolding functions as a geological feature that connects all the
artists. It is like a mountain ridge or a river. Here my
canoe-home is positioned underneath, like a shelter
within a shelter. However, its function is not to protect
but to facilitate revelation. When a Māori person
names his or her canoe in a mihi (introduction), he or
she is also revealing a whole network of relationships
(or positionings).
The home within, then, is not so much about finding
a resting place or a ‘home’ in which to be still, but a
place for kindling or enacting a sense of the spirited.
It is intended as a home that is a vessel for migration,
for metaphysical motion – a home on the move.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 58
In materieel opzicht is de tentoonstelling The
Unwanted Land als een stad, waarin de steigers
functioneren als geologische formatie die alle kunstenaars met elkaar verbindt. Het is als een bergkam
of een rivier. Mijn kanohuis staat hier als schuilplek
binnen een schuilplek, maar de functie ervan is niet
om bescherming te bieden, maar om openbaringen
mogelijk te maken. Als een Māori zijn kano benoemt
tijdens de mihi (begroeting), onthult hij of zij daarmee
tegelijk een heel netwerk aan relaties (of posities).
Het innerlijk huis is dan ook niet zozeer bedoeld als
rustplaats, of als ‘thuis’ om in stil te zitten, maar als
plaats om een spirituele gewaarwording te beleven
of daar uiting aan te geven. Het is bedoeld als thuis
dat tegelijk een voertuig is voor migratie, voor metafysische beweging – een thuis in beweging.
58
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 59
Column Emilie Gordenker
Wil ik één land? / Do I want one land?
Mijn persoonlijke geschiedenis is gevormd door talloze verhuizingen van land naar land, het absorberen
van verschillende nationale identiteiten en het uiten
van die identiteiten in verschillende talen. Dat heeft op
zijn beurt gevolgen gehad voor mijn persoonlijkheid
en kijk op de wereld, en tot op zekere hoogte ook voor
mijn carrière.
In mijn kindertijd leidde mijn ouderlijk gezin een
enigszins zwervend bestaan. Mijn Amerikaanse vader
was bijzonder goed in het regelen van sabbaticals
tijdens zijn aanstelling als hoogleraar internationale
betrekkingen aan de universiteit van Princeton. Mijn
Nederlandse moeder beweerde altijd heimwee te
hebben wanneer ze niet in Nederland was. Mijn ouders
spraken af dat we elke zomer in Nederland doorbrachten en het academisch jaar meestal in de VS, hoewel
we ook eens in de drie, vier jaar ergens anders woonden, in landen variërend van Oeganda en Zuid-Afrika
tot Zwitserland. De waarden van het gezin werden
bepaald door die van mijn ouders: van mijn vader
leerden we de waarde inzien van hard werken en concurreren, mijn moeder wees ons op het belang van
gezelligheid en stabiele vriendschappen en familiebanden. Ook het regelmatig heen en terug verhuizen
van en naar verschillende plekken – ik zou dat op zich
geen migratie willen noemen – liet zijn sporen op me
na. Ik had nooit het gevoel dat ik tot één cultuur
behoorde, maar noemde mezelf liever ‘half Nederlands, half Amerikaans’, een definitie waarin mijn
contact met andere landen niet tot uiting komt. Ik ben,
zoals ik graag droog opmerk, een bastaardhondje.
Toen ik nog een tiener was, snakte ik ernaar om
‘erbij te horen’ en één plaats als mijn thuis te kunnen
beschouwen. Uiteindelijk realiseerde ik me dat mijn
achtergrond me bijzonder maakte en me een andere
invalshoek gaf, en zelfs een voorsprong ten opzichte
van mijn klasgenoten. Als volwassene ben ik altijd
onderweg gebleven: ik verhuisde van New York naar
Amsterdam en weer terug naar New York; toen naar
Londen en Edinburgh; en nu woon ik, enigszins tot
mijn verbazing, in Den Haag, waar mijn moeder is
59
My personal history has been shaped by frequent
moves from country to country, the absorption of
various national identities, and their expression
in different languages.This, in turn, informs my
personality and outlook, and to some extent my
career.
As a child, my family led a somewhat peripatetic
existence. My American father, an academic, was
particularly skilful in garnering sabbaticals from
his post as Professor of International Relations at
Princeton University. My Dutch mother always
claimed to be homesick when she was away from her
native country. My parents struck a deal, whereby
we spent every summer in the Netherlands, most
academic years in the United States, but every three
or four years abroad in countries as varied as Uganda,
South Africa and Switzerland. Family values were
dependent on those of my parents: from my father, we
learned the virtues of hard work and competitiveness;
from my mother, the importance of gezelligheid and a
stable circle of friends and family.The frequent moves
from one place to another and then back again – I
would not call them migration per se – left their mark
on me as well. I never had a sense of belonging to one
culture, but rather preferred to call myself ‘half Dutch
and half American’, and this did not even reflect the
impact of my exposure to various other countries.
I am, as I like to say with a wry smile, a mutt.
When I was a teenager, I longed to ‘belong’, to have
one place to call home. I eventually learned that my
background made me distinctive, gave me an original
perspective and even an edge over many of my classmates. Indeed, as an adult I sought out relocation: I
moved from New York to Amsterdam and back again
to New York; then to London and Edinburgh; and now,
somewhat to my surprise, I live in The Hague, the city
in which my mother grew up. I have, in the end, become
a citizen of the in-between. It is a place in which I feel
at ease, a situation that I find forgiving rather than
uncomfortable, which gives me the freedom to behave
according to my own set of rules and expectations, not
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 60
opgegroeid. Uiteindelijk ben ik een bewoner van de
tussenruimte geworden. Daar voel ik me op mijn
gemak. Ik vind die situatie eerder prettig dan oncomfortabel en ik heb de vrijheid om me te gedragen
volgens mijn eigen regels en verwachtingen, die niet
door één enkele cultuur zijn opgelegd.
Deze invalshoek heeft niet alleen gevolgen voor mijn
manier van leven, maar ook voor de manier waarop ik
mijn werk beschouw. Ik ben kunsthistorica. Kunst is
van nature een uitdrukking van het bezinksel van
verschillende invloeden op de maker ervan, en die zijn
vaak het gevolg van ontheemding. Zo leg ik bij mijn
onderzoek naar zeventiende-eeuwse Nederlandse en
Vlaamse kunst vaak de nadruk op de manier waarop
kunstenaars elementen uit vreemde culturen hebben
overgenomen, waarvan sporen zijn terug te vinden in
hun werk. Als Noord-Europees kunstenaar ontkwam
je er in die tijd niet aan om naar Italië te reizen.
Constantijn Huygens, secretaris van stadhouder
Frederik Hendrik, en een groot kunstminnaar, berispte
de jonge Rembrandt omdat die niet naar Italië wilde.1
De grote Vlaamse schilder Anthony van Dyck, het
onderwerp van mijn dissertatie, verhuisde van zijn
geboortestad Antwerpen naar Genua, en uiteindelijk
naar Engeland, waar hij het grootste deel van zijn
laatste tien levensjaren doorbracht. Overal paste hij
zijn beeldtaal aan aan de omstandigheden die hij
tegenkwam, vaak op zeer fantasievolle wijze.2 Met
andere woorden, de gevolgen van migratie komen in
de kunst visueel tot uiting, niet in de laatste plaats in
zeventiende-eeuwse schilderkunst.
one that has been imposed on me by a single culture.
This perspective informs not only the way I live, but
also the way I see my work. I am an art historian. Art
by its very nature expresses the residue of various
influences on the maker, and these often come about
by means of displacement. In my research about seventeenth-century Dutch and Flemish art, for example,
I frequently focus on the way that artists absorbed
cultures other than their own, leaving visible traces
in their images. Indeed, it was de rigueur for Northern
artists to travel to Italy at that time. Constantijn
Huygens, secretary to Stadholder Frederik Hendrik,
and a great lover of art, admonished the young
Rembrandt for not wanting to travel to Italy.1 The
great Flemish painter Anthony van Dyck, the subject
of my doctoral dissertation, moved from his native
Antwerp to Genoa, and then eventually to England,
where he spent most of the last ten years of his life.
In each place, he adapted his visual language to the
circumstances he encountered, often in a highly
imaginative way.2 So, the effects of migration find
a visual expression in art, not least in seventeenthcentury painting.
You might call me something of an outsider, and I
am happy to accept the compliment. I do not wish to
belong to one culture, but relish the flexibility and
perspective that my nomadic existence has given me.
Do I want one land? No, thank you. I’ll take the lot.
Noten / Notes
1 Eerste publicatie/First published in J.A. Worp, ‘Constantijn
Je zou me een buitenbeentje kunnen noemen, en dat
zou ik als compliment beschouwen. Ik wil niet bij één
cultuur horen, maar genieten van de flexibiliteit en
verschillende invalshoeken die mijn nomadische
bestaan me heeft opgeleverd. Wil ik één land? Nee,
bedankt. Doe mij ze allemaal maar.
60
Huygens over de schilders van zijn tijd’, Oud Holland 9 (1891),
pp. 106-136.
2 Emilie E.S. Gordenker, Van Dyck and the Representation of Dress
in Seventeenth-Century Portraiture,Turnhout 2001.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 61
Renée Ridgway
Verenigde Staten / United States of America › Nederland /The Netherlands
100444_p001_128:Opmaak 1
Hortus Indicus Malabaricus
62
06-09-2010
10:00
Pagina 62
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
Mausoleum of Hendrik Adriaan van
Reede tot Drakenstein, Surat
63
10:00
Pagina 63
100444_p001_128:Opmaak 1
Dutch Garden, Surat
64
06-09-2010
10:00
Pagina 64
100444_p001_128:Opmaak 1
Mantancherry, Fort Cochin
65
06-09-2010
10:00
Pagina 65
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
Doopboek / Parish register, St Francis
Church, Fort Cochin
66
10:00
Pagina 66
100444_p001_128:Opmaak 1
67
06-09-2010
10:00
Pagina 67
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 68
DAG 4 – Surat
Er staat een bushalte genaamd ‘Dutch Garden’ bij
een parkje waar een paar jongens een spelletje cricket
aan het improviseren zijn. De bal vliegt over de muur
het water in en wij vervangen het door een blikje;
het wicket wordt omgeruild voor een thuishonk en zo
verandert het spel in honkbal. Aan de overkant van de
straat staat een voormalige Nederlandse fabriek, waar
ooit het ‘goud van Malabar’ werd opgeslagen, nu nog
te herkennen aan de borden ‘Dutch Road’. In eerste
instantie kwam de VOC naar de kust van Malabar
voor de zwarte peper. In de loop der jaren groeide dit
uit tot duizenden schepen uit Nederland, met goud en
tegels als lading. Ze deden de haven van Gujarati aan
om deze goederen om te ruilen voor het textiel dat in
Europa zo geliefd was. Hendrik Adriaan van Rheede
tot Drakestein, voormalig commandeur van de VOC
in Cochin en samensteller van de Hortus Malabaricus,
ligt hier begraven. Zijn mausoleum staat er nog steeds,
omringd door renovatieprojecten, een combinatie
van Mogolarchitectuur en de locale bouwstijl. Enkele
Europese elementen, zoals zuilen en een Nederlands
opschrift boven de sarcofaag, verwijzen naar zijn
afkomst. Van Rheede, die zich uitgebreid bezighield
met medicijnen en geneeskrachtige kruiden, schreef in
zijn brieven dat hij bij vertrek uit Cochin al last van
zijn darmen had. Hij stierf voor de kust van Mumbai,
waarna zijn stiefdochter Francine een uitgebreide
begrafenis voor hem organiseerde in Surat. Volgens
sommigen is hij vergiftigd.
DAG 6 – Fort Cochin
Volgens de plaatselijke overlevering heeft Van Rheede
de Hortus Malabaricus samengesteld omdat de Nederlanders tijdens de bloedige machtsovername in 1663
de meest prestigieuze (Portugese) bibliotheek van
heel Azië in de as hadden gelegd. Botanisten houden
liever vol dat hij op zoek was naar medicijnen voor
zijn soldaten, omdat hij had gezien hoe gezond de
inheemse bevolking was, die voor de behandeling van
allerlei ziektes en kwaaltjes planten en kruiden
gebruikte. Volgens sommige geschiedkundigen wilde
hij de activiteiten van de VOC uitbreiden en was hij
op zoek naar nieuwe specerijen voor de handel. Ze
wijzen ons op Van Rheede’s maatschappelijk aanzien
en leiden daaruit af dat dit in het Latijn gestelde werk
in twaalf kloeke delen ooit deel heeft uitgemaakt
van een rariteitenkabinet, die in het Europa van de
68
DAY 4 – Surat
The ‘Dutch Garden’ bus stop borders a small park
where boys are playing cricket on a makeshift pitch.
The ball disappears over the wall into the water and
we replace it with a tin can, trading in the wicket for a
home plate, thus introducing them to baseball. Across
the street, a former Dutch factory that once housed
the ‘Malabar Gold’ can be distinguished by signs
reading ‘Dutch Road’.The Dutch East India Company
(VOC) initially came to the Malabar Coast for black
pepper. Over the years its fleet grew to thousands of
ships filled with Dutch bullion and tiles as ballast,
which they traded in this Gujarati harbour for the
textiles that were so highly sought after in Europe.
The former Commander of the VOC in Cochin, Hendrik
Adriaan van Rheede tot Drakestein, who compiled
the Hortus Malabaricus, is buried here. His mausoleum
still stands today in the midst of renovation; Mughal
architecture merges with local vernacular, a few
European elements such as columns and a Dutch text
engraved above his sarcophagus bear witness to his
ancestry. For all of his work on medicinal cures and
herbal remedies Van Rheede notes in his letters that
he had an intestinal disorder when he set sail from
Cochin. He died off the coast of Mumbai and his stepdaughter Francine arranged an elaborate burial for
him here in Surat. Some say he was poisoned.
DAY 6 – Fort Cochin
Local folklore states that Van Rheede compiled the
Hortus Malabaricus because the Dutch burned down
the most prestigious (Portuguese) library in all of
Asia during the bloody takeover in 1663. Botanists
would rather believe he was in search of medicine
for his soldiers, inspired by a healthy indigenous
population who used plants and herbs for treatments
of all kinds of diseases and ailments. Some historians
think he was attempting to expand the VOC’s business
and find other ‘spices’ to trade. Historians remind us
of Van Rheede’s social status and surmise that the
twelve-volume Latin folio was part of a curiosity
cabinet, which were prominent in aristocratic homes
in seventeenth-century Europe. In any case, it seems
the VOC wasn’t really interested in the Hortus
Malabaricus, yet somehow the twelve volumes were
commissioned and financed, eventually being printed
in Amsterdam between 1677 and 1683.The filmmaker Rick van Amersfoort and I share this tale,
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 69
17de eeuw populair waren bij de aristocratie. Maar
hoewel de VOC weinig interesse toonde in de Hortus
Malabaricus, werden de twaalf boekdelen toch op een
of andere manier aangekocht en gefinancierd, en uiteindelijk tussen 1677 en 1683 in Amsterdam gedrukt.
Wij (filmmaker Rick van Amersfoort en ik) vertelden
dit verhaal aan Priyadershini S., een journaliste van
The Hindu. We vertelden hem over onze speurtocht
naar Nederlandse sporen in en om Fort Cochin. Haar
artikel verschijnt in de zondageditie, inclusief onze
oproep dat we op zoek zijn naar mensen met Nederlandse voorouders of documenten of andere overblijfselen waarover ze willen vertellen. De dagen daarop
stromen de e-mails binnen en doen we interviews met
lokale lezers.
DAG 9 – Fort Cochin
We willen met name weten hoe mensen die mogelijk
Nederlandse voorouders hebben, denken over de
geschiedenis van de Nederlanders, hun maatschappelijke integratie in India (of gebrek daaraan) en de
gevolgen daarvan voor hun identiteit in een cultureel
divers land als India. Willen ze deze (h)erkennen? In
India bestaat een ingewikkeld kastensysteem, dat
nog gecompliceerder wordt als Europese voorouders
een rol spelen. Zoals James Gunther uitlegt, kregen
zogenaamde Anglo-Indians tijdens de Britse koloniale
tijd vaak bureaucratische functies of werk bij het
spoor vanwege hun taalbeheersing en christelijke
opvoeding. Volgens Chris Fernandez werden ze bij
aankomst door Portugese priesters van een christelijke naam voorzien, gedoopt en meteen bekeerd.
Volgens Ivan Da Costa, die op Burger Street woont,
kwamen de Nederlanders niet met het zwaard in de
ene hand en het kruis in de andere; zij kwamen voor
de handel, en voor winst was tolerantie nodig, om de
sociale samenhang en orde zeker te stellen.
DAG 10 – Franciscuskerk
We hebben gehoord dat er geen Nederlandse namen
in de lokale telefoongids staan, dus gaan we verder op
onderzoek uit, beginnend met het doopregister. Het is
zondagmiddag, en als de dominee samen met zijn zoon
op de motor arriveert, is hij een beetje knorrig: we zijn
niet bij zijn zondagdiensten geweest, hoewel hij ons de
dag daarvoor had gevraagd die bij te wonen. In de kerk
worden de versleten, stoffige boeken bewaard in een
oude houten kast, niet beschermd tegen temperatuurswisselingen, al zit het oudste boek wel in een speciaal
69
along with our quest to find Dutch traces in and
around Fort Cochin, with Priyadershini S., a journalist
from The Hindu. Her article appears in Sunday’s
edition, including a notice that we are looking for
people with Dutch ancestry, or traces and documents
they would like to share.The e-mails start to flood in
over the next few days and we conduct interviews with
the local readership.
DAY 9 – Fort Cochin
Specifically we want to know how people who might
have Dutch ancestry perceive the history of the Dutch,
their integration (or not) in Indian society and what
kind of effect this had on their identity within such a
culturally diverse country as India. Did they choose
to acknowledge and recognise it? India has a complicated caste system, which is even more difficult to
unravel when you include European ancestry in the
equation. One of the people we interviewed, James
Gunther, explained that Anglo-Indians, as they are
called, were granted bureaucratic positions and jobs
on the railway during the British colonisation because
of their linguistic skills and Christian upbringing.
Chris Fernandez told us that his name derives from
the Portuguese priests who immediately baptised
newcomers with Christian names. According to Ivan
Da Costa, the Dutch, by contrast, did not come with a
sword in one hand and a cross in another.They came
to trade, and they employed tolerance in order to
ensure high profits, social cohesion and order.
DAY 10 – St Francis Church
Having been told there are no Dutch names in the
local telephone directory, we investigate further,
starting with the parish register. It is late on Sunday
afternoon and the vicar arrives on a motorbike with
his son, slightly annoyed that we have missed all the
Sunday services he had asked us to attend the day
before. Inside, the weathered, dusty books are stored
in an old wooden cabinet, unprotected from changes
in temperature, though the oldest has a special box.
Worms, fingers and time have taken their toll on
these semi-legible documents that record baptisms,
marriages and people’s religion. No filming is allowed,
so we take photos as the vicar looks on impatiently.
Suddenly we have to leave: a storm is breaking, the
sky has turned dark grey and the wind swirls the
dust around us as we exit and run back to the guesthouse.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 70
kistje. Insecten, vingers en de tand des tijds hebben
hun sporen nagelaten op de nog maar half leesbare
documenten, waarin niet alleen doopplechtigheden
zijn geregistreerd, maar ook bruiloften, inclusief naam
en godsdienst van de echtgenoten. We mogen niet
filmen, dus nemen we foto’s, terwijl de dominee ongeduldig toekijkt. Plotseling moeten we weg: het gaat
stormen. De hemel is donkergrijs en de wind blaast
het zand alle kanten op wanneer we de kerk verlaten
en terug rennen naar het pension.
DAG 11 – Staking!
In Kerala, de enige Indiase staat waar de communisten het voor het zeggen hebben, zijn de arbeiders aan
het staken (hartal) vanwege de oneerlijke verhoging
van de brandstofprijzen. Van 06.00 uur tot 18.00 uur
rijdt er niemand, omdat men bang is dat auto’s,
motoren en riksja’s met stenen worden bekogeld.
We besluiten te lopen en ondertussen te filmen.
DAG 17 – Mallapally
Toen ik in 1998 officieel naar Nederland emigreerde
werd ik ziek: de jaren van stress als gevolg van het
bijnaillegaal zijn en de druk om voldoende inkomsten
te genereren met mijn werk als kunstenaar eisten hun
tol. In 1999 heb ik een sinusoperatie afgezegd en ben
ik naar Thomas Punnen gegaan, van het inmiddels
opgeheven Kerala Ayurvedic Centre in Amsterdam.
Punnens uitgangspunt is om mensen te behandelen als
individuen met specifieke behoeften.Tijdens de eerste
controle neemt hij op drie verschillende manieren
de polsslag, bekijkt hij de tong en de ogen en stelt
hij vragen over voedingspatroon, slaapritme en leefgewoontes. De voorgeschreven behandeling is meestal
eerst een panchakarma-behandeling met ayurvedische
oliën, vaak in combinatie met geneeskrachtige kruiden
afkomstig uit de fabriek van zijn familie in India. Het
heeft achteraf jaren geduurd voordat ik weer in orde
was, omdat mijn lichaam weer in balans moest komen.
Mijn dokter en ik hebben het tegenwoordig weleens
over onze immigratie naar Nederland en de manier
waarop ons leven is veranderd. Na hier bijna twintig
jaar te hebben gewoond, is hij van Nederland weer
terug naar Kerala geëmigreerd, waar hij zijn eigen
lijn van gepatenteerde ayurvedische producten is
begonnen. Ik ben gebleven en heb mijn leven hier
verder geleid. Ik vraag me vaak af of mijn dokter
mijn migratietrauma succesvol heeft genezen.
70
DAY 11 – Strike!
In Kerala, the only state in India where the
communists are in power, the workers are striking
(Hartal) because of unfair rises in fuel prices. From
6 a.m. to 6 p.m. no one drives or rides around for fear
of having rocks thrown at their cars, motorbikes and
rickshaws. So we walked and filmed along the way
instead.
DAY 17 – Mallapally
After I officially emigrated to the Netherlands in
1998 I became ill.The years of stress from borderline
illegality and trying to generate enough income from
my work as an artist had taken its toll. In 1999 I
cancelled a sinus operation and went to see Thomas
Punnen at the now defunct Kerala Ayurvedic Centre
in Amsterdam. Punnen begins by treating people as
individuals with specific needs. Upon first inspection
he takes three types of pulses, checks the tongue
and eyes and asks questions about diet, sleep and
routine.The prescribed treatment is usually first a
Panchakarma treatment with Ayurvedic oils, often in
combination with herbal medicine, which came from
his family factory in India. In retrospect, it took me
years to get well, as I needed to get my body back in
balance. Nowadays my doctor and I talk of our shared
emigration to the Netherlands and how our lives have
changed. After almost twenty years in the Netherlands
he moved to Kerala and is now starting his own line of
patented Ayurvedic products. I, on the other hand,
have stayed on and made my life here. I often wonder
whether my doctor has succesfully cured my migration
trauma.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 71
Dineke Huizenga
De prikkel tot actie /
The stimulus to act
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 72
Elk kunstwerk heeft een toeschouwer nodig want vanuit diens belevenis worden steeds nieuwe betekenissen
ontwikkeld en aan het kunstwerk toegekend. Daarmee
verandert zowel het kunstwerk als de kijker. Interactie
tussen object en kijker impliceert dan ontwikkeling
op basis van erkenning en wederkerigheid, gelijkwaardigheid en individualiteit. In het project The Unwanted
Land wordt geëxperimenteerd met een gelaagde interactie: de tentoonstelling is opgezet als een creatief
proces van ‘wording’ met migratie als thema. De
dialoog staat centraal, in het begin tussen de kunstenaars, later tussen de kunstenaars en de bezoekers en
tussen de bezoekers onderling. Zo ontstaat een vrije
uitwisseling over het thema. Niet alleen kunstenaars
en bezoekers zijn in het spel van interactie betrokken,
maar ook de installaties ten opzichte van elkaar
binnen het geheel van de environment die ze tezamen
vormen, en de omgeving waar deze interactie plaatsvindt: het museum Beelden aan Zee.
Installatie en interactie
De zes kunstenaars, die deelnemen aan dit project,
reflecteren in hun werk vanuit hun ervaring op het
thema migratie. De uitwisseling tussen de kunstenaars
en de manier waarop zij samenwerken, leidde tot
reflecties, ontdekkingen en verandering van perspectief op zowel persoonlijk als artistiek vlak. Binnen
deze dynamiek heeft ieder van de kunstenaars op
basis van zijn of haar unieke achtergrond, kennis en
ervaring installaties opgebouwd. Uit elk werk spreekt
een eigen artistieke vraagstelling, ziens- of werkwijze
waarin de ervaring van migratie besloten ligt. Via
de interactieve dynamiek van de installaties wordt
beweging beoogd, die mensen niet alleen de ruimte
biedt om een ervaring op te doen, maar hen ook prikkelt om iets in te brengen. Hoe gaat dat in zijn werk?
Tiong Ang creëerde met Settlements een dynamische installatie die zich voegt in de context van The
Unwanted Land en deze tegelijkertijd bevraagt. Wat is
de rol van biografie? In hoeverre zijn gebeurtenissen
in een persoonlijke geschiedenis, zoals migratie,
bepalend voor de persoon in kwestie? Settlements is
in zijn werking afhankelijk van de actieve deelname
van het publiek. De bezoeker wordt bijvoorbeeld
betrokken door onder het oog van de camera als
acteur op te treden in het script, dat is gebaseerd op
migratieverhalen. Vanuit een schijnbaar vertrouwde
72
Each work of art requires a viewer, because it is from
his or her experience that new meanings are generated
and attributed to the work. Both the work of art and
the viewer change in this process. Interaction between
the object and the viewer implies development, based
upon recognition, reciprocity and individuality.The
project The Unwanted Land project is an exploration of
a layered form of interaction: the exhibition is set up as
a creative process of ‘becoming’ around the theme of
migration. Dialogue is central to the project: initially
between the artists and later between the artists and
visitors and among the visitors themselves.This
creates a free exchange of ideas about the theme. It is
not only the artists and visitors that are involved in
this interaction, but also the individual installations in
relation to the larger environment they form and the
context in which this interaction takes place: museum
Beelden aan Zee.
Installation and interaction
The six participating artists have drawn upon their
own experiences to make works that reflect upon the
theme of migration.The exchange of ideas between
the artists and their collaboration led to reflections,
discoveries and changes of perspective, on both a
personal and artistic level. Within this dynamic
situation, each of the artists has made an installation
based on his or her unique background, knowledge
and experience. Each work expresses a personal
artistic formulation, perspective and working method
relating to the artist’s experience of migration.The
installations’ interactive dynamic aims to create
movement, which not only offers viewers room to
gain experience but also stimulates them to make a
contribution. How does this work?
In Settlements,Tiong Ang has created a dynamic
installation that simultaneously contributes to and
questions the context of The Unwanted Land. What
role does biography play? To what extent is a person
shaped by events in his history, such as migration?
Settlements is dependent upon the active participation
of the public. For example, the visitor is involved in
the work by taking part in a filmed script based on
migration stories. From a seemingly familiar waiting
room – designed as a large Minimalist sculpture – the
visitor/performer goes on a journey to an unknown
destination.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 73
wachtkamer – vormgegeven als een grote minimale
sculptuur – gaat de bezoeker/performer op weg naar
een onbekende bestemming.
De lange reis overzee naar het onbekende en de
ervaring van afstand liggen besloten in de installatie
Bestemming onbekend van Rudi Struik. Geluidspalen
laten de stem van de kunstenaar als kind horen,
opnamen uit de jaren zestig waarmee het jonge gezin
in Canada van overzee groeten stuurde aan de grootouders in Nederland. Een installatie in de vorm van
een hand-annex-sjoelbak laat bezoekers via een
beweging die zij zelf in gang zetten, kiezen uit verschillende plaatsen van vertrek en aankomst.
De directe fysieke, emotionele en zintuiglijke ervaring van een kind is door Dirk de Bruyn zichtbaar en
voelbaar gemaakt met de multimediale installatie Dico
de Bruijn. Bezoekers kunnen beelden uit het verleden
van de kunstenaar getransponeerd op puzzelblokken
opnieuw ordenen of door de war gooien. Een serie
digitale bewegende beelden, die gaan over wat De
Bruyn een ‘displaced migrant’ noemt, wordt geprojecteerd in een soort kijkdoos. Omdat de beelden licht
driedimensionaal zijn wordt de kijker in verwarring
gebracht. Het lijkt alsof de ogen elk een verschillend
beeld zien en dat levert een soort cognitieve interactie
op die voorafgaat aan de reflectie op wat iemand ziet.
Sonja van Kerkhoff reflecteert met de installatie
Kāinga a roto (Māori voor ‘Home within’) op het
gevoel van een veranderend en bewegend ‘thuis’. De
installatie verwijst naar een migratiekano en een
stamhuis, dat in de Māori-traditie de ademende voorouder verbeeldt. De bezoeker wordt zintuiglijk en
beeldend geprikkeld: met blote voeten treedt hij of
zij een bootvormige ruimte binnen en stapt op een
zacht tapijt. De videoschermen aan de wanden zijn
de ‘ogen’ (vensters) waarmee de bezoeker een beweeglijk beeldpalet van video-opnamen uit Nieuw Zeeland
te zien krijgt. Zo richt de blik zich bijna als vanzelf
naar binnen en wordt er een eigen innerlijk verhaal
geweven.
De installatie Study into Unbecoming Dutch: Part I
van Renée Ridgway nodigt de bezoeker uit om na
te denken over het idee en de constructie van Nederlandsheid of ‘Dutchness’. De mate van beïnvloeding
en identificatie (emigratie, immigratie, integratie,
disintegratie) in een nieuwe omgeving wordt verbeeld
door interviews. De Indiaas-Ayurvedische behande73
A long overseas journey into the unknown and the
experience of distance are central to the Rudi Struik’s
installation Destination Unknown.Through loudspeakers we hear recordings of the artist’s voice as
a child in Canada in 1960s, sending messages to his
grandparents in the Netherlands. An installation in
the form of a shuffleboard in the shape of a hand
allows visitors to choose from various points of
departure and arrival.
The direct physical, emotional and sensory
experience of a child is made visible and tangible in
Dirk de Bruyn’s multimedia installation Dico de Bruijn.
Images from the artist’s past have been divided
between puzzle blocks, which visitors can rearrange.
A series of digital moving images about what
De Bruyn calls a ‘displaced migrant’ are projected
in a sort of show box. Because the images are slightly
three dimensional, they confuse the viewer’s mind. It
appears as if each eye sees a different image, which
produces a sort of cognitive interaction that precedes
the viewer’s reflection of what he or she sees.
In her installation Kāinga a roto (Māori for Home
Within) Sonja van Kerkhoff reflects upon the feeling
of a changing and moving ‘home’.The installation
refers to the migration canoes and the dynasty,
which in the Māori tradition represent the breathing
ancestor.The installation provides visual and sensory
stimulus: the barefoot visitors enter a boat-shaped
space and step onto a soft carpet.The video screens on
the walls are the ‘eyes’ (windows) through which the
visitor sees a shifting palette of video images from
New Zealand. In this way the visitor’s gaze is turned
inward to weave a personal story.
The installation Study into Unbecoming Dutch: Part I
by Renée Ridgway invites the visitor to contemplate
the idea of ‘Dutchness’ and how it is constructed.
The extent of the influences of and identification
(emigration, immigration, integration, disintegration)
with a new environment is explored in interviews.
The Indian Ayurvedic treatment room deals with
the processing of Dutch colonial history of the state
Kerala in southwest India with the aid of the
seventeenth-century botanical treatise, the Hortus
Indicus Malabaricus, a collaboration between native
physicians and inhabitants of the Dutch colony.
Finally, in his interactive installation Roots
Diarrhoea, David Bade has created a track through
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 74
lingskamer speelt in op de verwerking van de Nederlandse koloniale geschiedenis van de staat Kerala in
zuidwest India met behulp van het zeventiende-eeuwse
botanische naslagwerk, het Hortus Indicus Malabaricus,
een samenwerking tussen inheemse artsen en inwoners
in de destijds Nederlandse nederzetting.
David Bade tenslotte geeft met zijn parcours door
en rondom de gehele installatieomgeving een plaats
aan andersoortige sentimenten met zijn interactieve
installatie Rootspoeperij. De bezoeker loopt of rent zijn
eigen parcours en legt zo zelf nieuwe verbindingen.
Beweging
De installaties brengen de bezoekers letterlijk
in beweging, wat mogelijk leidt tot een nieuwe verhouding tot de installaties, zowel zintuiglijk (men wordt
geprikkeld iets te doen) als emotioneel. Zoals in de
tekst van Kitty Zijlmans met een verwijzing naar de
fenomenologie al werd aangeduid, prikkelt de zintuiglijke waarneming een dieper bewustzijn en activeert
de fysieke betrokkenheid het eigen veld van perceptie.
De interactieve installaties leiden dus niet alleen tot
fysieke beweging, maar hebben ook de intentie om de
waarneming te veranderen, door eigen en andermans
aannames te onderzoeken en zo te komen tot nieuwe
interpretaties en betekenissen.
En door deze interactie verandert en groeit ook
The Unwanted Land. Immers, de bezoekers brengen iets
mee, hun achtergrond, ervaringen en geschiedenissen.
Op basis van de eigen ervaringen in de tentoonstelling
en in relatie tot de eigen geschiedenis reageren zij en
dragen zij bij aan het project. De omgeving verandert
telkens doordat mensen objecten, gedachten, gevoelens of verhalen toevoegen. Als een imaginaire stad
kent de installatieomgeving zowel ‘gebouwen’ als
‘bewoners’ die allemaal op gelijke voet staan en elkaar
wederzijds beïnvloeden. The Unwanted Land creëert
aldus een tijdelijke, nieuwe samenhang tussen mensen
en objecten, tussen mensen onderling en de ideeën en
geschiedenissen, die zij met zich meedragen, in de
context van een museum.
Migratie is het thema, de mens verplaatst zich.
Hoe is het nu om je in die migrerende persoon te verplaatsen en je af te vragen wat een letterlijke re-locatie
voor iemand betekent? Wat gebeurt er met je en wat
betekent dat voor je persoonlijkheid, je identiteit?
Het interactieve aspect van de installaties zinspeelt
74
and around the entire environment, which provides
a place for other sentiments.The visitor can walk or
run along his or her own path and so establish new
connections.
Motion
The installations literally set the visitor in motion,
which may possibly lead to a new relationship to the
installations, both in sensory (visitors are stimulated
to act) and emotional terms. As Kitty Zijlmans’ essay,
with its reference to phenomenology, indicates,
sensory perception stimulates a deeper consciousness,
and physical engagement activates one’s own field of
perception. As such, the interactive installations lead
not only to physical movement but also aim to alter
our perception by exploring our own and others’
assumptions in order to arrive at new interpretations
and meanings.
The Unwanted Land changes and grows through
this interaction. After all, the visitors bring their own
backgrounds, experiences and stories to bear on what
they see. Using their own experiences in the exhibition
in relation to their own histories, they react to and
contribute to the project.The environment changes
each time people add their own objects, thoughts and
stories. Like an imaginary city, the installation has
both ‘buildings’ and ‘inhabitants’ that have equal
standing and mutually influence each other. In this
way The Unwanted Land creates a temporary, new
connection between people and objects and among
people and the ideas and stories they carry with them
in the context of a museum.
The theme is migration. People relocate. What is it
like to put yourself in the place of a migrant and to ask
what relocation literally means for someone? What
happens to you and what effect does it have on your
personality, your identity? The interactive aspect of
the installations hints at a deeper meaning than merely
people’s physical moves. Do they encourage you to
explore your attachment to a particular place, to your
family, your culture or religion? What if you had to
abandon these things? The installations therefore also
invite you to question your own position in this world.
The interactive exchange connects with a growing
awareness that each person’s knowledge is different,
depending on the available information. Each
component in the physical and mental space of
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 75
op een diepere laag dan slechts het fysiek in beweging
brengen van personen. Zetten ze ook aan tot het
onderzoeken van je gehechtheid aan een plek? Aan
je familie, aan de cultuur waarin je je beweegt of aan
de religie die je belijdt? Wat als je die zou moeten loslaten? De installaties nodigen dus ook uit om de eigen
positie in deze wereld te bevragen. De interactieve uitwisseling sluit aan bij een toenemend bewustzijn dat
kennis zich telkens anders verhoudt tot een menselijke
bron, op basis van de beschikbare informatie. Elk
onderdeel in de fysieke en mentale ruimte van The
Unwanted Land is gelijkwaardig, of het nu de kunstenaar is, de bezoeker of de installatie: allemaal zijn
ze evenveel onderdeel van het geheel.
75
The Unwanted Land is of equal value, whether it is
the artist, the visitor or the installation: they are all
part of a greater whole.
Literatuur / Literature
Yvonne Dröge Wendel, Lino Hellings et al., An Architecture of
Interaction, Amsterdam 2006.
Claire Bishop, Participation. London: Whitechapel/Cambridge
Mass.:The MIT Press 2006 (Documents of Contemporary
Art).
Nicolas Bourriaud, Relational Aesthetics. Paris: les presses du réel
2006 (1998).
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 76
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 77
Rudi Struik
Nederland / The Netherlands › Canada
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
Afscheid van Nederland, 2006, zwarte
inkt op drie kunststof banieren, hout,
200 x 100 cm. / Farewell to the
Netherlands, 2006, black ink on three
gauze banners, wood, 200 x 100 cm.
78
10:00
Pagina 78
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 79
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
Oog, 2001, hout bedekt met zwart vilt,
houten kistje met dunne metalen staafjes, spiegels, foto, 30 x 45 x 12 cm. /
Eye, 2001, felt-covered wood, wooden
box with metal rods, mirrors, photograph,
30 x 45 x 12 cm.
80
10:00
Pagina 80
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
Migratie, 2008, muurinstallatie, gips,
houten kistjes, foto’s, 13 x 43 x 5 cm. /
Migration, wall installation, plaster,
wooden boxes, photographs,
13 x 43 x 5 cm.
81
10:00
Pagina 81
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 82
Selected Histories, 2006, installatie met
Selected Histories, 2006, installation
100 glasdia’s (6 x 8 cm), wit koord, en
with 100 glass slides (6 x 8 cm), white
performance. International Art Festival
chord, and performance. International
In the Context of Art: The Differences,
Art Festival In the Context of Art:
Mazowieckie Centrum Kultury i Sztuki
The Differences, Mazowieckie Centrum
Warschau 2006.
Kultury i Sztuki Warsaw 2006.
82
100444_p001_128:Opmaak 1
83
06-09-2010
10:00
Pagina 83
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 84
Bestemming onbekend
Op de vliegtuigtrap staat een jong echtpaar met
twee kleine kinderen, ze zwaaien de familie die achterblijft vaarwel. Het is 1953 en mijn ouders, mijn broertje en ik trekken weg naar Canada. De foto van dit
belangrijke moment in mijn leven heeft nog altijd veel
betekenis voor mij. Het is een symbool voor de grote
stap van mijn ouders die mijn leven heeft veranderd.
Niet dat ik dat toen doorhad, als kind was het een
groot avontuur. Ik besefte niet, zoals mijn ouders wisten, dat het voorgoed zou zijn. Later ben ik deze foto
gaan analyseren en heb ik de verschillende personen
laag voor laag van het beeld afgepeld en apart van
elkaar geplaatst. Ieder gezinslid kreeg ruimte voor
zichzelf, zijn eigen beleving en zijn eigen verhaal.
Aangebracht op grofmazig gaas hangen ze nu als
banieren achter elkaar. Hoe kijkt iemand naar deze
foto die deze mensen niet kent?
Migratie kent vele kanten, één ervan is het weinig
besproken perspectief van het kind. Het project The
Unwanted Land is ontstaan vanuit dit perspectief,
namelijk dat van het jonge individu dat vertrekt vanaf
een vertrouwde plek naar een onbekende omgeving
met een onbestemde toekomst.Terugkijkend was het
moeilijk deel te nemen aan de Canadese cultuur, dat
besef kwam in mij naar boven door het project The
Unwanted Land. Het nadenken over deze tentoonstelling en hoe we het publiek bij dit onderwerp konden
betrekken, riep veel vragen op maar ook drong er ook
nieuw besef door. Ik heb Canada ‘unwanted’ gemaakt.
Ik wilde de Canadese cultuur niet accepteren, want die
mocht niet de plaats innemen van mijn Nederlandse
identiteit. Onbewust hield ik die sterk vast, bang dat ik
mijn herinneringen zou verliezen aan mijn leven in
Nederland.
Op een performancekunstfestival in Warschau in
2006 heb ik de performance/installatie Selected
Histories uitgevoerd. De installatie was opgebouwd
uit oude glasdia’s van werken van zestiende- en
zeventiende-eeuwse schilders uit de Westerse kunsthistorische canon. Deze zwart/wit glasdia’s (6 x 8 cm)
zijn het oude studiemateriaal van het Kunsthistorisch
Instituut van de Universiteit Leiden. Wat opviel was
dat er in de verzameling geen enkele Poolse schilder
aanwezig was. Het mechanisme van de geschiedenis
werkt duidelijk selectief. Met ons vertrek naar Canada
bleef Nederland stilstaan in de tijd en maakten wij
84
Destination unknown
A young couple and their two small children stand
on the steps of an aeroplane, waving goodbye to a family that remains behind. It is 1953 and my parents, my
brother and I are leaving for Canada.The photograph
of this important moment in my life still has great
meaning for me. It is a symbol of the great step my
parents took; a step that changed my life. Not that I
knew that then; as a child it was a great adventure. I
did not realise then, as my parents knew, that it was to
be for good. I later analysed this photograph and
peeled the various people off, layer by layer, and separated them. Each family member acquired his or her
own space, his or her own experience and story.
Applied to transparent mesh, they now hang as banners one behind the other. How does someone who does
not know these people look at this photograph?
Migration has many sides, one of which is the
rarely discussed perspective of the child.The project
The Unwanted Land has been created from this perspective, namely that of a young person leaving a
familiar place for an unknown destination with an
uncertain future. Looking back, it was difficult for me
to participate in Canadian culture. I came to this realisation through the project The Unwanted Land.
Thinking about this exhibition and how to make the
subject accessible to the public raised numerous questions and brought me to a new realisation: I had made
Canada ‘unwanted’. I did not want to accept Canadian
culture because I would not allow it to take the place
of my Dutch identity. Unconsciously I clung to this
identity, afraid that I would lose my memories of my
life in the Netherlands.
In 2006 I made a performance/installation entitled Selected Histories at a performance art festival in
Warsaw.The installation consisted of old glass slides
of works by sixteenth- and seventeenth-century
painters from the Western canon.These black and
white glass slides (6 x 8 cm) came from the old study
collection of the Institute for Art History at Leiden
University. I was struck by the fact that there was not
a single work by a Polish painter in the collection.The
mechanism of history is clearly selective. With our
departure for Canada, for us the Netherlands was
frozen in time and we were no longer part of its ongoing history.The black slides represent those who have
fallen outside the ‘grand narrative’.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 85
geen deel meer uit van die geschiedenis. De zwarte
dia’s representeren diegenen die buiten de ‘grote’
geschiedenis zijn gevallen.
Kijkend uit het raam, op een vroege ochtend in
de lente, zag ik in de lucht een V-vorm naderen. Het
was een vlucht ganzen op weg naar het noorden. Ik
bedacht me hoe gelukkig ze waren, geen grenzen
of paspoorten om zich zorgen over te maken; eenvoudigweg vrij om naar een ander deel van de wereld
te vliegen om te eten, zich voort te planten en om
vervolgens als het seizoen ten einde loopt, weer door
te vliegen naar een ander werelddeel waar voedsel
is. Ooit kenden wij die strikte grenzen ook niet. De
mens kon vrijelijk rondzwerven en zich vestigen naar
believen. Identiteit was gekoppeld aan de groep waartoe je behoorde. In de loop van de tijd gingen mensen
zich echter permanent vestigen. Er kwamen imaginaire grenzen, in de vorm van landsgrenzen, waarmee
de natiestaten ontstonden. Identiteit werd gereguleerd. Nieuwkomers, immigranten moesten volgens
de regels spelen. De druk tot assimilatie is alleen maar
sterker geworden vanuit het denkbeeld dat een te
grote groep immigranten het diepgewortelde gevoel
van nationale identiteit kan bedreigen en de angst
kan voeden dat die identiteit verloren gaat.
De gevoelens en gedachten die de persoonlijke
geschiedenis voortdrijven, spelen een belangrijke rol
in The Unwanted Land. Hoe is het om te emigreren en
om immigrant te zijn? Onvermijdelijk verander je
door zo’n ingrijpende gebeurtenis en iedereen zal deze
belevenis op zijn eigen manier verwerken. Je treedt
immers een andere cultuur binnen. Draag je de plek
waar je geboren bent altijd met je mee? Wat gebeurt
er als je terugkeert naar je geboorteland, hoe eigen is
die plek uit je herinneringen dan nog? In de tentoonstellingsruimte wordt een ‘verhalentafel’ ingericht
waar over deze en andere vragen kan worden gesproken. Een klein amfitheater zal dienst doen als plek
waar allerlei uitwisselingen (discussies, presentaties)
met het publiek kunnen worden gehouden. Het publiek
is zowel spreker als toehoorder. In een ander deel
kan de bezoeker zelf op reis gaan: de wereld is een
sjoelbak, alleen met vaste hand kun je de beoogde
bestemming bereiken.
85
Looking out the window early one spring morning, I
saw a V shape approaching in the sky. It was a skein of
geese heading north. I considered how lucky they are,
with no thought of passports or borders: simply free
to fly to another part of the world, to eat, reproduce
and then, at the end of the mating season, to fly off to
another part of the world in search of food.There was
a time when we too recognised no strict boundaries.
People were free to roam and settle where they
pleased. Identity was linked to the group to which
you belonged. Eventually people began to settle
permanently and imaginary boundaries were created
in the form of national borders, giving rise to the
nation-states. Identity was regulated. Newcomers
– immigrants – had to play by the rules.The pressure
to assimilate has become ever stronger, based on the
belief that too many immigrants will threaten the
deeply rooted sense of national identity and will feed
the fear that this identity will be lost.
The feelings and thoughts that drive a person’s
history play an important role in The Unwanted Land.
What is it like to emigrate and to be an immigrant?
You are inevitably changed by such a radical event
and everyone will work through this experience in his
or her own way. After all, you are entering another
culture. Do you always carry your birthplace with
you? What happens if you return to the country where
you were born? How familiar is that place from your
memories? A ‘story table’ will be installed in the
exhibition space where these and other issues can be
discussed. A small amphitheatre will serve as a place
for various exchanges (discussions, presentations)
with the public.The public will be both speaker and
audience. In another part of the space the visitor will
be able to go on his or her own journey: the world is
a shuffleboard and you will reach your envisioned
destination only if you keep a steady hand.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 86
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 87
Rashid Novaire
De lifter en het reuzenrad
van Europa / The hitchhiker and
Europe’s Ferris wheel
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 88
Bij de festiviteiten waarop mijn overgrootmoeder
een lintje van Hitler kreeg was zij de enige vrouw die
een bloemetjesjurk droeg.Tien zonen had ze gebaard.
Kanonnenvlees. Voer voor de oorlog. Op de gekartelde,
kleine groepsfoto in mijn handen zie ik hoe de stijf
gestreken gewaden van gelauwerde moeders in het
midden van de tribune samen een groot doek vormen,
een zwarte vlag waarnaast het dessin van mijn overgrootmoeder M. haast oplicht als een teken van hoop
temidden van naderend onheil. M. lacht, misschien is
ze zich niet bewust van naderend onheil. Ze is een
Pools-Duitse vrouw die in het zonnetje wordt gezet
en dankbaar opkijkt naar het licht dat haar wordt
geschonken. Waren haar zonen toen al bij de SS? Ik
heb geen idee. Ik moet het onderzoek voor de roman
die ik erover wil schrijven nog aanvangen. Voorlopig
begin ik met het kijken naar het beeld. Ik houd de foto
op in het daglicht dat door mijn keukenraam stroomt.
Ik raak haar glimlach aan met mijn vingertop, probeer
te voelen wat er omgaat in haar hoofd. Probeer te
ervaren hoe deze vrouw in de nazi-tijd totaal onwetend
was van het type nageslacht dat ze aan Europa mee
zou geven. Haar nazaten. Mijn familie: een staalkaart van de Europese immigratiegeschiedenis. Een
mengeling van Polen, Duitsers, Afrikanen en ZuidAmerikanen. Mijn moeder, haar kleinkind, een PoolsNederlandse. Ik, haar achterkleinkind, de zoon van
een Marokkaanse mimespeler. Mijn halfzuster de
dochter van een Surinaamse levenskunstenaar.
Kinderen die voortkomen uit het snijpunt waarop
een man en een vrouw zochten naar vrijheid. De
vrijheid om een deel van hun religieuze en culturele
bagage in het land van herkomst achter te laten. De
grote Europese vrijheid. De vrijheid om te zoeken.
Het contrast tussen de antieke wereld van de foto
in mijn hand en het zoekende multiculturele continent
waarvan ik deel uitmaak doet me denken aan Cowboy
Harry: een kinderserie waarnaar ik keek, iedere
zondagochtend.
At the ceremony at which Hitler presented my greatgrandmother with a medal, she was the only woman
wearing a flowery dress.This Polish-German woman
had borne ten sons. Cannon fodder. In the small group
photograph in my hand, the honoured mothers’
starched dresses fuse to form a large banner, a black
flag against which the pattern of my great-grandmother’s dress appears to give a glimmer of hope in
the midst of impending disaster. She smiles, enjoying
the limelight, perhaps unaware of what is to come.
Were her sons already in the SS? I have no idea. I
have yet to undertake the research for the novel I wish
to write about them. For now, I simply examine the
picture, holding it up in the daylight that streams
through my kitchen window. I touch her smile with
my fingertip, trying to guess what was going through
her mind, attempting to grasp how, in the Nazi period,
this woman had no idea what she would bequeath to
Europe. Her descendants, my family: a motley collection of European migration stories, a mixture of Poles,
Germans, Africans and South Americans. My mother
– her granddaughter – a Polish-German-Dutchwoman.
I – her great-grandchild – the son of a Moroccan mime
artist. My half-sister, the daughter of a Surinamese
graduate of the school of life.
Children that issued from the point of intersection
at which a man and a woman sought freedom.The
freedom to leave some of their religious and cultural
baggage behind in their native countries.The great
European freedom.The freedom to search.The
contrast between the old world in the photograph in
my hand and the seeking, multicultural continent I
am part of reminds me of Cowboy Harry, a children’s
series I watched every Sunday morning.
Interior. Apartment. Drab suburb.
An old man with a straw hat sits amidst a group of
boys and girls beaming with joy: black with long dreads,
white with a Mohican, brown with an Afro. The man with
the straw hat looks straight into the camera.
Interieur. flat. grauwe voorstad.
Een oude man met een strohoed zit temidden van een
Cowboy Harry: These are all my grandchildren. But in
former times on the prairie, things were different…
groep twinkelende jongens en meisjes: zwart met lange
dreads, wit met hanekam, bruin met afro’s. De man met
strohoed kijkt recht de camera in.
Cowboy Harry: Dit zijn al mijn kleinkinderen. Maar
vroeger op de prairie was het heel anders…
88
A wink. A fade-out. A new episode from Cowboy
Harry’s youth.
For most young people in Amsterdam today,
history is like an open prairie to which we seldom look
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 89
Een knipoog. Een fade-out. Een nieuwe episode van
Cowboy Harry’s jeugdjaren.
Echter, voor de generatie van de meeste jonge
eenentwintigste-eeuwse Amsterdammers is ook de
geschiedenis als een uitgestrekte prairie. Een gebied
waarnaar we zelden omkijken. Hier geen nationalistische sentimenten, gevoed door een historische
gebeurtenis die gegrift staat in het collectieve bewustzijn. Hollandse helden zijn nooit ouder dan de laatste
talkshow. Flamboyante, rebelse politicus Pim Fortuyn
is hier in een televisie-uitzending democratisch
verkozen tot de grootste Nederlander aller tijden.
Geschiedenis leeft als een bruistablet in de woestijn. In de opgepoetste grand cafés, coffeeshops en
loungebars van onze stad wordt, naast over de minimale liefde die de datingmarkt aan onze eenzame
lichamen heeft te bieden, ook nog weleens gesproken
over gebrek aan integratie, elitaire politiek in Brussel
en terroristische dreiging maar zelden gaat het praten
gepaard met historische argumenten.
Wel is inmiddels onze status als hoofdstad van de
tolerantie aan het kelderen onder invloed van stemmen
uit nabije Europese lidstaten die kalm uiteenzetten dat
tolerantie gedijt bij een helder, doordacht standpunt
waarnaast men het andere standpunt tolereert en niet
onder het soort onverschilligheid dat bij gebrek aan
eigen visie ook geen aandacht besteedt aan die van een
ander. Echter zoals onverschilligheid vaak inwoont bij
vluchtigheid behoort bij de vluchtigheid lang niet
altijd de oppervlakkigheid.
Zelf bind ik me, in mijn spel van verbeeldingskracht,
als jonge schrijver, zonder universitaire opleiding,
steeds opnieuw op vluchtige wijze aan geschiedenis die
ik vaak weer gedeeltelijk vergeet nadat ik erover heb
geschreven. Of het gaat om de twisten op een V.O.C.
schip in de zeventiende eeuw, een erotische vertelling
op Groenland, een roman over de ziel in het China van
de elfde eeuw voor Christus of een transseksuele gezel
in de ateliers van negentiende-eeuwse schilders, ik lees
erover, raak de sferen aan met mijn verlangen om te
verhalen maar kan niet beweren dat ik structureel over
kennis beschik die gekoppeld is aan deze historische
thema’s.
De grote Europese vrijheid is voor mij de vrijheid
geworden om fictie te maken. Om binnen de context
van een vertelling te liegen waarover ik wil.
89
back. Here no nationalist sentiments, fed by a
historical event engraved in the collective consciousness. Dutch heroes are rarely older than the latest
talk show. Here, on a television programme, the
flamboyant, rebellious politician Pim Fortuyn was
democratically voted the greatest Dutchman of all
time. History is like a soluble tablet in a desert. In the
refurbished grand-cafés, coffee shops and lounge bars
in our city, you will hear discussions about the lack of
integration, elitist politics in Brussels and the threat of
terrorism, but seldom are these conversations paired
with historical arguments. In the meantime, our status
as a capital of tolerance is being toppled by the voices
from the other EU states that calmly explain that
tolerance thrives on a clear, well-considered standpoint that also admits another’s point of view and not
a kind of visionless indifference that fails to respect
other people’s stances. But even if indifference so
often resides in superficiality, does this imply that
superficiality must always be associated with shallowness?
In writing my stories, as a young author with no
university education, I dip into history, part of which
I frequently forget after writing about it. Whether it
concerns a mutiny on a seventeenth-century ship of
the Dutch East Indian Company, an erotic story set
in Greenland, the notion of the soul in China in the
eleventh century B.C., or a transsexual journeyman
in the artists’ studios of the nineteenth century: I try
to perceive its meaning, make an attempt to brush
against the atmosphere in my desire to tell a tale, but
I cannot claim to have really grasped the structure of
these historical matters. For me, the great European
notion of freedom has become the liberty to create
fiction, to lie about whatever I choose in the context
of a story. I believe that the origin of such hubris is to
be found somewhere in the prairie between me and
my Polish-German great-grandmother with a medal
attached to her dress. It is both the mystification (how
interesting, and so far away) and the appropriation
(it is mine) of my family’s various cultural aspects
that gives me the courage to present these unfamiliar
events and the desires of my culturally diverse
characters.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 90
Ik geloof dat de oorzaak van deze overmoed moet
worden gezocht, ergens op de prairie tussen mij en de
Pools-Duitse overgrootmoeder met haar opgespelde
lintje. Het is het product van zowel de mystificatie
(‘wat is het ver en interessant’ ) als de toeëigening
(‘het hoort bij mij’ ) van verschillende culturele aspecten binnen mijn familie die me in staat stelt om de mij
onbekende daden en verlangens te durven verbeelden
van mijn cultureel diverse personages.
In de roman De pupil van Harry Mulisch staat een
jonge schrijver liftend langs een autoweg, ergens in
Europa. Hij wacht lang. Een vrouw in een kleine
wagen glijdt langzaam over het hete asfalt naar hem
toe. Ze houdt stil. Ze opent haar portier. Ze neemt de
jonge schrijver mee. Samen rijden ze langs de kust
in de richting van zijn bestemming. Maar de eindbestemming van de schrijver is niet die van het verhaal.
Ergens onderweg geeft de vrouw hem een geschenk:
ze parkeren in de schaduw van een reuzenrad. Het
mist aan zee. De roodbruine bakjes slingeren roestig
langs hem heen om steeds weer in het niets te verdwijnen. Als hij in een van ze heeft plaats genomen en
wordt opgetild ziet hij wat hem wordt gegeven; alle
personages uit de boeken en verhalen die hij nog zal
schrijven, zweven met hem mee aan het reuzenrad.
Ik waan mij deze jongen. Chinese vrijheidsstrijders,
negentiende-eeuwse schilders, een overgrootmoeder
met een lintje. Mijn personages. Deel van mijn reuzenrad. Mijn Europese vrijheid.
‘Alle fictie komt voort uit een verlangen naar
waarheid.’ Ik weet door dit proces van verbeelden een
werkelijkheid te scheppen die mij een zo’n sterke illusie
van waarheid schenkt dat ik nog maar zelden grondig
de prairie oprijd en me nauwgezet in de geschiedenis
verdiep.
Maar staat die artistieke vrijheid ook symbool
voor maatschappelijke vrijheid in het Europese landschap?
Leidt het onstuitbare proces van vermenging van
etnische afkomst en culturen tot een vernieuwing?
Vormt het zich tot een bevolking die in de komende
eeuw samen op vruchtbare wijze de waarheid liegen
zodat we een grote Europese vrijheid kunnen scheppen
en onderhouden?
Ik probeer iets van deze vragen te beantwoorden
aan de hand van drie voorbeelden uit mijn eigen
90
In Harry Mulisch’s novel The Pupil, a young author is
hitchhiking on a road somewhere in Europe. He has a
long wait. A woman in a small car approaches him
slowly over the hot tarmac. She stops. She opens the
door. She gives him a lift.They drive along the coast.
En route she gives him a present: they park in the
shadow of a Ferris wheel, crowned with mist.The rusty,
reddish-brown gondolas pass by – pitching and rolling
– only to disappear once more into the void. When the
author has sat down in one of them and been lifted up,
he recognises the gift she has given him: all the characters in the books and stories he is yet to write are
carried along with him in the Ferris wheel. I imagine
myself as this young man. Chinese freedom fighters,
nineteenth-century painters, a great-grandmother
with a medal. My characters. Part of my Ferris wheel.
My European freedom. ‘All fiction stems from a desire
for truth’.This imaginative process enables me to
create a reality with such a strong illusion of truth that
I rarely excavate the prairie of history in any depth.
But is this artistic license also a symbol of social freedom in the European landscape? Will the inexorable
process of ethnic and cultural interbreeding lead to
social renewal? Will it create a population that will
tell lies of truth so that we can create and maintain a
great European freedom? I shall attempt to get to the
root of the matter by examining three examples from
my own fragmented family history. Some are more
distant on the prairie. Others have left fresher traces
and have formed my own European identity.
1.
1913. Bottrop. The Ruhr. Germany. My grandmother
drowns in wet lettuce. She is grabbed by her many
brothers, baited and plunged into the water. Her
sisters make bobbin lace. The First World War is
approaching.
Like countless children living in large European
suburbs, my grandmother grew up bilingual. She spoke
the Polish of her parents and the German of her neighbours. She and her siblings were doubly discriminated
because they were the children of a mineworker and
Polish as well. I see them being tormented for their
Slavic appearance. I see dark-haired boys hiding in
trees, pissing on them and hurling abuse. At home the
answer to this social marginalisation was clear: from
now on we speak German. A few words of Polish for
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 91
gefragmenteerde familiegeschiedenis. Sommigen
liggen verder weg op de prairie. Anderen hebben
versere sporen nagelaten en mijn eigen identiteit als
Europeaan gevormd.
1.
1913. Bottrop. Ruhrgebiet. Duitsland. Mijn oma
verdrinkt in natte sla. Ze wordt door haar vele broers
vastgepakt, getreiterd, ondergeduwd. Haar zusters
klossen kant. De Eerste Wereldoorlog is in aantocht.
De tijd, zal hij het kleine huisje bespringen, als een
hyena in de nacht?
Net als vele kinderen in de grote Europese voorsteden groeit mijn oma tweetalig op. Ze spreekt het
Pools van haar ouders en het Duits van haar omgeving.
Haar vader is een mijnwerker. Gediscrimineerd worden
ze dubbel want ze zijn mijnwerkerskinderen en ook
nog Polen. Ik zie ze nagewezen worden met hun
Slavische uiterlijk. Donkerharige jongens die zich in
de bomen verschuilen om degenen onder te pissen die
hen uitmaken voor Dreck.
Thuis ontstond er als antwoord op deze sociale
marginalisering een duidelijke regel: wij spreken
voortaan Duits. Een paar Poolse woorden om te
vloeken of je geliefde toe te fluisteren in het teder
vergeten van nieuwe streken maar voor het overige:
wij zijn nog Duitser dan de Duitsers.
Het is mijn oma, het kleine meisje uit de grensstreek altijd blijven achtervolgen. Ook zij verplaatste
zich over landsgrenzen. Ze emigreerde naar Nederland. In de Tweede Wereldoorlog keek ze als jonge
vrouw vanuit het raam in haar smalle Amsterdamse
woning stil naar de langsscherende vliegtuigen die op
weg waren om haar familie te bombarderen en ook
al stelde ze zich vierkant op achter het kleine land
waar ze als een van de Duitse dienstmeisjes heen was
gevlucht, ze voelde een verdriet waarvoor geen troost
bestond, want zij hoorde in haar hart bij Duitsland.
Het was nu eenmaal haar land, samen met al zijn
dwaalwegen en duistere agressie.
Zelfs toen ze ‘s nachts door de gangen van een
Nederlands bejaardentehuis dwaalde en ze, in de
woorden van een dichter, ‘een vrouw werd met een
verhaal in de schoot waaruit de woorden zijn
verdwenen,’ bleef het verlangen naar Deutsch- en
Vornehm-zijn haar trouw.
Deutsch en Vornehm. Mijn oma’s loyaliteit als
91
cursing or for whispering in your sweetheart’s ear,
but apart from that: we are more German than the
Germans.This has always haunted my grandmother,
the little girl from the border area. She too moved
away. She emigrated to the Netherlands.
From the window of her small apartment in
Amsterdam during the Second World War, she silently
observed the low-flying aircraft on their way to bomb
her family and although she fully supported the small
country in which she had found work as a domestic
servant, she felt an inconsolable sorrow because her
heart belonged to Germany. It was, after all, her
country, even with all its delusions and evil aggression.
Even as she was wandering the corridors of a Dutch
nursing home at night and became, in the words of
a poet, ‘a woman with a story whose words have
vanished’ she remained true to her desire to be German
and distinguished. German and distinguished. My
Polish grandmother’s loyalty to the Germany in which
she was born can be described as complete assimilation. As a reaction to the negative image of Poles in
Germany, she forgot the finesse of her own cultural
background. She always defended Germany in discussions with Dutch people and, even though she
actually defended the Dutch when she visited her
family in Bottrop, it never occurred to her that she
– through her very blood – represented more than
German culture. Her desire to be a pure German girl
was a product of both her environment and the
zeitgeist.The great doors of freedom are opened
only by complete absorption in a new environment.
2.
1967. Rabat. Morocco. My father looks into the
mirror at drama school. The enthusiasm in his face
dies as a consequence of everlasting histrionics. To
be the woman you long for, the child at one with the
grey bulldozers and dusty glass bottles. Dreams of
Europe drift in the starry night. Warm bodies melt in
the protecting sound of passages from the Qur’an.
Like thousands of other men from the Rif
Mountains in search of economic freedom, my father
heeded Europe’s call in the 1960s. But he did not end
up in the same poverty as most migrant workers.
Upon his birth, his parents give him away to a childless
couple. He grew up in a suburb of Rabat, loved and
cared for by an elderly couple that took him to Mecca
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 92
Poolse ten opzichte van het Duitsland waar ze geboren
is, kan worden omschreven als volledige assimilatie.
Als reactie op het negatieve imago van Polen in
Duitsland vergat ze de finesses van haar eigen culturele achtergrond. In Nederlandse discussies bleef ze
Duitsland steeds verdedigen en ook al pleitte ze in de
bezoeken aan haar familie in Bottrop wel degelijk
voor de Hollanders en gaf ze een beetje inzicht in hun
lijden, ze kwam niet op het idee dat zijzelf in haar
bloed meer vertegenwoordigde dan de Duitse cultuur.
Haar verlangen om een zuiver Duits meisje te zijn
werd haar ingefluisterd door zowel haar omgeving
als de tijdgeest.
De grote deuren van de vrijheid zullen zich openen
door het volledig opgaan in een nieuw milieu.
2.
1967. Rabat. Marokko. Mijn vader kijkt in de spiegel
van de theaterschool. De gloed van zijn aanzicht bezwijkt in eeuwig theater. Hij knippert met zijn ogen.
De vrouw te zijn die je verlangt, het kind dat een
is met de grijze bulldozers en stoffige glazen flessen.
Dromen over Europa, zwerven in de sterrennacht.
Warme lichamen smelten onder het beschermende
geluid van de laatste Koranlessen.
Net als duizenden mannen in het Rifgebergte, op
zoek naar economische vrijheid, geeft mijn vader in
de zestiger jaren gehoor aan de lokroep van Europa.
Maar hij verkeert niet in dezelfde schaarste als de
meeste gastarbeiders. Zijn vader en moeder geven hem
bij de geboorte weg aan een kinderloos gezin. In een
voorstad van Rabat groeit hij in liefde en zorg op bij
deze man en vrouw op leeftijd die hem verzorgen, naar
Mekka brengen en eenmaal terug in Marokko naar
de theaterschool laten gaan.
‘Geluk is daar waar je niet bent,’ zegt Goethe en
terwijl mijn vader een paspoort in de hand krijgt
gedrukt om, voor een productie, mee naar Tunesië te
reizen begint hij door een klein gaatje in het gordijn
van alledag te gluren. Erachter: de droom van grote
Europese vrijheid.
Toch lag zijn zekerheid in Marokko. Hij behoorde
immers van huis uit tot de groep geprivilegieerde
mensen die altijd een baan bij de koning kon krijgen.
Waarom weggaan?
Omdat iedereen weg wilde. Om het bidkleedje te
laten verstoffen. Het biertje dat hij al in Marokko
92
and allowed him to attend drama school. Goethe said
that, ‘happiness is to be found there, where you are
not’ and when my father received a passport to travel
to Tunisia for a theatre production, he caught a small
glimpse through the curtain of the everyday to the
dream of the great European freedom.
But his security was in Morocco. After all, he
belonged to that privileged group of people who could
always work for the king. So why leave? Because
everyone wanted to leave.To leave his prayer mat to
gather dust.To drink a glass of beer without nervously
looking over his shoulder.To tell lies of truth as the
actor he was about to become in a Dutch theatre
company.To climb into a Ferris wheel with new
characters. His European dream was not merely to
assimilate, but to immerse himself completely in his
new surroundings. An immersion bath lasting twenty
years.Two years on a factory assembly line and just a
single excursion to flamboyant Amsterdam.There he
played the mime.The man with the white make-up.
There he played Schiller in Amsterdam’s Stadsschouwburg, embraced the whole world on the
Leidseplein and courted a thousand women and just
as many men. Bisexuality. It was a disposition he had
brought along in his suitcase, which he unpacked
under the motto of cultural baggage and cheerfully
programmed in his Dutch repertoire.
Whereas the lives of many immigrant workers in
Europe were restricted by the arrival of their wives,
there was nothing to restrain my father’s freedom.
Okay, he met my Dutch mother and got me, his son.
Okay, his wife left him and he was confronted with all
the norms and values of Western paternity. He was told
he was lacking. He lacked money. He lacked interest.
He lacked sympathy for his snivling seven-year-old
son. My mother presented him with a glazed tile that
read: ‘Becoming a father is a gift, but being a father is
an art’. He took a small nail and hung the tile on the
bare wall. Not as a riposte. He had no answer. In his
case they could have replaced the word ‘father’ with
‘European’, as his European freedom quickly dried up,
even if the dole payments were still coming in. What
did this freedom consist of? The rehab clinic.The dirty
magazines hidden in his flat by the illegal immigrants
who lived with him.The ever-diminishing length of his
guest appearances on television. And so, while there
was always the safety net of family back in Morocco,
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 93
dronk op de bar te zetten zonder zich tweemaal
nerveus om te draaien. Om zelf de waarheid te liegen
als de acteur die hij zou worden bij Nederlandse
gezelschappen. Een reuzenrad te betreden met
nieuwe personages.
Zijn Europese droom was niet om op te gaan in een
nieuw milieu, eerder om zich er volledig in onder te
dompelen. Een dompelbad van twintig jaar.Twee jaar
aan de lopende band in een fabriek en een enkele reis
naar het flamboyante Amsterdam. Daar was hij de
mimespeler. De man met het witgeschminkte gezicht.
Daar speelde hij Schiller in de Stadsschouwburg
Amsterdam, omarmde de hele wereld op het Leidseplein en bedreef de liefde met duizend vrouwen en
evenzoveel mannen. Biseksualiteit. Het was een
gewoonte die hij in zijn koffer meenam, onder het
motto van culturele bagage uitpakte en blijmoedig
programmeerde binnen zijn Nederlandse repertoire.
Zoals het florissante leven van vele gastarbeiders
in Europa werd ingebonden door de wetten op gezinshereniging, de komst van hun vrouwen uit het land
van herkomst, zo was er niets dat mijn vaders vrijheid
kon inbinden. Goed, hij kwam mijn Nederlandse
moeder tegen en kreeg mij, een zoon. Goed, hij werd
door die vrouw verlaten en kwam in confrontatie met
de normen en waarden rond het Westerse vaderschap.
Er werd hem te verstaan gegeven dat hij in gebreke
bleef. Financieel. Qua interesse. Qua emotionele
inleving in een snikkende zevenjarige. Hij kreeg van
mijn moeder een tegeltje ‘vader worden is een gunst,
vader zijn een hele kunst’. Hij nam een klein spijkertje
en hing het tegeltje aan een kale muur. Niet als weerwoord. Hij had geen weerwoord. Voor het woord
‘vader‘ hadden ze voor hem ook ‘Europeaan’ mogen
invullen want de Europese vrijheid droogde langzaam
op ook al bleef het geld binnenvloeien in de vorm van
sociale zekerheid.
Waar bestond die vrijheid nog uit?
De afkickkliniek. Het smoezelige seksblaadje
dat de illegalen die in zijn huis logeerden er hadden
verstopt. De steeds korter durende screen-time van
zijn gastrollen op tv.
En zoals er in zijn vaderland altijd nog het vangnet
was van familie, al was het maar een plaats op de bank
vanwaar je de televisie de uren kon zien verdrinken,
ving hij nu duistere verwijten op van zijn ex-vrouw en
zoon over nalatig vaderschap.
93
even if it was only a place on the sofa from which he
could drink away the hours watching television, he was
now swamped with dismal reproaches by his former
wife and his son about his negligence as a father. What
were they talking about? How can you blame someone
who doesn’t know the rules of the game?
Fortunately, he had not been subsumed in his
borrowed European identity. He was able to emerge
from his immersion bath, dry himself off and pay heed
to the matchmakers who occasionally appeared in
Amsterdam’s underprivileged suburbs attempting to
palm off a Moroccan virgin bride to an old man whose
Ferris wheel of Western characters was beginning to
spin before his eyes. In the summer of 1994 my father
called me from a payphone in Morocco, telling me
that he was very busy. ‘There’s a lot to do’, he said.
‘A lot to do? What do you mean?’ I asked. It was a
poor connection. I held the receiver a little further
away. ‘A wedding’, he replied. ‘Who is getting
married?’ I asked. ‘Your father’, he said.
In the years that followed, the last European
characters disappeared from the Ferris wheel of my
father’s life. But it was not the absence of photographs
of me, the satellite dish that immediately appeared
on his balcony to receive Arabic soap operas, or the
silence from former Dutch friends that struck the
final chord of a failed integration. It was the inability
to defend freedom.The lack of criticism of his own
cultural background. Even though, in Morocco, King
Mohammed has established a truth commission in
an attempt to rectify the crimes of his father King
Hassan, in the Europe of the French Revolution my
own father never managed much more than: ‘He who
is punished by the king must have done something
wrong’.
3.
Paramaribo. 1965. The ship is leaving the tropical
coasts. Oh, I can see the crowd waving. I can see
the music of prospects. I shall keep watch over the
continents’ intersection.
My mother was fond of dark-skinned men. Before
she met my father, she had a daughter with a man
from Suriname. One of the first people from Dutch
Guiana to arrive in the Netherlands in the 1960s.
Pioneers care nothing for streams of immigrants. He
had already won his freedom in the United States.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 94
Waar hadden ze het over? Hoe kon je iemand iets
verwijten die de spelregels niet kent?
Gelukkig was hij niet samengevallen met zijn
geleende Europese identiteit. Hij kon opstaan uit het
dompelbad, zich afdrogen en beginnen te luisteren
naar de koppelaars die soms in Amsterdamse achterstands-wijken opduiken om een maagdelijke bruid
uit Marokko te slijten aan een oudere man wiens
carrousel van westerse personages voor de ogen begint
te draaien.
In de zomer van 1994 belde mijn vader me vanuit
een telefooncel in Marokko en vertelde me dat hij het
druk had, dat hij zou gaan trouwen. ‘ Het is druk’, zei
hij. ‘Druk met wat?’ vroeg ik. Ik kon hem slecht verstaan. Ik hield de hoorn een eindje van me vandaan.
‘Een bruiloft’, antwoordde hij. ‘Wie gaat er trouwen?’
vroeg ik. ‘Je vader’, zei hij.
In de jaren die volgden, verdwenen de laatste
Europese personages uit het reuzenrad van mijn
vaders leven.Toch was het niet de afwezigheid van
mijn eigen foto’s, de satelliet die meteen op het balkon
werd geplant voor de Arabische soaps of de stilte rond
vroegere Nederlandse vrienden die het slotakkoord
gaven van een mislukte integratie. Het was het onvermogen om de vrijheid te verdedigen. Het gebrek aan
kritiek op de eigen culturele achtergrond.
Al had Koning Mohammed in het land van herkomst al een waarheidscommissie opgericht in een
poging om de misdaden van zijn vader Koning Hassan
recht te zetten, in het Europa van de Franse Revolutie
kwam mijn eigen vader niet veel verder dan: ‘Wie
gestraft wordt door de koning zal wel iets fout hebben
gedaan.’
3.
Paramaribo. 1965. De boot vaart weg van tropische
kusten. Ai, ik zie de zwaaiende menigte. Ik zie de
muziek van uitzichten. Ik zal waken, bij de kruising
van continenten.
Mijn moeder hield van donkere mannen. Vóór mijn
vader kreeg ze een dochter van een Surinaamse man.
Een van de eerste Surinamers in het Nederland van
de jaren zestig. Pioniers malen niet om immigratiestromen. Hij had zijn vrijheid al bevochten in de
Verenigde Staten. Zijn leven in Europa leek me altijd
94
His life in Europe always struck me as an ode to the
kind of freedom that is anchored in passion. Just as
‘real passion is never free of obligations’, he won
himself a place as a hero in the city’s collective
memory. He wore white robes and carried a walking
stick. He wrote a book, The Ourness, which will forever
remain in the drawer. He played the oracle in latenight bars. He sired eight children with five different
women. Seven are living in Europe; one died there.
Lacking a sense of public duty, for him freedom
became a life on the margins. No strings. No money.
I never heard him complain. I never got to meet him.
I know only that heroes usually disappear again on
the prairie of history. My sister’s father took the boat
back to Suriname.
Three examples from a family history. What is the
best way, with all these culturally diverse histories,
to honour the values of the French Revolution in our
continent? What is the most fruitful stance for new
Europeans?
Today, assimilation – complete absorption in a new
environment – is tainted with associations of Western
cultures purifying non-Western elements. Nonetheless,
absorbing yourself in a new environment is a noble
pursuit. It is also inevitable that in decades to come
we will see the emergence of movements such as
‘European Islam’ that will criticise global politics
precisely from a European perspective under the
motto of the English suffragette, Emily Davison:
‘Rebellion against tyrants is obedience to God’. I am
also looking forward to seeing a girl stand up on a
soapbox and declare: ‘My parents are Moslems, but
I am not!’
The second story. Failed integration – conscious
rejection of European culture, often from disappointment – is now so high on the political agenda that
there is a danger that measures to promote integration
will have a negative effect. Plans to encourage secondor third-generation immigrants to follow an assimilation course? Alas, it is legally unfeasible, but the
intentions are clear for a large group of new
Europeans: We do not meet your standards. We do
not contribute to European freedom. We are simply a
threat to freedom.
And the end of the third story: taking the boat?
In one of those renovated grand-cafés I recently
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 95
een ode aan het soort vrijheid dat is verankerd in
passie. Zoals ‘echte passie nooit vrijblijvend is’ veroverde hij zich een plaats als held in het collectieve
geheugen van de stad. Hij liep in een wit gewaad met
een wandelstok. Hij schreef een boek Het onsdom dat
voor altijd in de la zou blijven liggen. Hij orakelde in
nachtcafés. Hij schonk acht kinderen aan vijf verschillende vrouwen. Zeven leven er in Europa, een stierf er.
Bij gebrek aan burgerzin werd vrijheid voor hem iets
van leven in de marge. Ongebonden. Onbemiddeld. Ik
heb hem nooit horen klagen. Ik heb hem nooit gekend.
Ik weet alleen dat helden meestal weer op de prairie
van de geschiedenis verdwijnen, zoekraken. De vader
van mijn zuster nam de boot terug naar Suriname.
Drie voorbeelden uit een familiegeschiedenis. Wat
is nu de beste weg om met alle cultureel diverse
geschiedenissen in ons continent de waarden van de
Franse Revolutie hoog te houden? Wat is de meest
vruchtbare houding voor nieuwe Europeanen?
Assimilatie, het volledig opgaan in een ander
milieu, heeft in onze tijd een besmette klank gekregen
die wordt geassocieerd met het zuiveren van de
Westerse cultuur van niet-westerse elementen.Toch
is opgaan in een ander milieu een nobel streven. Het
is ook onvermijdelijk dat in de aankomende decennia
stromingen als ‘de Europese islam’ zullen ontstaan die
juist vanuit Europees perspectief mondiale politiek
bekritiseren onder het motto van de Engelse strijdster
voor vrouwenkiesrecht Emily Davison: ‘Rebellie tegen
tirannen is gehoorzaamheid aan God.’ Ook hoop ik op
het meisje dat op het groentekistje gaat staan en zegt:
‘Mijn ouders zijn moslim maar ik niet.’
Het tweede verhaal. Falende integratie, het zich,
vaak uit teleurstelling, bewust afkeren van de
Europese cultuur staat inmiddels zo hoog op de
politieke agenda dat het gevaar dreigt dat van maatregelen om de integratie te bevorderen een averechts
effect uitgaat. Beleidsplannen om allochtonen met
een Nederlands paspoort alsnog een verplichte
inburgeringscursus te laten volgen? Helaas, juridisch
niet haalbaar. Maar de intenties zijn duidelijk voor
grote groepen nieuwe Europeanen: Wij voldoen niet.
Wij dragen niet bij aan de Europese vrijheid. Wij zijn
enkel een bedreiging voor die vrijheid.
En het einde van het derde verhaal: de boot
nemen?
95
got into a conversation with some friends about a
television programme about three generations of Turks
talking about their bond with the Netherlands.The
youngest son felt most excluded from Dutch society.
He settled back in the blue leather sofa and told the
camera with downcast eyes that he would prefer to
live in Turkey. A place where people would understand
him. My friends at the café shook their heads. ‘Well,
I think he will feel just as excluded over there’, I said
with a self-satisfied grin.The others agreed. ‘Of course,
it’s a great shame that he thinks like that.’
And yet, later that evening at home, surrounded
by my own family photos, I think that he should go to
Turkey. I hope one day he will let us know how much
he has gained or lost over there. And I look forward
to meeting him someday, this hitchhiker. I need his
counsel. Because if you never hitch a ride, you will
never be taken to a Ferris wheel to see characters in
rusty reddish-brown gondolas. Characters that will
mould your life. People with whom you can lie about
the truth in voluntary commitment, in liberty.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 96
In een opgepoetst grand café sprak ik laatst met
vrienden over een televisie-uitzending waarin drie
generaties Turken vertellen over hun band met
Nederland. De jongste zoon voelde zich het meest
buitengesloten in de Nederlandse maatschappij. Hij
leunde voor de camera achterover op de blauwleren
bank en vertelde met neergeslagen ogen dat hij best
in Turkije zou willen leven. Een plaats waar ze hem
zouden begrijpen.
Mijn vrienden in het café schudden het hoofd.
‘Nou, ik denk dat hij zich daar ook wel buitengesloten
zal voelen’, zeg ik met de zelfvoldane glimlach van
iemand die belering fuseert met leedvermaak.
‘Natuurlijk’, zeggen de anderen. ‘Het is echt erg
jammer dat hij zo denkt.’
Toch, denk ik ’s avonds met mijn eigen familiefoto’s
om me heen, moet hij naar Turkije gaan. Ik hoop dat
hij ons ooit laat weten hoeveel hij daar heeft gewonnen
of verloren. Ik hoop hem te kennen, die lifter. Ik heb
zijn kennis nodig.
Want wie niet lift wordt nooit meegenomen naar
zijn reuzenrad. Om personages te zien in roestige
roodbruine bakjes. Personages die je leven zullen
gaan vormen. Mensen om in vrijwillige gebondenheid
de waarheid mee te liegen, in vrijheid.
96
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 97
Tiong Ang
Indonesië / Indonesia › Nederland /The Netherlands
100444_p001_128:Opmaak 1
De set is niet de plaats. /
The set is not the site.
98
06-09-2010
10:00
Pagina 98
100444_p001_128:Opmaak 1
Het scenario is niet het verhaal. /
The script is not the story.
99
06-09-2010
10:00
Pagina 99
100444_p001_128:Opmaak 1
De opname is niet het spel. /
The shoot is not the play.
100
06-09-2010
10:00
Pagina 100
100444_p001_128:Opmaak 1
101
06-09-2010
10:00
Pagina 101
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
De scene is niet de gebeurtenis. /
The scene is not the event.
102
10:00
Pagina 102
100444_p001_128:Opmaak 1
De acteur is niet het personage. /
The actor is not the character.
103
06-09-2010
10:00
Pagina 103
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 104
Settlements is een werk dat zich allereerst wil manifes-
teren als een ‘gebeurtenis’. Het is daarnaast een
‘plaats van productie’, een plek voor processen en
mogelijke verhalen.
De sculptuur, het centrale object van Settlements,
refereert aan de Incomplete Open Cubes van de conceptuele kunstenaar Sol LeWitt uit de jaren zeventig van
de vorige eeuw. LeWitt koos voor de kubus als een
fundamentele vorm die geen emoties op zou roepen, en
maakte een lange reeks van variaties waarbij hij één
of meerdere ribben wegliet. Hier uitgevoerd als één
uitvergroot model op wielen, laat deze non-sculptuur
zich voortbewegen door de gehele tentoonstellingsruimte die The Unwanted Land inneemt. Het is echter
ook een binnenruimte waar mensen (performers,
acteurs, vrijwilligers, museummedewerkers, kunstenaars, bezoekers, gasten) plaats kunnen nemen,
spelen, elkaar kunnen ontmoeten en bespelen. Door
de drie-dimensionale kadrering – die doet denken
aan de existentiële kooien uit de schilderijen van
Francis Bacon – ontstaat een theatrale of filmische
‘set’, waar daadwerkelijk korte filmopnamen zullen
plaatsvinden. Deze uitgeklede set is oefenruimte,
verkleedhok, schminckruimte, open podium en speeldecor in één.
Op gezette tijden ontvouwt het procesmatige karakter
van het werk zich door middel van opnameperiodes
met een kleine filmcrew en een aantal acteurs en/of
bezoekers, waarbij gebruik zal worden gemaakt van
de gehele omgeving als setting. Licht- en cameraelementen worden door de tentoonstellingsruimte
verplaatst en laten denkbeeldige sporen achter als
van een rondtrekkende karavaan.
Mijn deelname aan The Unwanted Land lijkt op
het eerste gezicht een bevestiging van de nadruk op de
letterlijke migratie die in de levens van de deelnemers
heeft plaatsgevonden en die in een hernieuwde stellingname voor de kwaliteit van de artistieke zeggingskracht geen rol zou moeten spelen. Ik wil deze ‘bevestiging’ aan de orde stellen en op een absurde manier
bevragen, zodat een nieuwe werkelijkheid ontstaat
uit de wisselwerking van fictie en realiteit. Mijn doel
is om het bezoedelde discours rond migatie te ‘resetten’.
104
The work Settlements manifests itself primarily as an
event. It is also a site of production, a location for
processes and possible narratives.
The sculpture, the central object in Settlements, refers
to Sol LeWitt’s Incomplete Open Cubes of the 1970s.
LeWitt chose the cube as a fundamental form, devoid
of emotional associations, and made a large series of
variations in which he omitted one or more rods.
Executed here as an enlarged model on wheels, this
non-sculpture moves through the entire exhibition
space of The Unwanted Land. However, it is also an
interior space in which people (performers, actors,
volunteers, museum staff, artists, visitors, guests)
can sit and meet and perform with each other.The
three-dimensional frame – which calls to mind the
existential cages in Francis Bacon’s paintings –
creates a theatrical or filmic set, in which short
films will be made.This stripped-down set serves as
rehearsal space, dressing room, make-up room, open
podium and theatre set in one.
At predetermined times the work’s process-based
character unfolds through filming periods with a small
film crew and several actors and/or visitors, in which
the entire environment will be used as a set. Lighting
and camera elements will be placed throughout the
exhibition space and will leave behind imaginary
traces like a travelling caravan.
At first sight, my contribution to The Unwanted
Land seems to confirm the emphasis on the literal
migration experienced by the participants, which
should play no role in a renewed stance in relation to
the quality of artistic expression. I want to question
this ‘confirmation’ in an absurd manner, so that a new
reality is created from the interaction between fiction
and reality. My aim is to ‘re-set’ the soiled discourse
around migration.
The multimedia installation Settlements simultaneously adapts to and questions the context of The
Unwanted Land. What role does my biography play?
To what extent do events in someone’s history, such
as migration, determine their artistic practice?
What kind of sculpture or image does this result in?
Throughout the period of the exhibition, the installation openly shows how a story – a biography – is
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 105
De multimediainstallatie Settlements voegt zich in
de context van The Unwanted Land en bevraagt deze
tegelijkertijd. Wat is de rol van mijn biografie? In
hoeverre zijn gebeurtenissen in een persoonlijke
geschiedenis zoals migratie bepalend voor het kunstenaarschap? Wat voor sculptuur, wat voor beeld levert
dit op? De installatie toont gedurende de expositie
openlijk hoe een verhaal, een biografie wordt geconstrueerd. Op basis van video-opnames van de deelnemende kunstenaars en hun levensverhaal worden
thema’s als onthechting, verplaatsing, de ander als
stereotype, migratie als fictie, op verschillende
manieren filmisch gereconstrueerd. Deze scènes worden uitgewerkt langs (fictieve) verhaallijnen waarvoor
scriptontwerpen en karakterprofielen van de personages worden gemaakt. De set zal door de tentoonstelling als door een stad gaan bewegen en telkens een
andere filmlocatie kiezen, een andere filmische achtergrond, een ander perspectief op de sculptuur zelf
waarbij vrijwilligers, rondleiders, suppoosten, studenten en bezoekers worden gecast om in de film een personage te spelen. Uiteindelijk zal dit leiden tot verschillende scenario’s die op een nog onbekende manier
hun uiteindelijke vorm krijgen.
constructed.The video recordings of the participating
artists and their life stories will be used in a variety of
ways to create filmic constructions of themes such as
detachment, relocation, the other as stereotype and
migration as fiction. These scenes will be constructed
along (fictional) narrative lines for which scripts and
character profiles will be developed.The set will move
through the exhibition as through a city, in each case
selecting a new film location, a different filmic background, and another perspective on the sculpture
itself in which volunteers, guides, invigilators, students
and visitors will be cast as characters in the film.
Eventually this will lead to various scenarios with an
as-yet-unknown final form.
Finally, the film Settlements can be seen as a portrait
of the exhibition, its participants and the museum
itself and will be shown towards the end of the
exhibition period as an integral part of The Unwanted
Land.
settlement (n) 1. the act or an instance of settling; the process of
being settled. 2. a. the colonization of a region. b. a place or
area occupied by settlers. c. a small village. 3. a. a political
or financial etc. agreement. b. an arrangement ending a
De film Settlements tenslotte kan ook beschouwd
worden als een portret van de tentoonstelling, haar
deelnemers en het museum zelf, en wordt tegen het
einde van de tentoonstellingperiode getoond als
wezenlijk onderdeel van The Unwanted Land.
105
dispute. 4. a. the terms on which property is given to a person.
b. a deed stating these. c. the amount of property given.
d. a marriage settlement. 5. the process of settling an
account. 6. subsidence of a wall, house, soil, etc. (The Concise
Oxford Dictionary/Ninth Edition)
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 106
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 107
Column Wim Willems
Bannelingen van de geschiedenis / Exiled from history
Zoals veel van zijn landgenoten besloot de Tsjechische
romanschrijver Milan Kundera na de Russische inval
in Praag zijn heil in het Westen te zoeken. Hij vertrok
naar Parijs, waar hij zich als migrant en schrijver
opnieuw vestigde. De laatste jaren schrijft hij zelfs in
het Frans, zijn tweede taal. In zijn roman Onwetendheid staat het thema van de terugkeer centraal. Na
de val van het communisme is het voor Tsjechische
emigranten mogelijk geworden om hun leven in het
land van herkomst te hervatten. In de roman draait
het om de vraag of dat mogelijk is, nadat er tientallen
jaren zijn verstreken. Maken de ballingen na zoveel
jaar nog wel deel uit van de geschiedenis van de
mensen die zijn achtergebleven? Een van de metaforen die hij gebruikt om de tragische dimensie van
het leven van de vluchteling te belichten, is het verhaal
van Homerus’ Odysseus, de strijder die na twintig jaar
terugkeerde naar zijn geboortestreek Ithaca. Daar
werd hij geconfronteerd met het onvermogen van zijn
landgenoten om hem met belangstelling tegemoet te
treden. Zij probeerden met man en macht om de jaren
te overbruggen die hen van de thuisvaarder scheidden.
Om hem zo snel mogelijk weer een van hen te laten
worden, vertelden zij over het gemeenschappelijke
verleden en over ervaringen die hem in staat stelden
de achterstand in jaren teniet te doen. Ze zagen hem
als ‘eigen’, maar gingen voorbij aan zijn twintigjarige
staat van vreemdeling. Ze waren niet in staat hem te
zien als iemand met een afwijkende geschiedenis,
met ervaringen en belevenissen die afweken van die
van hen.
Zo verging het ook de Indische journaliste Lilian
Ducelle en haar lotgenoten uit de voormalige kolonie,
met dit verschil dat velen van hen niet werkelijk terugkeerden. Zij waren nooit eerder in patria geweest,
behalve dan in hun schoolbanken en in de verbeelding.
Toch wenste Nederland hen te zien als repatrianten,
terugkerende landgenoten. De gedachte was dat zo’n
beleid hun integratie zou bespoedigen. Maar door
voorbij te gaan aan hun specifiek Indische verleden
zijn zij lange tijd verbannen geweest uit hun eigen
geschiedenis. Dat verklaart de gevoelens van miskenning, die zo kenmerkend zijn voor de eerste generatie,
107
Like many of his compatriots, the Czech novelist Milan
Kundera sought refuge in the West following the
Soviet suppression of the Prague Spring. He moved to
Paris, where he re-established himself as a writer. In
recent years he has even written in French, his second
language. Homecoming is the central theme of his
novel Ignorance. After the fall of communism, Czech
émigrés were able to resume their lives in their native
land, but the novel poses the question whether this
is really possible after so many years spent abroad.
Are the exiles still part of the history of those who
remained? One of the metaphors Kundera employs
to illuminate the tragic dimension of the life of the
refugee is the story of Homer’s Odysseus, the warrior
who returned to his native Ithaca after an absence
of twenty years.There he was confronted with his
countrymen’s inability to sympathise with him.They
did all they could to bridge the gap that separated
them from their king. In order to reintegrate him as
quickly as possible, they told him about their shared
history and about the experiences that would enable
him to make up for lost time.They saw him as one of
their own, but ignored his twenty-year status as a
wanderer abroad.They were unable to perceive him as
someone with a divergent history, with experiences
that differed from their own.
This same blindness confronted the Dutch EastIndian journalist Lilian Ducelle and her fellow
emigrants from the former Dutch colonies. But there
is an important difference in their story, for many of
them were not truly coming home.They had never
actually been in the ‘fatherland’, except in their history
lessons and in their imaginations. But the Netherlands
wished to see them as repatriates. It was believed that
this policy would aid their integration. But by ignoring
their specific past in the former colony, for many years
they were exiled from their own history.This explains
the feelings of being misunderstood that characterise
the first generation of immigrants as well as their
sustained need to bear witness to their experiences,
not only in the pre-war Dutch East Indies, but also
during the Japanese occupation and the ensuing
Indonesian revolution. In the Netherlands, the stories
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 108
maar ook de onafgebroken behoefte om te getuigen
van wat hen is overkomen. Niet alleen in het vooroorlogse Indië, maar ook tijdens de Japanse bezetting
en de daaropvolgende Indonesische revolutie. In
Nederland zijn de verhalen van de landgenoten uit
de Oost pas laat en vaak in een verwrongen vorm doorgedrongen tot het grote publiek. Er was veel strijd
nodig om opgenomen te worden in de nationale herdenkingscultuur. Een journaliste als Lilian Ducelle en
haar echtgenoot Tjalie Robinson poogden van meet
af aan om de verhalen over het land van weleer niet
verloren te laten gaan. Alleen stuitten zij in de jaren
van Wederopbouw op een samenleving die doof bleef
voor hun afwijkende geschiedenis, dus spraken zij zich
vooral uit in eigen kring. Als beheerders van het eigen
culturele erfgoed betoonden zij zich schatbewaarders
voor de toekomst.
In Kundera’s interpretatie van Odysseus is dit de
kwintessens. De strijder heeft twintig jaar lang aan
niets anders gedacht dan aan zijn terugkeer. Eenmaal
thuis beseft hij dat zijn leven, zijn kern, zich buiten
Ithaca bevindt, in de jaren van zijn zwerftocht. Die
schat is hij kwijt en kan hij slechts terugvinden door te
vertellen. Alleen komt geen van zijn landgenoten op
het idee om te zeggen: ‘Kom op met die verhalen over
wat er tijdens jouw reis is gebeurd!’ In de regel is een
samenleving erop uit om nieuwkomers, zelfs als het
oudgedienden zijn, zo snel mogelijk in te kapselen. Zij
moeten de kleur van hun omgeving aannemen, zodat
hun anderszijn niet langer opvalt. Conformering is de
norm, wat nog niet zo’n slechte strategie is om in een
samenleving te integreren. Voor het verkrijgen van een
baan is immers een zekere beheersing van de landstaal
nodig, erkende diploma’s en respect voor de regels van
de werkvloer. De vereisten voor het verkrijgen van een
woning zijn al even strikt, net als in het onderwijs of in
de gezondheidszorg. Wie een eigen zaak wil opzetten,
moet de bureaucratie weten te doorgronden en in de
sport bereikt niemand de top zonder de verplichte
trainingen. Er is echter meer nodig om werkelijk te
worden opgenomen in het weefsel van een samenleving. Het gaat nogal eens mis zodra vriendschap,
liefde of andere persoonlijke verhoudingen, in de buurt
of op het werk, in het geding zijn. Daar schuren de
verhalen - over cultuur, geschiedenis, leefstijl en
groepsgebonden waarden - regelmatig langs elkaar
heen. Dan gaat het om de macht van de definiëring
108
of our East-Indian compatriots filtered down to the
general public rather late and often in a distorted
form. It was a struggle to be included in the national
culture of commemoration. Lilian Ducelle and her
husband, the well-known author Tjalie Robinson,
made every attempt to keep the stories about their
native land alive. However, in the years of Holland’s
post-war reconstruction they were confronted with a
society that remained deaf to their different history,
and so they were able to express themselves only
within their own circle. As repositories of their own
cultural heritage, they guarded the treasure for future
generations.
This is the essence of Kundera’s interpretation of
Odysseus. For twenty years he thought about nothing
but his homecoming, but once home he realised that
his life – his core – was to be found away from Ithaca,
in the years of his wanderings. He had lost this
treasure, and could regain it only by telling his story.
But none of his countrymen thought to ask him about
his adventures abroad. As a rule, society attempts to
subsume newcomers – returning veterans included –
as quickly as possible.They must embrace the couleur
locale so that their otherness is no longer conspicuous.
Conformism is the norm, which is not such a poor
strategy for integrating yourself in society. Indeed, to
get a job you must master the local language, gain
recognised qualifications and respect the rules of the
work place.The requirements for housing, education
and healthcare are equally stringent. Whoever wishes
to set up his or her own business must penetrate the
bureaucracy and no one reaches the top in a sport
without the obligatory training. However, more is
required to become truly enmeshed in the fabric of
society.Things can – and often do – go awry when
friendship, love or other personal relationships come
into play.Then the stories – about culture, history,
lifestyle and collective values – often chafe against
one another. It is then about the power to define who
is native, and who is not. For that matter, these ideas
shift over time.
The Turkish writer Sadık Yemni noticed that
the sphere of interpersonal relationships afforded
opportunities to close the cultural gap when he visited
Amsterdam in the 1970s on holiday and decided to
stay. He noticed, as he has said himself, that Dutch
women were attracted to him. His first wife, with
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 109
over wie eigen is, en wie niet. De ideeën daarover zien
we overigens door de tijd heen verschuiven.
Dat de persoonlijke levenssfeer ruimte biedt voor
toenadering, merkte de Turkse schrijver Sadık Yemni
toen hij in de jaren zeventig op vakantie was in
Amsterdam en besloot te blijven. Hij viel naar eigen
zeggen in de smaak bij de andere sekse. Zijn eerste
vrouw, van wie hij een kind heeft, was een Nederlandse.
Haar familie zat niet echt te wachten op een Turk over
de vloer, maar de moeder ontdooide al snel en op den
duur ook de mannen. Zijn culturele oriëntatie was
westers, zijn charme overtuigend en ondanks zijn
gebrekkige beheersing van het Nederlands werd hij
opgenomen. De verbintenis bleek echter niet duurzaam
en er volgden meerdere relaties. Intussen trainde
Sadık intensief in Amsterdamse fitnesscentra, waar
hij veel met Nederlanders in aanraking kwam. In
persoonlijke contacten merkte hij echter nooit verder
dan een bepaald niveau te komen. Er bleef een zekere
reserve, alsof het om een voorwaardelijke aanvaarding
ging. Zo ervoer hij het althans. Oppervlakkig gezien is
het voor iemand met zijn intellectuele en artistieke
talenten niet moeilijk om contact te leggen. De aanknopingspunten zijn legio, alleen ervaart hij zelden
dat het op basis van gelijkwaardigheid gebeurt. Ook
na dertig jaar en inmiddels allang genaturaliseerd tot
Nederlander, kan hij zich geen wezenlijke kritiek op
het Westen veroorloven, op gevaar van afstraffing of
gewoon niet serieus genomen worden. Dat Nederlanders hem eerst en vooral zien als Turk en moslim,
helpt ook niet bij het smeden van hechte banden.
Naar Yemni’s idee laat men in Nederland de
vreemdeling alleen in compartimenten van het persoonlijke leven toe. De wezenlijke interesse in anderen,
dat wil zeggen mensen die uit het buitenland komen,
zou ontbreken. Voor hem ligt daar de verklaring voor
het blokkeren van de sociale en emotionele integratie.
Dat de Turkse beschaving en de islam nauwelijks
serieus genomen worden en het beeld over een historisch antagonisme overheerst, vindt hij een gotspe.
De westerse beschaving rust immers niet alleen op
een joodse, christelijke, Romeinse en Griekse zuil,
maar ook op de islam. Zowel cultureel, literair, architectonisch als culinair zijn wij schatplichtig aan het
Midden-Oosten, alleen ontbreekt het historisch besef
om dit te erkennen. Ieder aspect van verwantschap
lijkt uit het collectieve geheugen verdwenen en de
109
whom he has a child, was Dutch. Her family had not
reckoned on a Turkish son-in-law, but her mother soon
warmed to him and the men in the family eventually
did too. Yemni had a Western cultural orientation and
a winning charm and so, despite speaking very little
Dutch, he was accepted.The marriage did not last
and he has had several subsequent relationships. In
the meantime he worked out intensively in gyms in
Amsterdam, where he came into contact with many
Dutch people, but he noticed that the social interaction
did not go beyond a particular level. He was met with
a certain reserve, as if he were being accepted only
conditionally. At least that is how he experienced it. On
the surface it would not appear difficult for someone
with intellectual and artistic talent to make contact
with people.The common points of reference are
legion. However, Yemni rarely experienced that his
contacts reached a level of equality. Even after thirty
years in the Netherlands and as a naturalised Dutchman, he cannot permit himself an essential critique of
the West, for fear of being beaten up or simply not
being taken seriously.That Dutch people see him first
and foremost as a Turk and a Moslem does not help
to forge close links.
Yemni believes that people in the Netherlands
admit foreigners only to certain compartments of
their personal lives.They lack an essential interest
in others, i.e. in foreigners. For him this explains
the barrier to social and emotional integration. He
considers it an outrage that the Turkish civilisation and
Islam are hardly taken seriously and that he is faced
with a governing historical image of antagonism. After
all, Western civilisation rests not only on the pillars
the Roman, Greek and Judeo-Christian traditions, but
also on Islam. We are indebted to the Middle East in
terms of culture, literature, architecture and cuisine
but we lack the historical understanding to recognise
it. Every aspect of kinship has been erased from the
collective memory, and we might well wonder whether
Turkey’s admission to the European Union would
do anything to change that. An important aspect in
Yemni’s case was that he lived in Izmir until his
student years. When he arrived in the Netherlands
his personality was already formed and he could not
shake off his past like a redundant rucksack.
The situation is rather different for the journalist
Naeeda Aurangzeb, who was born in Pakistan but
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 110
vraag is of de toetreding tot de Europese Unie daar
iets aan zal veranderen. Wat bij Yemni een rol speelt,
is dat hij tot aan zijn studententijd in Izmir heeft
geleefd. Bij zijn komst naar Nederland was zijn
persoonlijkheid reeds gevormd en kon hij zijn verleden
niet als een overbodige rugzak van zich afschudden.
Dat ligt anders voor de journaliste Naeeda
Aurangzeb, die in Pakistan werd geboren, maar in
Nederland naar school ging. Zij beweegt zich als een
Nederlandse, met historische wortels in de Rotterdamse wijk Charlois, want daar is zij opgegroeid. Zij
stapelde opleiding na opleiding en kwam uiteindelijk
op de universiteit terecht. Bij de media deed zij enige
jaren ervaring op en zij heeft haar sporen verdiend als
woordvoerster over zaken die het geloof en de positie
van de vrouw betreffen. Emancipatie mag de motor
van haar streven zijn, dat zij een belijdend moslim is
doet haar verschillen van de doorsnee Nederlander.
Daar zit hem, wat haar betreft, ook precies de crux.
Op ieder denkbaar terrein is zij even mondig als geïntegreerd. Zij vraagt zich alleen af of de Nederlandse
samenleving haar op den duur in staat blijft stellen om
te zijn wie zij is. Als terroristen, onder het mom van de
islam, elders ter wereld gruwelijke daden plegen en zij
daarvoor bijna ter verantwoording wordt geroepen,
stelt haar godsdienst haar apart. Maar toen christenen in het voormalige Joegoslavië moslimvrouwen verkrachtten, kwam er niemand naar haar toe om zijn
medeleven te betuigen. Hoe begrijpelijk ook in het tijdperk na 11 september, er wordt daardoor met twee
maten gemeten. Met als gevolg dat zij en veel van haar
generatiegenoten buiten het verhaal van het westen
vallen. Dat kan haar gevoel van identificatie met de
samenleving frustreren en op den duur zijn weerslag
hebben op haar kansen om maatschappelijk te stijgen.
Integratie en een sterke oriëntatie op het land van
herkomst gaan in toenemende mate samen. Het was
de fotografe Ata Kandó en de schrijver Milo Anstadt
lange tijd niet mogelijk om zonder problemen naar
respectievelijk Hongarije en Polen te reizen. Maar
sinds de politieke omslag van 1989 hebben zij optimaal van die mogelijkheid gebruik gemaakt. Beiden
spreken over de telefoon vrijwel dagelijks hun landstaal, met familie, kennissen of vanwege zakelijke
belangen. In hun moederland is erkenning bepaald
niet achterwege gebleven. Voor hen was het een soort
geschenk van de geschiedenis, voor Sadık Yemni was
110
went to school in the Netherlands. She carries
herself like a Dutchwoman with historical roots in
Rotterdam’s suburb Charlois, where she grew up.
Following her studies she gained experience in the
media for several years and earned her spurs as a
spokesperson on matters relating to faith and the
position of women. If emancipation is her driving
force, the fact that she is an avowed Muslim sets her
apart from the average Dutch person, who views this
as the crux of the matter. As an integrated citizen she
is very outspoken about all aspects of society. She
only asks herself if Dutch society will continue to allow
her to be who she is. When terrorists carry out gruesome acts elsewhere in the world in the name of Islam
and she is almost called upon to accept responsibility,
her faith sets her apart. But when Christians raped
Moslem women in former Yugoslavia no one came
to her to express his or her sympathy. As understandable as this may be in the period since 11 September
2001, people operate a double standard with the
consequence that Aurangzeb and many Moslems of
her generation fall outside the Western narrative.This
frustrates her sense of social identification and may
eventually have repercussions for her chances of
social advancement.
Integration and a strong affiliation to one’s native
country increasingly go hand in hand. For many years
the photographer Ata Kandó and the writer Milo
Anstadt were unable to travel to Hungary and Poland
respectively without problems. But since the political
changes of 1989 they have made optimal use of this
opportunity.They both speak their mother tongues
almost daily on the telephone with family, friends or
professional contacts. And they certainly have not
gone unrecognised in their native countries. For them
this was a sort of gift from history. For Sadık Yemni
it was more than that: literary recognition from his
publisher in Istanbul freed him from his impasse in the
Netherlands. His voice as a novelist is better understood in his native Turkey, while the Turkish readership
in the Netherlands is too small to make a living here
as a writer.
This was more complex for Lilian Ducelle, who
will leave few traces in Indonesian history. In her
case, her native country, her cultural heritage and her
history have been separated, so that she was never
able to choose whole-heartedly for the Netherlands.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 111
het meer dan dat. Van zijn uitgeverij in Istanbul kreeg
hij de literaire erkenning die hem uit zijn impasse in
Nederland bevrijdde. De stem van zijn romans wordt
in eigen land beter herkend, terwijl het Turkstalige
lezerspubliek in Nederland veel te beperkt is om als
schrijver van te leven.
Dat lag ingewikkelder voor Lilian Ducelle, die
weinig sporen zal nalaten in de Indonesische geschiedenis. Bij haar zijn land van herkomst, cultuur en
geschiedenis gescheiden geraakt, waardoor zij nooit
volmondig voor Nederland kon kiezen. Als Indische
Nederlander werd zij verbannen uit een samenleving
die niet langer bestaat. Mogelijk verklaart dat haar
felle afwijzing van allerlei aspecten van de Hollandse
leefstijl. Haar achtergrond werd hier genegeerd of
stond ter discussie, terwijl zij Nederlandse van
geboorte was. Net als Odysseus dacht zij op bekend
terrein te landen en daar haar westerse leven van
weleer voort te zetten. Maar zij voelde al snel een
vreemdeling te zijn te midden van mensen die dezelfde
taal spraken als zij. Evenals de held van Homerus
wilde zij zich niet laten inkapselen, omdat ze in dat
geval haar Indische verleden had moeten verloochenen
en als volwassen vrouw was zij daar niet toe bereid.
Zij wilde vertellen over hoe het was in Indië, alleen
vonden zij en de haren daar in het naoorlogse Nederland weinig gehoor voor. In tegenstelling tot andere
migranten kon zij echter niet terug naar haar land van
herkomst. De koloniale leefwijze hield immers eind
1949 op te bestaan en uit Indonesië leek zij voorgoed
verbannen. Door die afgesneden weg is haar gewenning aan Nederland altijd tweeslachtig gebleven.
111
As a Dutch East-Indian she was exiled from a
society that no longer exists.This might explain her
fierce rejection of many aspects of Dutch lifestyle.
In the Netherlands her background was ignored or
questioned even though she was Dutch by birth. Like
Odysseus she thought she had landed on familiar
territory and would be able to continue her old
Western life. But she quickly felt a foreigner among
people who spoke the same language. Just like
Homer’s hero, she did not wish to be subsumed
because in her case that would mean renouncing her
Indonesian past, which she was unprepared to do
as an adult woman. She wanted to tell others about
what it was like in the East Indies, but her stories, and
those of others like her, fell on deaf ears in post-war
Holland. Unlike other migrants, she was unable to
return to her country of origin.The colonial lifestyle
ceased to exist at the end of 1949 and she seemed to
be exiled from Indonesia for good. Her bridge was
burned, and so she has always been ambivalent about
her adjustment to life in the Netherlands.
Literatuur / Literature
Wim Willems, De kunst van het overleven. Levensverhalen uit de
twintigste eeuw. SDU,The Hague 2004.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 112
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 113
Dirk de Bruyn
Nederland /The Netherlands › Australië / Australia
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
Winter Solstice Mix, 2007, performance,
Brisbane Institute of Modern Art.
10:00
Pagina 114
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 115
100444_p001_128:Opmaak 1
Feyers, 1979, 27 min., 16 mm,
optical sound.
116
06-09-2010
10:00
Pagina 116
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
Traum a Dream, 2002, 7 min., digital
video, sound.
117
10:00
Pagina 117
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 118
Nederland is mijn geboorteland en Nederlands is
mijn moedertaal. Nederland heeft blijvende sporen
achtergelaten die de oerbron van mijn wezen vormen.
Mijn bijdrage gaat over het verstoten land vanuit een
buitenstaandersperspectief waar zelden aandacht
aan wordt besteed. Hoe heeft dit land mij verstoten?
Hoe heb ik het verstoten? Ben ik mede schuldig aan
de verstoting van dit land?
Mijn ouders hebben me in 1958 uit Nederland
weggevoerd, wat een kritieke gebeurtenis zou blijken
te zijn. Er ontstond een niet uitgesproken tweedeling in
het lichaam en de geest van de jongen van acht die ik
toen was, een kloof op het gebied van taal, afstand en
locatie. Het was een moment van verlies en verstoting
met betrekking tot dít land. De situatie vertoont enige
gelijkenis met de ervaring van de ‘gestolen generatie’
in Australië: Aboriginalkinderen die bij hun ouders
werden weggehaald om te worden opgevoed in de
‘blanke’ samenleving. Maar er zijn ook belangrijke
verschillen. Mijn ouders waren medeplichtig aan mijn
ontheemding en ik had het twijfelachtige genoegen om
te zien wat voor gevolgen die ontworteling op hen had.
Mijn vader is er geestesziek door geworden, terwijl
mijn moeder in het nieuwe land vastberaden een plek
veroverde voor haar en haar zoon, waar ik haar nog
steeds dankbaar voor ben. Ironisch genoeg was het
een kortzichtig beleid gericht op ‘een blank Australië’
waardoor Nederlanders het nieuwe land binnen
mochten om nieuwe Australiërs te worden.
In dit project aard ik de gevolgen van deze ontvoering. Vanuit deze invalshoek wordt niet het land als
verstoten ervaren, maar de ontkende sporen van het
lichaam van dat kind. Mijn deelname aan dit project
betekent voor mijn creatieve lichaam en geest een late
terugkeer naar de ‘plaats delict’ van een uitgewist en
vergeten trauma.
Ik ben tot het inzicht gekomen dat dit moment een
van de essentiële bronnen van mijn kunst is. In mijn
performancekunst met film- en diaprojectors maskeer
ik het beeld door met de hand te schudden en erdoorheen te schreeuwen, en peil ik dit moment. De rauwe,
Artaud-achtige schreeuw voor het scherm kan worden
teruggevoerd op dat moment van uitwissen uit 1958.
Daar is het een echo van. Daarnaast is mijn kunst een
verwerking van de desoriënterende bewustwording
van mijn vaders geestesziekte en mijn moeders onuitgesproken pijn. Ik beschouw een van mijn eerste films,
118
The Netherlands is my country of birth and Dutch is
my first language.Their traces remain as the primal
source of who I am. My contribution to The Unwanted
Land comes from a discounted outside. How has this
land rejected me and how have I rejected it? Am I
complicit in making this land unwanted?
My parents performed a critical act of abduction
from the Netherlands on me in 1958. An unspoken
split was imparted on the body and psyche of an eightyear-old boy, creating a gap of language, distance
and location. It is a moment of loss and rejection in
relation to this land.This situation has some similarities to the parallel experience of ‘the stolen generation’
in Australia, where aboriginal children were taken
from their parents to be brought up in ‘white’ society.
There are also important differences. My parents
were complicit in my removal and I had the dubious
privilege of witnessing the impact on them of their own
displacement. It triggered my father’s mental illness
and my mother resolutely eked out a place in this
new land for her and her son, for which I am grateful.
Ironically, it was also the myopic ‘white Australia
policy’ that enabled Dutch migrants to enter this new
land: to become New Australians.
It is the impact of this abduction that I land in this
project. From this perspective it is not the land that is
perceived as unwanted but the denied traces of that
child’s body. My participation in this project delivers
my creative body and mind for a belated return to the
‘scene of the crime’ of an erased and forgotten trauma.
I have come to understand that this moment performs as a critical source in my art. My performance
practice with film and slide projectors, which masks
and shakes the image by both hand and live voice interference plumbs this moment.The cruel Artaudian
scream that is placed before the screen can be traced
back to the point of that 1958 erasure. It is an echo of
this time. My art practice also processes a perplexing
acknowledgement of my father’s breakdown and my
mother’s unspoken pain. I now think of one of my
earliest films Running (1976, 20 minutes) as articulating the stateless mobility of the migrant in a gutted
catatonic form. My interest in flicker and optical
effects that I bring to this project are to do with their
capacity to shock, erase and immobilise rather than
merely as a pure and essentialist form of cinema.
I have recently uncovered newsreel footage at the
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 119
Running (1976, 20 minuten), tegenwoordig als een
verbeelding van de staatloze mobiliteit van de migrant
in uitgeholde, catatonische vorm. Mijn interesse voor
flikkering en optische effecten, die in dit project tot
uiting komt, hangt samen met het feit dat deze kunnen
choqueren, uitwissen en immobiliseren, en gaat verder
dan een pure, essentialistische vorm van cinema.
Onlangs heb ik bij het National Film and Sound
Archive in Canberra journaalopnames gevonden van
het vertrek van de Johan van Oldenbarnevelt uit
Rotterdam naar Australië, gemaakt toen mijn familie
aan boord was. De reden dat deze opname bestaat
is dat we op hetzelfde schip reisden als de officiële
100.000ste Nederlandse migrant met bestemming
Australië. Van die reis werd verslag gedaan in de
officiële media. Het resultaat is een materiële
registratie van het moment en de plaats van mijn
psychische afscheiding van Nederland. Wat zich hier
voor de camera afspeelt, heeft zich ook in mij afgespeeld. Voor mij bestaat er een link tussen dit fotografische spoor en de onzichtbaarheid die ik in mijn
abstracte films obsessief najaag. Ik zie deze kunstuiting als een poging om uiting te geven aan datgene
wat zich zowel fysiek als emotioneel in mijn lichaam
afspeelt op het exacte moment dat op deze found
footage wordt weergegeven.
De meeste migrantenverhalen draaien om een
worsteling met een plaats en een situatie. Hier zit een
onuitgesproken compliment aan het land van bestemming in verborgen. Als een tientallen jaren durende
worsteling om je te vestigen in een vreemde cultuur
– inclusief alle pijn, problemen, racisme en klassenconflict die daarbij horen – wordt gedocumenteerd,
zit daar een groot compliment aan het nieuwe land
in, dat meestal onbeantwoord blijft. Zo komen de
macht en de privileges impliciet te liggen bij hen die
er al wonen: ‘Nederland (of Australië) moet wel een
geweldige plek zijn als mensen al die moeite doen om
hier te komen!’. Achter die uitspraak gaat een grote
hoeveelheid ontkenning van pijn schuil.
Welke vraag kunnen we stellen over de mensen die
Nederland verlieten? Wat wordt er verstoten? Waar
vlucht men voor? Wat is er ongewenst? Wat is er met
zo’n vraag terug te halen? Zo’n vraag is in wezen
ongemakkelijker dan een verhaal over in een ander
land gaan wonen. Wat is er zo ondraaglijk geworden
dat mensen bereid zijn om ergens anders een lange
119
National Film and Sound Archive in Canberra of the
actual departure of the MS Johan van Oldenbarnevelt
from Rotterdam to Australia shot when my family
was on board.This footage exists because we travelled
on the same ship as the hundred-thousandth Dutch
migrant to Australia.This journey was documented
in the official media.This record materially registers
the moment and location of my psychic split from
Holland. What has operated on this moving image has
operated on me. I connect this photographic trace to
an invisibility that is obsessively hunted down in my
abstract film practice. I understand this art’s practice
as trying to express what is happening inside my body
both physically and emotionally at the precise
moments represented by this found footage.
Most stories of migration are about a struggle
with place and situation. Hidden within it is a great
unspoken compliment about the land or country
migrated into. When a decades-long struggle to settle
in a foreign culture is documented with all its pain and
obstructions and its exclusions of racism and class it
contains a great compliment to the place being entered
that is rarely returned.This implicitly delivers the
position of power and privilege to those already there:
‘What a great place the Netherlands (or Australia)
must be for people to undertake such a difficult journey to become part of us’.This is a surface sentiment
that denies an underlying reservoir of pain.
What is the question that can be asked about those
who left the Netherlands? What is being rejected,
what is being run away from? What is unwanted?
What can such a question bring back? This is a more
uncomfortable question at its core than the story of
entering a new land. What has become so unbearable
that people are willing to undertake a long struggle
elsewhere to avoid this issue?
Migration is a humbling ordeal that does not
deliver a privileged view. It delivers a practice of
resistance, attrition, introspection and negation
lodged in the gaps between the things that matter.
It is a journey that exacts its toll relentlessly in the
thousand and one cuts and repeating small humiliations that become perceptually hard-wired into the
body by everyday experience. It is a story of survival
that exacts a unique homelessness. I am reminded of
Kafka’s short story ‘In the Penal Colony’ when I think
about the impact on the body.This position does not
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 120
strijd te voeren om eraan te ontkomen?
Migratie is een vernederende beproeving en leidt
niet tot een bevoorrechte blik. Migratie leidt tot
verzet, uitputting, introspectie en ontkenning, genesteld in de ruimtes tussen de dingen die er daadwerkelijk toe doen. Het is een reis die zijn tol eist doordat de
duizend en één ontberingen en steeds terugkerende
vernederingen waarmee je dagelijks te maken krijgt,
lijfelijk deel gaan uitmaken van je percepties. Het is
een manier van overleven die tot een unieke vorm van
ontheemding leidt. Als ik denk aan de gevolgen voor
het lichaam, moet ik altijd denken aan Kafka’s verhaal
‘In de strafkolonie’. Het is een positie die geen overkoepelend perspectief oplevert, zoals het internationale toerisme, dat over de hele wereld de wegen van
het grote geld volgt en imiteert. In het lichaam van de
migrant laten de negatieve materiële gevolgen van
het internationale grootkapitaal hun sporen na.
Mijn persoonlijke documentaire Conversations with my
Mother (1990, 108 minuten) gaat over mijn moeder
en de vijftien jaar durende strijd die ze heeft moeten
leveren om in het reine te komen met haar bestaan in
Australië. Er wordt zowel Nederlands als Engels
gesproken in deze film, die afzondering en een steeds
verdere verwijdering van Nederland documenteert.
Voor de achterblijvers leveren de redenen voor het
vertrek slechts een lastig te bevatten, problematisch
en misschien weinig bevredigend perspectief op, dat
kan niet anders. Schaamte en schuldgevoel spelen misschien een grotere rol dan bevoorrecht zijn. Moet een
Nederlands publiek daar eerst overheen komen voordat het klaar is voor Conversations with my Mother?
In deze film is gedocumenteerd wat mijn moeder
ervoor over had ‘om niet terug te gaan’, maar niet
de reden daarvoor. Die pijn blijft onuitgesproken en
stuitert in abstracte vorm door mijn grafische animaties in films zoals 223 (1985, 6 minuten), waarin ik
foto’s uit mijn kindertijd bedek met krassen, tekeningetjes en andere vormen. Dit verband komt ook tot
uiting in meer graffiti-achtige vorm, in recent werk
zoals 2nd Hand Cinema (2005, 7 minuten), waarvan de
soundtrack is opgebouwd uit fouten en artefacten die
in het oorspronkelijke materiaal zijn aangebracht.
Ik beschouw het uitwissen door Robert
Rauschenberg met veertig gummetjes van een tekening die hij van Willem de Kooning had gekregen in
120
deliver the same overarching vista of a global tourism
when it tracks or mimics the pathways of unbounded
capital around the world.The body of the migrant
registers the debilitating material impact of global
capital on the human body.
My personal documentary Conversations with My
Mother (1990, 108 minutes) presents my mother’s
and my fifteen-year struggle to come to terms with
living in Australia. It is spoken in both Dutch and
English and documents an isolation and further drift
away from the Netherlands. Implicitly, reasons for
leaving offer an elusive, difficult and perhaps less
immediately gratifying view for those who continue to
live in the place departed from.This can be more about
issues of shame and guilt than privilege. Is this what a
Dutch audience must negotiate before it can receive
Conversations with My Mother?
This film documents what my mother was willing
to do ‘not to return’ but not why.This pain remains
unspoken and abstracted to bounce around my
graphic animation work, in films such as 223 (1985,
6 minutes) in which I directly cover over and erase
childhood photographs with scratches, scribbles and
other iconic shapes.This relationship is also present
in a more graffiti-like form in such recent work as
2nd Hand Cinema (2005, 7 minutes) in which the
soundtrack has been constructed from sonic mistakes
and artefacts imposed on the origination material.
I read Robert Rauschenberg’s Erased de Kooning
Drawing (1953) and Frank Stella’s Minimalist black
paintings with such unsettling Nazi-invoking titles as
Die Fahne Hoch! (1959) and Arbeit Macht Frei (1967)
as works that foreground how content is denied in
abstraction to deliver a traumatic effect to the viewer.
My film practice also finds flashes of recognition in
Peter Gidal’s ultra-negative rhetoric about Materialist
Film (1989) that I think of as a traumatised argument
about a traumatic practice.
My marginal experimental film practice is situated
within an unseen and unspeakable struggle. It is about
working through my parents’ response to a denied
situation. Unlike the modernist myth of an essential
visionary purity, it is about referencing and unearthing
an invisible and muted struggle situated at the core
of identity. My practice refers back to an emergent
identity that cannot or is not allowed to speak (or to
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 121
Erased de Kooning Drawing (1953) en Frank Stella’s
minimalistische zwarte schilderijen met sinistere titels
zoals Die Fahne Hoch! (1959) en Arbeit Macht Frei
(1967), die aan de Nazitijd doen denken, als werken
die duidelijk laten zien hoe inhoud door middel van
abstractie kan worden ontkend om bij de toeschouwer
een traumatisch effect te bereiken. Mijn films vertonen ook overeenkomsten met het ultranegatieve
betoog van Peter Gidal uit Materialist Film (1989), wat
ik beschouw als een getraumatiseerde gedachtegang
over een traumatische activiteit.
Mijn marginale, experimentele filmwerk speelt zich
af binnen een onzichtbare, onuitsprekelijke worsteling
en draait om de verwerking van de reactie van mijn
ouders op een ontkende situatie. In tegenstelling tot de
modernistische mythe van visionaire essentiële zuiverheid verwijst mijn werk juist naar een onzichtbare,
onhoorbare strijd die het wezen van de identiteit raakt,
die in het werk boven water komt. Het verwijst naar
een identiteit in opkomst die niet kan of niet mag
spreken (of zijn). Het is een spoor, afgesneden van
zijn bron. Ik beschouw dit als een trauma dat in mijn
creatieve werk tot uiting wil komen, en ik zie het ook
terug in wat Vilém Flusser schrijft over de parallellen
tussen de digitale media en de ervaringen van migranten. Die migrantenervaring is nu voor ons allemaal
zichtbaar en voelbaar geworden als gevolg van de
hypermobiliteit van kapitaal en media, die leidt tot
een preoccupatie met de oppervlakte en een explosie
aan technische beelden die concepten representeren
in plaats van fenomenen en gebeurtenissen.
Ik wil het mechanisme van de ontkenning blootleggen, en de oppervlakkigheid van de door het
bedrijfsleven aangeboden ‘buitenkanten’ die deel uitmaken van onze huidige digitale situatie. Ik wil dit
begrip plaatsen in een verstoten hoek van dit project
van creatieve samenwerking, de metropool van deze
tentoonstelling, om de plaats delict te markeren met
een spoorloos spoor, en daar het verloren lichaam van
een vergeten kind achter te laten. Mijn kunst moet in
een koffer op zijn bestemming aankomen. Zij moet
licht en mobiel zijn en direct klaar zijn voor gebruik
aan de andere kant van de wereld. Zoveel kan ik van
mezelf niet vragen. Maar ik zal wel fragmenten
achterlaten, losse spookbeelden in kleine kamertjes,
versteende broodkruimels die de vogels hebben laten
liggen.
121
be).This is a trace severed from its source. I understand
this as a trauma that tries to speak through my
creative practice, and I find it articulated in Vilém
Flusser’s take on the parallels between digital media
and the migrant experience. Such a migrant experience
as now replayed and impacted on all of us through
the effect of the hyper-mobility of capital and media,
which brings about a preoccupation with surface and
a proliferation of technical images that communicate
concepts rather than phenomena and events.
I am interested in revealing the mechanics of
denial and the superficiality of the corporate surfaces
that are part of our current digital situation. I want
to place this understanding in a dark corner of the
creative collaborative project, the metropolis of this
exhibition, to mark the scene of the crime with a traceless trace, to leave the lost body of a forgotten child
there. My art must arrive in a suitcase. It must arrive
light and mobile and ready for action from the other
side of the world.This is too much to ask of myself.
But I will leave fragments, dissociated chimera in
little rooms, ossified breadcrumbs that have not been
eaten by the birds.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
Biografieën auteurs
10:00
Pagina 122
Haag waar hij gedurende tientallen
Rashid Novaire (1979) is een
jaren koorlid was geweest.
geboren Amsterdammer met een
Na zijn huwelijk met Katie Su in 1999
Marokkaanse vader en een Nederlands-
geboren in Princeton, New Jersey. Ze is
begon hij steeds langere perioden in
Pools-Duitse moeder. Novaire’s loopbaan
de dochter van een Nederlandse moeder
Taipei door te brengen. Hij is nu van plan
begon met de El Hizjra Literatuurprijs
en een Amerikaanse vader. Ze heeft de
om permanent in Taiwan te gaan wonen.
voor proza en poëzie.Twee jaar daarna
Emilie Gordenker (1965) werd
debuteerde hij op negentienjarige leeftijd
Amerikaanse nationaliteit en spreekt
vloeiend Nederlands. Gordenker promo-
Dineke Huizenga (1967) is kunst-
met de verhalenbundel Reigers in Caïro.
veerde in 1998 aan het Institute of
historica en gespecialiseerd in de kunst
Dit bracht hem een nominatie voor de
Fine Arts, New York University met als
en culturen van het Midden-Oosten.
NPS-cultuurprijs. In 2003 verscheen
specialisatie: kleding in de Nederlanden
Zij werkt als onderzoeker en coach en
de korte roman Maïsroest (shortlist
in de 17de eeuw en Anthony van Dyck.
realiseert daarnaast kunstprojecten.
nominatie voor de Librisprijs 2004).
In New York heeft zij gewerkt voor het
Ze werkte aan de ontsluiting van
Voor zijn volgende, epische roman Het
Metropolitan Museum of Art en de
islamitische collecties van Nederlandse
lied van de rog (2007) verbleef Novaire
Frick Collection. In Nederland werkte
musea en universiteiten en was zij
een half jaar in China om onderzoek te
ze onder meer voor het Rijksbureau voor
(samen met Roelof Munneke) verant-
doen. Na de verschijning van zijn roman
Kunsthistorische Documentatie (RKD).
woordelijk voor de permanente tentoon-
Afkomst (2008) verbleef Novaire vier
Zij doceerde aan de Rutgers University,
stelling De Zijderoute (Rijksmuseum voor
maanden in Suriname, waar hij doceerde
New York University, Vassar College
Volkenkunde in Leiden, 2001). In samen-
en schrijflessen gaf aan jonge gedetineer-
en de Bard Graduate Center for the
werking met recent gemigreerde kunste-
den in de Santo Boma-gevangenis in
Decorative Arts. In 1999 verhuisde
naars realiseerde zij prikkelende kunst-
Paramaribo. Hierna schreef Novaire
Emilie Gordenker naar Londen, waar
projecten als Ansicht uit Afghanistan
onder meer in samenwerking met
ze voor bedrijven werkte op het gebied
(1998), Cultuur en Identiteit (2002),
Gerardjan Rijnders voor toneel. Op dit
van nieuwe media. Momenteel woont
Over de boog van Duisternis (2004) en
moment werkt hij aan zijn vijfde boek.
zij in Nederland en is directeur van het
Dwaallicht (2006). Van 2006 tot en
Mauritshuis, Den Haag.
met 2008 deed zij onderzoek naar de
Marlou Schrover (1959) is universi-
perceptie van hedendaagse kunst in
tair hoofddocent sociale geschiedenis in
Irak met als titel Travelling the Tigris:
Leiden. In de afgelopen jaren heeft haar
Sheboygan, Wisconsin en woonde vervol-
contemporary art in context. Artikelen
onderzoek zich voornamelijk gericht op
gens in Louisiana en Kansas. Na zijn
van haar hand gaan over Ziad Haider
migratiegeschiedenis. In 2005 werd in
afstuderen aan het Harvard College ging
De geschiedenis als materiaal (2004),
het kader van de NWO Vernieuwings-
hij in 1968 naar Leiden om Chinees te
Nena Sesic-Fisher Our inner world
impuls haar onderzoeksvoorstel over
studeren. Hij vestigde zich in Holland,
(2008) en Irakese kunst Seeds of
gender en migratie gehonoreerd met een
werd genaturaliseerd Nederlander en
Civilisation (2010). Sinds 2009 is
vici beurs (einddatum 2011). Recente
doceerde aan de Leidse Universiteit
zij plaatsvervangend commissielid
boeken zijn: (met Joanne van der Leun,
Chinese taal- en letterkunde tot zijn
beeldende kunst van het fonds BKVB.
Leo Lucassen and Chris Quispel), Illegal
Lloyd Haft (1945) geboren in
vervroegde pensionering in 2004.
Al in een vroeg stadium voelde hij
Migration and Gender in a Global and
Chris Keulemans (Tunis, 1960) is
Historical Perspective (Amsterdam 2008)
een bijzondere belangstelling voor het
schrijver, journalist en initiatief-nemer
en (met Herman Obdeijn), Komen en
Nederlands en schreef poëzie en verhalen
van de Tolhuistuin, een nieuw centrum
Gaan. Immigratie en Emigratie in Nederland
in die taal. Vanaf 1982 publiceerde de
voor kunst en horeca in Amsterdam
vanaf 1550 (Amsterdam 2008).
Amsterdamse uitgever Querido tien
Noord. Als kind van een ontwikkelings-
gedichtenbundels van zijn hand, waar-
werker en later als reizende schrijver
onder een herschrijving in vrije verzen
leerde hij meer over aankomen en ver-
Sociale Geschiedenis bij de Campus
van het Boek der Psalmen. Haft had
trekken dan over blijven. Nu ontdekt hij
Den Haag (Universiteit Leiden).
zijn affiniteit met Bijbelse teksten te
in Noord zijn eigen stad opnieuw.
Hij publiceert al een kwarteeuw over
danken aan een Russische kerk in Den
122
Wim Willems (1951) is hoogleraar
migratie en stadsgeschiedenis, met
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 123
bijzondere aandacht voor levens-
at the Netherlands Institute for Art
exhibition The Silk Route at the National
verhalen. Hij verwierf tevens bekendheid
History (RKD) in The Hague. She has
Museum of Ethnology in Leiden in 2001.
met een reeks autobiografische boeken,
lectured at Rutgers University, New York
In collaboration with recently emigrated
waaronder Stadskind. Kroniek van een
University, Vassar College and the Bard
artists, she has realised such stimulating
naoorlogse jeugd (2003) en Stadsblues.
Graduate Center for the Decorative Arts.
art projects as Postcards from Afghanistan
Kroniek van de jaren zestig (2005). In
In 1999 Gordenker moved to London,
(1998), Culture and Identity (2002), Over
2008 verscheen van zijn hand het alom
where she developed new media applica-
de boog van Duisternis (2004) and Dwaal-
geprezen Tjalie Robinson. Biografie van een
tions for museums and galleries. From
licht (2006). Since 2009 she has been
Indo-schrijver. Het boek werd genomi-
2003 to 2207 she was a senior curator
a member of the committee of the
neerd voor de Grote Geschiedenisprijs
at the National Galleries of Scotland.
Netherlands Foundation for Visual Arts,
en won in 2010 de Littéraire Witte Prijs.
She is currently director of the Maurits-
Design and Architecture.
huis in The Hague.
Chris Keulemans (Tunis, 1960) is
Kitty Zijlmans (Den Haag, 1955) is
hoogleraar in de Geschiedenis en theorie
Lloyd Haft (1946) was born in
van de beeldende kunst van de nieuwste
Sheboygan, Wisconsin; he subsequently
Tolhuistuin, a ‘cultural playfield for
tijd (Universiteit Leiden). Haar interesse
lived in Louisiana and Kansas. After
music, (performance) art, cuisine, film,
ligt op het gebied van de hedendaagse
graduating from Harvard College in
dance, debate and people in Amsterdam.
kunst, kunsttheorie en methodologie.
1968 he went to Leiden, the Netherlands
As the child of a development-aid worker
Daarnaast hebben de positie en het
to study Chinese. He eventually settled
and later as an itinerant writer, he learned
aandeel van de vrouw in kunst en
in Holland and became a Dutch citizen,
more about coming and going than
cultuur en de huidige interculturele
teaching Chinese language and literature
remaining in one place. He is now re-
processen en globalisering van de
at Leiden University until his early retire-
discovering his own city.
(kunst)wereld haar bijzondere belang-
ment in 2004.
stelling. Ook stimuleert zij de uitwisseling
From an early stage he took a special
tussen kunst en academia.Twee sleutel-
interest in Dutch and wrote his own
in Amsterdam to a Moroccan father and
publicaties zijn: World Art Studies:
poetry and fiction in that language. Since
a Polish-German-Dutch mother. He was
a writer, journalist and initiator of the
Rashid Novaire (1979) was born
Exploring Concepts and Approaches. Eds.
1982, the Amsterdam-based publisher
awarded the El Hizjra Literature Prize
Kitty Zijlmans and Wilfried van Damme
Querido has published ten collections
at the age of seventeen.Two years later
(Amsterdam 2008) en CO-OPs. Inter-
of his poems including a free-verse
he published his first collection of short
territoriale verkenningen in kunst en
rewriting of the Book of Psalms. Haft
stories entitled Reigers in Caïro (Herons in
wetenschap. Eds. Kitty Zijlmans, Rob
traces his special interest in biblical
Cairo), for which he was nominated for
Zwijnenberg, Krien Clevis (Amsterdam
texts to his decades-long participation
the NPS Culture Prize. His 2003 novel
2007).
in a Russian church choir in The Hague.
Maïsroest (Corn Blight) was shortlisted
Following his marriage to Katie
for the 2004 Libris Prize. Novaire spent
Su in 1999, he began spending increasing
six months in China researching his epic
periods of time in Taipei, and he is now
novel Het lied van de rog (Song of the
planning to take up permanent residence
Stingray), which was published in 2007.
in Taiwan.
Following the publication of his novel
Authors’ biographies
Emilie Gordenker (1965) was born
in Princeton, New Jersey to a Dutch
mother and an American father. She
has American nationality and speaks
Afkomst (Origins) in 2008, Novaire
Dineke Huizenga (1967) is an art
spent four months in Suriname lecturing
fluent Dutch. She gained her PhD at the
historian specialised in the art and
and giving writing lessons to young
Gordenker Institute of Fine Arts, New
culture of the Middle East. She works as
detainees at the Santo Boma prison in
York University in 1998 with a disserta-
a researcher, coach and artist. She has
Paramaribo. Since then he has written
tion on Sir Anthony van Dyck and his
worked on making the Islamic collections
for the theatre and collaborated with
representation of dress. She worked at
of Dutch museums and universities
Gerardjan Rijnders. He is currently
the Metropolitan Museum of Art and
accessible and was responsible (together
working on his fifth book.
the Frick Collection in New York and
with Roelof Munneke) for the permanent
123
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 124
Marlou Schrover (1959) is an
and academia.Two key publications are
komt op de toeschouwer af als een trein.
Associate Professor of Social History
World Art Studies: Exploring Concepts and
Voor zijn installaties zoekt Bade een
in Leiden. In recent years, her research
Approaches. Eds. Kitty Zijlmans and
samenwerking met het publiek. Hij wil
has focused principally on the history of
Wilfried van Damme. (Amsterdam2008),
echter niet enkel een standpunt innemen
migration. In 2005, she received a grant
and CO-OPs. Exploring New Territories in
in maatschappelijke discussies, als
for her NWO Vici project on gender and
Art and Science. Eds. Kitty Zijlmans,
wel aanzetten tot het prikkelen van
migration (to be completed 2011).
Rob Zwijnenberg, Krien Clevis.
de fantasie en uitdrukking geven aan
Recent books include (with Eileen Janes
(Amsterdam 2007).
de kracht van de verbeelding van de
beschouwer. Om deze houding en visie
Yeo), Gender, Migration and the Public
Sphere 1850-2005 (New York 2010);
Biografieën kunstenaars
nog duidelijker waar te maken keerde hij
terug naar Curaçao om samen met geest-
(with Joanne van der Leun, Leo Lucassen
and Chris Quispel), Illegal Migration
Tiong Ang (Surabaya, Indonesië,
and Gender in a Global and Historical
1961) werd in Indonesië geboren als
(IBB) op te richten dat een platform is
Perspective (Amsterdam 2008) and
kind van Indonesisch/Chinese ouders,
voor hedendaagse kunst en educatie.
(with Herman Obdeijn), Komen en Gaan.
en verhuisde op vierjarige leeftijd naar
Immigratie en Emigratie in Nederland vanaf
Nederland. Hij studeerde aan de Gerrit
Dirk de Bruyn (Dordrecht,
1550 (Amsterdam 2008).
Rietveld Academie en de Rijksakademie
Nederland, 1950) werd geboren in
van Beeldende Kunsten in Amsterdam.
Nederland, maar verhuisde met zijn
Zijn werk bestrijkt verschillende media
ouders als achtjarige jongen naar
of Social History at Leiden University
zoals schilderkunst, video en installaties,
Australië en woont daar nog altijd. Hij
(The Hague campus). He has written for
en stelt vragen over de individuele mens
behaalde een MA diploma op het gebied
more than twenty-five years on migration
en zijn of haar plaats in een ethisch (en
van Interactive Media aan de RMIT
and urban history with a particular
etnisch, sociaal, politiek etc.) verdeelde,
University of Melbourne. Momenteel
focus on life stories. He has also gained
hybride wereld. De rode draad in al
geeft hij les in Animation aan de Deakin
recognition for a series of autobio-
het werk is de tegenstelling tussen een
University te Melbourne. De Bruyn
graphical books, including Stadskind:
afstandelijke objectiviteit en een geënga-
werkt vooral met film en video en heeft
Wim Willems (1951) is Professor
verwanten het Instituto Buena Bista
Kroniek van een naoorlogse jeugd (City
geerde subjectiviteit, belichaamd in het
verscheidene experimentele-, documen-
Child: Chronicle of a Post-war Youth,
contrasterende gebruik van de verstilling
taire- en animatiefilms, installaties en
2003) and Stadsblues: Kroniek van de
van de schilderkunst en de dynamiek van
performances op zijn naam staan. In
jaren zestig (City Blues: Chronicle of
bewegende beelden.Toeval en een open
zijn video’s maakt De Bruyn gebruik
the 1960s, 2005). His widely praised
houding spelen een belangrijke rol in het
van abstracte vormen, kleur en taal die
biography of Tjalie Robinson (2008)
maakproces. Vanuit verschillende posi-
elkaar in rap tempo afwisselen. Voor deze
was nominated for the Libris History
ties, van observator en voyeur tot regis-
tentoonstelling onderzoekt hij zijn relatie
Prize and won the Littéraire Witte
seur, ondervrager en deelnemer, wordt
met het land dat hij achter zich heeft
Prize in 2010.
de afstand tot of betrokkenheid met het
moeten laten en welke impact het plotse
onderwerp steeds door Ang bevraagd.
vertrek uit Nederland had op hemzelf.
Kitty Zijlmans (The Hague, 1955)
is Professor of Contemporary Art
David Bade (Willemstad, Curaçao,
Sonja van Kerkhoff (Taranaki,
History and Theory (Leiden University).
1970) werd geboren op Curaçao uit
Nieuw-Zeeland, 1960) heeft een Neder-
Her main interest is in the fields of
Nederlandse ouders en verhuisde als kind
landse vader en een Nieuw-Zeelandse
contemporary art, art theory, and
naar Nederland, waar hij in Amsterdam
Schots-Ierse moeder. Ze studeerde in
methodology. She is also especially
een opleiding ging volgen aan De Ateliers.
Nieuw-Zeeland aan de Otago School of
interested in the position and contribu-
Bade’s werk bestaat voornamelijk uit
Arts in Dunedin. In 1989 kwam ze naar
tion of women in art and culture, and
tekeningen en kronkelende assemblages
Nederland waar ze haar diploma haalde
the ongoing inter-cultural processes and
van materialen als purschuim, plastic,
aan de Academie Beeldende Kunsten in
globalisation of the (art) world. She also
hout en afval. ‘Less is a bore’ is duidelijk
Maastricht, en later een Master in Media
stimulates the exchange between art
zijn motto. Zijn werk spot, daagt uit en
Technology aan de Universiteit Leiden,
124
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 125
David Bade (Willemstad, Curaçao,
de stad waar ze nu tevens woont. Van
terug naar Nederland en studeerde in
Kerkhoff maakt video’s, installaties,
Den Haag aan de Vrije Academie voor
1970) was born on Curaçao to Dutch
sculpturen en tekeningen die spelen met
Beeldende Kunsten. Struik maakt
parents and moved to the Netherlands
associatie en betekenis. Haar werk is
assemblages en installaties van allerlei
as a child. He studied at De Ateliers in
niet zozeer biografisch, veeleer lyrisch
materialen. Niet geheel bewust laat
Amsterdam. Bade’s work consists
en conceptueel en is bedoeld om de
migratie sporen na in het werk van Struik.
primarily of writhing assemblages made
beschouwer tot zelfonderzoek uit te
Hij maakt graag gebruik van bestaande
of materials such as polyurethane foam,
nodigen. Soms maken de toeschouwers
objecten die al een ‘leven’ achter de rug
plastic, wood and rubbish. ‘Less is a
deel uit van het werk via een interactie
hebben, objecten migreren immers ook
bore’ is clearly his motto. His work is
tussen hen en kunstwerk. Voor haar
van milieu naar milieu en zijn geladen
satirical, challenging and hard-hitting.
bijdrage aan The Unwanted Land legt
met herinneringen. Een terugkerend
An important element of his installations
Van Kerkhoff wel de nadruk op het
thema in zijn werk is migratie en de
is collaboration with the public. He seeks
biografische en onderzoekt haar jeugd
ervaring hiervan. De installatie die Struik
contact with society through his sculp-
in het landelijke Taranaki en het milieu
maakt voor de tentoonstelling gaat over
tures, many of which are sited in public
waarin ze is opgegroeid.
bewegen, migreren en jezelf herpositio-
spaces. With his work he aims not only
neren. In een symboliserende tocht
to take a stand on social issues, but also
Renée Ridgway (VS, 1965)
manifesteren deze elementen zich,
to stimulate fantasy and express the
woont en werkt in Nederland. Ridgway
waarmee Struik ons de verschillen laat
viewer’s power of imagination.
studeerde beeldende kunsten aan
zien tussen het hier en het daar, en de
Rhode Island School of Design (BFA)
visioenen van het tussen twee plekken
en het Piet Zwart Institute (MA) in
heen en weer gaan.
Netherlands. When he was eight years
Rotterdam. Ze is kunstenaar, free-lance
curator, schrijver en docent gevestigd
Artists’ biographies
old his parents took him to Australia,
where he still lives. He studied Inter-
in Amsterdam. Als visueel kunstenaar
brengt ze via een aan-genomen ‘migre-
Dirk de Bruyn (Dordrecht,
Netherlands, 1950) was born in the
Tiong Ang (Surabaya, Indonesia,
active Media at the RMIT University
rende identiteit’, door zich steeds in een
1961) was born in Indonesia to
in Melbourne. De Bruyn works mainly
ander te verplaatsen, kennis en ervaring
Indonesian/Chinese parents and moved
with film and video and has made a
in kaart te brengen. Haar werk bestaat
to the Netherlands at the age of four. He
variety of experimental, documentary
uit tekeningen, video’s, foto’s, installaties
studied at the Gerrit Rietveld Academie
and animation films, installations and
en performance en ze gebruikt histori-
and the Rijksakademie van Beeldende
performances. His videos employ
sche en sociologische elementen in situ.
Kunsten, both in Amsterdam. He works
abstract forms, colour and language in
Afgelopen tijd heeft ze zich bezig
in a variety of media including painting,
rapid alternation. For this exhibition
gehouden met installaties en series
video and installations and questions how
he has explored his relationship to the
performances op verschillende locaties
we define our position in an ethically
country he was forced to leave behind
in Nederland, de Verenigde Staten,
(and ethnically) divided, hybrid world.
and the impact his sudden departure
Duitsland en India. Ze richtte zich op de
The leitmotif in all his work is the
from the Netherlands has had on him.
culturele waarde (cultural currency) van
contrast between detached objectivity
het huidige constructie van Nederlands-
and engaged subjectivity, embodied in
heid Dutchness in relatie tot het koloniale
the contrasting employment of the
1960) lives in Leiden. She has a Dutch
verleden.
tranquillity of painting and the dynamic
father and a New Zeeland mother.
presence of moving images. Chance and
In New Zealand she studied at the Otago
an open mind play an important role in
School of Arts in Dunedin. In 1990 she
werd als vijfjarig Amsterdams jongetje
his creative process. Ang constantly
moved to the Netherlands and studied
meegenomen door zijn ouders naar
questions the detachment or engagement
at the Academie Beeldende Kunsten in
Canada. Hier ging hij studeren aan het
of the design from various positions:
Maastricht and gained a diploma in
Malaspina Art College in Nanaimo,
from voyeur to director and from critic
Media Technology at Leiden University.
British Columbia. In 1978 kwam hij
to participant.
Transgressing boundaries is a recurring
Rudi Struik (Amsterdam, 1947)
125
Sonja van Kerkhoff (Taranaki,
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 126
theme in her work in which she combines
movement, migration and repositioning
various discourses with the help of mixed
yourself.These elements are manifest in
media. She sees her work as interventions
a symbolic quest in which Struik shows
in space. For this exhibition Van Kerkhoff
us the difference between here and there
has made a boat-shaped space that
and the visions of moving between two
visitors may enter.This represents going
places.
on board, the first step of a journey, which
her father also undertook. It is also
a metaphor for the body which is in
constant motion.
Renée Ridgway (USA, 1965)
lives and works in the Netherlands. She
studied fine art at the Rhode Island
School of Design and the Piet Zwart
Institute in Rotterdam. She is an artist,
freelance curator, writer and teacher
based in Amsterdam. She has recently
made installations and series of
performance in various locations in the
Netherlands and the USA. She focuses
on the cultural value of the Netherlands
today in relation to its colonial past.
In her work as a visual artist she maps
knowledge and experience via an
assumed ‘migrating identity’. She makes
drawings, video, photographs, installations and performances. Always sensitive
to context, she incorporates elements
from language, architecture and history.
Rudi Struik (Amsterdam, 1947)
moved with his parents to Canada at the
age of six. He studied at the Malaspina
Art College in Nanaimo, British
Columbia. He returned to the Netherlands in 1978 and continued his studies
at the Vrije Academie voor Beeldende
Kunsten in The Hague. He makes
assemblages and installations from a
variety of materials. Migration has left
traces in his work, although not always
consciously. He likes to use existing
objects that have had a ‘life’.The
experience of migration is a recurring
theme in his work.The installation he
has made for this exhibition is about
126
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
10:00
Pagina 127
Colofon / Colophon
Deze publicatie verschijnt ter gelegen-
© 2010 Uitgeverij Waanders B.V. /
Meer informatie/More information:
heid van de gelijknamige tentoonstelling
museum Beelden aan Zee & Sculptuur
www.waanders.nl
in museum Beelden aan Zee, van
Instituut, Den Haag-Scheveningen,
www.beeldenaanzee.nl
22 oktober 2010 t/m 13 februari 2011./
de auteurs/the authors.
www.theunwantedland.com
This publication has been produced
for the exhibition in museum Beelden
Alle rechten voorbehouden. Niets uit
Omslag/Cover
aan Zee from October 22 2010 to
deze uitgave mag worden verveelvoudigd,
Stills from: Dirk de Bruyn,
February 13 2011.
opgeslagen in een geautomatiseerd
Home comings, 1987, 100 min.,
gegevensbestand, of openbaar gemaakt,
16 mm, optical sound.
Uitgever/Publisher
in enige vorm of op enige wijze, hetzij
Uitgeverij Waanders, Zwolle
elektronisch, mechanisch, door foto-
museum Beelden aan Zee & Sculptuur
kopieën, opnamen of op enige andere
Instituut, Den Haag-Scheveningen
wijze, zonder voorafgaande schriftelijke
toestemming van de uitgever./All rights
Eindredactie/Copy editing
reserved. No part of the contents of this
Dick van Broekhuizen
book may be reproduced or transmitted
Gerard Forde
in any form or by any means, electronic
Kitty Zijlmans
or mechanical, including photocopy,
recording, or any other information
Redactie/Editors
storage and retrieval system, without
Dick van Broekhuizen
the prior written permission of the copy-
Alessandra Laitempergher
right holders.
Laurens Meijer
Kitty Zijlmans
De uitgever heeft ernaar gestreefd de
rechten met betrekking tot de illustraties
Engelse vertaling/English translation
volgens de wettelijke bepalingen te
Gerard Forde
regelen. Degenen die desondanks menen
zekere rechten te kunnen doen gelden,
Nederlandse vertaling/Dutch translation
UvA vertalers
kunnen zich alsnog tot de uitgever
wenden./The publisher has made every
effort to acknowledge the copyright of
Ontwerp/Design
works illustrated in this book. Should
Typography Interiority &
any person, despite this, feel that any
Other Serious Matters
omission has been made, they are
requested to inform the publisher of
Fotoverantwoording/Photo credits
this fact.
Sophie Klerk 51
Van werken van beeldende kunstenaars
Druk/Printing
aangesloten bij een CISAC-organisatie is
Drukkerij Waanders, Zwolle
het auteursrecht geregeld met Pictoright
te Amsterdam./The publication rights of
ISBN 978 90 400 77227
works by visual artists who are registered
NUR 646
with a CISAC organization are arranged
through Pictoright in Amsterdam.
© c/o Pictoright Amsterdam 2010.
100444_p001_128:Opmaak 1
06-09-2010
museum Beelden aan Zee is een
10:00
Pagina 128
Zakenvrienden / Corporate Friends
particulier museum in de rechtsvorm
van een stichting. De in het museum
ABN AMRO
werkzame vrijwilligers zijn bij de uit-
AM n.v.
voering van alle voorkomende museale
ARDIS
taken de onmisbare partners van de
Beheerskantoor Scheveningen bv
staf. Particulieren bieden een breed en
Caldic bv
motiverend draagvlak met hun sympathie
Cocon Vastgoed Management bv
en hun geldelijke bijdrage als vriend,
Fugro nv
en soms als gouden vriend. Fondsen
Interpay Nederland bv
en bedrijven bieden als participant of
Koninklijke bam Groep nv
zakenvriend steun ten behoeve van
KPMG
collectie-uitbreiding, tentoonstellingen
Onno Schamhart Beheer bv
en andere noodzakelijke investeringen./
PriceWaterhouseCoopers
museum Beelden aan Zee is a private
Rabobank Den Haag
foudantion. Volunteers are indispensable
Shell Nederland bv
partners to the staff in carrying out all
SNS Reaal Groep
the museum’s tasks. Private individuals
Sodexho
provide motivation and support and
Stichting Pensioenfonds abp
financial contributions as Friends or
TBI Holdings bv
Golden Friends. Foundations and
TNO
Corporate Friends provide support for
Unilever
expansion of the collection, exhibitions
VierVier
and other necessary investments.
VPV Bankiers nv
Sculpture Club is een platform voor
mensen met een sterke interesse voor
cultuur en met name voor sculptuur. De
Sculpture Club vindt haar functie in het
delen van deze interesse en het mogelijk
maken van onderling contact en kennisuitwisseling. Met hun lidmaatschap
ondersteunen de leden van de Sulpture
Club de activiteiten van museum Beelden
aan Zee./The Sculpture Club is a group
for people with a strong interest in
culture and sculpture in particular.
The Sculpture Club exists to share this
interest and to promote networking
and exchange of knowledge.Through
their subscriptions, the members of the
Sculpture Club support the activities
of museum Beelden aan Zee.